Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » Regionaal samenwerken is sleutel tot succes

Regionaal samenwerken is sleutel tot succes

Auteur: Daniëlla van ‘t Erve

Doorlopende technologieen vakmanschapsroutes, vakcolleges, specifieke mavoprogramma’s, techniekambassadeurs en vakwedstrijden. Het vmbo probeert op allerlei manieren leerlingen warm te maken voor en goed voor te bereiden op een baan in de techniek en technologie. Samenwerking in de regio is de sleutel tot succes, ook in de toekomst. Want het vmbo is bezig met een ingrijpende vernieuwingsslag.

Het vernieuwde vmbo moet volgend schooljaar zijn gerealiseerd en behelst de invoering van tien profielen die de huidige 36 afdelingsprogramma’s vervangen, het realiseren van doorlopende leerroutes (onder andere op het gebied van technologie en vakmanschap), een betere loopbaanoriëntatie en het stimuleren van regionale samenwerking. Dat gaat de Onderwijsraad echter niet ver genoeg. Die kwam in juni met het advies om het vmbo op korte termijn verder te vereenvoudigen tot twee opleidingen: vakmanschap en mavo. Door beide opleidingen nadrukkelijk een eigen identiteit te geven, moet het onderwijs herkenbaarder en aantrekkelijker worden. Nu kiezen namelijk steeds minder leerlingen voor het vmbo, vooral het aantal leerlingen in de basisen kaderberoepsgerichte leerweg loopt terug. Terwijl deze onderwijssector bij uitstek de kiem legt voor uitvoerende beroepskrachten zoals technici, waar dringend behoefte aan is. Naast deze vernieuwingen zijn er tal van initiatieven om leerlingen te interesseren en klaar te stomen voor een baan in de techniek en technologie. Gemene deler daarbij is een intensievere samenwerking met het vervolgonderwijs en de beroepspraktijk. Toptechniek in Bedrijf (TiB) is een voorbeeld, dat sinds 2012 met succes de regionale samenwerking tussen vmbo, mbo, bedrijven en overheden in met name de grote steden stimuleert. In de stad Groningen doen bijvoorbeeld alle schoolbesturen en de twee regionale opleidingscentra (roc’s) mee. “Door het herstel van de aardbevingsschade, de komst van een grootschalig windmolenpark en de grote vlucht die decentrale energieopwekking neemt, laat het tekort aan technisch personeel zich hier nu al voelen”, vertelt TiBprojectleider Adri Mertens. “Dat helpt om de samenwerking op een hoger plan te tillen.”

Doorlopende leerlijn
Groningen kent daardoor inmiddels een vakcollege (het Gomarus) waar leerlingen een technische opleiding van vmbo tot en met mbo volgen in een doorlopende leerlijn. Daarnaast bieden andere vo-scholen in Groningen met vmbotechniek een vakmanschapsroute voor leerlingen van Techniek Breed, die de doorstroom naar het mbo moet vergroten en verbeteren. De vakmanschapsroute is voor vmbo’ers die nog niet precies weten wat ze willen en waarbij loopbaanoriëntatie en kennismaking met praktijk (bedrijfsbezoek) belangrijk is om een keuze te maken. Tot slot hebben deze scholen de technologieroute, waarin leerlingen van vmbo tl/gl een specifiek onderzoeksprogramma (Skillslab) volgen met praktijkopdrachten die ze uitvoeren op het mbo. Enthousiaste docenten liggen ten grondslag aan het succes, benadrukt Mertens. “Dit programma is niet van bovenaf opgelegd; de docenten bepalen zelf met elkaar wat ze nodig hebben om de aansluiting met vervolgonderwijs en beroepspraktijk te verbeteren.” Een belangrijke maatregel is het vastleggen van de vrijdagmiddag voor leerlingen en docenten van vmbo en mbo van de richtingen bouwkunde, elektro-installatie techniek, autotechniek en metaal. Hierdoor ontstaat ruimte om praktijklessen te volgen op het mbo en op bezoek te gaan bij bedrijven. “Het was een hele puzzel om alle scholen in te roosteren, maar dat is het meer dan waard”, vertelt Mertens. “Leerlingen raken in zes weken alvast vertrouwd met het reilen en zeilen op een ROC, ontdekken welke mogelijkheden er zijn en waar hun interesses liggen. Doordat ze beter weten wat ze kunnen verwachten, kunnen ze een betere keuze maken.”

Dat de lijnen kort zijn, is volgens Mertens de grootste winst. “Daardoor kunnen docenten concrete afspraken maken over een betere aansluiting tussen het vmbo en mbo. Dat gaat van het gebruik van hetzelfde tekenprogramma tot het schrappen van dubbelingen in de opleidingen.” Een ander voordeel noemt Mertens dat het vmbo zo kan profiteren van de relaties die het mbo heeft met het bedrijfsleven. “Het vinden van een gastspreker of het bezoeken van een bedrijf is voor een vmbo-docent veel eenvoudiger nu hij een beroep kan doen op de mbodocent die al contacten heeft. Bovendien leren docenten ook van elkaar. Na drie jaar kunnen we constateren dat vmbo-leerlingen beter voorbereid en geschoold het mbo binnenkomen. Dat betekent dat we nu kunnen kijken hoe we het programma kunnen verzwaren en aanpassen aan de vernieuwingen in vmbo en mbo. Om aan de vraag van de markt te voldoen, is de ambitie om doorlopende leerlijnen procestechniek, koude techniek en programmeren te realiseren.”

Uitruil
Een zorg voor veel vmbo-scholen is het in stand houden van de techniekopleiding. Nu het aantal leerlingen daalt, worden die toch al dure technieklokalen onbetaalbaar. Mertens herkent dat probleem ook in Groningen. “Het onderwerp staat al een tijd op de agenda. Prettig is dat alle partijen welwillend zijn en oplossingsgericht denken. De twee ROC’s hebben in het kader van efficiëntie enkele jaren geleden al een succesvolle uitruil van enkele techniekopleidingen gerealiseerd. Nu het vmbo moet vernieuwen en de vraag is welke profielen de scholen willen aanbieden, nemen besturen hierin de beslissing over techniek meteen mee: hoe zorgen we voor een goede verdeling in de stad van technische opleidingen met goedgeoutilleerde lokalen?” In Groningen is ook het primair onderwijs bij de plannen betrokken. Zo werken het vmbo en het basisonderwijs samen aan de invulling van het vak Wetenschap en Techniek, zodat het onderwijs ook hier op elkaar aansluit. Mertens: “En een mooi voorbeeld zijn daarnaast de pabo-studenten die op de techniekafdelingen van het vmbo en mbo een studiedag meedraaien. Als ze later zelf voor de klas staan, kunnen ze uit eigen ervaring vertellen wat techniekonderwijs inhoudt en hoe leuk het kan zijn.” Dat het vertellen van eigen ervaringen aanslaat, merkt ook Marleen van Loon. Na de mavo stroomde ze door naar de mbo-opleiding Middenkader Engineering Mechatronica op ROC Landstede in Harderwijk. “Op de mavo had ik een technisch pakket met natuurkunde en wiskunde. Er waren maar twee andere meiden en nu ben ik zelfs het enige meisje in mijn klas. Jongens hebben hun kwaliteiten en vaardigheden weliswaar meer geoefend doordat ze thuis knutselen of aan hun motor sleutelen, maar qua theorie lig ik op ze voor. Meiden kijken anders en werken overzichtelijker. Onze visie is nodig. Wat dat betreft kunnen jongens veel van ons leren en wij van hen.” Als techniekambassadeur geeft ze gastlessen op middelbare scholen. “Er bestaat zo’n verkeerd beeld, dat techniek alleen voor jongens is of dat je er vieze handen van krijgt”, vertelt de mbo-student. “Maar er is zoveel meer mogelijk, zoals programmeren of het bouwen van software om apparaten te besturen.” Ze merkt ook veel verschil tussen opleidingen. Van Loon: “Een tl-opleiding heeft vaak niets bijzonders te bieden, terwijl een kaderklas met alleen jongens soms zelf een robotje mag maken. Zo’n bouwpakketje is misschien wel duur, maar het is wel de toekomst en spreekt veel meer leerlingen aan.”

Mavo
Waar vooral de mavo op dit vlak een ‘vergeten kindje’ was, ziet projectleider M-tech Jildau Vellinga daar inmiddels steeds meer mooie dingen gebeuren op het gebied van techniek en technologie. Zo zijn er lessen met een 3D-printer, leren leerlingen programmeren of doen ze mee aan de Lego-league, een wedstrijd waarbij ze zelf een robot bouwen en aansturen met een modulair programmeersysteem. M-tech biedt een paraplu aan al dit soort initiatieven om het technisch talent van mavoleerlingen zo goed mogelijk te benutten en de doorstroom naar een technische vervolgopleiding te bevorderen. “Daar is nog veel winst te behalen”, vertelt Vellinga. “Juist de vraag naar technici op het hoogste mbo-niveau is groot. Veel scholen met een theoretische leerweg willen wel, maar weten niet goed hoe ze technologieonderwijs kunnen organiseren. Ze vallen wat dat betreft tussen de mogelijkheden van de basisen kaderberoepsgerichte leerweg en het technasium op de havo/vwo-afdeling. M-tech brengt scholen en bedrijfsleven samen en helpt ze van elkaar te leren.” Inmiddels doen ruim honderd scholen mee en zijn er volgens Vellinga al bijzondere projecten ontstaan. Zo staat in de brugklas van het Insula College in Dordrecht het vak techniek drie uur op het rooster en kunnen leerlingen versneld door de opleiding. Tijdens de lessen voeren ze echte opdrachten uit. Ze maakten bijvoorbeeld in opdracht van een zorgcentrum een bekerhouder voor aan een rollator en ontwierpen een brug voor de gemeente. “Met dit soort initiatieven maak je het onderwijs aantrekkelijker. Probleem is dat de docent niet altijd genoeg ruimte ervaart om zijn of haar passie over te brengen of zelf geen goed beeld heeft van de mogelijkheden die er zijn op technisch gebied. Hierin kan de schoolleider een belangrijke rol spelen. Door de docent te steunen en te faciliteren in tijd en geld.”

Meer weten?
www.vernieuwingvmbo.nl
In verband met de voorbereiding op de nieuwe wetgeving omtrent het beroepsgerichte curriculum worden extra middelen beschikbaar gesteld (t 5.000 per vestiging) voor de na- en bijscholing van leraren werkzaam in de leerjaren 3 of 4 van de basisberoepsgerichte leerweg, de kaderberoepsgerichte leerweg of de gemengde leerweg van het vmbo. De subsidie wordt in december 2015 uitbetaald. Bron: Staatscourant 7 oktober 2015 (zie https://zoek.officielebekendmakingen.nl)

Gepubliceerd op: 5 november 2015

Verschenen in

Doelgroep(en)

Primair onderwijs, Voortgezet onderwijs

 

Deel dit artikel

De jaartaak in het primair onderwijs (Nieuwe versie juni 2019)