Home » Artikelen » Veel aandacht voor complexe taak schoolleider in de Staat van het onderwijs
Diverse positieve ontwikkelingen, maar ook zorgen

Veel aandacht voor complexe taak schoolleider in de Staat van het onderwijs

Auteur: Winnie Lafeber

De Staat van het Onderwijs laat positieve punten én aandachtspunten zien. De prestaties bij het centraal examen, de stijging van de diplomahoogte, een goed veiligheidsbeleid op ruim driekwart van de scholen (po 77, vo 83 procent). Zorgen zijn er op gebied van het schoolleiders-en lerarentekort,  de kans op ongelijkheid, stijging van het aantal schoolverlaters, de toename van het aantal zwakke scholen, dalende prestaties op gebied van leesvaardigheid (15-jarigen) en de groei van het (v)so. AVS-voorzitter Petra van Haren: “In deze staat valt op dat de complexe taak van de schoolleider op de kaart wordt gezet.”

Deze staat belicht meer, vergeleken met vorig jaar, de cruciale rol van de schoolleider voor de kwaliteit van de school. In de staat wordt duidelijk dat onderwijskwaliteit niet vanzelf ontstaat, dit kan alleen met sterk onderwijskundig leiderschap, het stellen van prioriteiten en sturing vanuit een visie op onderwijs en leren. Scholen met hoge leerresultaten blinken op deze punten uit. Scholen die zich kenmerken als lerende organisaties hebben vaak een goede schoolleider. Petra van Haren: “Het groeiende tekort aan schoolleiders is daarom een zorgelijke ontwikkeling, omdat leiderschap het verschil maakt voor de kwaliteit van onderwijs.” In paragraaf 1.2 geeft een uitgebreid kader een overzicht van de (complexe) rollen en taken van de schoolleider die van invloed zijn op de kwaliteit van het onderwijs.

Curriculum, leesvaardigheid en burgerschapsopdracht
De schoolleider blijkt ook een cruciale schakel in het waarborgen van de aandacht voor het hele curriculum (www.curriculum.nu). Uit een kleinschalig onderzoek van de Onderwijsinspectie blijkt dat scholen moeite hebben om het brede aanbod volledig en structureel uit te voeren. De ervaren overladenheid maakt dat leraren (en soms directeuren) keuzes maken. De indruk is dat de scholen hierbij prioriteit geven aan taal en rekenen en daarbinnen ook nog aan die onderdelen die aansluiten bij de toetsen. De staat geeft aan dat onderwijskundig leiderschap, ingebed in een professionele cultuur, essentieel is voor doelgerichte sturing en focus in de onderwijsontwikkeling van leerlingen.

Uit internationaal onderzoek (OECD, 2019) blijkt dat de leerprestaties van Nederlandse leerlingen dalen, vooral de leesvaardigheid. Een kwart van de 15-jarigen in Nederland is onvoldoende geletterd om mee te kunnen komen in de maatschappij. Tegelijkertijd zijn de cijfers voor het centraal examen grotendeels stabiel. Van Haren: “Het is belangrijk dat de curriculumontwikkeling zorgt voor afstemming in leerlijnen en onderwijs. Leesvaardigheid begint in het primair onderwijs en is belangrijk voor kansengelijkheid.”
 
De staat vermeldt dat in de les (in het vo) meer aandacht nodig is voor het stimuleren van (hogere) denkvaardigheden, zoals evalueren en reflecteren.
 
De zogenaamde ‘burgerschapsopdracht’ vraagt ook meer aandacht. Zowel het wetsvoorstel hierover als het traject van curriculumontwikkeling in het funderend onderwijs moet schoolleiders en leraren meer duidelijkheid geven oer de invulling van deze opdracht. De inspectie wijst op het belang van de formulering van duidelijke verwachtingen, zodat scholen en samenleving weten wat van scholen wordt verwacht en zo nodig geëist mag worden.
 
Onderwijskwaliteit, kansenongelijkheid en krimp
De staat benoemt de zorgen om de onderwijskwaliteit. In 2019 stijgt het aantal onvoldoende en zeer zwakke (speciale) basisscholen en nieuwkomersvoorzieningen. Deels is deze stijging mogelijk een gevolg van de hogere eisen in het waarderingskader. Om de onderwijskwaliteit op peil te houden werken onderwijsorganisaties, de overheid en de inspectie samen om besturen en scholen te stimuleren de eigen ambities scherper te formuleren.

Er worden nog steeds, soms grote, verschillen gesignaleerd in de kwaliteit van scholen en in de prestaties die zij weten te realiseren met vergelijkbare leerlingpopulaties. Van Haren: “Ook hier speelt de schoolleider een cruciale rol. Goede schoolleiders maken goede scholen. Gelukkig komt er zowel maatschappelijk als in de sector en op het ministerie van OCW oog voor de belangrijke rol van schoolleiders bij het realiseren van onderwijskwaliteit. Goede schoolleiders weten hun leraren te inspireren, ontwikkelen en positioneren om hun werk goed te kunnen doen. Dat is belangrijk voor onderwijskwaliteit in de klas.” Deze verschillen maken het voor de overheid, die verantwoordelijk is voor de kwaliteit van het onderwijsstelsel, lastig om zicht te krijgen op de kwaliteit van het totale onderwijsstelsel en bemoeilijkt daarmee het sturen op een effectief onderwijsbeleid.

De Onderwijsinspectie constateert ook nog steeds verschillen in hoogte van schooladviezen die leerlingen uit groep 8 krijgen, die voortkomen uit de hoogte van het opleidingsniveau van de ouders. Hier is dus sprake van kansenongelijkheid. Net als voorgaande jaren krijgen kinderen van ouders met een opleidingsniveau van maximaal mbo-2 voornamelijk vmbo-adviezen, terwijl kinderen van ouders met een hbo-master of wo-opleiding vooral havo- en vwo-adviezen krijgen. In 2019 stijgt het aandeel meervoudige adviezen overigens. Ook heeft het opleidingsniveau van ouders invloed op de kans op zittenblijven en de schoolloopbaan van leerlingen.

In het vo zijn de cijfers voor het centraal examen grotendeels stabiel en behalen steeds meer leerlingen een havo- of vwo-diploma. Wel is er een sterke focus op het centraal examen (dat dit jaar overigens niet doorgaat vanwege het coronavirus). Schoolbesturen kunnen de sturing op onderwijskwaliteit (curriculum en examinering) versterken. De staat geeft aan dat besturen (te)veel aan de scholen en docenten zelf overlaten.

De kwaliteitszorg van besturen van scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs is nog in ontwikkeling. Vooral de resultaatverwachtingen die besturen en scholen formuleren over het verwachte eindniveau van hun leerlingen zijn vaak onvoldoende waardoor niet duidelijk is of er noodzaak bestaat om op verbetering van de onderwijsresultaten te sturen. Van Haren: “Ook hier is een belangrijke rol voor schoolleiders weggelegd om visie en realisatie bij elkaar te brengen.”

Krimp kan ook gevolgen hebben voor de onderwijskwaliteit. Een dalend aantal leerlingen leidt tot minder inkomsten voor de school, omdat de bekostiging is gebaseerd op het aantal leerlingen. Het kan daardoor lastiger worden om kwalitatief goed onderwijs te blijven geven als de vestiging te klein wordt.

Schoolleiderstekort
Het schoolleiders-en lerarentekort is een groot maatschappelijk probleem. Ook met extra geld is dit probleem niet op korte termijn te verhelpen. Besturen zoeken naar manieren, soms onorthodox, om het personeelstekort het hoofd te bieden. Dit brengt risico’s voor de onderwijskwaliteit met zich mee, aldus de staat.
Ook is het lerarentekort ingrijpend voor de dagelijkse schoolpraktijk. Schoolleiders en bestuurders zijn veel tijd kwijt met het zoeken van oplossingen, wat ten koste gaat van hun kwaliteitsbevorderende taak. Ook meldt de staat dat het aannemelijk is dat het lerarentekort negatieve effecten zal hebben op de kwaliteit van het onderwijs en op de prestaties van leerlingen.
 
Passend onderwijs
De staat besteedt ook een flink aantal pagina’s aan dit onderwerp. Het aantal leerlingen in het (voortgezet) speciaal onderwijs is in 2019 opnieuw gestegen. In 2019 neemt de instroom wel minder toe dan in de voorgaande jaren. Ook is de uitstroom van het aantal leerlingen uit het so de afgelopen jaren gedaald. Dit hangt mogelijk samen met de signalen van besturen en scholen dat er meer leerlingen binnenkomen met zwaardere problematiek.
Zorgelijk is dat het aantal thuiszitters sinds de invoering van Passend onderwijs in 2014 is gestegen. In 2018/2019 waren dit er 4.790. In het so zijn er geen landelijke inspectienormen voor eindresultaten van schoolverlaters. De besturen en scholen moeten hiervoor zelf normen formuleren.
 
Toekomstagenda schoolleiders
De staat signaleert dat we als onderwijs gezamenlijke opgaven herkennen, zoals het krijgen van gelijke kansen en een passend aanbod, (digitaal) geletterd en gecijferd het onderwijs verlaten en het slagen in het vervolgonderwijs en op de arbeidsmarkt. Van Haren: “Hierbij hoort een gezamenlijke toekomstagenda van onderwijspartijen, iets waar de Staat van het Onderwijs niet over schrijft. De AVS werkt heel 2020 aan de toekomstagenda schoolleiders (https://www.avs.nl/toekomstagenda), een megaproject waar verschillende partijen aan meewerken, waarin de leiderschapsrol die daarbij hoort wordt uitgewerkt.”
 

Downloads en links
Gepubliceerd op: 23 april 2020

Verschenen in

Doelgroep(en)

Primair onderwijs, Speciaal onderwijs, Voortgezet onderwijs

 

Deel dit artikel

ABC van de CAO PO 2019-2020