Home » Artikelen » Zeker kwart s(b)o-directeuren ziet zelf regelen bso-aansluiting niet zitten

Zeker kwart s(b)o-directeuren ziet zelf regelen bso-aansluiting niet zitten

Respectievelijk 31 en 24 procent van de s(b)o-schoolleiders vindt dat de eventuele wettelijke verplichting voor het regelen van bso-aansluiting bij de opvangorganisatie of gemeente moet liggen. In veel mindere mate acht men de school de aangewezen organisatie daarvoor, wel als het gaat om medeverantwoordelijkheid. Dit blijkt uit een enquête van de AVS.Het ministerie van OCW heeft rond de zomer van 2007 een verkennend onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden voor een wettelijke verplichting in het speciaal (basis)onderwijs. Op basis van de uitkomsten van het rapport is overleg gestart met de diverse betrokken organisaties en is vervolgens onderzoek gedaan naar mogelijkheden van scholen en de wensen van ouders wat betreft opvang in de eigen buurt of bij de school voor speciaal (basis)onderwijs. De resultaten van dit onderzoek worden momenteel besproken met het veld. Op basis hiervan zal worden besloten of er tot een verplichting zal worden over gegaan en zal dit in beleid worden vertaald. Het is nog niet bekend wanneer hierover meer informatie beschikbaar is. Terwijl de media-aandacht zich volop richt(te) op de wachtlijstproblematiek, blijft het dus nog stil rondom bso in het speciaal (basis)onderwijs. Toch zal dit onderwerp op termijn waarschijnlijk weer in de belangstelling komen te staan, gezien de toenemende vermaatschappelijking van de opvoeding en het belang van een kwalitatief goed dagarrangement voor kinderen. De AVS heeft onlangs alvast de mening in het s(b)o gepeild over dit onderwerp via een scholenpanel; een digitale ledenenquête. Ongeveer 124 schoolleiders uit het s(b)o hebben de vragenlijst ingevuld met een gezamenlijke populatie op hun scholen van 23.048 leerlingen. Conclusie: het s(b)o benadrukt de ‘mitsen en maren’ van bso voor hun leerlingdoelgroepen, maar hecht veel belang aan de eigen rol en verantwoordelijkheid in de samenwerking met verschillende partijen. Van ongeveer 5 procent van de leerlingen is bij de geënquêteerde schoolleiders bekend dat ze gebruik maken van bso. Bijna de helft van de bso-gebruikers onder speciaal (basis)onderwijs-leerlingen maakt gebruik van reguliere bso (vaak dichtbij huis). Een derde maakt gebruik van speciale bso. Van geïntegreerde opvangvormen (waar zowel reguliere als speciale opvang plaatsvindt) maakt slechts 3 procent gebruik. Ruim een derde van de schoolleiders geeft aan dat er leerlingen op hun school zijn die geen passende opvang hebben gevonden; eveneens slechts een derde ziet hierin geen probleem. Belemmeringen zien de bevraagde schoolleiders onder andere in het ontbreken van speciaal opgeleid personeel (62 procent) en vervoer (60 procent). Ook verafgelegen opvang scoort hoog (53 procent) als belemmering. Veel s(b)o-scholen hebben een regiofunctie, waardoor dergelijke opvangwensen belemmerd worden. Enkele scholen geven aan dat er momenteel helemaal geen aanbod bestaat voor hun leerlingen. Wachtlijst- en kostenproblematiek scoren beduidend minder negatief.Wettelijke verplichtingAan de AVS leden is ook gevraagd waar een eventuele wettelijke verplichting voor het regelen van bso-aansluiting zou moeten liggen. Opvallend is dat respectievelijk 31 en 24 procent van de deelnemende s(b)o-schoolleiders vindt dat deze bij de opvangorganisatie zelf of de gemeente belegd moet worden. In veel mindere mate acht men de school de aangewezen organisatie daarvoor. Wel heeft elk kind volgens de meeste scholen recht op een bso-plaats en is de school medeverantwoordelijk voor aansluiting. Duidelijk is dat de overheid een sterke randvoorwaardelijke rol moet hebben. Op de inrichting van een centraal toewijzingspunt voor opvang aan s(b)o-kinderen reageert bijna 60 procent positief. Suggesties rondom bso voor kinderen uit het s(b)o zijn: de koppeling met zorginstellingen (zoals Stichting MEE) en samenwerking in het algemeen, ten behoeve van een doorgaande lijn voor kinderen. Ook aan thuisnabijheid, vervoer en specialisaties van opvangleidsters wordt veel belang gehecht. Toch vindt ook een aantal scholen dat er geen rol voor het onderwijs weggelegd is, omdat de schooldagen van deze kinderen al lang genoeg zijn en scholen zelf al genoeg te doen hebben.

Meer informatie: www.minocw.nl/documenten/44986e.pdf (verkennend onderzoek OCW 2007) en www.avs.nl/vereniging/meepraten/scholenpanels.

Gepubliceerd op: 26 juni 2008
Let op!
Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Verschenen in

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

De jaartaak in het primair onderwijs (Nieuwe versie juni 2019)