Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » Schoolleiders op expeditie in jungle aan trends

Schoolleiders op expeditie in jungle aan trends

Auteur: Susan de Boer

Leerlingen voorbereiden op een andere toekomst vergt organisatie  verandering De wereld verandert en niet zo’n klein beetje ook. Technologische innovaties, een flexibiliserende arbeidsmarkt en demografische verschuivingen bijvoorbeeld, hebben onvermijdelijk gevolgen voor de onderwijspraktijk. Schoolleiders ervaren die veranderingen nu al.

“De wereld zal radicaal veranderen”, voorspelt filosoof en trendwatcher Ruud Veltenaar. “Een computerprogramma kan veel meer data en cases doorzoeken dan een groepje oncologieartsen en zal dus met een kansrijker behandeling op de proppen komen. Computers kunnen relevante wetteksten en jurisprudentie bliksemsnel analyseren en zullen sneller en rechtvaardiger vonnissen vellen dan rechters. De ontwikkeling van kunstmatige intelligentie zal ertoe leiden dat we straks allemaal even intelligent zijn. Technologisering leidt ook tot sociale innovatie. Mensen verenigen zich in coöperaties om zonnepanelen aan te leggen en goedkope energie op te wekken, zonder dat er een energiemaatschappij aan te pas komt. Technologie brengt burgers aan de macht, in plaats van overheden en grote ondernemingen.”
 
Van waarde voor anderen
Veltenaar doet zijn uitspraken eind september op de studieconferentie ‘Een jungle aan trends. Ga mee op toekomstverkenning’, georganiseerd door Schoolleidersregister PO. Doel van de conferentie is om de invloed van de verschillende ontwikkelingen op het onderwijs tegen het licht te houden. Het zijn niet alleen technologische veranderingen die de wereld een ander aanzien geven, maar ook crises, voorspelt Veltenaar. Behalve door oorlogen zal er ook door klimaatverandering een vluchtelingenstroom op gang komen. En sociaaleconomische crises zoals nu al zichtbaar in bijvoorbeeld Frankrijk, leiden ertoe dat de middenklasse verdwijnt. Mensen zullen niet langer werk willen doen dat ze niet leuk vinden. De obsessie met betaald werk zal verdwijnen en iedereen zal een basisinkomen krijgen. “Voor het onderwijs betekent dit dat kinderen moeten beseffen dat we wederzijds afhankelijk van elkaar zijn, dat we van waarde moeten zijn voor anderen. Daar is leiderschap voor nodig: het goede doen en een voorbeeld zijn voor anderen.”
 
Tweedeling
Het gevolg van demografische verschuivingen is op sommige scholen al goed zichtbaar. “Onze dorpsschool ontwikkelt zich van een school met kinderen van hoogopgeleide ouders naar een meer gemêleerde school”, vertelt een schoolleider uit Nuenen. “Als we ouders tien jaar geleden vroegen met kinderen de tafels te oefenen, gebeurde dat gewoon. Nu niet meer. Leerkrachten vinden dat frustrerend, die hebben het gevoel dat ouders er geen energie in steken.” Op een andere school vindt echt een radicale tweedeling plaats: “Onze school staat in een forenzendorp, maar er is ook sociale woningbouw, waar onder meer statushouders wonen. We hebben twee groepen leerlingen, een rijke en een arme. Een middengroep is er niet. We werken dus langs twee sporen. De leerlingen merken dat overigens niet.” Een kleine openbare school in een nieuwbouwwijk in Den Haag trekt vooral ‘de kleurrijke sociale onderlaag’, ziet de directeur. “Er is weinig sociale cohesie in deze wijk, daarin is niet geïnvesteerd. Op onze school zitten ook kinderen van een paar hoogopgeleide ouders, maar die ouders voelen zich er eigenlijk ongemakkelijk bij.” Veel verschillende culturen ook op een school in Amstelveen, waar internationale bedrijven staan en dus expats wonen. “Expat-kinderen gaan tegenwoordig minder vaak naar een internationale school, omdat ouders het belangrijk vinden dat ze met andere culturen in aanraking komen”, aldus de directeur. “Dat betekent veel kinderen die het Nederlands niet beheersen.” 
Diversiteit is een feit, constateren de schoolleiders, en het is belangrijk dat alle kinderen en ouders zich prettig voelen op school. “We hebben afgesproken dat verschillen het uitgangspunt zijn en dat we alle leerlingen zo goed mogelijk door de school heen helpen”, zegt een schoolleider. “Dat doen we door oprechte interesse te hebben in het leven van de kinderen en hun ouders en met ze in gesprek te gaan.” Dat gesprek wordt soms wel gehinderd door een taalbarrière. Er zijn weinig leraren die Arabisch spreken, of Pools of Indonesisch. “Ik gebruik wel eens een tolkentelefoon”, vertelt een directeur. Een ander kan een beroep doen op een pedagogisch medewerker van de buitenschoolse opvang die van Marokkaanse afkomst is. Een meer divers personeelsbestand zou goed zijn, merken de schoolleiders op, vooral voor de leerlingen zelf. Die zien nu alleen maar ‘witte’ leraren. Maar het zoeken naar leerkrachten met een biculturele achtergrond is niet eenvoudig, al leveren de pabo’s in de grote steden er zeker een paar op. 
“Je kunt ook andere bronnen aanboren dan de geijkte”, zegt Gyzlene Kramer, een van de gespreksleiders. Zij is in het dagelijks leven programmamanager Ondernemen Rotterdam Academy. “Wij hebben bijvoorbeeld studenten en hun ouders gevraagd in hun omgeving om zich heen te kijken.” Het hoeft ook niet meteen om bevoegde leraren te gaan. Zo vertelt een schoolleider dat er een Syrische vrouw als ‘bieb-moeder’ in de schoolbibliotheek is komen werken. “Ze kent de boeken nog niet natuurlijk, maar die is ze nu aan het lezen.”
 
Overeind blijven
e leraren in het onderwijs van de toekomst zullen flexibeler moeten zijn dan nu het geval is, stellen de schoolleiders vast. “Veel sollicitanten zien zichzelf over vijf jaar in een vaste baan met een vaste klas”, klaagt een directeur. “Waarom zien ze zichzelf geen onderzoek doen of coach worden? Het onderwijs is zo’n traditionele wereld.” Volgens een schoolleider van een school waar gepersonaliseerd leren is ingevoerd kun je dat veranderen door een crisis te veroorzaken. “Ik heb op onze school vijf jaar geleden ook zo’n toekomstverhaal gehouden als Ruud Veltenaar. Ik wil dat kinderen zelf de macht hebben over hun leren, dat ze kennis halen waar ze die kunnen vinden en als dat niet bij jou in de klas is maar op hun iPad, dan is dat ok. De leraar wordt coach in plaats van kennisverstrekker en kun je daar niet in meegaan, dan moet je op zoek naar een andere school. Op mijn school hebben we nu uitsluitend combinatieklassen. Dat was nogal een uitdaging. De teamleden zijn mensen die geloven in mogelijkheden, die onderzoek doen, die durven experimenteren. ” Gespreksleider Mariëtte Amsing, die bezig is met een proefschrift over flexibilisering van de arbeidsmarkt, wil van de schoolleider weten of er nu nog teamleden werken die vijf jaar geleden van die visie en die combinatieklassen zijn geschrokken. Het antwoord: “Je moet je team erin meenemen. De collega’s die willen leren, die vertrouwen willen geven aan leerlingen en die willen meedoen, mogen blijven. Ook als ze af en toe moeite hebben met de veranderingen. Het moet een proces zijn waarin ze allemaal overeind blijven. En sommigen zijn weggegaan, daar moet je ook de ruimte voor bieden.” Het diepgaand innoveren van een school heeft ook een risico. Een school die alles overhoop haalt, wordt een zwakke school. De schoolleider vervolgt: “Dan komt er een interim-directeur en is die school in no time weer traditioneel. Je zult bij al je vernieuwingen binnen het systeem moeten blijven en zorgen dat je niet zwak wordt.” Flexibiliteit kan ook zitten in het aanboren van specifieke talenten, of het binnenhalen van experts. “Een vader die fysiotherapeut is geeft les over het menselijk lichaam”, vertelt een andere directeur. Een collega: “Wij huren nu iemand in voor muziekles. Maar we willen wel dat het team daarin ook geschoold wordt, zodat we zelf de expertise in huis hebben.” Amsing werpt de vraag op wat er gedaan kan worden aan een cultuur die zichzelf in stand houdt. “De schoolleider moet het voorbeeld geven”, is het antwoord. “In principe heb je niet veel nodig. Je moet vaststellen wat je wilt en waarom. Je wilt leerlingen voorbereiden op een andere toekomst, daarom verander je de organisatie van het onderwijs en de rol van de leraar.”
 
De transitie naar een andere wereld zal niet van vandaag op morgen plaatsvinden, stelt Veltenaar zijn gehoor tot slot gerust. “Maar we kunnen wel beginnen om naast het bestaande systeem, een nieuw systeem te creëren.”  

Gepubliceerd op: 28 oktober 2017

Verschenen in

Kader Primair 3 (2017-2018) (Verder in dit nummer)

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Goed onderwijs, goede MR (7e herziene uitgave september 2018)