Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » Weg met de schotten tussen onderwijs en zorg
Twee ‘stronteigenwijze’ beroepsgroepen, één belang

Weg met de schotten tussen onderwijs en zorg

Auteur: Larissa Pans
Sbo De Watertuin, Almere
 
De jeugdhulpmedewerker is voor leerlingen gewoon juf Sandra
 
In Almere werken jeugdhulp en onderwijs intensief samen. Sbo-school De Watertuin (320 leerlingen) is bestemd voor kinderen die vastlopen in het onderwijs op een reguliere basisschool. Extra zorgvoorzieningen zoals logopedie en fysiotherapie zijn in de school aanwezig. De Watertuin heeft   de jeugdhulp met een intensieve samenwerking in school gehaald: het Onderwijs Jeugdhulp Arrangement (OJA). Schoolleider Karin Aarden: “Is
er een probleem, dan hoef je als ouder niet met je kind naar het wijkteam of jeugdzorg, maar kun je gewoon de school binnenlopen.” Alle vormen van preventie en hulp komen samen, zowel organisatorisch als financieel. Toen deze samenwerking in 2015 begon, waren in verschillende media enthousiasmerende interviews met schoolleider Aarden te lezen. Inmiddels heeft bij alle betrokkenen een realitycheck plaatsgevonden – ook bij Aarden. “Ik ben nog steeds enthousiast over de verregaande samenwerking die in Almere is afgesproken tussen de scholen van het samenwer- kingsverband voor Passend onderwijs, de gemeente en jeugdzorg. De jeugdhulpmedewerker is voor leerlingen gewoon juf Sandra. De mensen van jeugdzorg zijn volwaardige medewerkers van de school, gaan mee op schoolreisje en lopen de klas in en uit. We vertrouwen elkaar blind, bij ons geen schot tussen onderwijs en zorg. Maar steeds wanneer bij gemeente of jeugdzorg nieuwe mensen worden aangenomen, moeten we opnieuw uitleggen waar het om begonnen is.”
 
Gezamenlijke taal
Aarden onderschatte de samenwerking tussen de twee – volgens haar ’stronteigenwijze’ – beroepsgroepen onderwijs en zorg. “Ook al stellen we allemaal het belang van het kind voorop, we keken naar onze leerlingen vanuit verschillende perspectieven. Onderwijsmensen zijn gericht op de groep en het collectieve belang, zorgmedewerkers op het individuele belang. Dat betekende soms onenigheid over de juiste aanpak. We moesten een gezamenlijke taal ontwikkelen.” Dit lukte doordat onderwijs- en zorgmensen zich dezelfde nieuw ingevoerde methodiek eigen maakten – Schoolwide Positive Behavior Support – en daarmee dezelfde terminologie. Zo werd het makkelijker gezamenlijk het gedrag van leerlingen te duiden en passende interventies te bepalen.
Trots schetst Aarden het resultaat anno 2019: minder schooluitval, laagdrempeliger zorg en een harmonieuzere sfeer in de school. De voordelen van ‘haar’ model wegen nog altijd zwaarder dan de nadelen. “We kunnen snel handelen zonder eerst allemaal aanvragen te moeten invullen voor een verwijzing. Dat is echt winst. Ik zou andere scholen ons model absoluut aanraden.” Het grootste nadeel? “De bestuurlijke drukte. Iedereen vindt wel ergens wat van. Ik moet permanent vertellen welke meerwaarde de samenwerking heeft.”
 
 
Kbs De Vuurvlinder, Veenendaal
 
Veel aparte kamertjes als voorwaarde
 
“Je moet er het gebouw voor hebben”, zegt schoolleider Wil Fritz over Passend onderwijs. De Vuurvlinder is een reguliere school met 350  kinderen, verdeeld over twee locaties. De populatie is zeer gemêleerd en telt een flink aantal zorgleerlingen, waaronder drie met het syndroom van Down. Eén locatie van De Vuurvlinder zit in het gebouw van een voormalige speciale school. Een geluk: “Daarin zijn van oudsher al veel  aparte kamertjes. Dat is bijna een voorwaarde als je een fiks aantal zorgleerlingen hebt die toch regelmatig een-op-een begeleiding nodig heb-   ben.” De andere locatie mist dat. “Daar zitten onze zorgleerlingen overal: de directiekamer, de teamkamer, wat er maar even leeg staat.” Fritz       wil De Vuurvlinder graag huisvesten in een integraal kindcentrum. Daarvoor moet een gloednieuw gebouw verrijzen in Veenendaal: een grote ruimte met plek voor kamertjes om kinderen even apart te nemen en om samen te werken met verschillende instanties. Fritz: “Ik kijk echt uit naar het nieuwe gebouw. Er komen twee andere scholen bij en een kinderopvang. In de zomer van 2020 moet het er staan. Het is een ambitieuze planning.”
 
Chemie in de klas
Voldoende menskracht en expertise acht Fritz een tweede voorwaarde om Passend onderwijs te kunnen bieden. Hij is wat dat betreft tevreden over het samenwerkingsverband Rijn- en Gelderse Vallei. “Het is goed georganiseerd en ze geven relatief veel geld uit aan zorg. Als er nood is, lukt snel handelen meestal wel. Je klopt pas aan de deur als het hevig is. Vooral intern begeleiders zijn druk met de zorgleerlingen. En ik ben als schoolleider veel tijd kwijt met het invullen van aanvraagformulieren. Voor de leerkracht voor de klas is het wel een verzwaring. Hoewel dat ook te maken heeft met de chemie in een klas: in een fijne, rustige klas kunnen prima een paar zorgleerlingen geplaatst worden, maar er zijn ook groepen waar je er  geen één bij kan hebben.”
 
 
Ikc-in-oprichting Spoorbuurt, Anna Paulowna
 
Op naar meer regionale samenwerking


Een bureaucratische kloof tussen onderwijs en zorg. Dat is volgens Spoorbuurt-schoolleider Dennis Burger nu nog de praktijk. “We  maken aparte facturen voor onderwijsassistenten die we bij onderwijs en zorg inzetten. Dat moet over een tijdje gestroomlijnder gaan.” Ook de lap- pendeken aan regelingen en zorgcontracten valt tegen. “Wij vallen met tien andere schoolbesturen onder het samenwerkingsverband Kop van Noord-Holland. We liggen geografisch dichtbij elkaar, maar elke gemeente regelt de zorg in het onderwijs anders en met eigen zorgpartijen.” Inmiddels loopt de samenwerking beter, er zijn afspraken gemaakt over transparanter werken en eigenaarschap. Ook wordt kritisch bekeken hoe   het samenwerkingsverband het onderwijs organiseert en financiert.
Het gezamenlijke pedagogische beleid op de school krijgt al vorm, ziet Burger: “Van schoolleider tot conciërge, we hebben allemaal dezelfde training gevolgd en weten wat de aanpak is.” Gemiddeld telt elke klas drie zorgleerlingen met een stoornis als dyscalculie of autisme. Zij wor-  den besproken in een gezamenlijk ondersteuningsteamoverleg. “Dan zitten we aan tafel met de pedagogisch medewerker, de school, de ambu- lante zorg en de ouder. Voor je iedereen bij elkaar hebt, heb je al heel wat afstemmingsproblemen moeten overwinnen.”
 
Lastige kleuter
De impact van Passend onderwijs op leerkracht en leerlingen kan groot zijn. “We zijn terughoudend in het doorverwijzen naar het speciaal onderwijs. Maar soms speelt wel de vraag: is het nog eerlijk om deze leerling te handhaven, ook tegenover de 25 andere leerlingen in de klas? Zolang de problemen cognitief zijn, kunnen we veel. Maar gedragsproblemen zijn lastiger. Die hebben veel invloed op de leerkracht en de dyna- miek in de klas. Je moet oppassen dat je als school niet steeds je grenzen verlegt. De rek is er in sommige groepen echt uit.” Burger hoopt dat hij  met collega-IKC’s in omringende dorpen tot samenwerking kan komen. “Het zou mooi zijn als we bij zorgleerlingen uit onze regio gezamenlijk kunnen kijken waar ze het beste passen. Welke school kan dit leerlingprofiel bedienen, wie heeft deze specifieke expertise in huis?” Het zal nog    wel een paar jaar duren voor het IKC gezamenlijke inschrijfformulieren heeft en zorgpartijen die in de school zitten, verwacht hij. “De grootste voordelen van een IKC zijn de integrale samenwerking en het vroegtijdige in kaart brengen van de zorg,” zegt Burger. “Zodat we bij een lastige kleuter gezamenlijk kunnen kijken: is dit normaal druk opgroeigedrag of iets anders?”
Gepubliceerd op: 1 september 2019

Verschenen in

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Zicht op pensioen (Herziene versie maart 2018)