Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » `Regels voor sponsoring zijn politieke schrikreactie´
Gevolgen aanscherping convenant in de praktijk

`Regels voor sponsoring zijn politieke schrikreactie´

Auteur: Peter Hamers

MR´en moeten gekend worden in de besluitvorming over sponsoring in het (basis)onderwijs en de inspectie zal daarop toezien. Dat zijn de belangrijkste veranderingen in het onlangs aangescherpte convenant sponsoring. Wat betekent dat in de praktijk? Wat is überhaupt het belang van het - aangepaste - convenant? En waar ligt de grens bij sponsoring en fondsenwerving in het onderwijs?

Theo Schuyt, hoogleraar en hoofd Filantropische studies aan de VU in Amsterdam kan zich opwinden over de regelgeving voor sponsoring in het onderwijs. “In Nederland wordt heel weinig aan het onderwijs gegeven door ouders, bedrijven, vermogende particulieren en vermogensfondsen: gemiddeld een paar duizend euro per jaar. De politiek reageert daar heel verkrampt op: een convenant, inspectietoezicht, et cetera. Men is bang dat bedrijven en rijke particulieren de kinderen beïnvloeden. Bijna alle universiteiten en ziekenhuizen zijn juist ontstaan op initiatief van particulieren! De politiek, en dan vooral de sociaaldemocratie, is bang dat de oude filantropie terugkomt. Men is té blij met de verzorgingsstaat. Maar ik vind deze politieke schrikreactie conservatief. De kern van het verhaal is dat de door de politiek gewenste en door de overheid opgelegde controles leiden tot onnodige bureaucratie. De opgave voor de toekomst is het private geld weer te integreren in nadenken over de verzorgingsstaat. Als dat niet lukt, zal er echt een tweedeling ontstaan in Nederland. Dan zoekt het geld zijn weg naar private scholen.

Mijn zoon zat bijvoorbeeld op een basisschool in Alkmaar. Daar moesten twee jonge leerkrachten vertrekken. Wij als ouders wilden graag bijspringen om hen voor de school te behouden, maar het overkoepelende bestuur wilde niets aannemen. En de wethouder was als de dood dat er politieke heibel in de gemeenteraad zou ontstaan. De lokale politiek erkent, net als de landelijke politiek, de kracht van filantropie niet. Het gaat om betrokkenheid. Ouders willen graag iets doen en niet alleen rijke ouders. Als tweehonderd ouders op een school duizend euro per jaar storten, heb je in vijf jaar toch mooi een miljoen extra. En die ouders krijgen van de belasting de helft terug als zij het voor vijf jaar toezeggen.”
Het convenant sponsoring is oorspronkelijk in 2003 in het leven geroepen, omdat veel betrokkenen in het onderwijs niet op de hoogte waren van de regelgeving rondom sponsoring en fondsenwerving. Schuyt relativeert zijn ergernis enigszins: “Het convenant is op zichzelf niet slecht, maar lijkt wat mij betreft toch te veel op het bezweren van kwaad dat eraan komt. We schieten met een enorm kanon op een mus. Scholen staan aan het begin van een nieuwe ontwikkeling. Ze moeten sponsoring en fondsenwerving integraal onderdeel maken van hun strategisch beleid.”

Goed nageleefd
Hans van der Westen, oud-directeur van het Instituut voor Sponsoring en Fondsenwerving (ISF), denkt dat het aangescherpte convenant nauwelijks gevolgen zal hebben voor de dagelijkse praktijk. Van der Westen adviseert momenteel publieke instellingen en scholen over sponsoring (gekenmerkt door een zakelijke, economische tegenprestatie) en fondsenwerving (komt voort uit goodwill, betrokkenheid en waardering van ondernemers of particulieren; kent hooguit een zachte tegenprestatie). Hij vindt dat het convenant in de praktijk goed wordt nageleefd. “Schoolbesturen gaan voorzichtig en verantwoord om met sponsoring en fondsenwerving. Het is goed dat het op papier staat. Daardoor kan iedereen zonder schroom en angst uitzoeken wat er allemaal mogelijk is. En er kan veel! Wij merken dat men in tijden van crisis hecht aan goed onderwijs. Veel mensen en ondernemers willen het onderwijs graag steunen. Het onderwijs heeft de taak om de vraag concreet te maken: ‘Wij hebben geld nodig voor dit en voor dat’. De school en de stakeholders moeten samen de ethische normen bepalen. Als iedereen het ermee eens is, moet je het gewoon doen. Scholen mogen immers ook de eigen vrijwillige bijdrage bepalen. Er is dus wettelijk ruimte. Er mogen alleen geen afspraken worden gemaakt die leerlingen belemmeren in hun ontwikkeling. Dat lijkt me logisch en alle scholen in Nederland houden zich daar ook aan. Ik ben bijvoorbeeld betrokken geweest bij een groot sponsorproject van een innovatieve school. De sponsors hadden er geen behoefte aan zichtbaar te zijn in de school. Ze waren alleen geïnteresseerd in de gevolgen van de innovaties en hoe ze daar als bedrijf op kunnen inspelen. Scholen gaan heel verschillend om met sponsoring en fondsenwerving. Wat voor de ene school een probleem is, kan voor de andere heel gewoon zijn. Sommige scholen hebben er bijvoorbeeld geen moeite mee dat boven een lokaal een bordje hangt met ‘Dit lokaal is mede mogelijk gemaakt door…’ , terwijl andere dat nooit zullen doen. Eigenlijk kun je alles prima aan de scholen overlaten; ze dekken alles driedubbel af.”

Maatschappelijk ondernemen
Veel scholen zijn op zoek naar extra gelden om extra dingen te kunnen doen, zoals het inrichten van een aula, het uitbreiden van een mediatheek, extra smartboards, computers en ander onderwijsmateriaal of –methodes, gymspullen, extra muziekinstrumenten of zelfs vakleerkrachten , et cetera. Zo ook Peter van Loon, algemeen directeur Openbaar Primair Onderwijs Capelle aan den IJssel en Krimpen aan den IJssel (OPOCK). Hij ergert zich aan de slechte luchtkwaliteit in de klaslokalen. “Wij hebben geen geld voor apparatuur die ervoor zorgt dat het binnenmilieu gezond is. De overheid wil niet betalen, maar ik ga mijn verantwoordelijkheid niet uit de weg en heb er een sponsorproject van gemaakt. Daar ben ik al een hele tijd mee bezig, want het vereist een goede voorbereiding. Het is belangrijk om een helder verhaal te hebben en dat op tafel te leggen. Bovendien duurt het een tijdje voordat je de juiste en goede contacten hebt gelegd. Daartoe heb ik mezelf laten uitnodigen door de Rotary. Ondanks de crisis heb ik goede hoop dat het project aanslaat. Het doel is sympathiek en geeft bedrijven de juiste uitstraling. Ik sta nu aan de vooravond van gesprekken en een optreden voor de Rotary.
Het aangescherpte convenant betekent voor Van Loon niet zo veel nieuws. “Wij pasten het oude convenant reeds toe en handelden al in de geest van het nieuwe. We willen bijvoorbeeld nóóit in een afhankelijkheidspositie komen. Ik volg de landelijke normen en heb zelf ook nog een scheidslijn. Uitingen van sponsoring of fondsenwerving mogen de gezondheid van leerlingen niet schaden en de bedrijven waarmee wij in zee gaan mogen niet malafide zijn. Ook vinden we dat die bedrijven beleid moeten hebben op maatschappelijk ondernemen.”

Geen besluit zonder ouders
Ook de Bavinckschool in Haarlem en De Paradijsvogel in Den Haag-Ypenburg maken gebruik van sponsoring. Het gaat onder meer om advertenties in de schoolkrant, naamsvermelding op een tv-scherm in school en op de website(s), het organiseren van een kledingbeurs met een loterij – waar lokale bedrijven prijzen voor beschikbaar stellen – of het opknappen van het schoolplein met giften uit de buurt.Kees Sterrenburg, directeur van de Bavinckschool, vindt ook dat het aangescherpte convenant in de praktijk geen veranderingen met zich meebrengt. “We hadden al een reglement voor de stichting Vrienden van de Bavinckschool (ontstaan uit de oudergeleding van de MR, houdt zich bezig met sponsoring en schenkingen, red.) op papier gezet en daarin staat dat alles in overleg met de MR moet gebeuren.” Ook Priscilla Hendriks denkt dat er in de praktijk niet veel zal veranderen. Hendriks is lid van de sponsorcommissie van De Paradijsvogel, waarin nog enkele ouders uit de MR zitten. “Wij werken al in de geest van het aangescherpte convenant, al weet ik niet precies wat er wordt bedoeld met dat ‘nieuwe sponsorcontracten een gezonde levensstijl van leerlingen mogelijk en aantrekkelijk moeten maken’. Dat gaat niet zo bewust, maar alle sponsorgelden komen altijd ten goede aan verrijking van de kinderen. Het geld wordt besteed aan sportieve en educatieve evenementen: een sportdag, maar ook smartborden.” Met ethische dilemma’s op het gebied van sponsoring heeft Hendriks nauwelijks te maken gehad. “Hooguit een keer iets met een makelaarskantoor dat de school wilde sponsoren. De Paradijsvogel wordt echter al gesponsord door een makelaar van wie de kinderen bij ons op school zitten. We hebben toen de andere makelaar afgewezen. Maar aan die beslissing lagen verder geen ethische motieven ten grondslag.”

Groeisector
Hoogleraar Schuyt is ervan overtuigd dat sponsoring en fondsenwerving in het onderwijs een steeds grotere rol zal gaan spelen. In zijn boek ‘Geven in Nederland’ schetst hij de ontwikkelingen die ons te wachten staan. Filantropie is (ook) in Nederland een groeisector. Fondsen op naam laten een spectaculaire groei zien. MKB-Nederland heeft uitgerekend dat de komende jaren zo’n 100.000 ondernemers hun bedrijf zullen beëindigen en zich zullen melden bij financieel deskundigen. Een deel van dit kapitaal zal zijn weg vinden naar maatschappelijke doelen. Door vergrijzing en ontgroening zal de komende jaren een omvangrijke vermogensoverdracht tussen generaties plaatsvinden. Ook hiervan zal een deel naar algemeen-nutdoelen gaan. Daar komt nog bij dat de eigen verantwoordelijkheid van burgers meer aandacht krijgt. Burgerschap en burgendoelen zijn in opmars. Met de groei van de filantropische bijdragen komt het particulier initiatief terug bij overheidsgeoriënteerde instellingen, aldus Schuyt in zijn boek.

Gepubliceerd op: 23 april 2009
Let op!
Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Verschenen in

Kader Primair 9 (2008-2009) (Verder in dit nummer)

Thema's

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Zicht op pensioen (Herziene versie maart 2018)