Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » Schoolleider word je niet zomaar
Politieke column

Schoolleider word je niet zomaar

Politici laten in Kader Primair hun licht schijnen op de gebeurtenissen in onderwijsland. Deze maand het woord aan Roelof Bisschop, woordvoerder onderwijs namens de SGP in de Tweede Kamer. 
 
Op de vraag ‘Weet je al wat je later wilt worden?’ zullen pubers niet snel antwoorden: ‘Schoolleider’. Verpleegster, piloot, ‘iets met dieren’, politieagent, ‘in de ict’ of kraamverzorgster scoren aanzienlijk beter. En eventueel lerares, meester of juf. Als ze in die levensfase al een leidinggevende functie ambiëren, hebben ze wel in de gaten dat het bedrijfsleven daarvoor aantrekkelijker perspectieven biedt dan het onderwijs.
Zitten ze eenmaal in het onderwijs, dan merken sommige juffen en meesters dat het gewoon leuk is om dingen te organiseren. Niet alleen in de klas, maar soms ook schoolbreed. Veel leerkrachten zijn zo in het verleden op een natuurlijke manier toegegroeid naar de functie van schoolleider. Uiteraard niet zonder trainingen en cursussen, maar daar profiteerden de kinderen, de school en het onderwijs ook van.
Als echter met verloop van tijd door allerlei aanvullende eisen vanuit overheid en samenleving je tijd en energie als (adjunct-)directeur in toenemende mate gaat zitten in allerlei papieren rompslomp, zorgen over vacatures door het tekort aan leerkrachten, of het eindeloos regelen van dingen die dagelijks voorbijkomen, dan is het begrijpelijk dat er steeds minder animo is voor zo’n functie. Als dát je hoofdtaak is, had je immers net zo goed – of nog beter – een kantoorbaan kunnen kiezen.
Als schoolleider wil je vanuit een heldere onderwijskundige visie je medewerkers inspireren en zorgen voor goede resultaten. Vertrouwen en een zekere vrijheid zijn daarvoor onmisbaar. En die zijn steeds meer gaan ontbreken. Te weinig eigen beleidsruimte, te veel dichtgeregeld, de kwaal van het ‘controlisme’ waardoor je verantwoording op rapportage moet stapelen en rapportage op verslag. Ofwel: gebrek aan vertrouwen. Dát lijkt me het kernprobleem van een tekort aan schoolleiders.
Daarbij spelen uiteraard ook de werkdruk, karige salariëring en complexiteit van de functie mee. Verstand hebben van financiën, ict, zorg, personeelsbeleid, arbo, privacy, onderwijskundig bevlogen leidinggeven, zorgen voor visieontwikkeling en het bewaken van kwaliteitszorg… Je moet een zeldzame duizendpoot zijn om dat allemaal te beheersen.
Het lijkt erop dat het kabinet de oplossing voor dit probleem zoekt in een professionaliseringsslag voor schoolleiders – hoewel daarvoor al de nodige mogelijkheden zijn. Het constateert terecht: “De schoolleider is nu nog te vaak manusje van alles en loopt de gaten dicht die binnen de schoolorganisatie vallen.” Maar dat probleem wordt vervolgens op het bordje van het overleg tussen schoolleider en bestuur gelegd. Daar moet dit opgelost worden. Op zich niet onlogisch, maar creëert dit de gewenste ruimte voor de strategische rol van de schoolleider? Zijn we er als in sectorakkoorden middelen beschikbaar komen om de huidige competentieprofielen ‘nader te operationaliseren’? Of als de nationale vertegenwoordiging van schoolleiders verstevigd wordt, zodat deze beroepsgroep ‘met gezag kan spreken’?
Goede bedoelingen, ongetwijfeld, maar hiermee gaan we de slag niet winnen. Ik denk dat het ministerie en politiek Den Haag vooral de hand in eigen boezem moeten steken en vertrouwen aan de schoolleiders terug moet geven door hen professionele ruimte en vrijheid te bieden. Dan komen de geschikte kandidaten vanzelf. _
 
Reageren?
Mail naar r.bisschop@tweedekamer.nl

Gepubliceerd op: 10 februari 2019

Verschenen in

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Op naar een integrale aanpak (Ontschotting in het sociale domein)