Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » Speciaal onderwijs - SWV Rijnstreek: laagdrempelige ondersteuning met zorgarrangementen

Speciaal onderwijs - SWV Rijnstreek: laagdrempelige ondersteuning met zorgarrangementen

Samenwerkingsverband Rijnstreek (rond Alphen aan den Rijn) heeft een bijzonder laagdrempelige manier van ondersteuning voor de scholen in het samenwerkingsverband: je belt of mailt de persoon die bij het arrangement ‘hoort’ en je krijgt direct ondersteuning. Zonder indicatiestelling of kosten. Mede hierdoor is de verwijzing naar het speciaal basisonderwijs heel laag. Jan Willem Bos, voorzitter College van Bestuur, en Don Holman, coördinator onderwijsarrangementen, vertellen over hun aanpak.

Tekst: Heike Sieber

SWV Rijstreek bestrijkt het gebied rond Alphen aan den Rijn: vier gemeenten (16 dorpen) in het groene hart. Onder het huidige samenwerkingsverband (swv) vallen 52 basisscholen met in totaal 12.500 leerlingen (afl ooptijd 1-8-2013), met één sbo-school ‘Op Maat’. Het expertisecentrum legt verantwoording af aan het CvB (Sbo Op Maat en het expertisecentrum vallen onder hetzelfde bestuur). De aanleiding om te komen tot de onder wijs zorgarrangementen zoals SWV Rijnstreek ze biedt, ligt een aantal jaren terug (2004) en is ingegeven door een samenloop van omstandigheden. Coördinator Don Holman: “De gewenste ontwikkeling van de besturen was dat Op Maat kleiner zou worden en leerlingen langer op de basisschool zouden verblijven. Er was formatieve boventalligheid en vraag naar extra ondersteuning op de basisschool. In 2004 werd een en ander op een nieuwe manier georganiseerd op swv-niveau. De focus lag op bovenschoolse zorg: (preventieve) ambulante begeleiding werd extra toegevoegd. In 2005/2006 is in het swv de slag gemaakt naar handelingsgericht werken en ambulante begeleiding werd omgezet in preventieve ambulante hulp. De focus werd verlegd van ondersteuning van leerlingen naar vragen en ondersteuning van leerkrachten.” Deze vraaggerichte werkwijze leidde tot 15 onderwijszorgarrangementen, van preventief ambulante begeleiding (PAB) en een steunpunt gedrag tot trajectbemiddeling voor ouders/scholen, instroom van anderstalige leerlingen en de overdracht po/vo. CvB-voorzitter Jan Willem Bos: “Doel van het swv was thuisnabij onderwijs en leerlingen zoveel mogelijk op de basisschool houden. Hiervoor moesten we iets bieden waar de scholen behoefte aan hebben: arrangementen voor leerlingen en leerkrachten.” Holman vult aan: “Onze zeer vraaggestuurde organisatie richt zich op het in beeld krijgen en ondersteunen van onderwijs- en zorgbehoeften. Ook geven we adviezen aan scholen om (zorg)klassen op te zetten en werken we aan meer tussenvoorzieningen. Als een ondersteuningsvorm niet gewenst is, gaat het meteen uit de markt. Zo is de breedtezorg van het swv vormgegeven.”

Laagdrempelig, snel en flexibel
Basaal in deze werkwijze is de eigen zorgstructuur van de school, vertelt Holman. “Sinds vijf jaar vormt handelingsgericht werken en afstemmend onderwijs de leidraad. In de scholen is het MPO georganiseerd (meer partijen overleg, vergelijkbaar met het ZAT-overleg) of is er op ib-niveau een ZAT voor het bespreken van extra ondersteuning. Daarin spelen de consulenten een rol. Het gaat om het laagdrempelig, snel en flexibel inzetten van de zorgarrangementen: vragen, aanpakken, interveniëren en zo preventief mogelijk inspelen op de behoefte. Voldoet de basiszorg niet meer, dan biedt de breedtezorg hulp. Is dit niet afdoende, dan is dieptezorg aan de orde. Sbo Op Maat positioneert zich door verzwaarde breedtezorg en cluster 3/ 4-problematiek. Doorzettingsmacht ligt bij de onderwijsspecialist en bij twijfel over een juist arrangement wordt de coördinator van het expertisecentrum ingeschakeld; het loopt dus niet via de Commisie van Indicatiestelling (CVI) en de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL).” Het expertisecentrum heeft een schakelfunctie met het speciaal onderwijs (so) en de ambulant begeleiders (vooral cluster 3 en 4). “Maar”, gaat Holman verder, “er is nog een andere manier van ondersteuning, nog rechtstreekser. De ib’er belt dan met de onderwijsspecialist van een zorgarrangement en deze besluit over de inzet van expertise. De taak van de coördinator is de specialisten als team te begeleiden. Het team bestaat uit 16 mensen (inclusief administratie en coördinator) en krijgt aansturing vanuit het expertisecentrum door feedback, intervisie, scholing en facilitering.”

Lager verwijzingspercentage
Bestuurder Bos: “We zijn wars van dikke onderwijskundige rapporten en willen dat mensen meteen kunnen bellen of mailen als ze een kind hebben waarover een vraag speelt. Binnen 24 uur krijgen zij antwoord. Na één week staat er een expert op de stoep. Er is direct contact met de uitvoerder. En er zijn géén extra kosten aan verbonden voor school: alles valt onder het budget van het swv. We hebben nu een verwijzingspercentage van 1.6 procent, dat was twee keer zoveel.” De opzet van de zorgarrangementen wordt jaarlijks geëvalueerd en opgenomen in het jaarverslag. Er blijkt grote tevredenheid: de arrangementen scoren gemiddeld een 3,5 (vierpuntschaal). Bos: “SWV Rijnstreek is eigenlijk al jaren bezig om Passend onderwijs goed in te richten.”

Nieuwe keuzes
Vanaf 2013, als het nieuwe swv er is, moeten nieuwe keuzes gemaakt zijn. Bos: “We willen doorgaan met de expertise en vraaggestuurd werken, in samenhang met het so. Het swv heeft nu nauwelijks thuiszitters. Wat werkt moeten we niet weghalen! Bij een werkbezoek van minister Van Bijsterveldt in 2011 zei ze: ‘Het zou zonde zijn als dit soort ontwikkelingen afgebroken worden vanuit de nieuwe wetgeving’.

Van de 12.000 leerlingen worden er jaarlijks tussen de 400 en 500 leerlingen begeleid vanuit het expertisecentrum (3,5 procent). Bos: “Qua omvang is dit een bedreiging voor de sbo-school, deze is bijna gehalveerd. Maar we bieden sneller en adequater hulp aan meer leerlingen, en op het juiste moment.” Bos denkt dat het swv niet samen hoeft te gaan met andere verbanden. “Er worden wel een aantal scholen en het so toegevoegd. Naast de balans van belangen en expertiseoverdracht is het zaak de expertises goed in elkaar te vlechten. We willen alles zo effi ciënt mogelijk blijven inzetten. Dat is uitdaging voor de toekomst.”

Bos concludeert dat onderwijsarrangementen voor ieder swv zijn weggelegd en een toegevoegde waarde hebben. “Activiteiten en expertise die scholen niet zelf kunnen realiseren moeten in gemeenschappelijkheid opgericht worden.” Zijn advies: blijf feeling houden met de scholen en anticipeer op de behoeftes. Optimale afstemming tussen swv en het sbo is een belangrijke voorwaarde. Laat de zaken niet lopen via een ‘opgetuigd loket’, maar blijf laagdrempelig middelen en arrangementen inzetten. Neem de vragen van scholen serieus en werk vraaggestuurd. Organiseert geen aanbod waar geen behoefte aan is.”

Neem voor meer informatie over deze werkwijze contact op met Don Holman, Coördinator Expertise Centrum St. WSNS SWV Rijnstreek, tel. 06-53591636, d.holman@swv3302.nl.

Heike Sieber (h.sieber@avs.nl) is adviseur bij de AVS op het gebied van onderwijs en leerlingenzorg, en ontwikkelaar van de praktijksimulatie Kind op de Gang!®.

Samenwerkingsverband Rijnstreek (rond Alphen aan den Rijn) heeft een bijzonder laagdrempelige manier van ondersteuning voor de scholen in het samenwerkingsverband: je belt of mailt de persoon die bij het arrangement ‘hoort’ en je krijgt direct ondersteuning. Zonder indicatiestelling of kosten. Mede hierdoor is de verwijzing naar het speciaal basisonderwijs heel laag. Jan Willem Bos, voorzitter College van Bestuur, en Don Holman, coördinator onderwijsarrangementen, vertellen over hun aanpak.

Tekst: Heike Sieber

SWV Rijstreek bestrijkt het gebied rond Alphen aan den Rijn: vier gemeenten (16 dorpen) in het groene hart. Onder het huidige samenwerkingsverband (swv) vallen 52 basisscholen met in totaal 12.500 leerlingen (afl ooptijd 1-8-2013), met één sbo-school ‘Op Maat’. Het expertisecentrum legt verantwoording af aan het CvB (Sbo Op Maat en het expertisecentrum vallen onder hetzelfde bestuur). De aanleiding om te komen tot de onder wijs zorgarrangementen zoals SWV Rijnstreek ze biedt, ligt een aantal jaren terug (2004) en is ingegeven door een samenloop van omstandigheden. Coördinator Don Holman: “De gewenste ontwikkeling van de besturen was dat Op Maat kleiner zou worden en leerlingen langer op de basisschool zouden verblijven. Er was formatieve boventalligheid en vraag naar extra ondersteuning op de basisschool. In 2004 werd een en ander op een nieuwe manier georganiseerd op swv-niveau. De focus lag op bovenschoolse zorg: (preventieve) ambulante begeleiding werd extra toegevoegd. In 2005/2006 is in het swv de slag gemaakt naar handelingsgericht werken en ambulante begeleiding werd omgezet in preventieve ambulante hulp. De focus werd verlegd van ondersteuning van leerlingen naar vragen en ondersteuning van leerkrachten.” Deze vraaggerichte werkwijze leidde tot 15 onderwijszorgarrangementen, van preventief ambulante begeleiding (PAB) en een steunpunt gedrag tot trajectbemiddeling voor ouders/scholen, instroom van anderstalige leerlingen en de overdracht po/vo. CvB-voorzitter Jan Willem Bos: “Doel van het swv was thuisnabij onderwijs en leerlingen zoveel mogelijk op de basisschool houden. Hiervoor moesten we iets bieden waar de scholen behoefte aan hebben: arrangementen voor leerlingen en leerkrachten.” Holman vult aan: “Onze zeer vraaggestuurde organisatie richt zich op het in beeld krijgen en ondersteunen van onderwijs- en zorgbehoeften. Ook geven we adviezen aan scholen om (zorg)klassen op te zetten en werken we aan meer tussenvoorzieningen. Als een ondersteuningsvorm niet gewenst is, gaat het meteen uit de markt. Zo is de breedtezorg van het swv vormgegeven.”

Laagdrempelig, snel en flexibel
Basaal in deze werkwijze is de eigen zorgstructuur van de school, vertelt Holman. “Sinds vijf jaar vormt handelingsgericht werken en afstemmend onderwijs de leidraad. In de scholen is het MPO georganiseerd (meer partijen overleg, vergelijkbaar met het ZAT-overleg) of is er op ib-niveau een ZAT voor het bespreken van extra ondersteuning. Daarin spelen de consulenten een rol. Het gaat om het laagdrempelig, snel en flexibel inzetten van de zorgarrangementen: vragen, aanpakken, interveniëren en zo preventief mogelijk inspelen op de behoefte. Voldoet de basiszorg niet meer, dan biedt de breedtezorg hulp. Is dit niet afdoende, dan is dieptezorg aan de orde. Sbo Op Maat positioneert zich door verzwaarde breedtezorg en cluster 3/ 4-problematiek. Doorzettingsmacht ligt bij de onderwijsspecialist en bij twijfel over een juist arrangement wordt de coördinator van het expertisecentrum ingeschakeld; het loopt dus niet via de Commisie van Indicatiestelling (CVI) en de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL).” Het expertisecentrum heeft een schakelfunctie met het speciaal onderwijs (so) en de ambulant begeleiders (vooral cluster 3 en 4). “Maar”, gaat Holman verder, “er is nog een andere manier van ondersteuning, nog rechtstreekser. De ib’er belt dan met de onderwijsspecialist van een zorgarrangement en deze besluit over de inzet van expertise. De taak van de coördinator is de specialisten als team te begeleiden. Het team bestaat uit 16 mensen (inclusief administratie en coördinator) en krijgt aansturing vanuit het expertisecentrum door feedback, intervisie, scholing en facilitering.”

Lager verwijzingspercentage
Bestuurder Bos: “We zijn wars van dikke onderwijskundige rapporten en willen dat mensen meteen kunnen bellen of mailen als ze een kind hebben waarover een vraag speelt. Binnen 24 uur krijgen zij antwoord. Na één week staat er een expert op de stoep. Er is direct contact met de uitvoerder. En er zijn géén extra kosten aan verbonden voor school: alles valt onder het budget van het swv. We hebben nu een verwijzingspercentage van 1.6 procent, dat was twee keer zoveel.” De opzet van de zorgarrangementen wordt jaarlijks geëvalueerd en opgenomen in het jaarverslag. Er blijkt grote tevredenheid: de arrangementen scoren gemiddeld een 3,5 (vierpuntschaal). Bos: “SWV Rijnstreek is eigenlijk al jaren bezig om Passend onderwijs goed in te richten.”

Nieuwe keuzes
Vanaf 2013, als het nieuwe swv er is, moeten nieuwe keuzes gemaakt zijn. Bos: “We willen doorgaan met de expertise en vraaggestuurd werken, in samenhang met het so. Het swv heeft nu nauwelijks thuiszitters. Wat werkt moeten we niet weghalen! Bij een werkbezoek van minister Van Bijsterveldt in 2011 zei ze: ‘Het zou zonde zijn als dit soort ontwikkelingen afgebroken worden vanuit de nieuwe wetgeving’.

Van de 12.000 leerlingen worden er jaarlijks tussen de 400 en 500 leerlingen begeleid vanuit het expertisecentrum (3,5 procent). Bos: “Qua omvang is dit een bedreiging voor de sbo-school, deze is bijna gehalveerd. Maar we bieden sneller en adequater hulp aan meer leerlingen, en op het juiste moment.” Bos denkt dat het swv niet samen hoeft te gaan met andere verbanden. “Er worden wel een aantal scholen en het so toegevoegd. Naast de balans van belangen en expertiseoverdracht is het zaak de expertises goed in elkaar te vlechten. We willen alles zo effi ciënt mogelijk blijven inzetten. Dat is uitdaging voor de toekomst.”

Bos concludeert dat onderwijsarrangementen voor ieder swv zijn weggelegd en een toegevoegde waarde hebben. “Activiteiten en expertise die scholen niet zelf kunnen realiseren moeten in gemeenschappelijkheid opgericht worden.” Zijn advies: blijf feeling houden met de scholen en anticipeer op de behoeftes. Optimale afstemming tussen swv en het sbo is een belangrijke voorwaarde. Laat de zaken niet lopen via een ‘opgetuigd loket’, maar blijf laagdrempelig middelen en arrangementen inzetten. Neem de vragen van scholen serieus en werk vraaggestuurd. Organiseert geen aanbod waar geen behoefte aan is.”

Neem voor meer informatie over deze werkwijze contact op met Don Holman, Coördinator Expertise Centrum St. WSNS SWV Rijnstreek, tel. 06-53591636, d.holman@swv3302.nl.

Heike Sieber (h.sieber@avs.nl) is adviseur bij de AVS op het gebied van onderwijs en leerlingenzorg, en ontwikkelaar van de praktijksimulatie Kind op de Gang!®.

Downloads en links
Gepubliceerd op: 19 april 2012
Let op!
Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Verschenen in

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Integrale Kindcentra, handboek voor directeuren en bestuurders