Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » Sociale media op school nog in kinderschoenen

Sociale media op school nog in kinderschoenen

Auteur: Winnie Lafeber

In de onderwijswereld zie je op het gebied van sociale media vooral lokale en individuele experimenten ontstaan vanuit nieuwsgierigheid, maar structurele toepassingen blijven vaak uit. “Als 2 procent van de scholen actief gebruik maakt van sociale media is het veel.” Tijd om het nut en de noodzaak ervan in te zien.

“Het individuele gebruik door leerkrachten en directeuren neemt de laatste tijd wel toe”, vertelt onderwijskundig ondernemer Menno van Hasselt. “Ik schat in dat het om zo’n 30 procent gaat. Maar als je kijkt naar hoeveel scholen sociale media koppelen aan de visie van de school, is dat percentage heel laag. Er is nog een wereld te winnen.” Van Hasselt, die trainingen sociale media geeft, is zelf een actief twitteraar, zit op LinkedIn en is daar mede-eigenaar van de discussiegroep ‘Onderwijs 2.0’. Volgens hem gaan sociale media niet meer weg en kunnen we er maar beter mee leren omgaan, ook op school. “Kinderen groeien van jongs af aan op met sociale media. Dat schept ook verwachtingen voor het onderwijs.”

Frans Schouwenburg, sectormanager PO en VO bij Kennisnet, is het hier mee eens. “Ik geloof niet dat we zonder sociale media kunnen. Het is er nu eenmaal en het is gratis, doe er maar aan mee.” Schouwenburg ziet mogelijkheden van sociale media in het primaire proces (lespraktijk), in het organiseren van onderwijs (onder andere professionalisering) en in de verantwoordingscyclus (ouder- en leerlingparticipatie). Voor schoolleiders ziet hij met name veel kansen in relatiebeheer en marketing, als onderdeel van de schoolprofi lering en reputatiemanagement. “Ik zie steeds meer dat Twitter als wervingstool wordt ingezet, waardoor de school ‘gaat leven’ voor potentiële ouders. Ook zie ik mogelijkheden voor sponsoring en fondsenwerving.” Schouwenburg wijst op het belang van de schooldirecteur om te reageren op wat er op Twitter over de school wordt gezegd. “Zie het als een voordeel dat er over je school getwitterd wordt. Pas je bedrijfsvoering daarop aan.”

Onderwijskundig ondernemer Van Hasselt vult aan: “Leerkrachten kunnen hun onderwijs verrijken met sociale media, waar veel lestips worden gedeeld. Je bereik is groot, dus je kan veel kennis delen. Bij schoolleiders zie ik die kennisdeling bij deelname aan discussies. En ouders vinden het bijvoorbeeld prettig om via Twitter te horen hoe de schoolreis is geweest. Je ziet ook dat ze op het schoolplein dan eerder in gesprek gaan met de directeur.”

Kloof
Sociale media zijn nog relatief jong, wat misschien de terughoudendheid van het gebruik ervan in het onderwijs verklaart. Toch ziet Van Hasselt dat het onderwijs er heel langzaam aan toe begint te raken, maar de ontwikkelingen gaan erg snel en zijn lastig bij te benen. “De vaardigheden van leerkrachten om goed om te gaan met ict en sociale media zijn gedaald (Ict-monitor Kennisnet 2011), terwijl de toepassingsmogelijkheden zijn gestegen. Hier zie je een kloof met de leerlingen, die veel instrumentele vaardigheden bezitten.” Schouwenburg: “Leerlingen durven ook meer, maar interpreteren gevonden gegevens weer minder goed. Ze zien het onderscheid tussen echte en onechte informatie niet. Die inhoudelijke expertise heeft de leerkracht juist wel.”
Voor een aantal scholen vormt het bestaan van cyberpesten, internetonveiligheid, dreigtweets, vervlakking van onderlinge communicatie en privacybescherming een struikelblok om sociale media volledig te omarmen. Schouwenburg: “Het is een verkeerde reactie om uit te gaan van het misbruik van sociale media. Leer de kinderen ermee om te gaan, zoals ze ook leren om in het verkeer te participeren. Maak het bespreekbaar als iemand gepest wordt op bijvoorbeeld Hyves, verstop je er niet voor. Maak voor leerkrachten die privé op Facebook of LinkedIn zitten een gedeeltelijk beschermde omgeving, waar alleen de klas toegang toe heeft. Stel een protocol op met duidelijke regels en bespreek dat in het team en met de leerlingen.” Van Hasselt: “Een goed gesprek in het team over hoe je je profi - leert als leerkracht is essentieel.”

Leerrendement
“Het educatieve nut van sociale media is nog niet bewezen”, vertelt Van Hasselt. “Er is nog geen onderzoek gedaan naar het effect op leerrendement. Wel haal je successen uit individuele verhalen van voorlopers. Het belangrijkste is dat het een verrijking is van de communicatiemogelijkheden en dat zal – indirect – tot betere resultaten leiden.” Schouwenburg concludeert voorzichtig: “Bij digitaal mindmappen zie je veelbelovende resultaten qua leeropbrengsten. Bij ict zien we al dat oefenprogramma’s bijdragen aan betere onderwijsresultaten. Dan is het logisch dat sociale media die dezelfde toepassingen ondersteunen indirect ook bijdragen aan een beter rendement.”
Van Hasselt tipt scholen tot besluit: “Begin met nadenken over wat je wil en ga gewoon proberen. Zoek via sites als LinkedIn en Twitter contact met onder meer collega’s, leer van elkaar en ga in discussie. Betrek ook ouders erbij. En ga zeker het gesprek met kinderen aan: zij kunnen ons veel leren.” Schouwenburg: “Kijk naar de mogelijkheden. Wat wil je communiceren en zijn sociale media daar geschikt voor? Maak leerkrachten mediavaardig. En stop het Calimero- denken. Willen we van Nederland een kennis- en netwerkmaatschappij maken, laten we dan alle middelen daarvoor inzetten.”
 

‘Delen van informatie is grootste toegevoegde waarde’
Linda Humme, leerkracht op de St. Nicolaas school in Nieuwveen, trainer en ict-coach: “Elke dag krijg ik van andere leerkrachten tips via Twitter (bijvoorbeeld #digibord) over nieuwe ontwikkelingen en lesideeën. Zelf maak ik ook lesmateriaal en deel dat. Het delen van informatie is de grootste toegevoegde waarde van sociale media. Een tijdje geleden zijn we begonnen met Twitter in de klas. Ik wijs kinderen op de gevaren rondom privacy en we bespreken de regels. Het account was eerst afgeschermd, maar staat nu open. Kinderen twitteren thuis vragen als: ‘Juf, heeft u de toetsen al nagekeken?’ Ook zet ik het in na een les; ik krijg dan feedback en antwoorden op vragen die ik stel. Ik heb ook een Yurls-pagina (Yurls.net is een gratis service waarmee websites, filmpjes en feeds verzameld en geordend kunnen worden op een eigen startpagina. Ontstaan in de onderwijspraktijk, red.) waarop ik actuele informatie zet, zoals de web 2.0 tools die ik in de klas gebruik, de agenda en het huiswerk. Dit is voor de leerlingen, andere leerkrachten, maar ook voor de ouders van belang. Op Youtube heb ik een eigen kanaal waar ik uitlegfi lmpjes op zet die ik met screencast maak. Van elk fi lmpje maak ik een QR-code die ik print en op een QRcode-bord hang. Leerlingen kunnen die scannen via een van de minilaptops met webcam en zo zelfstandig iets bestuderen of herhalen. Op Hyves heb ik een speciale ‘juf Linda’-account, waar leerlingen lid van mogen worden. Steeds meer van onze leerkrachten twitteren en staan op Facebook. In teamvergaderingen bespreken we bijvoorbeeld dat we niet chatten met leerlingen, geen privégegevens uitwisselen of dat we alleen een apart, besloten gedeelte openstellen voor leerlingen. Andere scholen zou ik aanraden: leer wat sociale media zijn en hoe het werkt. Weet wat je kan afschermen.”

Twitter: @lhumme en @stnicolaas6 

 

‘We hebben onze school sneller op de kaart gezet’
Joost de Bruin, directeur van De Droomspiegel in Almere: “Sociale media zitten in het bloed van onze school. Het is een verlengstuk van onze communicatie. Onze school is actief op Facebook, Hyves, LinkedIn, Twitter en Youtube. We maken ook gebruik van whats app (een applicatie voor smartphones waarmee je gratis berichten, foto’s, geluidsbestanden en videoberichten kunt versturen, red.) bij contacten met andere scholen. De Droomspiegel maakt als mentorschool van Microsoft ook gebruik van virtual university (online uitwisseling met scholen in onder andere Australië, de VS en Zweden). Ik denk dat wij onze school, die pas vier jaar bestaat, sneller op de kaart hebben gezet met sociale media. Je laat zien dat je openstaat voor vernieuwing en kennis delen. Je bouwt een netwerk op en kunt sneller informatie delen, ook met ouders. We krijgen steeds meer volgers. Het delen van expertise tussen leerkrachten kan veel geld opleveren. Op dit moment ontwikkelen we namelijk allemaal hetzelfde op onze scholen en je hebt minder papier nodig. Zelf zit ik veel op LinkedIn en Twitter. Via LinkedIn blijf ik op de hoogte van politieke en onderwijskundige ontwikkelingen. Via Twitter zoek ik veel informatie op via hashtags (#). Je kunt daarmee selectief zoeken. In de les gebruiken we geregeld Youtube. Kinderen kunnen zichzelf bijvoorbeeld presenteren via een zelfgemaakt filmpje. Ook laten we ons inspireren door een collega uit Zweden die Facebook gebruikt voor haar lessen wiskunde. Wij merken ook dat er nog angst heerst in het gebruik. Maken kinderen geen verkeerde opnames? Is het taalgebruik wel goed? Op dit moment hebben alleen de adjunct en ik toegang tot het schoolaccount van Twitter. Wel mogen er natuurlijk altijd berichten worden doorgestuurd. Een van onze regels is dat je geen berichten stuurt als je emotioneel bent. Als een leerling of leerkracht ergens mee zit, dan gaat dat face to face.”

Twitter: @JdeBe en @deDroomspiegel

 

‘Linkedin en Twitter zijn handig voor mijn functie’
Reinoud de Vries, algemeen directeur van Octant (Pijnacker/Nootdorp en Den Haag): “Ik maak zelf actief gebruik van LinkedIn en Twitter. Voor mijn functie is dat handig. Als ik op zoek ben naar informatie, plaats ik op beide media mijn vraag. Collega’s geven dan tips of sturen een link. Ik gebruik het ook om informatie over mijn organisatie(s) te geven of mijn standpunt te bepalen. In mijn blog zet ik uitgebreider mijn mening neer. Je moet er rekening mee houden dat iedereen die na 1980 is geboren opgroeit met ict en sociale media. Niet alleen leerlingen, ook ouders en sommige leerkrachten. Onze scholen zijn nog niet zo ver. Wel zijn we van plan er meer aan te gaan doen. We willen aan de slag met LinkedIn, zodat leerkrachten met elkaar in contact komen. Deze professionalisering sluit aan bij de kwaliteitsagenda en het bekwaamheidsdossier. Leerkrachten kunnen door ideeën die ze via sociale media-sites opdoen en instrumenten die ze vinden hun eigen competenties in kaart brengen. We hebben een ict-gedragsprotocol voor leerkrachten opgesteld en daar is sociale media een onderdeel van. Pesten tegengaan is natuurlijk ook een item. Je moet er bovendien op letten dat je als directeur of leerkracht in een bepaalde functie of rol aanwezig bent op internet. Als bovenschools manager stimuleer ik de inzet van sociale media in scholen, als integraal onderdeel van het hele ict-beleid.”

Twitter: @ReinouddeVries

 

Downloads en links
Gepubliceerd op: 30 mei 2012
Let op!
Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Verschenen in

Kader Primair 7 (2011-2012) (Verder in dit nummer)

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Naar andere schooltijden, en dan? (Herziene versie september 2018)