Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » 'Problemen houden niet op bij de voordeur’
Jeugdzorg als schakel in school

'Problemen houden niet op bij de voordeur’

Auteur: Daniëlla van ‘t Erve

‘Scholen moeten kinderen helpen met problemen thuis’, kopte dagblad Trouw naar aanleiding van recent onderzoek van TNO en Augeo waaruit blijkt dat een op de negen kinderen uit groep 7 en 8 meerdere ingrijpende gebeurtenissen heeft meegemaakt, zoals echtscheiding, verwaarlozing of mishandeling. Een belangrijke ondersteunende rol ziet de Kinderombudsvrouw dan ook weggelegd voor het onderwijs. De school is de enige plek waar kinderen langere tijd doorbrengen én waar de overheid invloed op heeft. Logisch dus dat bij maatschappelijke problemen al snel naar het onderwijs als reddende instantie wordt gekeken. ‘Alle problemen komen op kindervoetjes de school binnen’, zei Tineke Netelenbos, oud-staatssecretaris van Onderwijs, in 1995 al. Er zijn grote verschillen in hoe scholen hun maatschappelijke opdracht vervullen. Waar op de ene school de kinderen eerst samen ontbijten, zet een andere school in op meer bewegen of onderdak bieden aan de hulpverlening. En er zijn scholen die de grens strikt trekken bij het bieden van goed onderwijs en verder de boot afhouden. “Maar problemen houden niet op bij de voordeur van de school”, reageert Marinus Giesing, coördinator leerlingzorg van CSG Comenius in Leeuwarden, een brede scholengemeenschap met bijna 3.000 leerlingen. “Een leerling kan niet goed functioneren als hij niet lekker in zijn vel zit, daar zul je als school hoe dan ook iets mee moeten.”

Preventief en snel
Giesing is voorzitter van de stuurgroep die in 2013 het initiatief nam tot de pilot ‘School als Vindplaats’. In aanloop naar de Transitie Jeugdzorg, waardoor sinds 2015 de gemeente verantwoordelijk is voor deze zorg, dachten betrokken partijen na over een goed systeem dat preventief en snel werkt. In de School als Vindplaats vormen jongerenwerkers en jeugdverpleegkundigen samen een Dynamisch Actie Team (DAT) dat vijf uur per week op school aanwezig is. Het team is een aanvulling op de bestaande ondersteuningsstructuur. Eén keer per week overleggen de onder- en bovenbouwcoördinatoren met het DAT-team over mogelijke inzet en de voortgang. In aanmerking komen leerlingen met problemen waar de school geen grip op krijgt en die zich voordoen op school, thuis of in de vrije tijd. “Doordat het team in de school aanwezig is, zijn de lijntjes kort, waardoor er snel een actie kan volgen”, legt Giesing uit. “De teamleden beslissen zelf wie een casus oppakt. In contact met de leerling en zijn ouders proberen ze weer greep te krijgen op het functioneren. Als er andere expertise of hulp nodig is, kunnen zij dit snel in gang zetten door hun relatie met het wijkteam.”

Onmachtig
De pilot duurde twee jaar en bleek een succes, vertelt Giesing. “DAT-functionarissen hebben een meer onafhankelijke positie in de school, wat heel goed uitpakt. Leerlingen voelen zich serieus genomen en ouders zijn positief omdat er gericht hulp is voor problemen waar ze zelf soms onmachtig zijn. Het grote voordeel is dat we er veel sneller bij zijn. Voorheen schakelde de school uiteindelijk leerplicht in als een leerling te vaak verzuimde, maar met sanctioneren alleen los je niets op.”

De werkwijze wordt nu op vijf locaties van drie vo-scholen in Leeuwarden ingevoerd. “Hopelijk volgen ook alle andere locaties nog”, zegt Giesing. “Een team kost 30.000 euro per jaar en als school kunnen we dat niet zelf betalen. Er zit bovendien een grens aan wat we investeren. Alles wat we doen, zoals signaleren en overleggen, sluit aan bij onze taak om goed onderwijs te geven.”

Geen nummer
In Nijmegen draait een preventieproject onder dezelfde naam op bijna alle basisscholen, een klein aantal vo-scholen en een mbo-instelling. Afhankelijk van de vraag wordt een jeugdspecialist als contactpersoon voor vier tot acht uur per week aan de school verbonden. Deze helpt met preventieve signalering van problemen bij leerlingen, kan zelf hulp bieden door meekijken, een training houden voor een kind of advies geven tot gesprekken met ouders. Als er meer nodig is, zorgt de professional voor de verwijzing. “Hoe scholen het aanbod inzetten is heel divers”, vertelt projectleider Chris Raaijmakers, gedragswetenschapper bij jeugdinstelling Entrea. “De ervaringen zijn positief, juist omdat het maatwerk is en de lijnen kort zijn. De specialist is geen nummer op afstand meer, maar heeft een gezicht gekregen. Het lukt daardoor bijvoorbeeld beter om kinderen uit migranten- of multiprobleemgezinnen te bereiken.”

Door de lage drempel wordt de specialist eerder ingeschakeld om mee te kijken en wordt een hulpvraag eerder gesignaleerd. Dat kan voorkomen dat problemen verergeren en complexere en dus duurdere zorg nodig is. “Van de 387 casussen tot nu toe kunnen we globaal vaststellen dat het aantal doorverwijzingen met beschikking is gedaald van 30 naar 10 procent”, aldus Raaijmakers.

Lage drempel
Basisschool de Akker in Nijmegen zag de toevoeging van een jeugdspecialist als kans. De school biedt eens in de zoveel tijd ook al onderdak aan een schoolverpleegkundige en schoolmaatschappelijk werker. “Hierdoor krijgen we nog meer mogelijkheden om kinderen verder te helpen”, verklaart directeur Jeroen Claassen. “Ik ben positief over de inzet en kwaliteit van de jeugdspecialist. Het grote voordeel is dat ze een vaste dag in de week in school is, dat zorgt voor een lage drempel, zowel voor leerkrachten als ouders.”

“Het is praktisch gezien wel eens zoeken naar ruimte”, vult intern begeleider Madelon Bonnes aan. “Ik offer graag mijn kamer op als dat een keer nodig is, want daar mag het niet van afhangen. Het bevalt heel goed. Wat ik prettig vind, is dat de jeugdspecialist zelf leerlingen kan begeleiden, bijvoorbeeld als een kind weinig zelfvertrouwen heeft. Ze kan vervolgens snel doorverwijzen als dat nodig is en daarmee weet ik dat leerlingen op tijd de juiste zorg krijgen.”

Waar de school wel tegenaan loopt, is de privacy. Schoolleider Claassen: “Zowel bij maatschappelijk werk als jeugdzorg worden gegevens maar minimaal gedeeld. Ze laten de terugkoppeling vaak aan ouders zelf over, maar dat gebeurt soms niet. Ik vind dat organisaties juist in het belang van het kind transparanter mogen zijn, natuurlijk met medeweten van ouders en bij voorkeur in een gesprek met alle betrokkenen.” Ib’er Bonnes vult aan: “Het is heel prettig dat de specialist dit kan oppakken en in de gaten houdt. Het gaat ons erom dat we weten dat het kind de hulp krijgt die nodig is.”

Eigen kleur
Stedelijke Scholengemeenschap Nijmegen, een jenaplanschool met 1.350 leerlingen, maakt ook gebruik van het preventieproject School als Vindplaats. “De titel doet vermoeden dat je er als school een taak bij krijgt”, vertelt rector Marcel Janssen. “Daar zijn we huiverig voor, want onze core business is het geven van onderwijs. Dat we zelf kunnen aangeven waar we behoefte aan hebben, vind ik een heel goede zaak. Onderwijs heeft een maatschappelijke verantwoordelijkheid, maar het is aan de scholen zelf om hierin een eigen kleur te kiezen. Als je bepaalde zorg gaat opleggen, schiet je het doel voorbij.”

“Op zich hebben we ons zorgsysteem op orde”, vult zorgcoördinator Siepie Bijlsma aan. “Maar we zagen dat met de Transitie Jeugdzorg de hulpverlening versnipperd raakte over zo’n vijftig sociale wijkteams. Waar we voorheen te maken hadden met één bureau jeugdzorg, moesten we nu shoppen om de beste zorg voor een leerling te krijgen. Dat met de School als Vindplaats hiervoor één contactpersoon is gekomen, is een verademing. We zijn nog maar een paar maanden bezig, maar het bevalt tot nu toe heel erg goed.”

Psycholoog
De psycholoog die de school kreeg toegewezen, heeft ervaring met jongeren, is gespecialiseerd in het begeleiden van gezinnen en kent de goede verwijsroutes. Hij doet de eerste screening bij de kinderen waarvan de mentor problemen vermoedt en begeleidt indien nodig de doorverwijzing. Binnenkort organiseert hij bovendien een training voor ouders over omgaan met pubers. “Als kinderen in de puberteit komen, voelen ouders zich soms handelingsverlegen”, vertelt rector Janssen. “Dat de specialist dit met een training probeert aan te pakken, kan problemen helpen voorkomen.”

De grens ligt bij het bieden van zorg in de school, vindt hij. “We zijn geen zorginstelling, we geven onderwijs. Hulpverlening hoort buiten de school.” Zorgcoördinator Bijlsma: “Het is voor kinderen ook prettiger dat ze met problemen ergens anders heen gaan. Onderwijs moet bovenal een veilige plek voor ze blijven.”

De inzet van een jeugdspecialist is volgens hen een aanrader en een mooie aanvulling op het bestaande zorgteam. “Maar preventie start bij kinderen die zich gehoord en gezien voelen”, benadrukt Janssen. “De mentor is de spil in de hele organisatie. Als het pedagogisch-didactisch klimaat niet op orde is, waardoor je problemen niet snel kunt signaleren, heeft de inzet van een jeugdspecialist weinig zin.” _

Gepubliceerd op: 9 januari 2017

Verschenen in

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Goed onderwijs, goede MR (8e herziene uitgave september 2019)