Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » ‘Vragen stellen waar de leraar geen antwoord op weet’

‘Vragen stellen waar de leraar geen antwoord op weet’

Auteur: Susan de Boer

Schoolleiders, bestuurders en leraren zien zich door onderzoekend en ontwerpend leren – dat techniekonderwijs met zich meebrengt – vaak geconfronteerd met een andere manier van werken. Steeds meer scholen in het primair en voortgezet onderwijs geven daadwerkelijk handen en voeten aan vernieuwende bètadidactiek. Een kijkje in de praktijk.

“Het gaat erom dat we de nieuwsgierigheid prikkelen. We willen toe naar een onderzoekende en ontwerpende leerhouding, en het is steeds de vraag hoe je dat vertaalt naar het onderwijs”, vertelt bestuursvoorzitter Yvon Prince van het Limburgse schoolbestuur Stichting Kindante. Het bestuur is in 2013 gestart met de pilot STEM Kindante. STEM staat voor Science, Technology, Engineering, Mathematics. Doel hiervan was om wetenschap en technologie in te zetten in het onderwijs om de nieuwsgierige leerhouding van kinderen en leerkrachten te stimuleren. Aan de opvolger, STEM II, nemen naast Kindante zes andere schoolbesturen deel. Op dit moment wordt het project op 39 scholen voor basis- en speciaal onderwijs uitgevoerd. Het is erop gericht STEM-onderwijs binnen vier jaar een geïntegreerde plek te geven in de scholen.

Eigenaar
voelen Het project wordt in fasen uitgevoerd. In schooljaar 2014/2015 werden op de scholen de lessen wetenschap en technologie voornamelijk verzorgd door externe lesaanbieders, zodat leerkrachten konden ervaren hoe W&T-lessen eruit zouden kunnen zien. Dit schooljaar gaan leraren met die inzichten zelf aan de slag. “We zien variëteit in de lessen en verschillen in aanpak ontstaan”, vertelt Prince. “Dat is goed, dat betekent dat scholen zich eigenaar voelen.” Projectleider Fons Vossen vult aan: “Eén van de gevolgen van het zich eigenaar voelen is dat er meer ruimte is gekomen voor andere aspecten van onderzoekend en ontwerpend leren. Zo is er meer plaats voor het integreren van kunst, cultuur, bewegingsonderwijs en creatieve vakken in het STEM-II project. We spreken nu ook wel over STE(A)M ,waarbij de ‘A’ staat voor ‘Art’. Het gaat erom dat we op een andere manier naar de talenten van kinderen willen kijken.” Voor leerkrachten kan dat een grote omschakeling zijn, beseffen Prince en Vossen. Prince: “Rekenen en taal zijn en blijven belangrijk. Maar leraren zijn geneigd vast te houden aan meetbare, controleerbare opbrengsten en resultaten en houden daarom vast aan methodieken die zekerheid bieden.” Vossen: “Scholen en schoolbesturen nemen leerkrachten mee in dit veranderproces. In samenwerking met de Nieuwste Pabo bieden we binnen STEM-II ook scholing aan. Het is niet zo dat ze het zelf maar moeten uitzoeken.” Die scholing is populair, vertelt Prince: “Mensen willen graag professionaliseren; de cursus was meteen overschreven.”

Recht doen
Niet altijd ligt het initiatief bij het bestuur. In Groenlo bijvoorbeeld heeft basisschool De Watermolen zelf een aanpak ontwikkeld: een leerlijn techniek van groep 1 tot en met 8 waarin techniek is geïntegreerd in verschillende thema’s. Cilia Stortelder, directeur van De Watermolen: “We konden deelnemen aan het programma Verbreding Techniek Basisonderwijs van Platform Bèta Techniek. Dat sprak ons aan omdat we zo recht konden doen aan de praktisch ingestelde leerling en de technische denkers.” Deze leerlijn is dekkend voor de kerndoelen het is zichtbaar welke kerndoelen met welk onderdeel wordt ingevuld. Naast de techniekleerlijn participeert De Watermolen in Tech-4-Life. De naam van het technieklokaal waar de ongeveer negenhonderd leerlingen van de groepen 7 en 8 van alle basisscholen in Groenlo en Lichtenvoorde vier ochtenden per jaar techniekles krijgen in een goed geoutilleerd technieklokaal. Het programma is tot stand gekomen op initiatief van het bedrijvennetwerk Industriële kring Groenlo en Lichtenvoorde (IKGL). Naast het IKGL zelf nemen negentien scholen voor basisonderwijs, een school voor voortgezet onderwijs en de gemeente hieraan deel. Stortelder, ook voorzitter van Tech-4-Life: “Op school worden de leerlingen voorbereid en krijgen ze theorie. De uitvoering vindt plaats in het technieklokaal, onder begeleiding van getrainde vrijwilligers. Daarna is er op school weer een nabespreking.” Een monitor van de school laat zien dat het overgrote deel van de leerlingen techniek leuk vindt en er meer van wil weten. Zestig procent geeft zelfs aan in de technieksector te willen doorgaan. Tech-4-Life loopt nu zo’n zeven jaar en het aantal aanmeldingen voor de technische opleidingen in de regio stijgt. Stortelder: “We vinden dat kinderen op jonge leeftijd kennis moeten maken met allerlei gebieden. Daar hoort ook de wereld van de techniek bij.”

Inmiddels vindt er in de school onderwijsvernieuwing plaats. “We zijn bezig onderzoekend en ontwerpend leren meer handen en voeten te geven. Zelf nadenken over het hoe en waarom van een product is iets anders dan een opdracht maken. Leraren en vrijwilligers worden hierin gezamenlijk geschoold.”

Onderzoeksvragen
Acht jaar geleden zijn op basisschool De Biezenhof in Halsteren met subsidie Techniektorens aangeschaft: drie kasten met opdrachten en materialen voor de onder- midden- en bovenbouw. Techniek staat dus op het rooster, maar de school is nu toe aan vernieuwing en verbetering, en onder meer nog op zoek naar een nieuwe zaakvakmethode waarin techniekonderwijs is geïntegreerd. Intern begeleider Paula Schenk vertelt: “De school wil dat kinderen goede leervragen leren stellen, onderzoeksvragen. Dus niet een vraag waarop je het antwoord zo op internet kunt vinden, maar vragen waarvoor je moet experimenteren en onderzoek doen en waarop wij als leerkrachten ook geen antwoord weten. Dat vraagt een andere werkwijze. De leerkrachten moeten coachingsvragen leren stellen, om kinderen aan te zetten tot leren en samen op zoek te gaan naar antwoorden. Met het team zijn we nu bezig ons te oriënteren hoe we betekenisvol leren gestalte kunnen geven en inbedden in het onderwijs.”

Levensecht
‘Betekenisvol leren’, ‘goede leervragen’, ‘onderzoekend en ontwerpend leren’: het zijn termen die veelvuldig opduiken als het gaat om techniekonderwijs. In het voortgezet onderwijs timmert onder meer het Technasium aan de weg met deze didactische aanpak. “Toen wij in 2003 begonnen met het Technasium, was een belangrijke motivatie dat leerlingen van de basisschool geleerd hadden onderzoekend bezig te zijn, maar dat dat op het vo ineens was afgelopen”, zegt Willy Reinalda, projectleider van het Technasium en scheikundedocent op het categorale Praediniusgymnasium in Groningen. Samen met docenten ontwikkelde Stichting Technasium het nieuwe examenvak Onderzoek & Ontwerpen. Het vak bestaat uit projectopdrachten: liefst ‘levensechte’ opdrachten van buiten de school. “Dat is soms lastig”, vindt Reinalda. “In de onderbouw werken we hierin samen met de gemeente, zoals een duurzaam huis ontwerpen. Dan gaan we aan de slag met een lege plek in de stad. We werken tegenwoordig ook veel samen met de Gasunie, bijvoorbeeld rond het ontwikkelen van biogas.” In de vijfde en zesde klas maken leerlingen hun ‘meesterproef’ over een onderwerp waarin ze geïnteresseerd zijn en waarin ze ook willen doorstuderen.

Dan worden ook contacten gelegd met de universiteit. Op het Praedinius houdt een team van elf leraren zich bezig met Onderzoek & Ontwerpen (O&O). “Dat zijn niet allemaal bèta-leraren. Het gaat erom oplossingen te zoeken voor problemen. Daarvoor zijn ook vaardigheden als brainstormen, samenwerken en plannen nodig.” De hele school profiteert mee van de vernieuwende didactiek die met het vak O&O is binnengekomen. “Het is echt een andere manier van werken”, zegt Reinalda. “Meer vanuit de werkelijkheid buiten de school. Tijdens blokuren ga ik vaak met leerlingen naar buiten. Zo hebben we kennis gemaakt met Futurelab. Een van de dingen die we daar kunnen doen is 3D-printing. Omdat we in O&O met blokuren werken, hebben tegelijkertijd andere leerlingen ook een cursus in blokuren, roostertechnisch kan dat niet anders. Dat brengt met zich mee dat ook andere docenten nieuwe werkvormen inzetten.”

Feestverlichting
Techniekdocent Inger Frenz op het Mondriaancollege in Oss geeft met het vak T-Science ook invulling aan zaken als onderzoekend en ontwerpend leren, betekenisvol leren. T-Science is een vak voor de bovenbouw van de theoretische leerweg van het vmbo. Projectonderwijs met wederom het bedrijfsleven als opdrachtgever. “We hebben bijvoorbeeld in opdracht van de centrummanager van Oss feestverlichting ontworpen voor de winkelstraten.” Daarbij moeten leerlingen onderzoeken wat klanten verwachten van feestverlichting, ze krijgen theorieles over de natuurkundige begrippen die bij verlichting horen en ze leren aan welke voorwaarden tijdelijke straatverlichting moet voldoen. Ten slotte voeren ze een ontwerp uit dat ze presenteren aan de opdrachtgever. “Doordat ze er kennis mee maken, weten ze beter of de technieksector voor hen aantrekkelijk is en welke kant daarvan. Zo niet, dan weten ze ook dat ze geen techniek moeten kiezen.”

Gepubliceerd op: 5 november 2015

Verschenen in

Doelgroep(en)

Primair onderwijs, Voortgezet onderwijs

 

Deel dit artikel

Goed onderwijs, goede MR (8e herziene uitgave september 2019)