Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » ‘Van verwondering naar belangstelling naar attitudeverandering’
Duurzaamheid integreren in curriculum

‘Van verwondering naar belangstelling naar attitudeverandering’

Auteur: Astrid van de Weijenberg

Duurzaamheid moet een integrale plek krijgen in het Nederlandse onderwijscurriculum. Daartoe riep in oktober 2014 de breed gesteunde motie Ouwehand (Partij voor de Dieren) op. Hoe bewerkstellig je dat?

In het huidige onderwijs blijft aandacht voor duurzaamheid vaak beperkt tot projecten. Maar duurzaam onderwijs betekent dat leerlingen niet alleen begrijpen welke duurzaamheidsvraagstukken er zijn en hoe ze veroorzaakt worden, maar ook dat ze in staat zijn te werken aan oplossingen.

Staatssecretaris Mansveld (Infrastructuur en Milieu) liet naar aanleiding van de aangenomen motie Ouwehand eerst onderzoeken wat er in het Nederlandse onderwijs al gebeurt. Het rapport Duurzaam Onderwijs werd eind juni aan de Tweede Kamer aangeboden. Stichting het Groene Brein voerde het uit. Directeur Antoine Heideveld: “Veel mensen zien duurzaamheid in scholen als het gescheiden inzamelen van afval of het gebruiken van duurzame koffiebekers. Dat vind ik een misvatting. Bij duurzaam onderwijs gaat het om het ontwikkelen van een eigen visie op jezelf, de mensen en de wereld om je heen. Of zoals Tex Gunning het zo mooi zei: ‘Ik zou willen dat mijn kinderen worden opgeleid voor de oplossingen van morgen, niet voor de problemen van gisteren.’ Het gaat om de kern van het leerproces.” Heideveld ziet dat er op scholen ontzettend veel projecten zijn op het gebied van natuur en milieu, van schooltuinen tot sponsorlopen voor waterputten in Kenia. “Zoveel dat scholen door de bomen het bos niet meer zien. Scholen krijgen in totaliteit zo’n tachtig lespakketten per maand aangeboden, waaronder heel veel op het gebied van duurzaamheid. Elke basisschool doet dus wel eens een project. Maar als je dan zoekt naar een complete leerlijn, een systematische aanpak, dan zie je dat nauwelijks.”

Heideveld is een voorstander van betekenisvol leren, van echte projecten met echte bedrijven en bewoners. Hij is een fan van Guus Geisen en zijn boek Autopoiesis. Heideveld: “Het leren moet er toe doen, zegt Geisen. Daarom moet je veel meer naar buiten, onderdeel zijn van de gemeenschap. In Culemborg gaan leerlingen bijvoorbeeld boeren helpen met oogsten en kopen en verkopen van producten. Daar kun je dan ook het rekenonderwijs aan koppelen.”

Volgens Heideveld zijn er zo’n driehonderd basisscholen die duurzaamheid echt systematisch in het onderwijs hebben geïntegreerd. “Een mooi aantal, maar het is in totaal nog geen 5 procent. Dat snap ik ook. Je steekt als school je nek uit. Je kunt tijdens een bezoek aan de kinderboerderij natuurlijk heel goed een reken- en taalles doen. Zo’n project vervangt dan de lesstof. Maar het is best lastig om die omslag te maken. Het is veel veiliger om een methode te volgen en af een toe een projectje natuureducatie te doen. Zeker in deze tijd, met grote nadruk op taal en rekenen.” Het Groene Brein pleit voor meer aandacht voor good practices en een landelijk instituut voor duurzaam onderwijs.

Persoonsgebonden
In het voortgezet onderwijs is het nog lastiger, omdat duurzaamheidsprojecten vakoverstijgend zijn: aardrijkskunde, biologie en steeds meer ook economie moeten daarbij samenwerken. De technasia (scholen met een duidelijke bètafocus) en de entrepenasia (een afdeling voor jonge ondernemers binnen bestaande scholen) komen volgens Heideveld al een eind in de goede richting. Bij veel scholen valt of staat het echter met een enthousiaste leraar of schoolleider. Verdwijnt die dan verdwijnt het project.

Dat is ook de ervaring van Ard Jansen van de Hogeschool van Rotterdam, betrokken bij Klimaatonderwijs010. Hogeschooldocenten en leraren uit het voortgezet onderwijs ontwikkelden een doorlopende leerlijn energie, klimaat en groen. Door hun lesmethodes voor natuurkunde, aardrijkskunde, biologie en economie in te vullen op de website van Klimaatonderwijs010 krijgen docenten een beeld van de overlap die er in de verschillende vakken zit op het gebied van duurzaamheid, met daarbij een aanvullend aanbod. “Het begin is er, maar om het echt uit te kunnen rollen is meer mankracht nodig. Nu komt het te veel aan op een enkele enthousiasteling”, meent Jansen.

Hoog abstractieniveau
Ook inhoudelijk liggen er nog uitdagingen. Zo is, volgens Dieuwe Hovinga,lector Natuur & Ontwikkeling Kind aan de Hogeschool Leiden, het abstractieniveau van de onderwerpen voor veel kinderen op de basisschool te hoog. Lessen over energieverbruik en wattages van spaarlampen zijn voor hen hocus pocus. Hovinga: “Vaak wordt de basale kennis over hoe werkt de natuur en over de relatie met mensen en de natuur overgeslagen. Vanaf groep 1 moeten leerlingen naar buiten gaan, plezier hebben in de natuur, de betekenis van natuur ervaren. Van verwondering naar belangstelling naar attitudeverandering. Neem ze mee naar de praktijk, naar beroepen waar de natuur zichtbaar is. Naar de kassen als je in het kassengebied zit, naar de boswachter in een bosrijke omgeving. Laat ze zaaien, oogsten en verkopen in de schooltuin. Om na te leven moet de school voorleven: zo zijn onze manieren.” Om het voor iedere leraar behapbaar te maken, kun je klein beginnen, zegt Hovinga. Ga buiten voorlezen. Maar eigenlijk vindt ze net als Heideveld dat het onderwerp raakt aan de fundamentele vraag wat je met het onderwijs wil. Willen we allemaal dezelfde methode volgen met af en toe een natuurprojectje? Wat vinden we belangrijk in het onderwijs? Dat soort vragen zouden eerst gesteld moeten worden, vindt Hovinga. Dat gebeurt nog nauwelijks, ook niet op de pabo’s.

Rolmodel
“De docent moet een rolmodel zijn”, zegt regiodirecteur Bert van Leeuwen van het Wellant College in Boskoop, Alphen aan den Rijn en Gouda. “Dat is een proces en kost tijd.” De drie scholen zijn nu drie jaar bezig met verduurzaming. Dat zie je, vooral in Boskoop, terug in het lesaanbod, maar bijvoorbeeld ook de catering is duurzaam. Heel belangrijk vindt Van Leeuwen dat de school verbinding legt met de omgeving.

Voorleven, ermee leven en het meenemen in het verdere leven: van de kleutergroep tot groep 8 staat alles op Daltonschool Neptunus op IJburg in Amsterdam in het teken van duurzaamheid. De school heeft het Eco-schools-keurmerk en een profiel wetenschap, natuur en techniek. De hele bovenste verdieping is ingericht om te leren door te doen. Hier leren leerlingen onderzoeksvragen bedenken en oplossingen: hoe laat je water van laag naar hoog stromen bijvoorbeeld. “Binnenkort gaan ze een windmolentje ontwerpen voor de 3D-printer om hun eigen telefoon op te laden”, vertelt coördinator Rik Kuiper. Er is bovendien een schooltuin op het dak, een weerstation, een bijenkorf. Raakvlakken met het curriculum zijn er genoeg, zegt directeur Michiel Bootz. “Hoeveel liter water bespaar je, wat leveren de zonnepanelen op? Reken dat maar uit. Je moet met al deze projecten heldere doelen stellen en goed evalueren. Wat hebben we eraan gehad? Leren leerlingen wat ze moeten leren? We werken wel methodisch, maar hebben geen moeite om onderdelen te schrappen als we de doelen op een andere manier halen. Maar dan moet je dat doel dus goed voor ogen hebben, en goed borgen. Het is niet makkelijk om duurzaamheid een vaste plek te geven in het curriculum, maar waar een wil is, is een weg.”

Alles is gezondheid
De AVS heeft zich met het ondertekenen van de pledge ‘Alles is gezondheid’ verbonden aan dit nationale preventieprogramma om het bewustzijn van scholen van het belang van gezond gedrag en preventieve maatregelen te vergroten. 

Downloads en links
Gepubliceerd op: 3 september 2015

Verschenen in

Doelgroep(en)

Primair onderwijs, Speciaal onderwijs, Voortgezet onderwijs

 

Deel dit artikel

Integrale Kindcentra, handboek voor directeuren en bestuurders