Home » Artikelen » ‘Referentiekader Passend onderwijs schiet op aantal punten tekort’

‘Referentiekader Passend onderwijs schiet op aantal punten tekort’

Het concept referentiekader Passend onderwijs is eind september vastgesteld door de sectorraden. Deze maand wordt dit document voor commentaar aan verschillende partijen – onderwijsvakorganisaties (waaronder de AVS), ouderorganisaties, ketenpartners – voorgelegd en daarna definitief vastgesteld. De AVS vindt het referentiekader op een aantal fronten nog onduidelijk, bijvoorbeeld als het gaat om samenhang met de wetgeving. Ook blijft de cruciale rol van de schoolleider onderbelicht.Het referentiekader is een handreiking voor schoolbesturen bij het uitwerken van de wet Passend onderwijs, opgesteld door de PO-Raad, de VO-raad, de AOC-raad en de MBO Raad. Elke sectororganisatie werkt momenteel aan een aanvullend, ondersteunend instrumentarium. Het ministerie van OCW zal de implementatie nadrukkelijk zelf regisseren. De ontwerpwet Passend onderwijs ligt nog voor advies bij de Raad van State. Het wetsvoorstel komt binnenkort in de Tweede Kamer.Onvoldoende duidelijkheidDe AVS vindt het referentiekader Passend onderwijs op een aantal punten nog tekort schieten. Op de eerste plaats blijft het hele fenomeen referentiekaders een relatief vreemde eend in de bijt. Het is een poging van de sectororganisaties om regelgeving ‘uit Den Haag’ te verminderen en zelf verantwoordelijkheid in het veld te nemen, wat als potentiële valkuil heeft dat de regeldruk voor scholen en besturen juist toeneemt. De worsteling tussen loslaten en voorschrijven blijft dan ook zichtbaar. Soms wordt er vooral losgelaten en soms wordt redelijk dwingend voorgeschreven, zonder duidelijkheid over wat er gebeurt als het voorgeschrevene niet wordt nagevolgd. De AVS is geen voorstander van voorschrijven en pleit ervoor zoveel mogelijk en zo laag mogelijk binnen de onderwijskolom te realiseren. Ook blijft er onduidelijkheid over de samenhang van de referentiekaders en de wetgeving. Zo benoemt het referentiekader het beschikbare zorgbudget de bovengrens van de zorg. In de beleidsbrief van afgelopen juni spreekt de minister nog over het inzetten van reguliere middelen als het zorgbudget onvoldoende blijkt te zijn. Verder is een aantal onderdelen nog niet ingevuld in afwachting van wetsteksten, wat een totale beoordeling niet vereenvoudigt.Wat is nu de feitelijke status van de referentiekaders? “Besturen die zich aansluiten bij de sectorraad voor po of vo committeren zich aan de code en daarmee aan de referentiekaders.” En de besturen die niet zijn aangesloten (vooral eenpitters)? “Het schoolbestuur en de samenwerkingsverbanden maken bij de inrichting van Passend onderwijs gebruik van het referentiekader.” Wat precies bedoeld wordt met ‘maken gebruik van’ is onduidelijk. Tot slot blijft de cruciale rol van schoolleiders in het hele traject van Passend onderwijs onderbelicht. Natuurlijk is er ruim aandacht voor professionalisering van leerkrachten, maar zonder investering in de rol van de schoolleider is de slagingskans veel minder groot. De AVS blijft dit een punt van zorg vinden. Kortom: het is goed dat het referentiekader er is, maar het vergt nog de nodige aandacht voordat het de gevraagde duidelijkheid geeft.RegiogesprekkenDe komende drie maanden gaat het ministerie van OCW het land in om te praten met vertegenwoordigers van de samenwerkingsverbanden in oprichting. Nu de regio-indeling voorlopig is vastgesteld en de schoolbesturen binnenkort kunnen overgaan tot het oprichten van de samenwerkingsverbanden, wil OCW graag met hen in gesprek komen, als vervolg op soortgelijke regiogesprekken in het voorjaar. Schoolbesturen en de huidige samenwerkingsverbanden hebben een brief ontvangen met het verzoek hieraan mee te werken. OCW wil bijvoorbeeld weten hoe de oprichting van de samenwerkingsverbanden en de contacten met de gemeenten lopen, wat goed gaat bij de oprichting, welke knelpunten er zijn en hoe het ministerie daarbij kan helpen. Ook geeft het ministerie aan welke stappen de komende tijd nodig zijn. OCW komt tijdens deze gesprekken met feiten en cijfers over de desbetreffende regio op het gebied van leerlingenaantallen, scholen en een voorlopig overzicht van het budget dat zij ontvangen voor het bieden van Passend onderwijs aan alle leerlingen. In antwoord op Kamervragen zei minister Van Bijsterveldt hierover: “Het geld zal zo verdeeld worden dat de knowhow in de klas aanwezig is en niet in de bureaucratie landt.” Het ministerie heeft ook laten weten de huidige en toekomstige inkomsten van samenwerkingsverbanden po en vo te gaan compartimenteren. Uit de toekomstige inkomsten moet het samenwerkingsverband onder meer de zorgbekostiging voor leerlingen in het (v)so gaan betalen. Als deze inkomsten hier niet toereikend voor zijn, wordt het tekort naar rato verhaald op de lumpsum van de schoolbesturen.Vijf medewerkers van het ministerie coördineren de gesprekken met de vertegenwoordigers van de samenwerkingsverbanden. Zowel de vertegenwoordigers van de nieuwe samenwerkingsverbanden als de schoolbestuurders kunnen met hun vragen en opmerkingen bij de betreffende regiocoördinator terecht:• Regio Noord-Oost: Joop Groos (06-15038131,j.groos@minocw.nl)• Regio Noord-West: Gerda Brinkman (06-15038057,g.brinkman@minocw.nl)• Regio Midden-West: Jeroen de Weger (06-11038733,j.deweger@minocw.nl)• Regio Zuid-West: Amina Saydali (06-52367492,a.saydali@minocw.nl)• Regio Zuid-Oost: Lucie Beaufort (06-15038207,l.beaufort@minocw.nl)Concept Referentiekader Passend onderwijs.pdfKijk voor meer informatie opwww.passendonderwijs.nl

Gepubliceerd op: 20 oktober 2011
Let op!
Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Verschenen in

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Schoolleidersagenda 2020/2021