Home » Artikelen » Vakoverstijgend werken vanuit onderzoekende houding
W&T-onderwijs volgens curriculum.nu

Vakoverstijgend werken vanuit onderzoekende houding

Auteur: Astrid van de Weijenberg

Wetenschap en Techniek expliciet in de leerlijn van het primair onderwijs. Met ruimte voor eigen invulling van leerkrachten, maar zonder dat zij overal het wiel zelf moeten uitvinden. Zo zien de leerkrachten van ontwikkelteam Mens & Natuur van Curriculum.nu het voor zich. Dat kan alleen van de grond komen waar directies en besturen erg betrokken zijn.

Van een projectweek over energie tot samen afval verzamelen en aandacht voor plastic soep: goede lokale techniek-initiatieven voor en door scholen zijn er te over. Materiaal en faciliteiten ook, in de vorm van techniektorens, maakboxen en op sommige scholen techniekruimtes. Ook de pabo’s werken eraan Wetenschap en Techniek in hun curriculum op te nemen. En toch is wat er op de meeste basisscholen structureel aan W&T-onderwijs ­aangeboden wordt ondanks al die goede bedoelingen nog steeds beperkt, vindt Anna Hotze, lector aan Hogeschool iPabo in Amsterdam. Zij was als extern adviseur betrokken bij ontwikkelteam Mens en Natuur van Curriculum.nu. Dat komt door een combinatie van factoren, legt ze uit. “Ten eerste is er vaak een bepaalde handelingsverlegenheid bij leerkrachten bij het geven van wetenschap- en techniekonderwijs. Dat zien we ook bij pabo-studenten. Veel komen van havo of mbo en hadden daar geen Natuur en Techniek-profiel. Ze zijn meer alfa-georiënteerd, hebben meer affiniteit met taal dan met natuurkunde. De meeste pabo-studenten vinden wetenschap en techniek daarom lastig te geven. Ze missen de kennis en daardoor het zelfvertrouwen. Je ziet dat de meer bèta-georiënteerde studenten wel een meer onderzoekende houding hebben en meer vertrouwen hebben in het geven van W&T-onderwijs.”

Leren van de kleuterklas
Een tweede reden is dat de lessen wetenschap en techniek over het algemeen opener zijn, vrijer, zegt Hotze. “Dat maakt het geven van die lessen lastiger. Welke mate van sturing moet je geven? Moet je zelf een onderzoeksvraag bedenken? Als je leerlingen vrijlaat in wat ze onderzoeken, leren ze dan wel genoeg? En hoe begeleid ik ze daarbij? Weke vragen moet ik dan stellen?” Als derde reden noemt Hotze het al behoorlijk volle curriculum, met begrijpelijkerwijs veel aandacht voor de kernvakken. “Door de focus op taal- en reken­opbrengsten is er afgelopen jaren in het onderwijs minder tijd besteed aan wetenschap en techniek.”

Hoe mooi zou het zijn, zegt ze, als de onderzoekende houding die jonge kinderen hebben vastgehouden wordt in de hogere klassen. Van spelend leren naar onderzoekend leren. “In de kleuterklassen wordt al heel veel gedaan aan onderzoeken, bijvoorbeeld in de bouwhoek met het constructiemateriaal, bij de waterbak en in het winkeltje. Hier zijn leerlijnen van taal, rekenen en wetenschap als vanzelf geïntegreerd in het spel. In hogere klassen is dat voorbij: daar worden ze aangeboden als losse activiteiten.”

Terug naar de methode
Basisschoolleerkracht Ada Oldenburg geeft les aan plusklassen bij Stichting Klasse, groep 3 tot en met 8. Zij is een van de leden van Curriculum.nu-ontwikkelteam Mens & Natuur. Meer samenhang tussen vakken is een van de algemene doelen, bij projectonderwijs ziet zij dat heel goed gaan. “Als we bijvoorbeeld thema ‘Zuinig met energie’ kiezen, dan maken en onderzoeken we stroomkringen, ofwel elektrische circuits. We nemen meterstanden op en rekenen het verbruik uit. Tegelijkertijd leren we nieuwe woorden en maken een muurkrant.” Zo worden vakken met elkaar verweven. “Bij projectonderwijs vinden we dat heel normaal. Maar daarna gaan we weer terug naar de methode. Zelfs die begint soms met een leuke en praktische les om kinderen zich te laten verwonderen, maar ik merk dat mijn collega’s juist die les vaak overslaan. Te ingewikkeld, geen tijd, we moeten leerlingen klaarstomen voor de toets. Ze focussen meer op termen leren dan op begrijpen.”

IJsbeervacht
Het ontwikkelteam adviseerde de minister een combinatie van bouwstenen: referentiekaders, vraagstukken, denkwijzen, werkwijzen en concepten als kracht, energie, voedsel, weer en klimaat. Oldenburg geeft als voorbeeld het thema biomimicry – imitatie van de natuur voor menselijke toepassingen – met als vraagstuk: hoe ontwerp je goede isolatie? Bijvoorbeeld door te kijken naar organismen die overleven in een koude leefomgeving, zoals een ijsbeer. De vacht is zo geëvolueerd dat de samenstelling, haarlengte en hoeveelheid haren de beer optimaal warm houden. De vorm sluit dus aan bij de functie. Aan de hand van zo’n voorbeeld kan een leerling andersoortige isolatie voorstellen. Concept: biodiversiteit en leefomgeving. Referentiekader: de gebruikte technologie. Werkwijze: het ontwerp. Denkwijze: verbanden tussen isolatie en ijsbeervacht. Aan de bekende thema’s worden persoonlijke en maatschappelijke dilemma’s toegevoegd die leerlingen tegenkomen in het dagelijks leven, zoals duurzaamheid, gezondheid en technologische ontwikkelingen: interdisciplinaire vraagstukken die met kennis uit de natuurwetenschap te begrijpen en te verklaren zijn.

Zelfde kerndoelen
De gemeenschappelijke taal noemt ontwikkelteamlid en docent biologie Saskia van der Jagt van het Coornhert Gymnasium in Gouda een van de geslaagde aspecten van het curriculum. “Nu zijn de kerndoelen in het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs heel anders geformuleerd. Door de nieuwe curriculum-plannen wordt helder wat een leerling inhoudelijk leert op de basisschool. Dat is prettig, want de ene basisschool doet veel aan wetenschap en techniek en de andere weinig. Daardoor ben ik in de brugklas een half jaar verder voordat iedere leerling op hetzelfde niveau zit. Hopelijk kunnen we dan meteen aan het begin van het schooljaar de diepte in. Dat is ook minder frustrerend voor leerlingen voor wie het allemaal herhaling is.”

In de leerlijn
De voorstellen voor het nieuwe curri­cu­lum zijn echt niet hemelbestormend, zegt Van der Jagt bij wijze van geruststelling. “Waar we als ontwikkelteam langskomen, leggen we uit wat we hebben gedaan en nemen we de zorg weg dat alles gaat veranderen.” Van der Jagt deed eerder promotieonderzoek over leren onderzoeken en kwam verschillende mooie voorbeelden tegen van scholen waar met onderzoeksvragen werd gewerkt en veel onderzoek in de natuur plaatsvond. Ook de leden van het ontwikkelteam zelf doen in hun eigen lespraktijk al veel aan wetenschap en techniek. Van der Jagt: “Het is meer dat er nu een nieuwe ordening wordt aangebracht. Beter benoemen wat sommigen eigenlijk al doen. Waar heb ik het over? Waarom doe ik wat ik doe? Dat zorgt er ook voor dat het niet meer afhankelijk is van de leerkracht of school dat onderwerpen als klimaatverandering of seksualiteit aan de orde komen. Het wordt nu expliciet in de leerlijn opgenomen.”

Methodeschrijvers
Zowel Ada Oldenburg als Saskia van der Jagt hopen dat het ontwikkelteam een rol krijgt bij het uitwerken van het curriculum tot de uiteindelijke kerndoelen. Van der Jagt: “Als leraar staan wij dicht bij de praktijk en vanuit het ontwikkelteam weten we welke gedachten achter de bouwstenen zitten. Ik hoop dat de minister het niet alleen aan bijvoorbeeld SLO overlaat om onze ideeën uit te werken.”

Ook voor de methodeschrijvers is er werk aan de winkel, ziet Anna Hotze. “Je wil niet dat leerkrachten uren moeten zoeken naar goede W&T-lessen met – bijvoorbeeld – het thema duurzaamheid. Aan de ene kant laat dit curriculumvoorstel ruimte om een eigen invulling te geven aan de lessen, aan de andere kant wil je ook niet dat leerkracht X in stad of dorp Y uitvindt wat een andere leerkracht elders al bedacht heeft. De leerkracht kan het dan prima verder vormgeven. Want hoeveel sturing je moet geven is tenslotte ook erg afhankelijk van de klas.”

Schoolleiders
Ada Oldenburg kijkt vol verwachting naar de schoolleider. “Wat heeft die een mooie baan. Die kan bepalen wat leerkrachten in teamverband gaan doen, want de curriculumwijziging legt meer eigenaarschap bij de scholen.” Op scholen waar W&T als thema goed van de grond komt, blijken schoolbesturen en directies erg betrokken te zijn, ervaart Anna Hotze. “Je ziet het terug in de schoolplannen, in de aandacht voor professionalisering. Mijn advies zou zijn om op een school twee wetenschap-, natuur- en techniekspecialisten op te leiden. Dan krijg je massa aan kennis en kunde. Zij kunnen het team meenemen en het onderwerp ook op de agenda zetten bij vergaderingen. Dat moet dan wel gesteund zijn door de directie. Je kunt ook het hele team trainen. Dat zorgt echter voor een veranderproces op school. En ga ook eens kijken bij andere scholen.” “Laten we niet weer vervallen in alleen maar aandacht voor taal en rekenen”, zegt Saskia van der Jagt. “Ook wetenschap en techniek kan kansengelijkheid bevorderen. En laat schoolleiders niet afwachten, maar alvast aan het werk gaan. Het vastleggen van de implementatie in meerjarenplannen kan bijvoorbeeld nu al. Laat schoolbesturen nadenken hoe ze leerkrachten kunnen bekwamen. Wacht niet tot de Tweede Kamer een oordeel heeft gegeven over het curriculum. Er is zoveel tijd en expertise in gestopt. Ik verwacht dan ook dat de Kamer zich erachter schaart.”

 

Mens & Natuur In Curriculum.nu
De kerndoelen voor het onderwijs moeten na dertien jaar hoognodig geactualiseerd worden, vond het ministerie van Onderwijs. 125 leraren, 18 schoolleiders en talloze andere experts ontwierpen mee aan een nieuw curriculum. In oktober jl. presenteerde Curriculum.nu de minister de resulterende voorstellen, verdeeld over diverse leergebieden, waaronder Mens & Natuur. Het bijbehorende ontwikkelteam hield zich onder andere bezig met een betere verankering van wetenschap en techniek in het curriculum.

Gepubliceerd op: 30 november 2019

Verschenen in

Thema's

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Zicht op pensioen (Herziene versie maart 2018)