Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » Salarisgroei, voor het eerst sinds 2008
Cao po 2016 – 2017

Salarisgroei, voor het eerst sinds 2008

Auteur: Marijke Nijboer

In de kleine uurtjes voor het aanbreken van Koningsdag, terwijl Nederland lag te slapen en enkele fanatiekelingen alvast een plek innamen op de natte vrijmarkt, kwamen onderhandelaars tot een akkoord voor de CAO PO. AVS-onderhandelaars Paul van Lent en Harry van Soest zijn blij met de resultaten. “Met dit akkoord kunnen zowel het openbaar als het bijzonder onderwijs goed aan de slag.”

Aan het akkoord ging een ingewikkeld schaakspel vooraf. “We zijn dan ook vooral blij dat er een akkoord lígt”, zegt Harry van Soest. Natuurlijk vertegenwoordigden de partijen aan tafel uiteenlopende belangen. Maar er moest ook worden gedeald met ingewikkelde onderwerpen, zoals de Wet Werk & Zekerheid (WWZ) die zal gaan gelden voor het bijzonder onderwijs. Verder verhoogde het ABP tussendoor nog eens de pensioenpremie.
Paul van Lent: “Het allerbelangrijkste dat we voor het primair onderwijs konden veiligstellen voor 2016 is dat de salarissen weer gaan groeien, voor het eerst sinds 2008. Wanneer deze cao wordt vastgesteld, kan het loonruimteakkoord worden uitgevoerd. Daarmee kunnen alle werknemers in het po een loonsverhoging tegemoet zien van 5,05 procent. Deze geldt vanaf 1 januari 2016, maar om de schijn te vermijden dat de nog lopende cao wordt opengebroken, laten we de nieuwe cao ingaan op 1 juli 2016.” De loonsverhoging voor de eerste zes maanden van 2016 wordt in één bedrag uitgekeerd.
 
Pensioenpremie en WWZ
Tijdens de onderhandelingen kwam ineens het bericht dat het ABP de pensioenpremie tussentijds met 1 procent ging verhogen. Van Lent: “Dan zou van die 5,05 procent weer 1 procent afgaan om de ABP-premie te betalen. Alle sectoren hebben toen samen een brief geschreven aan de regering. Met als resultaat dat de regering die 1 procent eenmalig gaat compenseren.”
Vanaf 1 juli 2016 geldt de Wet Werk & Zekerheid voor het bijzonder onderwijs. Het openbaar onderwijs valt buiten deze wet, omdat hier niet wordt gewerkt met arbeidsovereenkomsten, maar met eenzijdige overeenkomsten die voortvloeien uit de Ambtenarenwet. De AVS, de andere vakbonden en de PO-Raad vinden deze tweedeling ongewenst en hebben minister Asscher van Sociale Zaken & Werkgelegenheid verzocht om het onderwijs buiten de WWZ te laten – zonder succes. “Alle sociale partners aan de onderhandelingstafel vonden dit een omissie van de wetgever. Die heeft onvoldoende stilgestaan bij het effect voor het primair onderwijs”, zegt Van Soest.
Maar ze hadden het ermee te doen. Er moest flink worden onderhandeld om de situatie op het gebied van invalwerk goed te regelen. Ook hier speelden tegengestelde belangen mee: de werkgevers wilden zoveel mogelijk flexibiliteit, de vakbonden bewaakten de belangen van de werknemers. Van wie bijvoorbeeld niet verwacht mocht worden dat zij de hele week bij de telefoon wachten op een oproep voor een paar uur. Afgesproken is dat elk schoolbestuur vervangingsbeleid opstelt met instemming van de PGMR. Daarbij wordt benoemd hoe de vervanging wordt georganiseerd en met welk type contracten. In overeenstemming met de WWZ is het plafond verhoogd voor vervangers van collega’s met lesgevende taken: zij krijgen maximaal geen drie maar zes contracten, en werken maximaal geen 24, maar 36 maanden. Deze en andere details van het vervangingsbeleid worden voorjaar 2017 geëvalueerd.
 
Het meest haalbare
De inzet van de bonden was om waar het kan te zorgen voor vaste benoemingen, voor de hele po-sector. Van Lent: “Het openbaar onderwijs is wat minder aan handen en voeten gebonden bij de keuze van een type contract. Het bijzonder onderwijs is door de werking van de WWZ niet altijd in staat om voor werkgevers het risico af te dekken van de verplichting om mensen langer te moeten betalen. We hebben het meest haalbare bedacht en vastgelegd in het onderhandelaarsakkoord. Ik denk dat er nu een akkoord ligt waarmee zowel het openbaar als het bijzonder onderwijs goed aan de slag kan.”
 
Vanwege de invoering van de WWZ voor het bijzonder onderwijs wilden de bonden opnieuw een beroepsmogelijkheid regelen. De bestaande commissies van beroep zijn namelijk niet langer bevoegd. Voor schoolleiders die te maken krijgen met bijvoorbeeld een disciplinaire maatregel, schorsing, een niet gekregen promotie of ongewilde overplaatsing is de beroepsmogelijkheid nu weer gegarandeerd.
Ook wat betreft de scholing van schoolleiders is er succes geboekt. Dit bedrag wordt verhoogd van 2.000 naar 3.000 euro per leidinggevende. Van Lent: “Dat is een belangrijk winstpunt voor het scholenveld. Professionalisering is heel belangrijk en daar is geld voor nodig. Het hiervoor beschikbare bedrag is opgehoogd van ruim 22 miljoen naar 29 miljoen euro in 2016. Daarnaast kunnen schoolleiders natuurlijk ook nog een beroep doen op de reguliere professionaliseringsgelden die schoolbesturen ter beschikking stellen.”
 
Ww ‘gerepareerd’
Van Soest: “We zijn ook blij dat de sociale voorzieningen redelijk gehandhaafd blijven. We hebben de ww ‘gerepareerd’; die blijft op 38 maanden.” Van Lent: “We hebben voor iedereen kunnen bewerkstellingen dat op het moment dat je dreigt werkloos te worden, er faciliteiten beschikbaar zijn. Bij jonge mensen ligt daarbij de nadruk op het helpen ‘van werk naar werk’, voor de middengroep is er een loopbaantraject. Voor 57-plussers is er een vangnet. Wanneer het echt moeilijk wordt om aan nieuw werk te komen, is er een voorziening om op redelijke wijze het hoofd boven water te houden.”
Ook hier botsten de verschillende belangen. Werkgevers wilden hun verplichtingen zo kort en zo laag mogelijk houden; de werknemersorganisaties wilden een goed vangnet regelen tot aan de aow-periode. De regeling is minder riant dan de vorige maar nog fatsoenlijk, vinden de AVS-onderhandelaars. Van Soest: “Dit moest budgetneutraal worden uitgevoerd. We hadden een stukje te repareren. De huidige WOPO-regeling (werkloosheidsregeling onderwijspersoneel primair onderwijs) loopt tot 65 jaar, maar de aow-gerechtigde leeftijd is voor de huidige generatie werknemers immers al in de richting van 67 jaar opgeschoven. Dat gat van twee jaar moesten we dus zien te repareren. Daarvan hebben we gezegd: akkoord, maar dan heb je aan de voorkant iets in te lopen, startend op 53-jarige leeftijd. We konden echter niet zomaar naar 55 jaar gaan, want dit is een dure fase. Mensen zitten verder in hun loopbaan en verdienen meer. Deze leeftijd moest dus worden opgehoogd. Al onderhandelend zijn we met elkaar op 57 jaar uitgekomen. De WOPO start nu tien jaar voor de aow-gerechtigde leeftijd: dat is een mooi resultaat. Mocht de aow-leeftijd nog veranderen, dan gaat de startleeftijd van de WOPO flexibel meebewegen. Dat is denkbaar, want er is volop beweging in de pensioenwereld.”
Wie ondersteuning nodig heeft om te kunnen werken, valt onder de Participatiewet. Ook voor het onderwijsveld geldt een inspanningsverplichting om deze mensen aan werk te helpen. De nieuwe CAO PO legt dat vast, en regelt dat ook deze mensen met een arbeidsbeperking kunnen doorgroeien in hun salaris. Op deze groep werknemers is ook de WOPO-regeling van toepassing.
 
Beleidsarme cao
Al wordt er een boel geregeld in de CAO PO 2016 – 2017, Van Soest typeert dit document als ‘beleidsarm’. “We hebben het in deze cao gezocht in de beperking. Dat hebben we gedaan omdat in de nu nog lopende cao een hoop dingen in gang zijn gezet waar het veld rust voor nodig heeft om deze verder vorm te geven. Denk bijvoorbeeld aan de 40-urige werkweek of aan de keuze tussen het basis- en overlegmodel. Vroeger was dit soort dingen helemaal dichtgetimmerd. Nu mag het veld daar zelf meer vorm aan geven. Achterover leunen en wachten op een maatregel van OCW is niet meer aan de orde. We wennen er in het onderwijs langzamerhand aan om zelf dingen te regelen. Maar er is wel tijd nodig om dat goed neer te zetten.”
De leden van alle onderhandelingspartners konden tot eind mei aangeven of zij instemmen met het onderhandelaarsakkoord. De reacties van de AVS-leden zijn zeer positief. Waar bij de vorige cao slechts een kleine meerderheid instemde, stemt nu 87 procent van de leden vóór. Van Lent: “Veel schoolleiders en bestuurders zijn hartstikke blij met dit akkoord.”

Gepubliceerd op: 1 juni 2016

Verschenen in

Kader Primair 10 (2015-2016) (Verder in dit nummer)

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Goed onderwijs, goede MR (8e herziene uitgave september 2019)