Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » Zorg- en onderzoeksplicht: verwachtingen
Passend onderwijs

Zorg- en onderzoeksplicht: verwachtingen

Auteur: Olga Luiken

Uit het jaarverslag en de adviezen van de Geschillencommissie Passend Onderwijs (GPO) blijkt dat scholen het nog lastig vinden om te bepalen hoe ver hun zorgplicht reikt. Olga Luiken, secretaris bij de Stichting Onderwijsgeschillen, gaat aan de hand van de adviezen van de GPO in op het onderzoek dat bij de zorgplicht komt kijken.

Na de eerste verjaardag van de wet Passend onderwijs afgelopen zomer verschenen rapporten van onder meer de Kinderombudsman, DUO en de AVS over de ervaringen. Er zijn nog veel thuiszitters, er is onvoldoende doorzettingsmacht en niet alle scholen voldoen aan hun zorgplicht. Nog geen reden voor een feestje dus. Staatssecretaris Dekker schetst in zijn brief eind september 2015 een positiever beeld, maar geeft ook aan dat Passend onderwijs ‘werk in uitvoering’ is.

Belangrijk onderdeel
Het bevoegd gezag van een school waar een leerling (schriftelijk) wordt aangemeld, moet eerst vaststellen of het om een leerling gaat die extra ondersteuning nodig heeft. Als dat het geval is, rust op de school een zorgplicht. Een belangrijk onderdeel van de zorgplicht is de onderzoeksplicht: de school van aanmelding moet onderzoeken welke extra ondersteuning de leerling nodig heeft en wat de school op dat gebied kan bieden. Als blijkt dat de school de extra begeleiding niet kan bieden, moet deze ervoor zorgen dat een andere – passende – school bereid is de leerling toe te laten.

Ondersteuningsbehoefte
Soms blijkt uit de informatie die bij aanmelding wordt verstrekt wel dat de leerling ondersteuning nodig heeft, maar niet hoeveel en welke. Een school moet in zo’n geval onderzoeken wat de precieze ondersteuningsbehoefte van de leerling is, oftewel wat voor hem de belemmerende en bevorderende factoren zijn om het onderwijs aan de betreffende school te volgen. Dat is immers het vertrekpunt voor de beoordeling of de school de benodigde ondersteuning kan bieden.1 Voor het in kaart brengen van de vereiste ondersteuning mag de school de ouders om relevante informatie vragen. Als ouders deze informatie niet verstrekken, kan het gevolg daarvan zijn dat een school mag weigeren de leerling toe te laten.2 De onderzoeksplicht geldt na een schriftelijke aanmelding altijd. Het maakt niet uit of een leerling al op een andere school staat ingeschreven; ook niet wanneer dat speciaal onderwijs betreft. Het komt nogal eens voor dat scholen eerst overgaan tot een proefplaatsing om te kijken of de school passend is en daarna over de toelating besluiten. Weigert de school na proefplaatsing de leerling in te schrijven, dan rust op de school wel de zorgplicht: zij moet dan een andere school vinden voor de leerling.3 Voor een zinvolle proefperiode is het soms wel nodig dat de leerling tijdens het proefdraaien ook de benodigde ondersteuning krijgt.4 Als in een schoolondersteuningsprofiel staat dat leerlingen met bijvoorbeeld ODD (een agressieve gedragsstoornis, red.) niet worden toegelaten, dan is dit in strijd met de strekking van Passend onderwijs. Want onderzoek naar de ondersteuningsbehoefte van de individuele leerling moet duidelijk maken welke begeleiding nodig is en of de school deze kan bieden.5 Het uitsluiten van categorieën leerlingen verdraagt zich niet met de uitgangspunten van Passend onderwijs. Ook het doorverwijzen van een leerling met autisme naar een andere school binnen het samenwerkingsverband – omdat daar meer expertise aanwezig is – ontslaat de school van aanmelding niet van de plicht om de ondersteuningsbehoefte van de leerling in kaart te brengen.

(On)mogelijkheden
Bij de beoordeling of de school de benodigde ondersteuning kan bieden, moet de school onderzoeken of zij de ondersteuning in de vorm van doeltreffende aanpassingen zelf kan realiseren. Zo nodig met financiering of arrangementen vanuit het samenwerkingsverband. Deze aanpassingen hoeven niet te worden verricht als deze voor de school onevenredig belastend zijn. Het onderzoek naar de ondersteuningsmogelijkheden van de school en de mogelijkheden vanuit het samenwerkingsverband moet inzichtelijk zijn. Zo moet duidelijk zijn welk overleg met het samenwerkingsverband plaatsvindt en waarom de gevraagde ondersteuning eventueel onevenredig belastend is voor de school.6 Ook wanneer een leerling met schooladvies vso (cluster 4) zich aanmeldt bij een reguliere vo-school, moet die vo-school toch onderzoeken of zij de benodigde ondersteuning – eventueel met middelen vanuit het samenwerkingsverband – kan bieden.7 Deze school zou immers een passend ondersteuningsaanbod in huis kunnen hebben. Bij aanmelding van een leerling met een extra ondersteuningsbehoefte moet de school dus eerst de ondersteuningsbehoefte van de leerling vaststellen, zo nodig door nader onderzoek. Pas als die vaststaat, kan de school beoordelen of zij de benodigde ondersteuning kan bieden. Daarbij betrekt de school de beschikbare middelen vanuit het samenwerkingsverband. Belangrijk is dat scholen ook de ouders in dit traject betrekken. Wanneer de school na zorgvuldig onderzoek tot de conclusie komt dat de benodigde ondersteuning onevenredig belastend is, mag de school de leerling weigeren. Wel moet de school dan in overleg met de ouders een andere passende onderwijsplek voor de leerling gevonden hebben.

Voetnoten
1 Advies 106816
2 Advies 106807
3 Advies 106669
4 Advies 106975
5 Advies 106682
6 Advies 106607
7 Advies 106975

Meer weten?
Het jaarverslag en de adviezen van de GPO zijn te vinden op www.onderwijsgeschillen.nl. In dit artikel wordt verwezen naar de nummers van de adviezen van de GPO.
Meer informatie: www.avs.nl/artikelen/zorgplichtgeldtzodraleerlingisaangemeld

Gepubliceerd op: 4 december 2015

Verschenen in

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Op naar een integrale aanpak (Ontschotting in het sociale domein)