Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » Volgend jaar ook ‘Staat van schoolleider’
Jaarlijks Onderwijsverslag inspectie in drie delen

Volgend jaar ook ‘Staat van schoolleider’

De onderwijsinspectie presenteerde op 15 april drie rapporten: De staat van de leerling, De staat van de leraar en De staat van het onderwijs 2014/2015. Het lijkt de AVS een goede ontwikkeling als er volgend jaar ook een ‘Staat van de schoolleider’ aan deze rij wordt toegevoegd.

“Er moet meer visie komen op onderwijs en de toekomst daarvan”, zegt leerling Joris Burger bij de overhandiging van ‘De staat van de leerling’ aan staatssecretaris Sander Dekker. “En duidelijkheid waarom we leren wat we leren.” Een basisschoolleerling vindt het vooral belangrijk dat je je goed kunt ontwikkelen op school, dat je er later iets mee kunt worden en dat onderwijs meer is dan rekenen en taal. De leraren zien hun rapport  vooral als een reflectieverslag waarin het gaat over zaken als werkbeleving, de startende leraar en de leraar van de toekomst. Ook wordt nadrukkelijk trots benoemd. In ‘De staat van de leraar’ staat dat professioneel management nodig is om de leraar professionele ruimte te geven. “Een conclusie die de AVS van harte onderschrijft”, zegt AVS-voorzitter Petra van Haren. “Het leiderschap in de school is een bepalende factor!”

Angst voor inspectie
Herhaaldelijk komt angst voor de inspectie aan de orde. Lijstjes en systemen op orde maken om te voldoen aan de eisen leidt op zichzelf niet tot beter onderwijs. Schoolleiders en bestuurders willen dat de school goed scoort, ook voor de verantwoording naar buiten. Minister Jet Bussemaker geeft aan dat er op dit terugkerende thema ‘angst’ een fact check zal worden gedaan. Op www.lerarenagenda.nl zal duidelijk gemaakt worden wat nu wél en niet mag. Dekker roept leraren op: “Als je dingen doet die je niet als zinvol ervaart en die niet bijdragen aan de onderwijskwaliteit, stop er dan mee. Ook moeten we echt de spookbeelden wegnemen over de inspectie en beperkingen. Dit vraagt professionalisering van het veld en van de inspecteurs.” Bussemaker benoemt dat 93 procent van de leraren behoefte heeft aan professionele feedback. Dit is dus absoluut iets om te gaan verbeteren, vindt de AVS.

Kwaliteitscultuur
Schoolleiders, bestuurders en leraren hebben de afgelopen jaren de kwaliteitszorg in hun scholen sterk verbeterd, blijkt uit het Onderwijsverslag 2014/2015. Op meer scholen worden onderwijs en resultaten gemonitord en geanalyseerd, passende doelen gesteld en het onderwijs waar nodig bijgesteld. Mede als gevolg hiervan is in de afgelopen jaren het aantal zwakke en zeer zwakke scholen sterk afgenomen. Bussemaker: “Waar de kwaliteitscultuur toeneemt, neemt ook de kwaliteit van onderwijs toe.” De ontwikkeling hiervan vraagt om professionele leergemeenschappen, hierbij hoort ook het werken aan de overgangen in het onderwijs.
Schoolloopbanen verlopen steeds efficiënter. Het aantal zittenblijvers in basis- en voortgezet onderwijs is gedaald. Daarentegen lijkt het onderwijssysteem minder flexibel te worden voor leerlingen en studenten. Als zij overgaan naar een andere schoolsoort wordt vaker geselecteerd. Aan het eind van de basisschool krijgen leerlingen vaker adviezen mee voor één enkele schoolsoort in plaats van een gemengd advies voor meerdere schoolsoorten (79 procent in 2013 tegenover 72 procent in 2009). Ook komen leerlingen vaker terecht in homogene brugklassen.

Minder stapelen
Overstappen wordt lastiger, ook omdat scholen vaker categoraal georganiseerd zijn. Aan het eind van de onderbouw van het vo komen sinds een paar jaar leerlingen meer onder dan boven het door het basisschooladvies voorspelde niveau uit. Leerlingen volgen vaker de directe route naar het vervolgonderwijs (vmbo-mbo, havo-hbo), terwijl stapelen van opleidingen (vmbo-havo-vwo, mbo-hbo-wo) afneemt.
Meer vmbo-leerlingen volgen hogere leerwegen. Daarentegen leiden gerichtere plaatsing en minder stapelen ertoe dat er relatief minder vwo-diploma’s behaald worden en de instroom in het hoger onderwijs afneemt. Het is de vraag of leerlingen en studenten met meer capaciteiten nog voldoende kansen krijgen. De bewindslieden willen serieus kijken naar de oorzaken dat leerlingen sneller door de opleiding heen gaan en minder stapelen. Dekker: “Het lijkt efficiënt, maar het kan ook betekenen dat we talent laten liggen.” Bussemaker: “Er is een te strikte scheiding gekomen tussen doorstroomroutes.”

Grote verschillen
Er grote verschillen tussen scholen en onderwijsinstellingen op verschillende gebieden. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om kwaliteit van lessen, motivatie en tevredenheid van leerlingen en studenten, en verschillen in perspectieven na de opleiding (in het vervolgonderwijs of op de arbeidsmarkt). De vraag is welke verschillen nog acceptabel zijn. De oorzaken lijken in een aantal gevallen samen te hangen met werkbeleving en personeelsbeleid.

Gepubliceerd op: 24 april 2015

Verschenen in

Thema's

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

De jaartaak in het primair onderwijs (Nieuwe versie februari 2018)