Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » Verhoging pensioenpremie ABP staat ter discussie

Verhoging pensioenpremie ABP staat ter discussie

In een zogenaamd herstelplan heeft ABP onlangs vastgelegd welke maatregelen moeten leiden tot het gewenste herstel van de financiële positie als gevolg van de crisis. Meest in het oog springend zijn de tijdelijke premieverhoging voor het ouderdoms- en nabestaandenpensioen en een lichte verlaging van het beleggingsrisico. Politiek en vakbonden reageren verdeeld.

Per 1 juli 2009 gaat de pensioenpremie met 1 procentpunt omhoog. Daar komt vanaf 1 januari 2010 tot 1 januari 2014 nog een verhoging van 2 procentpunt bovenop. Maar als het herstel sneller gaat, wordt deze tweede verhoging niet of maar gedeeltelijk doorgevoerd. Zolang ABP een dekkingstekort heeft, kunnen de (opgebouwde) pensioenen niet meegroeien met de stijgende loonontwikkeling. Dit heeft gevolgen voor de uitkeringen aan gepensioneerden, maar ook voor de opgebouwde pensioenaanspraken van werknemers en ex-deelnemers. In het herstelplan is op dit moment geen korting op pensioenrechten voorzien. Het ABP is dan ook (nog) niet van plan te korten op lopende pensioenen, en wil een dergelijke maatregel zo lang mogelijk uitstellen. Alleen als de andere maatregelen onvoldoende resultaat opleveren, zal hierover nader overleg worden gevoerd. En hoewel er sprake is van premieverhoging moet de koopkracht van werknemers dit jaar gelijk blijven. Doordat op 1 juli 2009 de premie voor de fpu-regeling met 1 procent wordt verlaagd, gaan werknemers er per saldo niet op achteruit. In het herstelplan is ook afgesproken dat het ABP zijn beleggingsportefeuille bijstelt. Het risicoprofiel wordt `licht verlaagd,´ wat betekent dat er minder riskante beleggingen komen. Daardoor wordt de kans op neergang van het fonds kleiner.

Dekkingsgraad
ABP is, evenals vele andere pensioenfondsen, zwaar geraakt door de crisis op de financiële markten. De dekkingsgraad van het fonds is onder invloed van de financiële en economische malaise gedaald naar 89 procent (eind 2008), wat veel lager is dan het wettelijk vereiste niveau van 105 procent. Met het herstelplan wil ABP de financiële positie binnen vijf jaar op orde stellen, zodat de dekkingsgraad weer boven de 105 procent ligt. Het ABP heeft laten weten dat het om tijdelijke maatregelen gaat.
ABP heeft het herstelplan ter goedkeuring voorgelegd aan de toezichthouder, De Nederlandsche Bank. Die zal het plan vóór de zomer beoordelen. Als ABP sneller dan voorzien herstelt uit het dekkingstekort, zal het bestuur jaarlijks bezien of er ruimte is om de pensioenen meer te laten groeien dan de indexatiestaffel aangeeft. Verloopt het herstel trager dan het herstelplan aangeeft, dan zal het bestuur additionele maatregelen moeten treffen, bijvoorbeeld een verdere verhoging van de tijdelijke premieopslag en een korting van de pensioenaanspraken.

´Niet nodig´
De overheid heeft als werkgever het bestuur van pensioenfonds ABP negatief geadviseerd over verhoging van de premies voor ambtenaren en onderwijspersoneel. In tegenstelling tot het kabinet hebben de vakbonden wel ingestemd met een extra bijdrage van ambtenaren en leerkrachten om de pensioenuitkeringen zeker te stellen. Volgens minister Wouter Bos van Financiën is dat niet nodig nu fondsen van het kabinet vijf jaar de tijd krijgen voor hun herstelplan. Het is volgens hem voldoende als bij het ABP de pensioenen worden bevroren door niet te indexeren, waardoor niet gecorrigeerd wordt voor inflatie en/of loonontwikkeling. Naast extra kosten voor de overheid heeft een verhoging van de pensioenpremies volgens de minister een negatief effect op de koopkracht van ambtenaren en leerkrachten. Tegenover de premieverhoging staat wel dat mensen meer zekerheid krijgen over de pensioenen die worden uitgekeerd, meent Bos. Vakbondssecretaris Xander den Uyl van de Abvakabo FNV stelt dat de tijdelijke premieverhogingen niet alleen meer zekerheid bieden, maar dat daarmee ook de buffers van ABP sneller op orde kunnen zijn en sneller kan worden geïndexeerd. Dat is volgens Den Uyl nodig om de achterstand in koopkracht van de pensioenen niet te groot te laten worden. Minister van Binnenlandse Zaken Guusje Ter Horst meldde dat er ambtenaren moeten worden ontslagen door de premieverhoging. Omdat de overheid het grootste deel van de premies en de verhoging daarvan betaalt, kosten de herstelmaatregelen het kabinet 500 miljoen euro per jaar. De minister vroeg het ABP daarom om het besluit te herzien. Ter Horst pleit voor versobering van de pensioenen in plaats van het verhogen van de premies, bijvoorbeeld door de AOW-leeftijd te verhogen naar 67 jaar, wat op veel weerstand stuit. Onderwijsminister Plasterk hierover: "De gevolgen van de premiestijging voor de pensioenen zijn nog niet geheel te overzien. Als sociale partners bij de overheid niet kiezen voor een versobering van de regeling, dan nog hangt het af van de premiestijging in de markt of hier een gat ontstaat (immers, ook hier geldt: de vergoeding volgt de premiestijging in de markt). In het meest sombere geval (geen versobering en geen vergelijkbare premiestijging in de markt) is het gat 165 miljoen voor alle onderwijssectoren samen."
Het ABP blijft vooralsnog bij het plan de verhoging van de pensioenpremie in te voeren. De bestuursleden die op titel van de vakbonden zitting hebben in het ABP-bestuur stellen dat de premieverhoging een evenwichtige maatregel is om de financiën van het fonds gezond te krijgen. Zij wijzen erop dat minister Ter Horst verantwoordelijk is voor het oplossen van dit soort tegenvallers. Volgens hen dwingt het kabinet pensioenfondsen juist tot dergelijke maatregelen met het doel de financiën weer op orde te krijgen. De Sociaal-Economische Raad (SER), waarin de vakbonden en werkgevers vertegenwoordigd zijn, krijgt de kans om vóór 1 oktober 2009 met een alternatief plan te komen.

Meer informatie: http://www.abp.nl/ en Herstelplan. Werknemers die van baan veranderen kunnen contact opnemen met de Klantenservice van ABP, tel. 045-5796070. Want voor wie van baan verandert en daardoor van pensioenverzekeraar moet wisselen, is het bij een dekkingsgraad van minder dan 100 procent volgens de Pensioenwet niet meer toegestaan het pensioen mee te nemen.

Gepubliceerd op: 9 april 2009
Let op!
Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Verschenen in

Thema's

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

De jaartaak in het primair onderwijs (Nieuwe versie juni 2019)