Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » School als stepping stone naar morgen

School als stepping stone naar morgen

Auteur: Lisette Blankestijn

Straattaal in de gangen. Een leerling die op de tafel gaat staan. Machogedrag en grote ego’s. Geen berouw tonen na een correctie van de leraar. Intimidatie en bedreiging. Maar ook: jongeren die uitvallen. Voor veel scholen in multiculturele wijken is dit dagelijkse kost. Met professionalisering proberen schoolleiders en hun lerarenteams er iets aan te doen.

“Jongeren hebben te maken met veel verschillende culturen. Thuis, op straat, op school: overal gelden andere codes. Zeker als je cognitieve intelligentie niet zo hoog is, is dat een grote uitdaging.” Socioloog Iliass El Hadioui (onderzoeker aan de Erasmus Universiteit) verdiept zich al jaren in dit onderwerp. Hij ziet straatcultuur los van etniciteit. “Afkomst is wel relevant, maar omgekeerd komt bepaald ongewenst gedrag niet alleen bij die bepaalde etnische groep voor.” In ‘Hoe de straat de school binnendringt’ (Van Gennep, 2011) – verplichte kost op een aantal lerarenopleidingen – beschrijft El Hadioui welke pedagogische en linguïstische mismatches er zijn tussen die verschillende culturen. Hij vertelt erover in masterclasses op scholen, waar straatcultuur een hot issue is. Bijvoorbeeld op het Mundus College, school voor praktijkonderwijs en vmbo in Amsterdam-West. Dyane Brummelhuis, directeur: “Ik heb hier 59 nationaliteiten. Onze leraren willen begrijpen waar het gedrag van hun leerlingen vandaan komt, wat er op straat en thuis gebeurt.”

Aantrekkelijk
alternatief Proberen om leerlingen domweg de straatcultuur af te nemen is niet de oplossing, weet El Hadioui. “Mensen willen wel veranderen, maar niet veranderd worden. Beter is om leerlingen met de schoolcultuur een aantrekkelijk alternatief te bieden. Denk met hen na over hun toekomst. Als je hier op school een 13-jarige vraagt hoe hij wil leven als hij 25 is, zegt hij: trouwen, werken, kinderen. Maar hij is niet in staat om zich te laten leiden door dat toekomstbeeld. Als school moet je hem laten inzien dat de schoolcultuur de stepping stone is naar de wereld van morgen. Laat hem begrijpen dat er een plekje is voor hem, als loodgieter of als hoogleraar.”

“Ik wil mijn leerlingen bagage geven om zich te ontworstelen aan hun sociale en economische status”, aldus directeur Brummelhuis. “We hebben een intensief naschools programma voor talentontwikkeling. Van pianoles tot mindfulness, en van omgaan met geld tot een meidenclub. Dat geeft zicht op hun competenties, op wat ze leuk vinden. Zo stimuleren wij hen te kiezen voor de schoolcultuur, en de straatcultuur te laten vallen. Ook gaan we de belangrijkste bi-culturele groepen onderwijs bieden over de eigen taal en cultuur, om hen bewuster te maken van hun eigen identiteit.” El Hadioui waarschuwt voor het mentale getto waarin veel jongeren zich bevinden. “We moeten jongeren afbrengen van het idee ‘je moet je hok in’. Ik ben zelf viertalig: ik spreek Berbers, Marokkaans, Nederlands en Engels. Ik kan me overal thuis voelen en opgaan in de context. Maar in de banlieues van Parijs staan de flats volgepakt met vierdegeneratie-immigranten die alleen maar straattaal spreken. Dat moeten we niet willen, leerlingen moeten de school- en de thuistaal beheersen.”

Coachen
El Hadioui en zijn collega’s coachen honderd docenten op vier scholen in het omgaan met straatcultuur. El Hadioui: “Stel dat je drie keer een negatief geladen moment hebt. Bijvoorbeeld een leerling die door de klas schreeuwt, een telefoon die afgaat en iemand die iets vrouwonvriendelijks roept. Als je dit drie keer niet keert,raken veel leerlingen gedemotiveerd en gaan mee met die straatcultuur. Dit kost je per keer vier minuten leerrendement. Deze leerlingen leren niet individueel, maar als groep, ze kijken voortdurend naar elkaar. Daarom moet je meteen ingrijpen, met bijvoorbeeld een strenge blik, een glimlach of door iemand de klas uit te sturen. Of beter: het vóór zijn, door al bij binnenkomst duidelijk te maken dat de schoolcultuur heerst. Duidelijke grenzen in vredestijd! Werk aan de relatie, maar communiceer ook over de regels.” Het Mundus College werkt nauw samen met de buitenwereld: politie en jongerenwerk komen in de school. Brummelhuis probeert ook de ouders bij school te betrekken. “Ouders zijn belangrijk in de driehoek thuis-straatschool. We beginnen het schooljaar met klassengesprekken, waarbij de ouders met elkaar een thema bespreken. Dan kennen we elkaar. Als er later iets speelt met hun kind, dan komen ze wel.”

Gedrag aanpakken
Hans Kaldenbach, pedagoog, trainer en auteur van onder andere ‘Machomannetjes, 99 tips om de straatcultuur terug te dringen uit uw school’ (Prometheus, 2015): “Straatcultuur is voor veel leraren en schoolleiders nieuw gedrag, waarmee ze moeten leren omgaan. Vroeger gaf ik trainingen aan leraren in het voortgezet onderwijs, maar tegenwoordig ook steeds meer aan de bovenbouw van het basisonderwijs.” Hij ziet minder heil in het betrekken van de thuiscultuur dan Brummelhuis. “Van samenwerking met ouders moet je je niet te veel voorstellen. Hun kinderen zijn ontregeld, vaak ontbreekt het thuis aan regels. Ook van kerk of moskee moet je het niet hebben, je weet niet met wie je in contact komt. Het gedrag moet dus in school aangepakt worden. Dat doe je door vanuit liefde en betrokkenheid duidelijker te zijn dan je vroeger was, zonder dat je de persoon aantast. Duidelijker, niet harder want dat escaleert: je wordt vijandig en gaat strak in je vel staan. Die leerlingen staan op scherp, ze laten zich nauwelijks corrigeren door onbekenden. Daarom is het belangrijk om contact te maken nog voordat er iets aan de hand is. Handhaaf de regels. De boodschap moet zijn: je bent een goede jongen, maar je gedrag moet anders. Vooral vrouwelijke leraren hebben de neiging om veel te lang in discussie te gaan. Niet doen, de leerling zal je afleiden met zijn weerwoord. Lastig is het als je een leerling ergens op aanspreekt en die ontkent. Zie je dat een leerling een laptop pikt? Als je hem er direct op aanspreekt, dan is het: ‘Heb ik niet gedaan, waarom moet je mij hebben?’ Beter werkt: ‘Als je straks klaar bent met die laptop, leg je hem dan weer terug?’ Later spreek je hem er dan op aan, met de waarschuwing dat je de volgende keer naar de politie stapt.” Leraren hebben ook een belangrijke taak bij de maatschappelijke toerusting, vindt Kaldenbach. “Allochtone jongeren hebben daarbij specifieke aandacht nodig. Hoe geef je iemand een hand, hoe stevig en hoe lang houd je die vast? Wanneer kijk je iemand recht aan? Als wij ze dat niet leren, zijn ze kansloos bij het zoeken naar een stageplek, of later een baan.”

Straattaal
Christine Leenders werkt al dertig jaar op obs Jan Ligthart in de Haagse Schilderswijk. Eerst als leerkracht, later als directeur. “We hebben hier vooral te maken met straattaal. Daar zijn we heel alert op, en we besteden al vanaf de kleuters veel aandacht aan aanspreekvormen. ’s Ochtends staan mijn collega’s en ik bij de verschillende ingangen van de school en de klaslokalen. Iedereen krijgt een hand. We stralen uit: je bent hier op school, je komt om te leren en je gedraagt je.” Buiten het taalgebruik hebben ze op de Jan Ligthartschool niet veel last van straatcultuur. “Crimineel gedrag zien we nog niet op deze leeftijd.” Gaat een kind over de schreef, dan betrekt Leenders daar weldegelijk de ouders bij. “Met hen hebben we heel veel contact; het zijn onze partners.”

Straatcultuur is eigenlijk niets nieuws, vindt Leenders. “Dertig jaar geleden zaten de kinderen van de autochtone Schilderswijkers hier op school. Die waren vaak ook grof in de mond, evenals hun ouders. De toenmalige directeur ving boze ouders op. Dan benoemde hij hun boosheid maar bleef altijd netjes. Zo doen we het nog steeds. Niet reageren vanuit angst, maar vanuit een positieve, oplossingsgerichte houding met een focus op leren.”

Contact maken als beleid
De schoolleider moet zorgen voor professionalisering van zijn team, en zowel duidelijkheid als het ‘contact maken’ uitdragen als beleid. Kaldenbach: “In de dagelijkse gang van zaken is het heel belangrijk dat je je team steunt. Stel: een leerling noemt zijn juf ‘kutwijf’ en zij stuurt hem eruit. Als die leerling na een kwartier de klas weer in mag, voelt die leraar zich uiteraard niet gesteund. Bij zo’n scheldwoord past waarschijnlijk een schorsing of een gesprek met de ouders. Bij agressief aanraken idem. Maar het best is om dit gedrag voor te zijn, door contact te leggen. Er zijn scholen waar de conciërges praatjes maken met de leerlingen. Wie heeft een zieke moeder, wie is er op vakantie naar Marokko geweest. Op andere scholen kijken conciërges spiedend rond, of er niets ongewenst gebeurt. Vanzelfsprekend zijn er bij die eerste groep scholen veel minder incidenten.” Voor Brummelhuis als schoolleider is het belangrijk dat haar onderwijskundig en pedagogisch leiderschap in evenwicht zijn. “Het primaire proces moet goed zijn. Alle leraren hebben een assessment gehad en krijgen in leergemeenschappen nascholing. In functioneringsgesprekken gaat het over zichtbaar gedrag. Je wordt hier pedagogisch en didactisch constant uitgedaagd, dus ik wil de goede mensen op de goede plek.” Socioloog El Hadioui: “Je hebt voor je personeelsbeleid emotionele bluetooth nodig. Scholen in dit soort wijken vergen leraren die écht het allerbeste voor de leerlingen willen en de binding met hen kunnen aangaan.” Brummelhuis knikt: “Het gaat om waardengedrevenheid en het besef dat je als leraar van grote toegevoegde waarde bent.”

Gepubliceerd op: 4 december 2015

Verschenen in

Doelgroep(en)

Primair onderwijs, Voortgezet onderwijs

 

Deel dit artikel

Naar andere schooltijden, en dan? (Herziene versie september 2018)