Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » Toefje paramedische kennis maakt zorg op school veel efficiënter en goedkoper
Eerste ervaringen met pilot zorg & onderwijs 1match positief

Toefje paramedische kennis maakt zorg op school veel efficiënter en goedkoper

Auteur: Vanja de Groot

Passend onderwijs vergt inzicht in kinderen met een ondersteuningsbehoefte. Een school kan zich zonder al te veel ‘extra werk’ beter toerusten voor het omgaan met meer diversiteit in de klas, door het creëren van een efficiënte zorgstructuur. Dit kan bovendien een aanzienlijke besparing opleveren, mede door het aanboren van een relatief onbekende geldstroom: de zorgverzekeraar. Enkele scholen zijn al aan de slag gegaan met deze werkwijze.

Een efficiënte zorgstructuur op school kan de kosten voor begeleiding en onderzoek van leerlingen met bijvoorbeeld gedragsproblemen, dyslexie, autisme, faalangst of spraakproblemen tot een minimum beperken. “Als je een leerkracht toerust om heel vroeg te signaleren en te handelen, is minder interventie achteraf en minder doorverwijzing naar zorgverleners nodig. Dat kan door kennis uit de zorgsector praktisch in te zetten op verschillende niveaus in de school”, aldus Merlijn Norder, adviseur bij de AVS. Door de kennis van leerkrachten te verbreden met basisinzichten uit de zorg leren zij anders kijken naar kinderen. “Een stagnatie in de (leer)ontwikkeling kan een paramedische oorzaak hebben. Zo heeft 80 tot 85 procent van de dyslexiegevallen een motorische oorzaak”, zegt Koos Stienstra van Intraverte, praktijk voor paramedische begeleiding voor sociaal-emotionele en motorische hulpvragen van kinderen. “Ook rekenproblemen hebben vaak te maken met de motorische ontwikkeling.”

Een van de doelen van het opdoen van zorgkennis door schoolteams is dat er minder snel stempels op stoornissen worden geplakt. Norder legt uit: “Er zijn bepaalde motorische voorwaarden om te kunnen rekenen, maar ook om te kunnen lezen of samen te spelen. Als je dat als leerkracht weet, kun je een kind helpen die ontwikkeling te maken, waardoor het daarna zonder problemen kan rekenen. Je gaat van signaleren naar vroegsignaleren. Hierdoor is het in veel gevallen niet nodig om ‘stempels’ te plaatsen en ontwikkelt zich geen grotere zorgvraag op latere leeftijd.” Stienstra: “Leerkrachten zullen door de extra kennis en vaardigheden eerder een zorgleerling in hun klas houden dan voorheen.”

Zorgbril
Samen met Norder legde Stienstra de koppeling tussen de inzet van middelen vanuit het onderwijs én die vanuit de zorg. Intraverte en de AVS ontwikkelden en begeleiden daartoe de pilot Zorg & Onderwijs 1Match (ZO1Match), die onder andere bestaat uit de tweedaagse training ‘Anders kijken naar kinderen’. Daarin leren leerkrachten, intern begeleiders (ib’ers) en indien gewenst schoolleiders door een ‘zorgbril’ kijken naar het gedrag van leerlingen. Norder: “Ze leren het verband te zien tussen de cognitieve ontwikkeling (schoolse vaardigheden) en de (senso)motorische en sociaal-emotionele ontwikkeling. We reiken simpele maar effectieve handvatten aan om bepaald gedrag te herkennen en begrijpen. Dit geeft directe verlichting en meer zelfvertrouwen in de omgang met kinderen en de diversiteit in de groep.” Ook een goede samenwerking met ouders komt aan bod. Dreigt niet het gevaar dat een leerkracht op de stoel van de zorgverlener gaat zitten? Norder: “In de training besteden we uitgebreid aandacht aan de grens tussen wat een leerkracht kan oppakken en wanneer de expertise van de zorgverlener in beeld komt.” Stienstra benadrukt dat de scholing en de integratie daarvan in het dagelijks handelen van onderwijspersoneel een relatief kleine inspanning vraagt, maar uiteindelijk veel tijd en geld oplevert. “Door de effectievere overdracht tussen leerkracht en zorgverlener ontstaat bovendien meer wederzijds begrip.” De training sluit feilloos aan bij het handelingsgericht werken en levert de deelnemers een – kosteloze – mogelijkheid op tot toetsing en analyse in Parnassys, met bijpassend handelingsplan. Norder en Stienstra maakten afspraken om ZO1Match in te bedden in dit webbased leerlingvolg- en administratiesysteem.

Alternatieve geldstroom
De zorgverzekering is – naast ‘bekende’ middelen als de basiszorg lumpsum, leerlinggebonden financiering, gemeentegelden en WSNS/ samenwerkingsverbanden – een financiële stroom die op dit moment nog niet of zeer beperkt wordt ingezet in het onderwijs. Samen met een effectievere zorgorganisatie kan deze nieuwe financieringsbron op een gemiddelde school van 220 leerlingen echter zorgen voor een forse besparing per jaar, blijkt uit onderzoek van de AVS en Intraverte. Binnen ZO1Match wordt gekeken in hoeverre de zorg op school uit het basis- en eventueel plusprofiel – zoals logopedie en dergelijke – verleend kan worden door de reguliere zorgverlening en of zorgverzekeraars deze zorg kunnen bekostigen (basisverzekering en/of aanvullende verzekering). Stienstra: “We bekijken eerst via een zorgscan welke zorg de school binnenhaalt en vervolgens wat en hoeveel de verschillende zorgverzekeraars vergoeden. Scholen hebben daar vaak maar een beperkt beeld van.” Wat zorgverzekeraars vergoeden verschilt per regio, merkt Norder op. “Ook hebben sommige regio’s bijvoorbeeld al wel standaard logopedie op de scholen en andere niet.” Stienstra: “Wij weten precies welke zorg de komende jaren wel en welke niet vergoed wordt vanuit de basis- en aanvullende verzekering, inclusief alle varianten daarop.”

Educatief leiderschap
Nadat Norder en Stienstra de besparingsmogelijkheden inzichtelijk hebben gemaakt, ontwerpen zij een gewenst zorgschema en begeleiden vervolgens de implementatie van de nieuwe zorgstructuur, zowel organisatorisch als financieel. Bijvoorbeeld hoe je als school (nieuwe) zorgpartners kunt contracteren. Norder: “Uitgaande van het ondersteuningsprofiel ga je als school eerst kijken welke zorg je nog niet of niet voldoende zelf kunt bieden. In lijn met de visie van de school en de schoolontwikkeling maak je vervolgens passende afspraken met de juiste zorgverleners. Op dit terrein valt nog veel te winnen.” ZO1Match begeleidt de school hierin en staat stil bij juridische aspecten, financiële mogelijkheden, afspraken over communicatie, overleg, et cetera. Intraverte heeft op dit vlak veel expertise opgebouwd de afgelopen jaren. Stienstra: “Bij het neerzetten van de nieuwe zorgstructuur speelt de schoolleider een belangrijke rol. De organisatie van het team verandert. Er vindt een herverdeling en herijking plaats van de verantwoordelijkheden van en taakverdeling tussen leerkrachten en ib’ers. Dat gaat niet vanzelf.

Bovendien vergt het kijken naar kinderen door een paramedische bril een mentaliteitsverandering binnen de schoolcultuur. De schoolleider moet tot in z’n tenen aanvoelen wat er in de klas gebeurt. Dat is educatief leiderschap: niet alleen denken in mooie visies, maar je mensen op de werkvloer faciliteren en laten zien waar ze mee bezig moeten zijn, en waarmee niet.”

Deskundige gesprekspartner
Door de Transitie Jeugdzorg, waarbij de gemeente verantwoordelijk wordt voor de zorg aan jeugd en gezinnen, krijgt bijvoorbeeld de GGD als partner van de school een nog grotere rol dan nu. Stienstra: “Schoolverpleegkundigen en –artsen krijgen een stevigere vinger in de pap. Met behulp van ZO1Match kunnen scholen een professionele en deskundige gesprekspartner voor deze en andere beroepsgroepen zijn. Ook voor de zorgverzekeraar.” Stienstra acht het een noodzakelijke ontwikkeling dat scholen zich op termijn gaan bundelen als gesprekspartner voor zorgverzekeraars. “Collectief kun je meer betekenen. Als het onderwijs zegt ‘dit hebben we nodig, anders gaan we naar een andere verzekeraar’, neemt de zorgverzekeringsbranche dat zeker serieus. In het oosten van Nederland bereiden we dit momenteel voor met een samenwerkingsverband en daar heeft de verzekeraar al goed schrik van.”

Scholen die aan de slag willen met ZO1Match hoeven wat Stienstra betreft niet te wachten totdat alle samenwerkingsverbanden opnieuw zijn ingericht. “Het sluit goed aan bij de ontwikkelingen van nu, bij het kijken naar wat een kind nodig heeft, niet naar wat het heeft. Dat er een alternatieve financieringsvorm wordt aangesproken, is de kers op de taart.”

Zie ook: Zorg en Onderwijs 1Match: training ‘Anders kijken naar Kinderen’

Gepubliceerd op: 1 maart 2013
Let op!
Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Verschenen in

Kader Primair 7 (2012-2013) (Verder in dit nummer)

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Zicht op pensioen (Herziene versie maart 2018)