Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » Samenwerkende schoolbesturen zorgen voor ‘blije mobiliteit’
Regionaal transfercentrum

Samenwerkende schoolbesturen zorgen voor ‘blije mobiliteit’

Auteur: Astrid van de Weijenberg

Schoolbesturen in het primair onderwijs slaan met een Regionaal Transfercentrum de handen ineen om problemen op de arbeidsmarkt op te lossen. Dit leidt tot gezonde mobiliteit voor ervaren medewerkers en kansen voor jonge leerkrachten.
‘Aan de slag voor het onderwijs van morgen’. Dat is het motto van het sectorplan PO van de sociale partners in het primair onderwijs, verenigd in het Arbeidsmarktplatform PO en het Vervangingsfonds/Participatiefonds. De handen moeten uit de mouwen, vinden Ellen Feller van het Arbeidsmarktplatform PO en Loek van der Kroon van het Vervangingsfonds/Participatiefonds. De onderwijsarbeidsmarkt kampt namelijk met een groot aantal problemen die individuele schoolbesturen niet eenvoudig kunnen oplossen, zeggen zij. Allereerst het afnemende leerlingenaantal: 5,7 procent tussen 2009 en 2014. Daarnaast de teruglopende werkgelegenheid met 11 procent. Bovendien loopt de gemiddelde leeftijd van het personeel op en de kansen van jongeren op een vaste baan nemen af. Ook heeft de arbeidsmarkt in het onderwijs een gesloten karakter; de instroom is laag, tussen 5 en 7 procent, evenals de uitstroom die tussen 6 en 9 procent is. Tot slot is daar nog de Wet Werk en Zekerheid met ingang van 1 juli 2015, die de inzet van vervangers beperkt.

Unieke ontwikkeling Het bevorderen van de mobiliteit is een antwoord op verschillende van deze problemen. Mobiliteit stimuleren is daarom een van de pijlers van het sectorplan PO. Naast bijvoorbeeld de maatregel ‘Jong en Oud’, waarbij er met subsidie ruimte geschapen wordt voor startende leerkrachten. “Om de mobiliteit te bevorderen, komt er in tien regio’s een Regionaal Transfercentrum (RTC)”, vertelt Van der Kroon. De eerste twee projectplannen, van de provincie Zeeland en van Zuid-Limburg, liggen al op zijn bureau. Zij willen voor de zomervakantie van start gaan. Andere regio’s zijn druk bezig. “Het is een unieke ontwikkeling”, zegt hij. “Alleen de Achterhoek ging ons voor. Daar doet PON (Personeelscluster Oost-Nederland Primair Onderwijs, red.) dit al een tijdje. De bedoeling is om krimp op te vangen en te voorkomen dat er een generatie jonge leerkrachten verloren gaat. Leerkrachten die straks weer nodig zijn.”
In een gebied waar zowel krimp als groei is, is dat gemakkelijker dan daar waar alleen krimp is. En dat laatste is bijna overal het geval. Het hoofdidee achter een Regionaal Transfercentrum is een gezamenlijke vervangingspool van alle schoolbesturen in een regio. Van der Kroon: “Tot nu toe regelen veel schooldirecteuren vervanging met behulp van hun eigen kaartenbakje. Dat kan straks niet meer zo gemakkelijk door de Wet Werk en Zekerheid. Na drie keer invallen moet een flexwerker namelijk al een vaste aanstelling krijgen. Ook de vervangingspool van het schoolbestuur biedt niet altijd een oplossing. Een kleine vervangingspool kan al snel de vraag niet aan. Wordt de pool groter, dan wordt de bezettingsgraad vaak te laag en moet het schoolbestuur er geld op toeleggen. Je hebt dus een grote schaal, met 1.500 tot 2.000 fte’s, nodig om een goede dekking te halen.”

Flexibele schil
Samenwerken van schoolbesturen is de oplossing, volgens Van der Kroon. Een Regionaal Transfercentrum zorgt voor een flexibele schil voor schoolbesturen. Het vangt krimp op, maar neemt ook werk uit handen. Maar wie zitten er in die flexibele schil? Ellen Feller: “Het is de kunst om mensen in beweging te krijgen. Schoolleiders zouden hierover in gesprek kunnen gaan met hun medewerkers tijdens loopbaangesprekken: ‘Heb jij geen zin om iets nieuws te gaan doen, een uitstapje, een kijkje bij een ander bestuur, een functie in de leerlingenzorg bijvoorbeeld?’. Het voordeel is dat leerkrachten hun arbeidsrechtelijke positie niet verliezen wanneer zij in de flexibele schil aan de slag gaan.” ‘Blije mobiliteit’, noemt Van der Kroon het daarom. Het gaat niet alleen om boventalligheid, om mensen voor wie geen plek meer is. “Kwaliteit van die flexibele schil staat voorop. Waken voor het imago dat hier de nietfunctionerende leerkrachten naartoe gaan door deze schil alleen te vullen met kwalitatief goede mensen en op vrijwillige basis. Zo’n RTC moet daarom misschien ook voor deskundigheidsbevordering en coaching zorgen. Daar hebben scholen in het verleden nog weleens wat laten liggen. Het RTC is niet alleen een bemiddelingsbureau, maar kan ingericht worden als loopbaancentrum en instelling voor nascholing. Een Regionaal Transfercentrum kan de relatie met de pabo aanhalen. Bij PON in de Achterhoek hebben ze er zelfs de arbozorg en alles wat daarbij hoort aan vastgekoppeld.”
Naast de medewerkers die al een dienstverband hebben bij een schoolbestuur komen ook startende leerkrachten via het RTC aan het werk. Naast Flexschil A met vaste dienstverbanden vormen zij Flexschil B, de buitenste schil. Zij kunnen bouwen aan een relatie met diverse onderwijswerkgevers en ervaring opdoen op verschillende plaatsen. Aanvankelijk op invalbasis en via die weg naar een vaste aanstelling. Feller: “De regio Zeeland, die te maken heeft met grote krimp, heeft een dermate grote vervangingsbehoefte dat ze de flexibele schil niet gevuld krijgt met eigen vaste medewerkers. Hier komt versneld ruimte voor jonge mensen.”

Commitment
Schoolbesturen committeren zich voor vier jaar aan een RTC. Dat vraagt om bereidwilligheid en om respect voor ieders denominatie en onderwijsvisie. Van der Kroon: “Een reformatorische school mag iets anders verwachten van een invaller die twee dagen voor een zieke collega invalt dan van een invaller die vier maanden zwangerschapsverlof waarneemt.” Dat vraag ook om goede begeleiding van invallers. “En ook dat schoolleiders kijken naar een gezonde leeftijdsopbouw”, zegt Feller. “Schoolbesturen en schoolleiders moeten niet alleen ervaren leerkrachten willen, maar ook de jonge, frisse, startende leerkracht. Meer diversiteit komt de kwaliteit ten goede, net zo goed als een team van zowel mannen als vrouwen belangrijk is. Kijk niet alleen naar vandaag, maar ook naar morgen.” Het sectorplan voorziet in de ondersteuning van de oprichting van de Regionale Transfercentra. Ambassadeurs van onder meer RTC’s in oprichting treffen elkaar één keer per maand om ervaringen uit te wisselen. De website sectorplanpo.nl verzamelt goede ideeën en goede praktijkvoorbeelden. Ook vindt er onderzoek plaats naar geschikte automatiseringstools. In april 2016 moet alles lopen en pakt de sector het verder zelf op.

Gepubliceerd op: 24 april 2015

Verschenen in

Kader Primair 9 (2014-2015) (Verder in dit nummer)

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Naar andere schooltijden, en dan? (Herziene versie september 2019)