Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » Weinig verrassingen en schijnbare investeringen
Onderwijsbegroting 2014

Weinig verrassingen en schijnbare investeringen

De Onderwijsbegroting voor 2014 bevat weinig echte verrassingen, vindt AVS-voorzitter Ton Duif. “Zoals altijd weer lijkt het er op dat er wordt geïnvesteerd, maar die investeringen worden pas aan het eind van de kabinetsperiode gedaan, terwijl aangekondigde ‘ombuigingen’ gewoon doorgaan.” Volgens het ministerie van OCW wordt het onderwijs in 2014 ontzien. “Naast de € 689 miljoen die vrijkomt met het Nationaal Onderwijsakkoord, wordt ook de prijsbijstelling (€ 204 miljoen) voor het onderwijs in 2014 uitgekeerd om de gevolgen van de inflatie op te vangen. Deze was eerder ingeboekt als OCW-bijdrage aan de bezuinigingen van € 6 miljard.”

Om het overheidstekort te drukken legt de regering extra maatregelen voor van in totaal 6 miljard euro. In 2014 zal de regering voor het laatst geen loonbijstelling uitkeren. De nullijn blijft in 2014 dus gehandhaafd, maar er zouden mogelijkheden zijn om die te beëindigen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de premie verlaging van het ABP omdat door het pensioenakkoord de pensioenleeftijd naar 67 gaat en er een lagere pensioenopbouw is afgesproken. Dat geeft een positief netto effect op het loonstrookje maar is in feite een sigaar uit eigen doos. Het lijkt erop dat de nullijn het jaar daarna wordt beëindigd: “Het kabinet (zal) in 2015 de loonbijstelling wel uitkeren, in lijn met de normale referentiesystematiek” klinkt het in het jargon. Om zoveel mogelijk mensen aan het werk te houden en te krijgen, stelt de regering 600 miljoen euro beschikbaar. Zoals afgesproken in het Sociaal Akkoord, komen werkgevers en werknemers hiervoor met sectorplannen. Het Nationaal Onderwijsakkoord beoogt 3.000 extra banen te creëren om jonge leraren in het basis- en voortgezet onderwijs aan het werk te helpen of te houden. De regering zal - samen met pensioenfondsen, verzekeraars en banken - een Nederlandse investeringsinstelling oprichten. Het doel van deze instelling is grote beleggers te koppelen aan geschikte investeringsprojecten op terreinen als schoolgebouwen, zorg, energie en infrastructuur, om zo de economie te stimuleren.

Hieronder een greep uit enkele (andere) onderdelen van de Onderwijsbegroting:

Passend onderwijs
Op 1 augustus 2014 wordt Passend onderwijs ingevoerd. Vanaf dat moment worden de samenwerkingsverbanden Passend onderwijs verantwoordelijk voor het beleid voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben (vast te leggen in een ondersteuningsplan), de verdeling van de bijbehorende middelen en de toelaatbaarheid tot het speciaal (basis)onderwijs. De leerlinggebonden financiering wordt per 1 augustus 2014 afgeschaft: er kan geen gebruik meer worden gemaakt van het zogeheten rugzakje. In het kader van Passend onderwijs besluiten uiteindelijk de samenwerkingsverbanden (clusters 3 en 4) over de plaatsing van leerlingen op het (v)so.

Lerarenagenda
Vóór 5 oktober 2013 brengt minister Bussemaker de lerarenagenda voor de komende jaren uit. In deze agenda worden ruimte en middelen voor scholing, de kwaliteit van de opleidingen, peer review en modernisering van de arbeidsvoorwaarden belangrijke pijlers, om zo bij te dragen aan de verbeterprocessen in de scholen.

Godsdienstonderwijs en humanistische vorming
De structurele rijkssubsidie voor godsdienstig en humanistisch vormingsonderwijs (g/hvo) in de openbare scholen blijft bestaan (€ 10 miljoen structureel vanaf 2014).

Uitgaven per vo-leerling (afschaffen lesmateriaal)
Per 2015 dalen de uitgaven per leerling aanzienlijk in het voortgezet onderwijs. De belangrijkste oorzaak hiervoor is het afschaffen van het gratis lesmateriaal (€ 300 per leerling). Als rekening wordt gehouden met het feit dat hier sprake is van een verschuiving van de financiering door OCW naar de ouders (dus geen nadeel voor de scholen), is de daling ingaande 2015 aanmerkelijk kleiner, aldus het ministerie.

Beloning LeerKracht lumpsum
De investeringen in beloning van het onderwijspersoneel, voorvloeiend uit de convenanten LeerKracht van Nederland worden doorgezet. In totaal is in 2014 € 611 miljoen aan beloningsmaatregelen beschikbaar dat aan de lumpsum van de instellingen
voor po, vo, mbo en ho wordt toegevoegd. Dit bedrag is naar de onderwijssectoren overgeboekt.

Functiemix vo/Salarismix mbo Randstadregio’s
In de sectoren vo en mbo zijn aanvullend op de in de lumpsum op te nemen beloningsmaatregelen afspraken gemaakt over de versterking van de functie-/salarismix in de zogenaamde Randstadregio’s. Hier kennen scholen een grotere beloningsachterstand ten opzichte van de marktsector, een grotere arbeidsmarktproblematiek en (een optelsom van) grootstedelijke problemen. De middelen worden op grond van een ministeriële regeling in aanvulling op de lumpsum verstrekt aan instellingen in deze regio’s.

Prestatiebox
Voor de verdere verbetering van de professionele kwaliteit van leraren en schoolleiders in het po, vo en mbo zijn eerder tot en met 2015 jaarlijks extra middelen ter beschikking gesteld. De middelen, die al voor professionalisering aan de prestatiebox in het voortgezet onderwijs waren toegevoegd in 2013 tot en met 2015, zijn verhoogd met € 18 miljoen. Het gaat voor de hele sector voortgezet onderwijs om een bedrag van € 148 miljoen in 2013, € 150 miljoen in 2014 en € 151 miljoen in 2015.

Projecten professionalisering
Ten behoeve van de begeleiding/ondersteuning van de instellingen voor po, vo en mbo bij de professionalisering van hun onderwijspersoneel en de borging ervan worden aan School aan Zet en MBO Diensten subsidies verstrekt. Daarnaast zijn voor de bouw, het onderhoud en het beheer van het Leraren- en schoolleidersregister middelen beschikbaar. In 2017 moet gewaarborgd zijn dat iedere onderwijsgevende gekwalificeerd en bevoegd is. Dan moeten alle leraren in het register opgenomen zijn.

Lerarenbeurs/zij-instroom
Voor 2014 worden aanvullende maatregelen voorbereid om de beurs te stimuleren. In 2014 is minimaal € 34 miljoen beschikbaar voor nieuwe beurzen, waarmee aan ruim 4.500 leraren een beurs kan worden toegekend. De zij-instroom voorziet in een subsidie voor de opleiding en begeleiding van onbevoegde zij-instromers in het po, vo en mbo. Het reguliere budget in 2014 bedraagt € 8 miljoen, waarmee voor 400 personen een zij-instroomtraject bekostigd kan worden.

Promotiebeurs voor leraren
Leraren in het po, vo, mbo en ho worden in staat gesteld om onderzoek te verrichten dat uitmondt in een proefschrift. De leraren krijgen, met behoud van salaris, vier jaar lang twee dagen per week vrij om te werken aan onderzoek. De eerste tranche promotiebeurs (aanvragen 2011 tot en met 2014) beloopt in totaal een bedrag van € 35 miljoen, waarmee aan circa 250 leraren een beurs kan worden toegekend. Vanaf 2015 kan jaarlijks aan 67 leraren een beurs worden verstrekt.

Versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen
Om de samenwerking tussen lerarenopleidingen en scholen te verbeteren zijn 55 opleidingsscholen (samenwerkingsverbanden van één of meer lerarenopleidingen met één of meer scholen voor po, vo en mbo) erkend. Zij ontvangen jaarlijks bekostiging om gezamenlijk leraren op de werkplek op te leiden. De subsidie staat open voor de bestaande 55 opleidingsscholen en voor een beperkt aantal nieuwe samenwerkingsverbanden.

Verankering academische opleidingsschool
Voor de verdere ontwikkeling en verankering van de academische opleidingsschool ontvangen 35 projecten in de periode 2012–2016 een afzonderlijke aanvullende subsidie. Na afloop hiervan is het de bedoeling deze te integreren in de aanvullende bekostigingsregeling ‘Tegemoetkoming kosten opleidingsscholen’.

Impuls lerarentekorten vo en wetenschap en techniek pabo
Het betreft de inzet van maatregelen ten aanzien van de middelen van € 100 miljoen voor de periode 2013 tot en met 2016 uit het Regeerakkoord. De maatregelen zijn gericht op twee afzonderlijke thema’s:
1. Het sneller herkennen van bètatalent op de basisschool (beter borgen wetenschap en techniek in kennisbasis/curriculum primair onderwijs en pabo’s);
2. Het vergroten van het aantal universitair opgeleide leraren in het voortgezet onderwijs, in het bijzonder leraren bètavakken en talen, om daarmee het voorspelde lerarentekort af te wenden (educatieve minor, trajecten voor zij-instromers, Eerst de Klas en versterken verbinding scholen/bedrijven door stages en gastlessen).

G.O.- en vakbondsfaciliteiten po
Het bedrag voor de G.O.- en vakbondsfaciliteiten wordt, via de Stichting Financiering Structureel Vakbondsverlof Onderwijs (SFSVO), aan de scholen voor po beschikbaar gesteld voor de vergoeding van de kosten van vervanging van onderwijspersoneel, dat buitengewoon verlof is verleend voor deelname aan georganiseerd overleg en voor het verrichten van overige vakbondswerkzaamheden. De faciliteiten voor de sector po zullen op termijn, gelijk aan die voor de overige sectoren, worden opgenomen in de lumpsum van de instellingen.

Caribisch Nederland
Het betreft een subsidie (tot en met 2015) om ervoor te zorgen dat in Caribisch Nederland activiteiten worden ondernomen om de kwaliteit van de leraren te verhogen en dat ze uiterlijk 1 augustus 2016 aan dezelfde eisen voldoen als hun collega’s in Europees Nederland op het terrein van bevoegdheid en bekwaamheid.

Commentaar AVS
De Onderwijsbegroting voor 2014 bevat weinig echte verrassingen. Zoals altijd weer lijkt het er op dat er wordt geïnvesteerd, maar die investeringen worden pas aan het eind van de kabinetsperiode gedaan, terwijl aangekondigde ‘ombuigingen’ gewoon doorgaan. Veel prestatie-indicatoren in de begroting lijken ons weinig realistisch. In de Stichting van het Onderwijs is overeenstemming bereikt over het onderwijsakkoord. In het regeerakkoord van de huidige regeringscoalitie was vastgelegd dat de sector onder voorwaarden 340 miljoen kon krijgen als er afspraken zouden worden gemaakt over een NOA. De AVS (AC) is (nog) niet in de Stichting van het onderwijs vertegenwoordigd en draagt geen verantwoordelijkheid voor dit akkoord.

Kanttekeningen NOA
Hoewel de tekst sympathieke uitgangspunten bevat, kunnen wij niet instemmen met het akkoord en wel om de volgende redenen:
• In het akkoord wordt de huidige BAPO-regeling afgeschaft. Er komt een nieuwe seniorenregeling voor terug. De AVS is al lang van mening dat de huidige
BAPO-regeling aan herziening toe is. Zeker de ‘kleine BAPO’ is ons al lang een doorn in het oog. De Ledenraad van de AVS heeft zich hier ook voor uitgesproken. Je kunt echter niet akkoord gaan met afschaffing van de huidige BAPO-regeling vóór er zicht is hoe die nieuwe seniorenregeling er dan uit zal zien.  Je gooit geen oude schoenen weg alvorens je nieuwe schoenen hebt gekocht, luidt het spreekwoord. Op deze wijze kan er een situatie ontstaan dat werkgevers en werknemers het niet eens worden en de BAPO-regeling zelf al is verdwenen. Daarmee verliezen werknemers elke onderhandelingspositie.
• Er is volstrekte onduidelijkheid over hoe er met de nullijn wordt omgegaan. Door het onlangs bereikte pensioenakkoord (zie de AVS site) komen gelden beschikbaar, omdat de pensioenpremie daalt. De pensioenleeftijd wordt immers opgerekt van 65 naar 67 jaar en het opbouwpercentage gaat omlaag. Deze middelen hebben al een onderwijsbestemming en worden voor 30 procent door de werknemers opgehoest en voor 70 procent door de werkgevers.
Als met dit geld de nullijn wordt opgeheven blijft het een sigaar uit eigen doos. Het komt immers ter beschikking door een versobering van de pensioenregeling. Uit de onderwijsbegroting blijkt dat de nullijn voor 2015 waarschijnlijk wordt opgeheven. Dat zou betekenen dat de sector PO tegen die tijd meer dan vijf jaar op de nullijn zou
staan en de VO-sector vier jaar. Dat is onverteerbaar.
• Blij zijn we met de maatregel om 3000 jonge docenten aan het werk te houden. Maar uit het NOA blijkt dat dit bedrag in 2015 en 2016 weer wordt wegbezuinigd. Dat is
niet investeren, maar uitlenen. Minder positief zijn we, omdat het akkoord weinig zekerheid biedt dat de bekostiging van het Nederlands onderwijs eindelijk op een
kostendekkend niveau komt. Te veel besturen en scholen kampen met ernstige financiële problemen.

De Onderwijsbegroting 2014 is te downloaden via de AVS-website.
Het definitieve Nationaal Onderwijsakkoord staat op www.avs.nl.

Downloads en links
Gepubliceerd op: 17 september 2013
Let op!
Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Jaargids PO (2019-2020) (Met agenda en professionaliseringsaanbod)