Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » Veiligheid anders bekeken

Veiligheid anders bekeken

Auteur: Winnie Lafeber

Uit het AVS scholenpanelonderzoek van mei 2005, bleek dat op maar liefst 2.600 scholen (37 procent) geweldsincidenten met ouders voorkomen. Dit gegeven en een aantal incidenten op scholen, zoals in Uden, vormden voor de AVS en Habilis de aanleiding voor het organiseren van rondetafelbijeenkomsten over het thema veiligheid, waarin schoolleiders met partners in en om de school in gesprek gaan.

Start brede discussie over veiligheid in rondetafelbijeenkomsten
`Hoe veiliger je een organisatie maakt, hoe sneller iemand zich in zo´n organisatie onveilig voelt´ was één van de dilemma´s waarmee de meeste aanwezigen tijdens de eerste oriënterende rondetafelbijeenkomst instemden. Scholen zijn verplicht te onderzoeken hoe het met de veiligheid (fysiek en sociaal) op hun school gesteld is. In de manier waarop ze dat doen zijn ze vrij. Ze moeten daarover wel verantwoording afleggen aan de Inspectie. Er zijn diverse protocollen, instrumenten en er is regelgeving (veiligheidsplan), maar waarmee ondersteun je de schoolleider nu werkelijk? En wat kan de schoolleider eraan doen om de veiligheid op scholen te verbeteren?

Papieren tijger
Volgens Fenno Meijer, consultant bij de Arbo Unie en medeontwikkelaar van de methodiek `Samen School Veilig´, hebben scholen nauwelijks in beeld wat hun `veiligheidprobleem´ precies is. Meijer: "Scholen hebben stapels materialen, methodieken en plannen, maar weten niet hoe daar mee om te gaan. Een veiligheidsplan wordt wel gemaakt, maar blijft een papieren tijger. Een keuze maken tussen de diverse methodieken en hulpmiddelen is erg moeilijk. Je ziet ook veel dat alleen op basis van incidenten beleid wordt gemaakt. Dan loop je achter de feiten aan. Bovendien gaat het bij veiligheid vaker over sociaal gedrag en omgangsvormen in plaats van louter over incidenten. Ik raad scholen aan eerst te inventariseren wat op hun school het specifieke probleem is, voordat ze oplossingen aandragen. Vaak is het werken aan sociale veiligheid in te passen in het kwaliteitssysteem dat de school al gebruikt." Joep de Boer, adjunct-directeur van scholencombinatie De Radar in Arnhem en Oosterbeek: "Op één van de locaties in Oosterbeek heeft elke groep een inpandig toilet en een inpandige garderobe. Dit geeft veel rust in de gangen, wat de sociale veiligheid ten goede komt. Als schoolleider ben je natuurlijk altijd alert op signalen die zich voordoen, van een gladde trap tot emoties die hoog oplopen. Soms vind ik wel dat scholen heel weinig kúnnen doen en vastzitten aan regels. Als je bijvoorbeeld de tochtdeur volgens de regels voor brandveiligheid niet mag opendoen, maar de kinderen hebben het wel hartstikke warm, welke kant kun je dan op? Je probeert je zo goed mogelijk aan alle procedures te houden, maar de situatie is elke keer anders. Niet alles is te voorzien, dus een standaard handboek dat alles letterlijk voorschrijft, werkt niet."

Voorbeeldfunctie
Volgens consultant Meijer kan de school zelf invloed uitoefenen op de sociale interactie van leerlingen en leerkrachten en de regels en afspraken die worden gemaakt. "Leerkrachten hebben een voorbeeldfunctie. Daar moeten ze zich bewust van zijn. Ze moeten leerlingen helpen verantwoordelijkheid te dragen en ze actiever bij het veiligheidsbeleid betrekken via vragenlijsten. De schoolleider moet dit allemaal faciliteren." Maar hoe groot is deze verantwoordelijkheid van de school? En kan je deze `opvoedende taak´ wel alleen bij de school leggen? Tom Kroon, wijsgerig en historisch pedagoog, zelfstandig opvoedings- en onderwijsadviseur en auteur van diverse boeken en artikelen, is daar heel stellig in: "De school moet het heft in hand nemen en heeft een grotere en andere opvoedende taak dan vroeger. Toen sloot men zich aan bij een bepaalde zuil en kwamen de regels op school vrij goed overeen met de regels thuis. Nu heb je veel meer te maken met pluriformiteit en leerlingen die een totaal andere achtergrond hebben dan hun leerkrachten. Ouders verwachten tegenwoordig ook van de school dat zij correctief optreedt. De school is echter niet de bijkeuken van het gezin, maar het voorportaal van de samenleving. De leerlingen goede waarden en normen bijbrengen is een belangrijke opdracht van de school. Leerkrachten moeten consequent zijn en zich de denkwereld van de leerlingen eigen maken. Schoolleiders kunnen het schoolteam hierbij ondersteunen door moreel leiderschap uit te dragen. De school is in feite een opvoedkundige instelling." Adjunct-directeur De Boer vindt dat laatste wel erg ver gaan. "De school heeft wel een taak in de pedagogische ontwikkeling van kinderen, maar ze wordt nog altijd afgerekend op de cito-score en niet op de goede sfeer op school. Bij `moreel leiderschap´ kan ik me weinig voorstellen. Soms moet je gewoon ingrijpen. Ik noem het `situationeel leiderschap.´ De laatste jaren is er veel bijgekomen voor de schoolleider, ook op didactisch gebied, en allemaal in dezelfde hoeveelheid tijd. Als schoolleider ga je met je team in gesprek over de pedagogische invulling, maar de uitvoering en invulling ligt bij de leerkrachten."

Chatgedrag
Houdt de verantwoordelijkheid van de school op bij het hek? Waar ligt de grens? De Boer: "Wat buiten ons gezichtsveld plaatsvindt, daar heb je moeilijk vat op. Het chatgedrag van kinderen die in het weekend hatemails versturen, daar heb je geen invloed op. Je kunt het wel bespreekbaar maken en via nieuwsbrieven of informatiebijeenkomsten kenbaar maken aan de ouders." Volgens de Boer moet de samenwerking met ouders optimaal zijn. "Het gedrag van de leerlingen begint bij de ouders, thuis. Leerkrachten kunnen in conflict raken met ouders als de regels niet overeenkomen met de schoolregels. De school heeft als taak de schoolregels goed te communiceren richting de ouders. Wij leggen tijdens de intake de hoofdpunten van de schoolregels aan de ouders uit en zij moeten dat ondertekenen." Pedagoog Kroon vindt dat de school zelfs de ouders moet kunnen wijzen op bestaande opvoedcursussen. Martine Bakker, directeur expertisebureau Veilig in en om School (VIOS) in Amsterdam (een samenwerkingsverband van 64 VO-scholen en diverse ketenpartners), bekijkt ook de rol van de ouders en die van de kinderen zelf. "Ouders moeten betrokken raken bij de school. Als zij betrokken zijn, dan zijn de kinderen vaak ook positiever. Bij ons werken informele bijeenkomsten beter dan vergaderingen, waar sommige ouders niet van houden. Het is ook belangrijk kinderen te benaderen als volwaardig lid van deze maatschappij en hen bij sociale veiligheid te betrekken. Leerlingen geven ons vaak het goede voorbeeld; op een school met vele culturen gaan ze allemaal goed met elkaar om. Sommige kinderen zijn ook goed in mediation of sluiten `anti-pestcontracten´ met elkaar af. Leerkrachten voelen zich wel vaak machteloos als het om de verruwing in taal en omgang gaat. Hoe breng je tolerantie, respect, beleefdheid over? Hoe maak je dat bespreekbaar in een klas? Daarin voelen ze zich niet geschoold. Pesten en discriminatie lijken in het taalgebruik wel normaal te worden. We zouden daar met elkaar iets aan moeten doen."

Zelf actie ondernemen
Een van de conclusies van de rondetafelbijeenkomsten is dat directeuren zelf actie moeten ondernemen en zelf moeten inventariseren welke (maatschappelijke) partners zij daarvoor nodig hebben. Bakker: "VIOS adviseert scholen een tweejaarlijkse scan te maken van de situatie en daarbij vooral de leerlingen te bevragen. Ook raadt zij aan incidenten te registreren en daarop een schoolbreed plan van aanpak te maken; het gaat tenslotte om een veilig schoolklimaat. Verder is het belangrijk ervaringen uit te wisselen met andere scholen en ook gezamenlijk maatregelen te nemen. Dan heb je het gevoel dat je er niet alleen voor staat." Consultant Meijer vindt dat de school hoogstens kan stimuleren zodat samenwerking met andere partners ontstaat. "Naast de school zijn ook maatschappelijk werk en gemeente verantwoordelijk. Gemeente en politie hebben ook belang bij een goede samenwerking. Scholen kunnen beginnen met eerst goed onderzoek te doen naar hoe ze de veiligheid op school willen aanpakken. Maak een meerjarenplan en werk toe naar gemeentelijke samenwerking." Schoolleider De Boer ziet de rol van de maatschappelijke partners in het adviseren. "Je kunt de Arbo inschakelen als je hulp wilt bij het veiligheidsplan of de risico- inventarisatie en -evaluatie. Zij geven aan waar je prioriteit aan moet geven en zien soms dingen die je zelf over het hoofd ziet. Het overleg met de gemeente is voor ons nuttig, omdat we bijvoorbeeld eenrichtingsverkeer bij de school willen, in verband met het halen en brengen van kinderen." Wie is er uiteindelijk dan verantwoordelijke voor de veiligheid van het kind en de leerkracht? De Boer: "Je bent daar samen verantwoordelijk voor. Je kunt het niet alleen. De school moet een plek zijn waar leerkrachten, leerlingen en ouders graag naartoe gaan. Het is belangrijk dat zij allemaal trots zijn op hun school. Dat heeft een positief effect op het schoolklimaat."

 

 

Gepubliceerd op: 1 juni 2006
Let op!
Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Verschenen in

Kader Primair 10 (2005-2006) (Verder in dit nummer)

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Jaargids PO (2019-2020) (Met agenda en professionaliseringsaanbod)