Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » Schoolleiders blijven strijden voor erkenning en waardering, ook in salaris
Tweede Kamerleden in gesprek met #wijschoolleiders – deel II

Schoolleiders blijven strijden voor erkenning en waardering, ook in salaris

Auteur: Susan de Boer

“Onze voornaamste zorg is dat de erkenning van de kern en complexiteit van het vak schoolleider uitblijft. En het wringt dat er geen passend salaris tegenover staat. Er moet gewoon meer geld bij. Nu. Niet pas bij een nieuw regeerakkoord.” Een gesprek tussen schoolleiders in het primair onderwijs en Tweede Kamerleden mondde uit in een scherp en stevig debat.

In vervolg op het e-mailbombardement op onderwijspolitici van november 2018 ontmoeten schoolleiders en Tweede Kamerleden elkaar op 30 januari 2019 voor de tweede keer live in het kader van de #wijschoolleider-acties (de eerste keer was op 10 oktober 2018). Tijdens de ontmoeting die de AVS voor schoolleiders van de AVS en CNV Schoolleiders organiseerde, gaan dertig schoolleiders in het Haagse Perscentrum Nieuwspoort het gesprek aan met onderwijswoordvoerders Paul van Meenen (D66), Rudmer Heerema (VVD) en Roelof Bisschop (SGP). Onderwerpen zijn het salaris van schoolleiders en adjunct-directeuren (po), strategische positionering en het gebrek aan ondersteuning. Van Meenen en Heerema zijn meteen duidelijk over geld. “Het klopt dat wij prioriteit hebben gegeven aan de lerarensalarissen”, zegt Van Meenen. “In het huidige regeerakkoord is er niet meer ruimte.” Daarnaast krijgen politici gemengde signalen, vertelt Heerema. “Het onderwijsveld spreekt niet met één mond. Leraren vertellen ons dat zij het echte belangrijke werk doen, en schoolleiders zeggen op hun beurt: wij hebben de belangrijkste functie in de school. Daar ben ik het wel mee eens, want hoe de school draait is afhankelijk van de directeur. Daarom ben ik ook verbaasd dat de AVS heeft getekend voor een cao waarin de lerarensalarissen zijn opgetrokken en die van de schoolleiders niet.” Daar haakt AVS-voorzitter Petra van Haren op in: “Vanuit het regeerakkoord heeft juist de politiek geframed dat de 270 miljoen euro alleen voor leraren ingezet moest worden. Wij hebben in het onderhandelaarsakkoord bedongen dat de positie van schoolleiders en ondersteunend personeel in het po bij de huidige cao-onderhandelingen op tafel ligt. Dus nu moet er dan ook aandacht voor schoolleiders zijn.”
Een schoolleider uit Breda zegt: “Dat de lerarensalarissen omhoog zijn gegaan, daar ben ik blij om. Maar er zijn nu scholen waar leerkrachten meer verdienen dan de leidinggevenden en dat is krom. Een schoolleider heeft meer verantwoordelijkheden dan een leerkracht.”
 
Kern van het vak
“De kwaliteit van de schoolleider bepaalt ook de kwaliteit van het onderwijs”, zegt een directeur uit Woerden. “Ik heb waardering nodig en ruimte en tijd om die kwaliteit neer te zetten.” Maar de praktijk is dat veel schoolleiders bezig zijn met incidenten. Een schoolleider uit Rotterdam: “Ik ben de enige die vrij rondloopt, dus als er een kind uit de band springt, ben ik degene die hem uit de groep haalt en de ouders belt. En als ik weer zit, komt iemand me vertellen dat de wc niet doorloopt. Of je moet vervanging regelen. Wat we nodig hebben is een conciërge en meer administratieve ondersteuning.” Het gaat om de erkenning van de functie, betoogt een schoolleider uit Amersfoort. “Onze functie wordt geplaagd door telefoon aannemen, deur openen, enzovoort, maar de kern van ons vak is een team in beweging te krijgen, ouders in beweging te krijgen, om onze leerlingen voor te bereiden op wat de maatschappij vraagt. Er is een technologische revolutie gaande en dat vraagt significante veranderingen in het onderwijs. Dat daar mijn kerntaak ligt, daar wil ik erkenning voor.” Een schoolleider uit Den Haag voegt toe: “Er is goed verandermanagement nodig om innovaties vorm te geven en de huidige gang van zaken frustreert dat proces. Ik ben nu vooral manusje van alles, maar dat is niet de basis van onze functie.” AVS-voorzitter Van Haren: “We zijn bezig de functieomschrijvingen voor schoolleiders te herschrijven. En daarin staat niets over wc’s ontstoppen.” Roelof Bisschop, Tweede Kamerlid voor de SGP, vindt dat de salarissen van schoolleiders ‘objectiveerbaar laag’ zijn en hun eisen daarom terecht. “Met de invoering van Passend onderwijs zijn de taken van de leerkracht uitgebreid. Dat betekent dat ook de taken en bevoegdheden van de schoolleider zijn uitgebreid. Dat ­moeten we serieus nemen.”
 
Besturen
De overheid heeft dan wel geen ruimte in de begroting, de stichtingen hebben dat misschien wel, suggereert Van Meenen (D66). “Passend onderwijs is beleidsrijk ingevoerd, dat betekent dat er veel kantoren en overleggen zijn. En ook het andere geld, de lumpsum, komt bij u via de besturen.” Een eenpitter reageert: “Dat maakt niet uit, bij mij komt het geld wel rechtstreeks terecht en ik kom heus niet ruimer uit.” Een schoolleider uit Den Haag wordt boos: “Mijn school maakt deel uit van een stichting die elke keer zijn best doet. Ik vind het niet terecht dat steeds wordt geopperd dat besturen van grote stichtingen de boosdoener zijn. Net als je in deze discussie leerkrachten niet tegenover directeuren moet plaatsen, moet je directeuren en besturen niet tegen elkaar uitspelen. In dit gesprek gaat het om onze eigen positie en onze taken en verantwoordelijkheden.” Maar volgens Van Meenen raakt de positie van schoolleiders ondergesneeuwd door de besturen. “Ik vind dat de aandacht van de overheid te veel gaat naar het bestuur. Ik kijk naar de school. Hoe kan het dat in hetzelfde bestuur de ene school goed presteert en andere niet? Omdat de ene directeur beter presteert dan de andere. Ik denk dat als je geld in scholen wil laten landen, dan moet het daar ook naartoe.” Een belangrijke bron van onrust is de grilligheid van de inkomstenbron, werpt een directeur uit Delft op. “Toen de achterstandsmiddelen werden afgeschaft, heb ik mensen moeten ontslaan. Nu zijn er weer middelen om ze aan te trekken. Dat is fijn, maar dat biedt geen zekerheid. Wij willen rust.” Een directeur van een sbo-school reageert ook de uitspraken van Van Meenen: “U zegt dus, laten we de bestuurslaag weghalen en het komt goed. Mijn vraag is: hoe versterken we het schoolleiderschap zelf.”
 
Crisis in basisonderwijs
Maar schoolleiderschap en de versterking ervan hangt samen met de kwaliteit van het onderwijs. Een schoolleider die zelf kinderen heeft, zegt: “We geven onze kinderen niet wat ze nodig hebben. Ik werk nu in het speciaal onderwijs en in kleine groepen kan ik de leerlingen genoeg aandacht geven. Maar in het reguliere onderwijs zijn de klassen veel groter en daar moeten onze ‘gewone’ lieve kinderen naartoe.” Een directeur van twee basisscholen merkt op dat als de kwaliteit van het onderwijs belangrijk is, voor goed schoolleiderschap moet worden betaald. “Ik zie steeds meer directeuren die voor de klas staan of juist uit het onderwijs weggaan. Het schoolleiderschap moet versterkt worden. En als het regeringsgeld al besteed is, zouden we moeten inzien dat het nog steeds niet genoeg is. De regering zegt dat Nederland een kenniseconomie is. Dan moeten we investeren in het primair onderwijs. Dat is de essentiële schakel en momenteel kunnen we ons vak niet meer doen.” Heerema reageert: “Bij een volgend regeerakkoord kunnen we praten over grote getallen.” Van Meenen: “We moeten de druk erop houden. Maar er blijft ook geld hangen op de verkeerde plek.” Een oudere schoolleider zegt verontwaardigd: “Er is gebrek aan invallers, aan directeuren, aan leraren, wij maken groepen met zeventig leerlingen. We kunnen niet wachten tot het volgende regeerakkoord. Ga er serieus over nadenken hoe we de crisis in het basis­onderwijs oplossen. Ik snap niet dat die erkenning er nog niet is.”

Gepubliceerd op: 10 februari 2019

Verschenen in

Kader Primair 6 (2018-2019) (Verder in dit nummer)

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Integrale Kindcentra, handboek voor directeuren en bestuurders