Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » Zo pakken we het lerarentekort aan
‘Het wemelt van de experimenten maar er is geen regie’

Zo pakken we het lerarentekort aan

Auteur: Marijke Nijboer
Een noodteam van gemeenteambtenaren en Syrische statushouders dat kan invallen in de klas (Amsterdam). Een vierdaagse schoolweek om het tekort te dempen (Zaanstreek). Een pabo-opleiding van dertien maanden voor afgestudeerden uit het academisch of hoger onderwijs (Rotterdam). Met vindingrijkheid proberen besturen, schoolleiders, gemeenten en de landelijke overheid het lerarentekort te bedwingen.
 
De cijfers1 liegen er niet om. Vooral in het primair onderwijs loopt het tekort aan leraren snel op (zie kader). In 2023 zal de situatie het nijpendst zijn in Noord-Holland (met alleen al in Amsterdam een tekort van 475 fte) en Rotterdam-Rijnmond. In de vier grote steden neemt het aantal leerlingen nog wel toe, maar in bijna alle andere regio’s wordt de komende jaren een leerlingendaling verwacht2. Zo wordt voor Friesland tot 2021 een daling van ruim 8 procent voorspeld. Maar toch zal er ook in krimpgebieden een tekort aan leraren ontstaan. Voor Limburg wordt in 2023 bijvoorbeeld een tekort verwacht van ruim 200 fte. Landelijk wordt voor het po in 2027 een tekort verwacht van 11.000 fte3.
 
De leerlingenkrimp bereikt nu het voortgezet onderwijs. In bijna alle regio’s buiten de grote steden wordt de komende jaren een leerlingendaling verwacht. Toch zal ook hier het lerarentekort groeien, met name bij de vakken Duits, wiskunde, natuurkunde, informatica en de klassieke talen. Dit tekort zal oplopen tot 1.200 fte in 2027.

Imago

Diverse factoren dragen bij aan het oplopende lerarentekort. Door de krimp nam de werkgelegenheid in het po af en wendden sollicitanten zich van het onderwijs af. Nu de economie weer is aangetrokken, zoeken mensen hun heil in beter betalende sectoren. Het imago van het onderwijs als sector waar je hard moet werken voor relatief weinig geld, helpt niet mee. Met name de invoering van Passend onderwijs en veel administratieve taken zorgen voor extra werkdruk.
 
Ondertussen neemt de leerlingendaling in het po af, terwijl er tegelijkertijd een grote groep leraren met pensioen gaat. Mede door de hogere toelatingseisen slonk de instroom op de pabo. Gelukkig is deze opleiding momenteel weer meer in trek. Vooral deeltijdopleidingen zijn populair (+29 procent voorinschrijvingen), maar ook de voltijdopleidingen doen het goed (+11 procent).

Slecht voorbereid

Er wordt al jaren gewaarschuwd voor een lerarentekort. Hoe kan het dat we hier zo slecht op voorbereid zijn? De omstandigheden zaten tegen, zegt bijzonder hoogleraar Onderwijsarbeidsmarkt Marc van der Meer4. “Door de kredietcrisis moest het Rijk zwaar bezuinigen. Investeringen in bijvoorbeeld lerarenopleidingen en lonen zijn achtergebleven. En nu zijn er geen overschotten in andere sectoren meer; je kunt niet even een hoop mensen laten omscholen. Mede door de verhoging van de pensioenleeftijd manifesteerde het tekort zich niet meteen. Maar gezien de demografische ontwikkelingen had men echt beter kunnen weten. De overheid heeft het tekort onderschat en niet genoeg gedaan.”
 
Maar dat geldt ook voor de schoolbesturen. In 2001, toen er ook een groot lerarentekort dreigde, vormden zeven Rotterdamse schooldirecteuren de Initiatiefgroep Lerarentekort Rotterdam. Hoewel er nog geen sociale media waren, kreeg de groep in een mum van tijd alle Rotterdamse directeuren om tafel. Samen schreven zij een nota met aanbevelingen, waaronder de suggestie om scholen conciërges, administratieve krachten en onderwijsassistenten te geven. Ad Vos, inmiddels bestuurder bij PIT Kinderopvang & Onderwijs in Zwijndrecht: “De wethouder agendeerde onze punten in de gemeentelijke onderwijsoverleggen. Toen de boel dreigde te verzanden, richtten we op zijn initiatief een taskforce op met de gemeente en pabodirecteuren. Het is ontluisterend, maar het enige dat daar uit kwam was een paginagrote advertentie in een landelijke krant om leraren naar Rotterdam te trekken.”
 
Misschien werd het voorspelde lerarentekort toen nog onvoldoende als een concrete bedreiging gezien en voelden de besturen niet genoeg urgentie om samen in actie te komen. Inmiddels zijn de Rotterdamse schoolbesturen nauw betrokken bij een gemeentebrede aanpak5.
 
Vos zijn eigen organisatie (3.500 kinderen, 19 kindcentra) heeft momenteel twee vacatures. “We zien met angst en beven de eerste griepgolf tegemoet.”

Beloftevolle initiatieven

Er zijn veel initiatieven om het vak van leraar aantrekkelijker te maken en het onderwijs zo te organiseren dat een school met minder leraren toe kan. De introductie van de academische pabo is goed voor de onderwijskwaliteit en het imago van het vak; experimenten met unitonderwijs en andere nieuwe onderwijsvormen wijzen uit hoe onderwijsondersteuners, specialisten en ouders de leraar kunnen ondersteunen.
 
Zowel Voion (het Arbeidsmarkt & Opleidingsfonds in het vo, red.) en het Arbeidsmarktplatform PO hebben een stimuleringsregeling die moet leiden tot meer leraren. Ton Groot Zwaaftink, voorzitter van laatstgenoemde organisatie en bestuursvoorzitter van RVKO in Rotterdam (po), zegt dat het nog te vroeg is om successen te meten. “Maar er lopen beloftevolle initiatieven, zoals het Haagse Kleurrijk meesterschap, dat mensen met een migratieachtergrond naar het primair onderwijs trekt, en het POVO-project Rotterdam, waarbij po en vo nauw samenwerken en taken verdelen tussen bovenbouw po en onderbouw vo.” Onder de vlag van Voion breiden bijvoorbeeld tweedegraads leraren hun bevoegdheid uit en worden geschikte statushouders opgeleid tot docent. Daarnaast leggen beide arbeidsmarktfondsen contacten met bedrijven om een personele overstap naar het onderwijs te stimuleren.

Regionale samenwerking

De ministers Van Engelshoven en Slob stuurden in augustus een brief naar de Tweede Kamer met extra acties tegen het lerarentekort. Eén van hun speerpunten is regionale samenwerking. Van der Meer: “Samen kunnen scholen en schoolbesturen personeel werven, campagnes lanceren, hun onderwijs verbeteren, lobbyen bij gemeenten en contracten sluiten met bemiddelingsbureaus.” Groot Zwaaftink: “Als je in plaats van te concurreren de krachten bundelt en samen de problemen tackelt, kun je bijvoorbeeld een regionaal loket starten zodat nieuwe instroom gemakkelijk de weg vindt en pabo’s weten aan welk maatwerk behoefte is.”
 
Met een regionale aanpak kun je inspelen op eigen knelpunten. Zo stappen sommige boventallige s(b)o-leraren niet graag over naar het reguliere po. Kindcentrabestuurder Vos: “Ik hoor ze klagen over grote groepen, in- en uitlopende ouders, de vele administratie en het feit dat ze er alleen voor staan.” Verder hebben scholen met moeilijke leerlingpopulaties in de Randstad meer moeite om vacatures te vullen6. Rotterdam speelt daar op in met een Rotterdams lerarenprofiel. Dat geeft de sollicitant iets stoers: als jij deze specifieke vaardigheden in huis hebt, ben je goed genoeg om bij ons te komen werken.
 
Tussen 2014 en 2016 werden door po-besturen tien Regionale Transfercentra (RTC) opgericht in krimpregio’s. Deze waren vooral bezig met het behoud van werkgelegenheid, mobiliteit en het creëren van vervangingspools. Onderzoeksbureau Ecorys concludeerde na een effectmeting dat hier kansen liggen, mits de RTC’s de focus verleggen naar actuele arbeidsmarktvragen. Groot Zwaaftink: “Er zijn RTC’s die het accent hebben verlegd naar bijvoorbeeld loopbaanbegeleiding en werving van nieuwe instroom. Ze hebben zich bewezen als effectieve structuur dus ik zou zeggen: maak daar alsjeblieft gebruik van.”

Parttimers

De onderwijsministers droegen in hun brief naast regionale samenwerking meer speerpunten aan: strategisch personeelsbeleid, verlaging van het ziekteverzuim en meer uren voor parttimers. Wat veel schoolleiders en schoolbesturen overigens al in de praktijk brengen, blijkt uit peilingen van de AVS en van de PO-Raad (juli 2018). Bijzonder hoogleraar Van der Meer: “Neem de parttimers. Dat zijn er zoveel dat je kunt stellen dat het lerarentekort niet bestaat. Je zou deze mensen kunnen verleiden meer uren te gaan werken door over hun extra werkdag minder inkomstenbelasting te heffen.”
 
Hij ziet ook kansen in het benaderen van mensen die een lerarenopleiding hebben gevolgd, maar niet in het onderwijs werken. “Er zijn ongetwijfeld mensen die wel willen en kunnen, maar nooit gevraagd zijn. Ouders zouden deze onbenutte reserve binnen hun netwerken kunnen benaderen. Het UWV kan niet-werkende leraren actief opsporen.” Ook zouden nieuwe alumni in de pedagogiek en ontwikkelingspsychologie versneld een docentenbevoegdheid moeten kunnen krijgen.
 
Maar de lerarenopleidingen zullen pas volstromen wanneer we een ander beeld van het onderwijs gaan uitstralen. Van der Meer: “We moeten duidelijk maken dat het onderwijs een aantrekkelijke werkomgeving biedt waar je jezelf kunt ontplooien. Waar je plezierig werkt met kinderen en bezig bent met de vraagstukken van deze tijd. Dat verhaal moet worden verteld door schoolbesturen, schoolleiders, leraren en gemeenten.”

Meer sturing

We kampen al jaren met een af en toe aanzwellend lerarentekort. Daartegen zetten we ook al jaren verschillende maatregelen in. De Lerarenagenda 2013-2020 focust op de kwaliteit van de leraar. Dat is voor de lange termijn de beste strategie, vindt Van der Meer. “Kwalitatief goede leraren zijn de beste ambassadeurs voor hun beroep en daarmee de beste remedie tegen kwantitatieve tekorten. De kunst is dus om deze strategische focus op kwaliteit ook in tijden van tekorten vast te houden.”
 
Van der Meer en Vos vinden dat de overheid meer moet sturen om lijn te brengen in alle verschillende initiatieven. Van der Meer: “Een regionale aanpak mag geen excuus zijn voor het uitblijven van landelijk beleid dat geënt is op ervaringen uit de praktijk.” Vos: “Het wemelt van de experimenten, maar er is geen regie. Wat willen we in dit land met het onderwijs? We worden afgeremd door regelgeving en een gebrek aan duidelijk beleid.” Groot Zwaaftink vindt dat de overheid moet faciliteren dat er meer wordt uitgewisseld. “Welke initiatieven zijn er, waar werkt het?”
 
Wat ze alle drie vinden: voor goed onderwijs is meer geld nodig. Groot Zwaaftink: “Willen we aantrekkelijk zijn op de arbeidsmarkt, dan moeten scholen prettige werkplekken zijn waar de werkdruk hanteerbaar is. Met goede beloning en dito arbeidsvoorwaarden.”
  • De Onderwijsraad adviseerde het ministerie van OCW in mei 2018 via een brandbrief een landelijke taskforce lerarentekort in te stellen, omdat de huidige maatregelen versnipperd lijken. De raad komt dit najaar – waarschijnlijk medio november – met een advies over de loopbanen van leraren en kijkt daarin ook hoe opleidings- en arbeidsstructuur structureel kunnen bijdragen aan zowel voldoende als goede leraren.
  • Het expertisecentrum ‘PO voor de regio’ helpt schoolbesturen in het po regionale samenwerking op te zetten als antwoord op een arbeidsmarktvraagstuk in hun regio, zoals de vraag naar vervangers, het lerarentekort of behoefte aan gespecialiseerd personeel: www.povoorderegio.nl
  • Handreiking voor vo-scholen die willen samenwerken op personeelsgebied, van het inrichten van een gezamenlijke vacaturebank tot en met het realiseren van een regionaal mobiliteitscentrum: www.voion.nl/nieuws/regionaal-samenwerken-is-de-moeite-waard
Noten
  1. Op www.arbeidsmarktplatformpo.nl en www.voion.nl staan regionale arbeidsmarktanalyses, ook van de vier grote steden.
  2. Bron: Regionale arbeidsmarktanalyses van Arbeidsmarktplatform PO
  3. Volgens een raming in najaar 2017
  4. Van der Meer bekleedt samen met Frank Cörvers de leerstoel Onderwijsarbeidsmarkt van het CAOP en Tilburg University.
  5. Gemeentebrede aanpak Rotterdam, met onder andere Rotterdams lerarenprofiel: https://onderwijs010.nl/leren-loont
  6. CAOP, ‘Onderwijs aan het werk – 2018. Analyses, feiten en visies over werken in het onderwijs’. Redactie Frank Cörvers en Marc van der Meer, pagina 56.
 
Gepubliceerd op: 29 september 2018

Verschenen in

Thema's

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Jaargids PO (2019-2020) (Met agenda en professionaliseringsaanbod)