Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » We zijn niet zo'n alfaland als we dachten

We zijn niet zo'n alfaland als we dachten

Auteur: Jaan van Aken

Alle basisscholen bieden in 2020 structureel Wetenschap & Technologie aan en meer leerlingen in het voortgezet onderwijs kiezen een techniekprofiel. Dat zijn de belangrijkste doelen van het Techniekpact 2020 en de bestuurs- en sectorakkoorden voor po en vo. Betrokkenen bij het pact zijn gematigd positief: “Ik denk dat we het gaan halen.” Maar: “Er moet nog veel gebeuren.”

“Weet je wat dit is?”, André van der Leest, voorzitter van TechniekTalent.nu en projectleider Teqnow bij de Metaalunie, haalt een soort schroef uit een vitrine bij de Metaalunie. “Geen schroef, maar een onderdeel van een kunstheup gemaakt door een 3D-printer”, verklaart hij. In de toekomst krijgt iedereen in toenemende mate met techniek in zijn leven te maken, voorspelt Van der Leest. “Daarom zul je enige technische kennis moeten hebben. Het opbouwen van die kennis begint in het onderwijs. Daarnaast is er een tekort aan technici.” Op termijn ontstaat een jaarlijks tekort van dertigduizend technici, blijkt uit een arbeidsmarktanalyse van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA).

Daarom is in 2013 het Techniekpact 2020 gesloten tussen onderwijs, overheid en het bedrijfsleven, zodat er uiteindelijk meer leerlingen doorstromen naar een bètatechnische studie op mbo, hbo en universitair niveau. Daartoe moeten meer basisscholen Wetenschap en Technologie (W&T) aanbieden, kunnen meer middelbare scholen het keuzevak Natuur, Leven en Technologie opnemen, moeten leraren worden geschoold en de samenwerking met het bedrijfsleven verbeterd, aldus mede-pactondertekenaar Van der Leest en Beatrice Boots, plaatsvervangend directeur van het Platform Bèta Techniek, dat een ondersteunende en faciliterende rol heeft hij bij de uitvoering ervan. In de lift De instroom in techniekopleidingen zit in de lift, blijkt uit een rapportage van het Techniekpact (juni 2015). In tien jaar tijd is het percentage bètatechnische studenten op universiteiten gestegen van 26 naar 35 en in het hbo van 18 naar 22. Het aantal havisten met een bètaprofiel steeg van 30 naar 43 procent, het vwo ging van 52 naar 62 procent. In het vmbo was een afname te zien van 32 naar 27 procent. Boots denkt dat het lange tijd niet zo’n issue was dat de overheid meer techniekleerlingen wilde. “Er is op gewezen dat scholen in andere landen wel de techniektalenten van hun leerlingen ontplooiden. Talentontplooiing zien leraren wel als hun taak”, denkt ze.

Het uiteindelijke doel is dat 40 procent van de afgestudeerden (van vmbo tot wo) een bètatechnisch diploma heeft. Om de doelstellingen uit het Techniekpact te halen, is er nog flink werk aan de winkel voor het primair en voortgezet onderwijs, vinden Van der Leest en Boots. Ook de helft van de leerkrachten in het po vindt dat er onvoldoende aandacht is voor W&T en volgens ruim een kwart geldt dat ook voor de eigen school. Het wordt vaak als ingewikkeld gezien en dat werpt drempels op. Dat blijkt uit een recente peiling van TNS NIPO onder vijfhonderd leerkrachten. Boots schat dat nu 10 á 20 procent van de basisscholen wetenschap- en technologieonderwijs geeft. Zijn scholen genoeg doordrongen van verplichting naar 100 procent in 2020, dat kabinetsbeleid is? Boots: “Het staat ook in het beleidsplan van de PO-Raad, hoe goed kennen de scholen hun eigen beleidsplan?” Van der Leest: “Het is hoog tijd een alarmbel te laten rinkelen. Want er gebeurt nog veel te weinig, de goedwillende scholen niet te na gesproken.”

Obstakels
Tijd is een obstakel merkt Boots. “Scholen hebben het gevoel dat er iets nieuws bij komt. Dat hoeft niet. Je kunt W&T heel goed in de creatieve vakken en wereldoriëntatie verwerken.” Het hoge percentage vrouwelijke leerkrachten in het primair onderwijs is deel van het probleem, stelt Van der Leest. “Vrouwen zijn meestal geneigd ‘talige’ activiteiten te ondernemen, terwijl ze meer aan het ‘doenerige’ zouden moeten toekomen.” Boots vult aan: “Onbekend maakt onbemind. Deze vrouwen hebben de bètavakken al jong laten vallen, waardoor techniek niet bovenaan hun kennislijstje staat. Daarom moeten pabo’s meer aan W&T in de opleiding doen en zittende leerkrachten kun je bijscholen.” Een andere mogelijkheid is samenwerking met het bedrijfsleven. “Waar dat gebeurt, loopt het goed. Nu zijn het tachtig, negentig bedrijven voor zo’n tweehonderd vo-scholen via het bedrijvennetwerk van Jet-Net (Platform Bèta Techniek). Er zijn ook basisscholen en meer middelbare scholen die willen samenwerken via de Tech- Net-kringen van TechniekTalent.nu en Jet-Net (junior), maar er zijn nog niet genoeg bedrijven. Ook moet het bedrijfsleven leerlingen de beroepsmogelijkheden laten zien, want een deel van hen heeft geen beeld van technische banen”, weet Boots. Het bedrijfsleven moet daarin stappen zetten, stelt Van der Leest. “Ze moeten er niet op gericht zijn dat ze volgende week een bepaald soort technische werknemers nodig hebben, maar aan de lange termijn denken en hun beste medewerkers scholen laten bezoeken.”

Structureel inbedden
Om scholen in de techniekflow te krijgen, moeten besturen hun verantwoordelijkheid nemen stelt Boots. “Ze krijgen middelen voor professionalisering van leraren en voor lespakketten. Er wordt geïnvesteerd in technieklokalen en het opleiden van docenten.” Het is essentieel dat scholen W&T structureel in het curriculum inbedden. Eerdere initiatieven als Technika 10 voor meiden en Techniek Torens waren niet voldoende om een structurele verandering te bereiken, erkent Boots. “Dat waren leuke, op zichzelf staande projecten, maar dat heeft geen zin als het geen vervolg in de school krijgt. Daarom is het zo belangrijk W&T te verankeren in het curriculum”, verklaart ze. “Laat het in het basisonderwijs geen apart vak zijn, maar biedt het aan bij creatieve vakken bijvoorbeeld. Daar kun je 21e eeuwse vaardigheden bij betrekken, maar dat is geen doel op zich. Programmeren en coderen dat het Codepact (geïnitieerd door de StartupDelta met Neelie Kroes) stimuleert, is voor mij onderdeel van W&T. Na een jaar gaat dit programma op in het Techniekpact”, vertelt Boots. Hoe scholen W&T vormgeven mogen ze zelf weten, benadrukt ze. “Kijk wat bij je past. De ene vo-school heeft een goede eerstegraads bètadocent en de ander goede contacten met een universiteit of het bedrijfsleven.” Via het digitaal techniekloket Techniekonderwijs.nl is veel aanbod van good practices, lesmateriaal en ondersteuning. “Nemo en Naturalis hebben een lespakket, NTR/Teleac bieden veel programma’s over techniek en Tata Steel heeft twee technieklokalen ingericht voor scholieren”, weet Boots. Van der Leest vindt dat leerlingen opdrachten moeten krijgen waarmee ze onderzoekend en ontdekkend gaan leren. “Bij de Junior Vakkanjers, leerlingen van 13 á 14 jaar, krijgen ze bijvoorbeeld de instructie: maak een amfibievoertuig met vier wielen en een motor. Dan blijken leerlingen te kunnen schetsen, ze snappen dat er wieltjes onder moeten zitten en dat hij moet blijven drijven. Bij een Technasium-wedstrijd bedenken leerlingen oplossingen om bijvoorbeeld de brandveiligheid in huis te vergroten. Er zaten twee, drie ideeën bij die de brandweer verder gaat ontwikkelen. Door uitdagende opdrachten zijn leerlingen zeer gemotiveerd en doe je een beroep op al hun talenten.”

Schoolleiders hebben een belangrijke faciliterende rol bij het inbedden van techniekonderwijs. Boots: “Zorg dat er een professionaliseringsplan komt voor zittende leraren en stel tijd voor scholing beschikbaar. Bij het aannamebeleid kun je een in techniek gespecialiseerde docent kiezen. Een school kan zich onderscheiden met een techniekprofiel, helaas doen dat er nog maar weinig.” Van der Leest vult aan: “Het is belangrijk dat een schoolleider techniekcoaches bij het onderwijs betrekt en de verbinding met het bedrijfsleven tot stand brengt. En het is belangrijk met het hele team het idee te krijgen dat je met techniek aan de slag wil. Je moet er samen voor gaan en het uiteindelijk zelf doen.”

Der Meister
De instroom bij de techniekopleidingen zal de positieve trend vasthouden, verwachten Boots en Van der Leest. “De trend zal doorzetten, als we die koppelen aan de vraagkant. Binnen vijf tot tien jaar wordt van een vakman niet alleen verwacht dat hij zijn vak goed beheerst, maar vraagt het ook om kennis van ict, communicatie, creativiteit en ondernemerschap”, denkt Van der Leest. Op die manier komen we meer richting Duitsland, waar de keuze voor bèta veel gebruikelijker is. “In Duitsland staat der Meister, de vakman, met een diploma hoog in aanzien”, zegt Van der Leest. Boots constateert dat het onderwijs zich achter de doelstellingen uit het Techniekpact heeft geschaard. “Ik denk dat we die gaan halen, we zijn niet zo’n alfaland als we dachten. Techniek was helemaal niet zo hip, maar door de crisis zijn er een hoop banen verdwenen. En door de benoeming van topsectoren, wat bijna allemaal bètatechnische thema’s zijn, vinden jongeren een technische loopbaan een stuk interessanter.”

Meer weten?
Techniekpact.nl
Techniektalent.nu
Platformbetatechniek.nl/programmas
Techniekonderwijs.nl
Codepact.org

Gepubliceerd op: 5 november 2015

Verschenen in

Doelgroep(en)

Primair onderwijs, Voortgezet onderwijs

 

Deel dit artikel

Goed onderwijs, goede MR (7e herziene uitgave september 2018)