Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » Schoolleiders maken het verschil
Jaarrede van AVS voorzitter Ton Duif, uitgesproken tijdens het elfde AVS-congres ‘Voor elkaar’ op 27 april 2006.

Schoolleiders maken het verschil

De keuze voor het thema Voor elkaar is misschien wat tegenstrijdig in de zin dat het voor meerdere interpretaties vatbaar is. Met het thema Voor elkaar willen we onderstrepen dat schoolleiders in toenemende mate samenwerken om, met de beperkte mogelijkheden en middelen die hen vaak ter beschikking staan, goed onderwijs te verzorgen.

Voor elkaar betekent ook dat de AVS staat voor de zorg voor schoolleiders. We staan pal achter, maar vooral ook naast onze leden. Tot slot betekent Voor elkaar dat wij oog hebben voor de problemen en uitdagingen waarvoor u als schoolleider staat. Maar met het thema Voor elkaar willen we bepaald niet communiceren dat we het voor mekaar hebben. Daarvoor zijn er nog steeds grote problemen. Op het gevaar af als zwartkijker te worden gezien wil ik ze toch nog maar eens benoemen.

Investeringen
Ondanks de vele mooie verhalen over investeringen in het onderwijs is er na de klassenverkleiningsoperatie begin 2000 en de investeringen in ICT nauwelijks genvesteerd in het primair onderwijs. Een magere dertig miljoen voor techniek, een vijftig miljoen hier, een aantal miljoenen daar en dan houdt het gewoon op. Zet dat eens af tegen de kengetallen van onze sector. Een paar honderd miljoen ten behoeve van 1,6 miljoen kinderen, 9000 schoolleiders, 135.000 leerkrachten en meer dan 7000 scholen! We mogen vaststellen dat het primair onderwijs verreweg de grootste onderwijssector is, maar nauwelijks meedeelt in nieuwe investeringen. De gevolgen zijn dan ook voelbaar en zichtbaar; we worden geconfronteerd met slechte gebouwen, met een tekort aan middelen, met toenemende onveiligheid, met een tekort aan gekwalificeerd personeel, met een veel te beperkte ondersteuning en vooral ook met een chronisch gebrek aan tijd. Met als meest desastreuze effect dat de groep schoolleiders met burn-out verschijnselen in ras tempo toeneemt. Een ander punt is de honorering, of misschien wel beter gezegd de waardring van de schoolleider. Die blijft echt achter bij het groeiend aantal taken en verantwoordelijkheden waarmee het management van de scholen wordt belast. Als je het salaris toetst aan beroepsgroepen met een vergelijkbare taaklast en verantwoordelijkheden, blijft de schoolleider mijlenver achter. Schoolbesturen die hier iets aan willen doen, staan voor het dilemma dat het ontbreekt aan voldoende middelen. Al willen ze nog zo graag, ze kunnen eenvoudigweg niets doen. Waar blijft dan de waardering voor u die er dagelijks met veel energie en motivatie voor wil gaan? Het is toch niet uit te leggen dat docenten in het voortgezet onderwijs in veel gevallen mr verdienen dan een eindverantwoordelijke in het primair onderwijs. Wij willen niet steeds moeten bedelen om een adequate honorering. Ik kan niet anders zeggen dan dat ik groot ontzag heb voor het doorzettingsvermogen, optimisme en de niet aflatende motivatie om onder de zojuist geschetste omstandigheden gewoon uw werk te blijven doen. De door het kabinet geroemde miljardeninvesteringen in het onderwijs komen nagenoeg geheel terecht bij universiteiten en hogescholen. Vanuit de gedachte dat als Nederland wil blijven concurreren met andere kennisintensieve landen moeten wij het vooral hebben van research en kennisontwikkeling. Maar politici en beleidsmakers moeten tegelijkertijd beseffen dat die kenniseconomie alln maar te realiseren is op basis van een stevig en gezond fundament. Het basisonderwijs legt dit fundament. Een btje meer waardering vanuit Den Haag, vooral ook in materiele zin, is dan toch niet tevl gevraagd? Als de politiek onvoldoende bereid is om in de basis te investeren, dreigt er een gapend gat te ontstaan tussen het funderend en het hogere onderwijs. In Finland is men tegen dit probleem aangelopen. Laten we daar lessen uit trekken.

Terugblik
Voordat ik u wil meenemen naar onze plannen voor het komende jaar, wil ik even terugblikken op de zaken die de AVS het afgelopen jaar heeft bereikt. Een jaar geleden kondigde ik aan dat we ons hard zouden maken voor de vorming van n sectororganisatie voor het primair onderwijs. En er is veel gebeurd in kan ik u zeggen. In 23 regionale bijeenkomsten spraken we intensief met ruim 500 leden. De was sprake van een uiterst betrokken atmosfeer. Hoewel de leden de uitdrukkelijke wens kenbaar maakten dat de belangen van de (boven)schoolse directeuren niet in het gedrang mogen komen, stemden nagenoeg alle deelnemers in met de n-loket gedachte. Afgelopen december hebben we onze visie over sectorvorming uiteengezet in een special van Kader Primair. Ook op politiek niveau heeft de AVS met VOS/ABB een gezamenlijke visie ontwikkeld om eenheid binnen de sector te bereiken. En we spreken met de overige bestuursorganisaties over de bedreigingen en kansen die er liggen, op weg naar eenheid. Tussen de besturenorganisaties en de AVS wordt al intensief samengewerkt op gebieden als innovatie, het nieuwe Kennisnet Ict op School, de invoering van het onderwijsnummer en de buitenschoolse opvang. We zitten bepaald niet stil, maar het is een lange weg kan ik u verzekeren. We volgen uiteraard ook nauwlettend de stappen van het voortgezet onderwijs. Sinds 6 april jl. bestaat de VO-raad in oprichting. Een raad waar instellingen rechtstreeks bij zijn aangesloten. Waar democratisch wordt gesproken over de wensen en noden van de sector. En waar de instellingen het voor het zeggen hebben. Een raad met weliswaar nog te weinig dienstverlenende bevoegdheden, maar het is een begin. Daar staan wij met het bestaan van de vijf huidige besturenorganisaties nog heel ver vanaf. Bestuurders en schoolleiders zullen echt moeten gaan samenwerken en gezamenlijk verantwoordelijkheid willen dragen voor de sector PO. Het is in de ogen van de AVS dan ook niet de vraag f, maar eerder de vraag in welk tempo onze sector zich verenigt. Uw vertrouwen, zoals zichtbaar geworden op de vele bijeenkomsten, is voor ons een geweldige steun in de rug. De groei van de AVS naar inmiddels mr dan vijfduizend leden is ook een signaal van geloof en vertrouwen in onze visie en activiteiten. Ik durf gerust te stellen dat die aanwas mede te danken is aan onze brede inzet, dienstverlening en betrokkenheid. De AVS heeft de laatste jaren een actieve bijdrage geleverd aan de verbetering van het schoolleiderschap. Binnenkort zullen directeuren die via de Nederlandse Schoolleiders Academie (NSA) werken aan hun eigen professionalisering dat ook in financile zin gaan merken. Deze groep groeit nog elk jaar gestaag. Ook verzorgen wij een exclusief aanbod van ondersteuning en scholing gericht op de dagelijkse praktijk van schoolleiders, werken we constructief mee aan ontwikkelingen als de herijking van de zorg, de onderwijsachterstandenproblematiek, het realiseren van de wettelijke plicht op de regie bij de buitenschoolse opvang, het ondersteunen van zwak presterende scholen, enzovoorts. Maar ik praat liever over de zaken die onze leden cht beroeren. Over de uitdagingen en maatschappelijke taken waar u als schoolleider mee te maken heeft of krijgt.

Maatschappelijke verantwoordelijkheid
Nagenoeg alle instituties die binding gaven aan de samenleving zijn, op onderwijs na, verdwenen. Ook politici realiseren zich dat; onderwijs wordt gezien als het enige, nog bestaande, instituut dat oplossingen kan bieden voor een groot aantal maatschappelijke onderwerpen. Of het nu gaat over te dikke kinderen of juist kinderen die geen ontbijt krijgen, over drugsgebruik, het gebrek aan beweging, de mentaliteit in het verkeer, omgangsvormen, sociale vaardigheden, integratie of het opvangen van kinderen buiten de schooltijden. Politici realiseren zich wel degelijk de rol die het onderwijs hierbij kan spelen. Maar de verbijsterende manier van denken van bijvoorbeeld de VVD tijdens de Algemene Beschouwingen in september over de oplossing van de buitenschoolse opvang, ging te ver. In eerste instantie werd het op het overvolle bordje van de schoolleider gelegd, uiteraard zonder extra middelen en met de inzet van bijstandmoeders. Het is een pregnant voorbeeld van hoe er in sommige kringen over ons wordt gedacht. Om over het onbegrip van onze minister van Financin nog maar te zwijgen. Zalm, de boekhouder van dit kabinet, merkte volgens insiders tijdens de kabinetsvergadering op dat extra geld voor schoolleiders niet nodig is, omdat ze dit er best wel bij kunnen doen. Ik zou deze minister willen uitnodigen eens een dagje mee te lopen met een van u. Ondanks deze weinig fraaie start heeft de sector toch de handschoen opgepakt in het besef dat wij een bijdrage kunnen leveren aan de oplossing van dit probleem. Wij voelen de maatschappelijke verantwoordelijkheid, want scholen staan midden in de samenleving. De problemen van onze kinderen verdwijnen niet bij de voordeur van de school. Kinderen leven in een complexe maatschappij en het is niet gemakkelijk in deze tijd op te groeien. Onderwijs kan een belangrijke bijdrage leveren. Het succes van de Brede School is daar een voorbeeld van, maar ook de initiatieven van scholen die op allerlei manieren betrokken zijn bij de begeleiding van kinderen, ook buiten de schooltijden. In dit licht is het van belang op te merken dat er nog veel valt te winnen bij een betere samenwerking tussen instanties als justitie, maatschappelijk werk, gezondheidszorg, voorschoolse opvang enzovoort. Veel valt er nog te winnen bij vroegtijdige signalering van problemen. Een consultatiearts die opvoedingsproblemen bij zeer jonge kinderen constateert, een peuterspeelplaatsleidster die ontwikkelingsachterstanden bemerkt, de maatschappelijk werker die gezinsproblemen onderkent; zij moeten kunnen samenwerken om adequate hulp voor jonge kinderen te verzorgen. Gezinsdramas zoals bijvoorbeeld in Roermond en Zoetermeer zouden niet mogen gebeuren. Scholen kunnen daarin een belangrijke rol spelen en velen doen dit ook, maar dragen niet de verantwoordelijkheid. De politiek moet ons daarbij helpen en onze rol op waarde weten in te schatten.

Sluipmoordenaar
Naast de stortvloed van kritiek op anderen mogen we overigens niet vergeten ook kritisch naar onszelf te kijken. Onlangs is het Inspectierapport verschenen. Daaruit blijkt dat 25 procent van onze leerlingen in groep 8 niet verder is met technisch lezen dan het niveau van groep 6. Ik wil dit toch kenschetsen als een sluipmoordenaar in het primair onderwijs. Als je de techniek van het lezen niet goed beheerst, hoe kun je dan voorkomen dat achterstanden ontstaan bij alle overige vakken? Veel informatie wordt met lezen vergaard, via internet, bij taalontwikkeling, zaakvakken en het lezen van teksten. Maar na het aanvankelijk leesonderwijs wordt er nauwelijks methodisch gewerkt aan het technisch lezen. Alleen veel oefenen is voor een groot aantal kinderen niet voldoende. Zij missen de basiskennis om de techniek van het lezen te volmaken. Ik wil deze gelegenheid gebruiken u te vragen daar in uw scholen aandacht aan te besteden, omdat het wel eens zo zou kunnen zijn dat het oplossen van dit probleem veel andere leerachterstanden kan voorkomen.

Hard inzetten
Wij gaan de komende maanden hard inzetten op extra middelen voor het primair onderwijs als geheel en voor schoolleiders in het bijzonder. En daarbij gaat het niet om peanuts, maar om miljarden extra. Wg met die slechte gebouwen. Wg met het tekort aan schoolleiders. Wg met het tekort aan kwalitatief personeel. Wg met de oude leermethoden die we door geldgebrek niet vervangen. Wg met het schrappen van de automatische prijscompensatie. Wg met politici die aan de zijlijn roepen wat onderwijs allemaal zou moeten bereiken, zonder daar ruimhartig middelen voor beschikbaar te stellen. Wij zetten in op een eigen CAO voor schoolleiders waarin realistische en rechtvaardige afspraken gemaakt kunnen worden over inkomen en arbeidsomstandigheden. Een raamwerk met veel ruimte voor eigen afspraken op instellingen-niveau. Dit zal nog enige tijd kosten, maar de uitkomst is onvermijdelijk. En voor alle duidelijkheid: dit keer gaan we niet bedelen om een beetje meer geld. Met dubbeltjes en kwartjes laten we ons niet meer afschepen. Het primair onderwijs moet op waarde worden geschat. Als serieus fundament voor een hoogwaardige kenniseconomie. We gaan voor goud! Ook in de aanloop naar de nieuwe kabinetsformatie in 2007 zal de AVS het voortouw nemen om politici ervan te overtuigen dat er duidelijke keuzes gemaakt moeten worden; f meer leuke dingen voor de mensen f investeren in de toekomst van onze kinderen en van ons land. Wij zullen de komende tijd een beroep op u doen om ons te helpen deze boodschap onder ogen van de partijen te brengen. Laten we afspreken dat die boodschap naast kritische noten ook de nodige handvatten aanreikt naar de politici. Duidelijke plannen, een concrete visie over de strategie, innovatieve middelen en methoden. Zodat we samen met de beleidsmakers optrekken in onze strijd. Zodat we de beslissers kunnen overtuigen met sterke argumenten. Ik doe een dringend beroep op u om de AVS te ondersteunen in dit proces. Uw input, visie, ideen en energie zullen we hard nodig hebben om dit proces te laten slagen. Door de vele negatieve aspecten zouden we bijna vergeten dat we vooral ook trots mogen zijn op onszelf. Schoolleiders maken het verschil, wees trots op het vak! Wij geven de dagelijkse leiding aan ruim 7000 scholen, wij zorgen er samen met betrokken leerkrachten voor dat met de beperkte middelen de Nederlandse leerling op plaats drie in de internationale Pisavergelijking staat. Wij geven het voorbeeld hoe te professionaliseren in de NSA. Schoolleiders staan elke morgen weer klaar in het besef dat wij ook echt het verschil kunnen maken. Internationale onderzoeken laten zien dat schoolleiders een cruciale rol spelen bij de ontwikkeling van de innovatie in de scholen. Terecht ligt de focus meer op leiderschap dan op beheren. Wij zetten ons in om leiderschapscentrum De Brink vorm en inhoud te geven. Van en voor de schoolleider, als verbindend initiatief op het gebied van leiderschapsontwikkeling. We zijn naar mijn gevoel op de goede weg. Toegegeven, het voelt soms wel eens aan als een Elfstedentocht. Maar als we er samen voor gaan, krijgen we het vast voor elkaar.

Gepubliceerd op: 1 mei 2006
Let op!
Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Verschenen in

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Op naar een integrale aanpak (Ontschotting in het sociale domein)