Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » ‘We zijn geen onderwijsmuseum’
Zo kan het ook - Good practice

‘We zijn geen onderwijsmuseum’

Auteur: Vanja de Groot

Scholen voor funderend onderwijs lopen vaak tegen dezelfde uitdagingen aan. De aanpak kan bijzonder zijn en voor meerdere scholen nuttig. Deze maand in Zo kan het ook!: Dalton Sterrenschool De Vliegenier hanteert flexibele onderwijstijden. Ouders bepalen zelf de vakanties en vrije dagen van hun kind.

Dalton Sterrenschool De Vliegenier nam in 2012 zijn intrek in een nieuw multifunctioneel centrum in de jonge Apeldoornse wijk Zuidbroek. Samen met drie andere scholen, zorgverleners, gymzalen, een zwembad, winkels, appartementen, een restaurant en de kinderopvangorganisatie. “Omdat er op verschillende momenten verschillende kinderen in het gebouw aanwezig zijn, konden we er bijna niet omheen om daarop in te spelen met flexibele onderwijstijden. We wilden geen ‘onderwijsmuseum’ beginnen”, zegt directeur Tom van den Bosch. “Het past bij deze tijd om rekening te houden met ouders die beiden werken. Ook lenen de principes van het daltononderwijsop-maat zich goed voor gepersonaliseerd leren en zag het schoolbestuur graag een vernieuwend concept.” De keuze voor het Sterrenschoolconcept, waarvan werken met flexibele onderwijstijden een van de kenmerken is, was dan ook snel gemaakt. De Vliegenier is het hele jaar open – afgezien van twee weken kerstvakantie – en werkt met een continurooster. Ouders kunnen aansluiten bij de standaardvakanties in de regio of kiezen voor het flexpakket: in overleg met de school een eigen vakantie-indeling maken die past bij het gezin. Door het continurooster krijgen de kinderen meer les dan wettelijk noodzakelijk en ontstaat ruimte voor studiedagen (verplicht verlof ) én compensatiedagen. “Die laatste kunnen ouders gebruiken om eens onverwacht een dagje weg te gaan met (een van) hun kinderen. Bijvoorbeeld op de eerste mooie lentedag.” Continuïteit in het ontwikkelingsproces van het kind is voor ons de belangrijkste leidraad, schetst Van den Bosch de spelregels. “Het verlof moet op een redelijke manier gespreid worden over het schooljaar, zodat er een goede balans ontstaat tussen onderwijs en vrije tijd.” Ongeveer de helft van de ouders maakt gebruik van het flexpakket. “Kinderen weten niet beter dan dat hun groepsgenootjes soms even weg zijn. Ook leraren kunnen – binnen grenzen – buiten het seizoen op vakantie.” Omdat De Vliegenier werkt in niveaugroepen met individuele leerlijnen, ontstaan er door onregelmatige afwezigheid geen onderwijshiaten. “Voorwaarde is dat je je onderwijs anders organiseert. Het gebruik van iPads en e-learning helpt daarbij. En uiteraard daltonprincipes als zelfstandig werken, samenwerkend leren en verantwoordelijkheid nemen voor je eigen leerproces.” Het implementeren van flexibele onderwijstijd vergt een goede voorbereiding, die tijd kost. Van den Bosch: “Ik noem een andere visie op leren, een aangepast functiebouwwerk, flexibele medewerkers en een andere opvatting over de rol van onderwijspersoneel. Je moet het willen en kunnen.” Personeelsleden van het eerste uur kregen bij de overgang naar het Sterrenschoolconcept dan ook een ‘Ja-ik-wil-moment’ voorgelegd. “Nieuwe teamleden weten waarop ze solliciteren.” Zonder steun van zijn schoolbestuur zou de schoolleider de formatie voor vijftig weken onderwijs per jaar niet rond krijgen. “Het twee keer per jaar registreren, goedkeuren en vaststellen van de flexpakketten is veel werk, vooral in het begin. Evenals het regelen van de personeelsbezetting tijdens de reguliere schoolvakanties en het bijhouden van verlof(kaarten) van het team.” De Vliegenier heeft een administratief medewerker/conciërge in dienst, die ook de vragen van ouders hierover beantwoord. De officiële pilot met flexibele onderwijstijden is inmiddels afgelopen, maar Van den Bosch hoopt op groen licht voor alle scholen. “Het vereist wel een aangepast voorzieningenplaatje vanuit de politiek, zowel financieel als formatief. Hier past geen jaren vijftig kruideniersmentaliteit bij.” De verschillen tussen de sectoren onderwijs en kinderopvang maken het ook niet makkelijker. “Je moet één team kunnen vormen met de opvangorganisatie. Met combifunctionarissen die daadwerkelijk zorgen voor één pedagogisch klimaat.” De Tweede Kamer nam in december 2015 een motie aan om binnen een half jaar met concrete voorstellen te komen om vanuit één organisatie opvang en onderwijs te bieden.

Ook een creatieve aanpak op uw school? Mail naar communicatie@avs.nl o.v.v. ‘Zo kan het ook’

Gepubliceerd op: 10 januari 2016

Verschenen in

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Naar andere schooltijden, en dan? (Herziene versie september 2018)