Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » Scholen moeten duurzaamheid gaan ademen
‘Het begint steeds meer te leven’

Scholen moeten duurzaamheid gaan ademen

Auteur: Daniëlla van ‘t Erve

Duurzaamheid is niet iets wat er ook nog ‘bij moet’ in het onderwijsprogramma. Scholen doen er al heel veel aan en de kunst is om hiertussen de verbinding te leggen, meent hoogleraar duur­zaamheid Arjen Wals. In het nieuwe curriculum komt duurzaamheid in alle opdrachten terug.

“De focus ligt te veel op de economie. We leiden jongeren op om flexibel te kunnen bewegen op de arbeidsmarkt en zich te onderscheiden om te kunnen concurreren”, legt Arjen Wals uit. Hij is hoogleraar en houder van de Unesco-chair op het gebied van duurzaamheid aan de Wageningen Universiteit en de Universiteit van Gotenburg in Zweden. “Het solidariteitsdenken, waarin we zorgen voor elkaar en de omgeving, wordt nauwelijks ontwikkeld en dat leidt tot een planeet die niet meer duurzaam is. We lopen nu tegen ecologische en ethische grenzen aan; kijk naar de klimaatverandering of de toenemende sociale ongelijkheid in de wereld.”
 
Hoogste tijd dus om duurzaamheid op de onderwijsagenda te zetten. “Maar zie het niet als iets wat er ook nog bij moet”, zegt hij. “Scholen doen namelijk al heel veel aan duurzaamheid en ieder thema raakt eraan. De kunst is om hiertussen de verbinding te leggen. Dat vraagt misschien wel om een andere grondhouding, waarin openheid en contact met elkaar en de omgeving belangrijk zijn en kinderen ontdekkend kunnen leren. Dan ontstaan levende, lerende scholen die duurzaamheid ademen.”
 
Aantrekkelijker onderwijs
Volgens Wals levert het aantrekkelijker onderwijs op. “Duurzaamheid is een katalysator voor onderwijsvernieuwing, waarin je leerlingen betrekt bij onderwerpen die aansluiten bij hun leefwereld. Ze leren creatieve oplossingen te zoeken voor complexe vraagstukken en ervaren dat ze zelf invloed kunnen uitoefenen om iets te veranderen. Dat is belangrijk en werkt motiverend, waardoor het lesgeven leuker wordt.”
Als je wilt, kun je direct beginnen, meent hij. Bijvoorbeeld door samen met het team en de leerlingen een analyse te maken van hoe duurzaam de school op dit moment is. “Ga als een soort detectives na hoe iedereen naar school komt, wat er wordt gegeten, hoe het staat met verlichting, afval of energie. En probeer dan met elkaar ambities te formuleren. Zoals ‘liever twee egels dan duizend tegels’, waarbij je tegels uit het schoolplein haalt om er een tiny forest van te maken. Ga ook na hoe je dit kunt koppelen aan lessen die je toch al moet geven. Er zijn veel netwerken die een school daarbij kunnen ondersteunen, zoals de duurzame pabo.”

In de 25 jaar dat Wals aan natuur-, milieu- en duurzaamheidseducatie werkt, ziet hij een ommekeer: scholen willen nu zelf met het onderwerp aan de slag. “Bevlogen leraren weten de omgeving al als vertrekpunt voor het onderwijs te nemen. Bijvoorbeeld door een les over de kringloop te geven op het moment dat een leerling een spin in de klas ontdekt. Of door samen te onderzoeken wat de beste oplossing is voor de verlichting in het lokaal. Zo liggen er allerlei thema’s voor het oprapen, maar doordat veel scholen vastzitten aan bepaalde doelen of methoden, lukt het nauwelijks om die ruimte goed te benutten.”
 
DNA
Wals is dan ook blij dat duurzaamheid een van de pijlers in het nieuwe curriculum wordt. Het ontwikkelteam Mens & Natuur van Curriculum.nu heeft inmiddels de essenties van het leergebied in zeven grote opdrachten uitgewerkt. “Duurzaamheid moet eigenlijk in het DNA van scholen komen. Het is dus geen apart onderwerp, maar komt in alle opdrachten terug”, legt Marleen de Goeij uit. Ze is directeur van basisschool De Poeljeugd voor ervaringsgericht leren en lid van het ontwikkelteam. “Bij de opdracht ‘Systemen en uitwisseling’ kun je bijvoorbeeld de vraag stellen: hoe kun je zaken technisch zo verantwoorden dat ze duurzaam werken? Zo kun je dit thema in alle opdrachten terug laten komen.”
Voor het eerst wordt een curriculum geschreven met een doorgaande lijn voor kinderen van 4 tot 18 jaar. Waar kinderen op de basisschool vooral spelenderwijs leren, gaan scholieren dieper op de inhoud in. “Op die manier raak je van jongs af aan bewust van onze leefwereld en hoe je daar goed voor zorgt. En dat is voor iedereen belangrijk, of je nu 4 of 94 bent”, vult mede-ontwikkelteamlid Annick Dezitter aan. Zij is rector van het Da Vinci College Kagerstraat in Leiden, waar leerlingen zelf een plan voor zonnepanelen bedachten en uitvoerden. “Ik achtte de kans dat het plan haalbaar zou zijn, niet zo groot. Maar juist doordat het om een echte, zinvolle opdracht ging, raakten leerlingen enorm gemotiveerd. Ze schreven verschillende bedrijven aan en zochten uit hoe het zat met subsidies. En het is ze gelukt: er liggen nu 654 zonnepanelen op het dak, die leerlingen zelf hebben helpen leggen. Op een grote tv in de hal is te zien hoeveel energie er verbruikt wordt. Echt fantastisch.” Duurzaamheid speelt nu steeds vaker een rol in de lessen. Zo is een plan voor led-verlichting gerealiseerd en bedenken leerlingen duurzame gerechten voor de Hortus Botanicus. “Op alle mogelijk manieren proberen we leerlingen te stimuleren om kritisch na te denken en bewuster met hun omgeving om te gaan. Niet iedereen vindt duurzaamheid een interessant onderwerp, maar het begint wel steeds meer te leven.”
Scholen hoeven volgens de beide schoolleider-ontwikkelaars zeker niet te wachten tot het nieuwe curriculum er is. Directeur De Goeij: “Er zijn mogelijkheden genoeg om als school duurzaam bezig te zijn, van afvalscheiding tot warmetruiendag. Daarnaast zijn er talloze momenten om het onderwerp in de les aan de orde stellen en het gesprek op gang te brengen.” “Heb het lef om buiten kaders te denken en leerlingen bij plannen te betrekken”, zegt rector Dezitter. “Als je alle beren die je op de weg ziet naast je neerlegt, zul je versteld staan hoeveel goeds eruit voortkomt.”
 
Alle leerlingen een dopper
Basisschool de Rossenberg in Leusden is sinds twee jaar afvalvrij, net als alle andere dertien basisscholen in de gemeente. Twee jaar geleden startten zij met het programma ‘Afval op school’ van Rijkswaterstaat. De scholen werkten hierin nauw samen met de NME-werkgroep ‘De Groene Belevenis’. Er kwamen drie afvalbakken: voor PMD (plastic, metaal, drankpakken), GFT (groente-, fruit- en tuinafval) en restafval. In de lessen werd aandacht besteed aan het belang van afvalscheiding en -preventie. Alle leerlingen kregen een gratis dopper om het gebruik van drinkpakjes te verminderen. “Daarnaast stimuleren we kinderen om groente en fruit mee te nemen. Lege drinkpakjes of verpakkingen van tussendoortjes gaan in de broodtrommel mee terug naar huis, om ouders bewust te maken dat we afvalvrij zijn”, vertelt Maeyke Wiggers, directeur van de Rossenberg. “Daardoor hebben we het restafval flink verminderd.
 Voorheen hadden we dagelijks een zak per klas, nu nog niet eens een per week.”
Met als bijkomend voordeel dat het ook nogal in de portemonnee scheelt. De gemeente hielp daarbij door het afval van de scholen niet als bedrijfsafval te zien. Wiggers: “We kunnen de bakken dus gewoon aan de straat zetten”, zegt ze. “Een zoektocht was wel hoe we omgaan met het gft-afval, gezien de fruitvliegjes in de zomer. We werken nu met emmertjes die na het eten geleegd worden in de container. De kunst is om het de leerkrachten en leerlingen zo makkelijk mogelijk te maken. Het is voor iedereen inmiddels al heel gewoon en dat is ook wat je wilt, zodat deze generatie kinderen dit zal doorgeven aan de volgende.”
 
Kinderen runnen sloop- en recycleatelier
Leerlingen van basisschool de Fonkelsteen in Zaltbommel bedachten een plan voor een sloop- en recycleatelier. Ouders en buurtbewoners kunnen spullen brengen, die de kinderen vervolgens demonteren en sorteren. De onderdelen gebruiken ze om kunstwerken te maken voor de verkoop. Een kunstenaar gaat hen hierbij helpen en de met opbrengst willen ze hun groene schoolplein verder vormgeven. Het plan is ontstaan en ontwikkeld in het kader van het project ‘De ideale school’ van de provincie Gelderland. Op 18 maart wordt het atelier geopend en starten de workshops. Jessie Mulder, directeur van de Fonkelsteen: “Als je weet welk effect je handelen heeft, word je zorgzamer voor de wereld om je heen. Een positief, optimistische aanpak is belangrijk en je ziet dat ondernemend leren daarin erg aanslaat. Dat zorgt voor veel enthousiasme op school, ook bij de ouders. Het plan voor het atelier bouwt voort op het initiatief van leerkracht Marga van Gijn voor het werken met loose parts: losse onderdelen en restmaterialen die de creativiteit en fantasie van kinderen prikkelt. Op die manier stimuleer je leerlingen en leerkrachten om het te doen met wat er al is. Voor scholen die met duurzaamheid aan de slag willen, kan het verzamelen van verschillende materialen een goede eerste stap zijn. Dat is vrij eenvoudig uit te voeren, terwijl het leerlingen direct inzicht geeft in hoeveel en wat we allemaal weggooien.”
 

Downloads en links
Gepubliceerd op: 9 maart 2019

Verschenen in

Thema's

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Zicht op pensioen (Herziene versie maart 2018)