Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » Tafels op het speelplein
Bewegend leren

Tafels op het speelplein

Auteur: Astrid van de Weijenberg

Kabouter met ou of au? Leerlingen rennen naar de ene kant van het speelplein of naar de andere. De goede of de verkeerde kant. Bewegen en leren gaan heel goed samen. Het lijkt een goede manier om schoolprestaties te verbeteren en leidt in elk geval tot fitte en blije leerlingen en een grotere diversiteit aan werkvormen. Steeds meer scholen doen – naast vaak al veel aandacht voor bewegen in het algemeen – aan bewegend leren.

Mgr Heyligersschool in Kwadendamme
 
Makkelijk inzetbaar maken voor leerkrachten 
Op de Mgr Heyligersschool in het Zeeuwse Kwadendamme begon het ooit met een studiedag van het Centraal Instituut Opleiding Sportleiders (Cios). Schooldirecteur Ivo Collet en de lokale sportambtenaar Martijn den Blijker van de gemeente Borssele waren zo enthousiast over de mogelijkheden van bewegend leren, dat ze samen aan de slag gingen om het te introduceren op school.
 
Aanvankelijk gebeurde bewegend leren met de methode Beweegknap, ontwikkeld door het Cios en gekoppeld aan de leerdoelen van het basisonderwijs. Zonder subsidie, maar wel met inzet van uren van de sportambtenaar en met schooldirecteur Collet als kartrekker, maakten ze een begin. De school won er de Zeeuwse Onderwijsprijs 2016 mee. Inmiddels is de school op eigen wijze verder gegaan. Collet: “We hebben vooral gekeken naar hoe bewegend leren makkelijk inzetbaar kan zijn door leerkrachten. Beweegknap biedt veel inspiratie, maar is erg bewerkelijk. Er zijn zoveel varianten, dat je veel tijd kwijt bent om dat allemaal uit te zoeken en uit te leggen. Daarvoor moet je bijna iemand in dienst nemen. Daarom hebben we vereenvoudigde spelvormen gemaakt en die op kaarten gezet. Dat biedt duidelijkheid aan leerkrachten, maar ook aan leerlingen.”
 
Gemarkeerd speelplein
Er zijn inmiddels tien kaarten en dus tien spelvormen die allemaal praktisch toepasbaar zijn. Want daar zit het gevaar, weet Collet. “Als het organiseren veel tijd kost, gebeurt het niet. Dat is een drempel.” Het speelplein heeft daarom vaste markeringen, een lijn, hoepels en vierkanten. Honderd velden op het schoolplein geven leerlingen gevoel bij verhoudingen. Ook de gymzaal wordt gebruikt. Collet helpt waar mogelijk om materiaal klaar te zetten. Verder vergt de methode van de Mgr Heyligersschool weinig investeringen. Letters van schuim koop je bij de Action. Kaartjes met woorden maken ze zelf. Schattend rekenen doen ze bijvoorbeeld met een pittenzakje: hoe ver denk jij dat je gegooid hebt? Of gooi in de buurt van de 12. Breuken koppelen aan kommacijfers, zoals de juf of meester het noemt, doen ze met renspelletjes: het ene kind pakt 1/4, het andere 0,25 en ze zoeken elkaar op. Wie bij trefbal afgooit, pakt een woord en de lidwoorden gaan na afloop bij elkaar staan. De theorie bij de les wordt in de klas uitgelegd als de leerlingen weer terug zijn in het lokaal, de praktijk vindt op het schoolplein plaats.
 
Blijven inspireren
Directeur Collet draagt het bewegend leren met verve uit. Al ziet hij in de winter dat het allemaal wat inzakt. “Af en toe moeten de leerkrachten opnieuw geïnspireerd worden. De bedoeling is dat ze toch minimaal eens per week een les buiten doen. Sommige leerkrachten gaan wel drie keer per week en verzinnen zelf nieuwe activiteiten, anderen hebben er wat meer moeite mee.” Op zijn school komen regelmatig collega’s kijken, ook die aandacht motiveert. De gemaakte kaarten stelt Collet graag beschikbaar aan wie ze wil. Zijn advies aan andere scholen is om het gewoon uit te proberen. “Met de doelen in het achterhoofd en een paar kartrekkers is het allemaal niet zo ingewikkeld.”
Op de Mgr Heyligersschool krijgen gezondheid en veel bewegen sowieso veel aandacht. Collet: “Wij hebben mede door dit alles op school relatief weinig leerlingen met overgewicht. En verder zijn onze kinderen heel vrolijk. Ze geven aan de wisseling in de werkvormen heel plezierig te vinden. Buiten en binnen hebben ze meer energie. Bovendien zit er veel samenwerken in de spelletjes.”
 
Downloaden kaarten bewegend leren Mgr Heyligersschool: www.borselebeweegt.nl/bewegend-leren
 
---
Margarethaschool in Arnhem
 
Van springend klokkijken tot spinningbike
 
De Margarethaschool in Arnhem is al twaalf jaar bezig met bewegen. De vorige directeur, Ard op de Weegh, was de initiator. Onder het motto: bij opbrengstgericht leren hoort ook opbrengstgericht bewegingsonderwijs.
 
De Margarethaschool doet mee aan een pilot om te kijken hoe je beweging in kunt zetten in het klaslokaal, vanuit de kenniskring bewegend leren van de pabo en een gelijknamige werkgroep met enkele leerkrachten van de school zelf. Tafels opzeggen terwijl je de bal vangt. Klokkijken en springen bij de halve minuten. Het zijn voorbeelden van hoe de school bewegen en leren in het klaslokaal combineert. “Kleuters bewegen al veel in de lessen, dus daar wordt bewegend leren al min of meer vanzelf toegepast”, aldus vakleerkracht bewegingsonderwijs Ivo Glaser.
In de hal van de school staat ook een spinningbike. Een goede manier voor leerlingen om stoom af te blazen of een overschot aan energie kwijt te raken. De fiets wordt veel gebruikt. Glaser ziet er dagelijks kinderen op zitten.
“Als ze na vijf of tien minuten terugkomen in de klas, kunnen ze weer even stil zitten om hun werk te maken.”
 
Frequent bewegingsonderwijs
Omdat een gezonde geest en een gezond lichaam bij elkaar horen, heeft de Margarethaschool in eerste instantie vooral ingezet op goed en frequent bewegingsonderwijs. Twee bevlogen vakleerkrachten geven drie keer in de week 45 minuten gymles. Motorische remedial teaching voor leerlingen die uitvallen in de gymles vindt iedere week plaats tijdens schooltijd. Glaser: “Als het een kind bijvoorbeeld maar niet lukt om te zwaaien aan de touwen, geven wij gerichte instructie op dat onderdeel om het onder de knie te krijgen. We doen dat in kleine groepjes, gedurende tien weken. Je kunt met zo’n groepje veel individueler werken en beter sturen. Je ziet het zelfvertrouwen van deze kinderen groeien.” Buiten hun eigen lessen om zijn de vakleerkrachten hiervoor vrij geroosterd. Ook in de pauze organiseren de gymleraren activiteiten, onder de naam ‘Ready set go’. Deze vinden plaats op het schoolplein alle leerlingen kunnen meedoen.
 
Naschools aanbod
Daarnaast biedt de school negen sportgerelateerde naschoolse activiteiten (kosten voor de leerlingen: 2,50 tot 5 euro voor tien keer). Van half 3 tot ongeveer half 5, van voetbal tot dans, basketbal, dreumes/peutergym, gym plus en sportinstuif. De Margarethaschool is onderdeel van een IKC en organiseert de activiteiten samen met kinderopvangorganisatie SKAR. De school ligt in de wijk Malburg, een zogenoemde krachtwijk.
“Het doel van de extra inzet op bewegingsonderwijs is niet alleen fysiek, maar ook om een beter leerrendement halen”, vertelt vakleerkracht Glaser. “Goed ontwikkelde motorische vaardigheden kunnen voor een boost zorgen in de schoolvaardigheden van kinderen.”
Om het intensieve bewegingsonderwijs te bekostigen, is een paar jaar geleden de keus gemaakt om de klassen te vergroten. Iedere klas heeft gemiddeld twee leerlingen erbij. Met minder groepen kwam geld beschikbaar voor de extra inzet van vakleerkrachten. Daarnaast heeft de school subsidie ontvangen van Sportbedrijf Arnhem en het wijkteam. De werkgroep in de school die is opgericht voor bewegend leren, doet dat vanuit de taakuren die iedere leerkracht heeft. Binnenkort verwacht men de resultaten van de pilot met de pabo en wordt bepaald hoe verder te gaan.
 
----
 
St. Sebastianusschool in Ilpendam
 
Bewegen en leren consequent combineren
‘Hoeveel tijd heeft de natuur nodig om kauwgum af te breken? A: 1 jaar, B: 20 jaar, C: Kauwgum wordt niet afgebroken. Ren je rot!’ De leerlingen van de St. Sebastianusschool in Ilpendam rennen in het kader van een project over zwerfafval naar bak B en C. B blijkt het goede antwoord. Bewegen en leren is heel gebruikelijk op de Sebastianus.
 
“Voorwaarde voor succes is dat de leerlingen serieus meedoen. Dat ze weten dat het leren is en niet spelen, ook al is het buiten”, vertelt Karin Rijnders, leerkracht van groep 3 en 4. De St. Sebastianusschool is de eerste van de negen scholen waar ze werkt(e) die bewegen en leren zo consequent combineert, zegt ze. Op de sbo-school waar ze voorheen lesgaf, zou het ook minder makkelijk kunnen. “Daar heb je meer begeleiding nodig.”
De basis voor regelmatig bewegend leren op de Sebastianus is gelegd op de Nationale Buitenlesdag, waar de school jaarlijks aan meedoet.
 
Meerdere doelen
Bewegend leren heeft voor het schoolteam meerdere doelen. Ze gebruiken het als opfrismomentje als de concentratie een beetje wegvalt: ‘Kom op, even staan’. De leerlingen springen bijvoorbeeld het antwoord op 1 x 2. Maar het lijkt ook alsof de stof beter blijft hangen door te bewegen, ziet Rijnders.
 
Eigen suggesties
Voor taal en spelling gebruikt de school de methode Staal. Het bewegen hebben ze er zelf bij bedacht. De leerkrachten, maar ook de leerlingen zelf, komen met suggesties. Het stappen tijdens het verdelen van een woord in klankgroepen bijvoorbeeld: be-lo-ven. Rijnders: “Lange klanken hebben pech, ik haal gewoon een stukje weg, dus wordt het één o. Stappen en praten en dan meteen opschrijven, is de werkwijze. Maak je het woord langer en hoor je een t, dan loop je naar de deur. Hoor je een d, dan loop je naar het raam.” Of de leerkracht legt een hoepel uit de speelzaal op het schoolplein en schrijft daarin -ng, in een andere -nk. De leerlingen oefenen in tweetallen: de een leest het woord voor, de ander rent naar de juiste hoepel en schrijft het woord op.
“Een hoepel, stoepkrijt, kaartjes met woorden of getallen: veel meer heb je niet nodig.” Naast een goede voorbereiding, want dat is cruciaal, vindt Rijnders. “Het is ook prettig om het schoolplein voor je eigen groep te hebben, dus dat moet je regelen. En soms moet je improviseren. Als de kaartjes wegwaaien, ga je iets zonder kaartjes doen.” Ook een goed pedagogisch klimaat is belangrijk, benadrukt ze. “De kinderen moeten samenwerken, want veel van de opdrachten doen we in groepen. In wisselende groepen, zodat ze met iedereen leren samenwerken.”

Gepubliceerd op: 11 mei 2019

Verschenen in

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Naar andere schooltijden, en dan? (Herziene versie september 2019)