Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » Van overblijfmoeder tot geschoolde opvangkracht
Zo kan het ook! Good practice

Van overblijfmoeder tot geschoolde opvangkracht

Auteur: Winnie Lafeber

Scholen voor primair onderwijs lopen vaak tegen dezelfde uitdaging aan. De aanpak kan bijzonder zijn en voor meerdere scholen nuttig. Deze maand in Zo kan het ook!: Stichting Op Kop in Giethoorn heeft 110 geschoolde tso-vrijwilligers én een bovenschoolse overblijfcoördinator. “Ze hebben nu een spreekbuis en voelen zich serieus genomen. Dat zorgt voor binding en continuïteit.”

“De tussenschoolse opvang is een wezenlijk onderdeel van de schooldag. Onze tso-medewerkers zijn op al onze scholen inzetbaar. Sommigen verzorgen zelfs tso op meerdere scholen. Daarnaast kunnen de vrijwilligers die de SAW-opleiding (Sociaal Agogisch Werk; opvolger van SPW) gevolgd hebben ook werken in de buitenschoolse opvang die we op een aantal scholen bieden. Met vragen en kritiek kunnen ze bij mij terecht”, vertelt Annette Take, bovenschools overblijfcoördinator bij Stichting Op Kop. “Ik ken niet veel andere besturen die een (interne) tso-coördinator hebben aangesteld. De tso wordt vaak uitbesteed aan een kinderopvangorganisatie.” Sinds de professionalisering van de tso wettelijk geregeld is (2007), heeft de stichting ervoor gekozen om een bovenschoolse overblijfcoördinator aan te nemen en de vrijwilligers aan te sporen tot het volgen van scholing. De leergierige tso-vrijwilligers van Op Kop zijn allemaal geschoold, hoewel wettelijk ‘maar’ 50 procent van de per dag aanwezige overblijfkrachten geschoold hoeft te zijn. Take: “We hebben een speciaal beleidsplan opgesteld en onze tso gestructureerd. We weten wie waar rondloopt. Naast mij als bovenschoolse tsocoördinator is op elke school bovendien een vrijwillige tso-coördinator aangesteld.” Omdat de scholingssubsidie voor overblijfkrachten sinds augustus vorig jaar is stopgezet, gebruikt Op Kop nu een deel van de lumpsum daarvoor. In de toekomst wordt mogelijk ook een beroep gedaan op aanvulling vanuit de ouderbijdrage. Behalve de (basis)scholing voor tso-medewerkers organiseert Op Kop voor hen thema-ochtenden over bijvoorbeeld ADHD, pesten, autisme, (ouder)communicatie of leidinggeven. Een soort intervisiebijeenkomsten, waarin de vrijwilligers ervaringen uitdelen en van elkaar leren. Take: “Scholing is steeds belangrijker door ontwikkelingen als Passend onderwijs en de toegenomen mondigheid van ouders en kinderen.” Verder is er elk jaar een teambuildingsdag, met workshops en rollenspelen. Ook krijgen de tso-medewerkers voor kinderen uit groep vier, vijf en zes, die soms wat verveeld rondlopen.
Een klein deel van de vrijwilligers volgt ook een eenjarige opleiding tot tsoleidster en soms het tweede jaar nog de SAW-opleiding, waarmee ze op een bso of kinderopvang kunnen werken. Zo zorgt de aanpak van Op Kop – naast een professionalisering van het overblijven en de naschoolse kinderopvang – ook voor een emancipatiegolf onder de overblijfmoeders en werkgelegenheid. Iets wat een boost heeft gegeven in de Kop van Overijssel, een regio met weinig banen. Onder de tsomedewerkers bevinden zich overigens niet alleen overblijfmoeders. Take: “We hebben ook een paar mannen (vaders, opa’s en twee mannen via Bureau Vrijwilligerswerk) en door het weinige verloop zijn er veel vrijwilligers bij die allang geen kinderen meer op school hebben, maar soms bijvoorbeeld wel kleinkinderen.”
Ouders stellen de tso-aanpak van Op Kop zeer op prijs. Take: “Soms hebben ze niet eens door dat we met vrijwilligers werken, en eisen ze wel erg veel. Dan spring ik in. Mijn sleutelwoorden zijn ‘waardering’ en ‘serieus nemen’. Dat heeft een positief effect op de kwaliteit van tso.”

Scholen voor primair onderwijs lopen vaak tegen dezelfde uitdaging aan. De aanpak kan bijzonder zijn en voor meerdere scholen nuttig. Deze maand in Zo kan het ook!: Stichting Op Kop in Giethoorn heeft 110 geschoolde tso-vrijwilligers én een bovenschoolse overblijfcoördinator. “Ze hebben nu een spreekbuis en voelen zich serieus genomen. Dat zorgt voor binding en continuïteit.”

“De tussenschoolse opvang is een wezenlijk onderdeel van de schooldag. Onze tso-medewerkers zijn op al onze scholen inzetbaar. Sommigen verzorgen zelfs tso op meerdere scholen. Daarnaast kunnen de vrijwilligers die de SAW-opleiding (Sociaal Agogisch Werk; opvolger van SPW) gevolgd hebben ook werken in de buitenschoolse opvang die we op een aantal scholen bieden. Met vragen en kritiek kunnen ze bij mij terecht”, vertelt Annette Take, bovenschools overblijfcoördinator bij Stichting Op Kop. “Ik ken niet veel andere besturen die een (interne) tso-coördinator hebben aangesteld. De tso wordt vaak uitbesteed aan een kinderopvangorganisatie.” Sinds de professionalisering van de tso wettelijk geregeld is (2007), heeft de stichting ervoor gekozen om een bovenschoolse overblijfcoördinator aan te nemen en de vrijwilligers aan te sporen tot het volgen van scholing. De leergierige tso-vrijwilligers van Op Kop zijn allemaal geschoold, hoewel wettelijk ‘maar’ 50 procent van de per dag aanwezige overblijfkrachten geschoold hoeft te zijn. Take: “We hebben een speciaal beleidsplan opgesteld en onze tso gestructureerd. We weten wie waar rondloopt. Naast mij als bovenschoolse tsocoördinator is op elke school bovendien een vrijwillige tso-coördinator aangesteld.” Omdat de scholingssubsidie voor overblijfkrachten sinds augustus vorig jaar is stopgezet, gebruikt Op Kop nu een deel van de lumpsum daarvoor. In de toekomst wordt mogelijk ook een beroep gedaan op aanvulling vanuit de ouderbijdrage. Behalve de (basis)scholing voor tso-medewerkers organiseert Op Kop voor hen thema-ochtenden over bijvoorbeeld ADHD, pesten, autisme, (ouder)communicatie of leidinggeven. Een soort intervisiebijeenkomsten, waarin de vrijwilligers ervaringen uitdelen en van elkaar leren. Take: “Scholing is steeds belangrijker door ontwikkelingen als Passend onderwijs en de toegenomen mondigheid van ouders en kinderen.” Verder is er elk jaar een teambuildingsdag, met workshops en rollenspelen. Ook krijgen de tso-medewerkers voor kinderen uit groep vier, vijf en zes, die soms wat verveeld rondlopen.
Een klein deel van de vrijwilligers volgt ook een eenjarige opleiding tot tsoleidster en soms het tweede jaar nog de SAW-opleiding, waarmee ze op een bso of kinderopvang kunnen werken. Zo zorgt de aanpak van Op Kop – naast een professionalisering van het overblijven en de naschoolse kinderopvang – ook voor een emancipatiegolf onder de overblijfmoeders en werkgelegenheid. Iets wat een boost heeft gegeven in de Kop van Overijssel, een regio met weinig banen. Onder de tsomedewerkers bevinden zich overigens niet alleen overblijfmoeders. Take: “We hebben ook een paar mannen (vaders, opa’s en twee mannen via Bureau Vrijwilligerswerk) en door het weinige verloop zijn er veel vrijwilligers bij die allang geen kinderen meer op school hebben, maar soms bijvoorbeeld wel kleinkinderen.”
Ouders stellen de tso-aanpak van Op Kop zeer op prijs. Take: “Soms hebben ze niet eens door dat we met vrijwilligers werken, en eisen ze wel erg veel. Dan spring ik in. Mijn sleutelwoorden zijn ‘waardering’ en ‘serieus nemen’. Dat heeft een positief effect op de kwaliteit van tso.”

Gepubliceerd op: 30 mei 2013
Let op!
Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Verschenen in

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Jaargids PO (2019-2020) (Met agenda en professionaliseringsaanbod)