Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » Pesten aanpakken: ja. Maar alleen op de voorgeschreven manier?

Pesten aanpakken: ja. Maar alleen op de voorgeschreven manier?

Auteur: Marijke Nieboer

Het pestprobleem moet grondig worden aangepakt en het is goed dat de vele antipestaanpakken kritisch worden beoordeeld: daar is iedereen het over eens. Maar moet je scholen verplichten te kiezen uit het lijstje goedgekeurde programma’s? Dat onderdeel van het conceptwetsvoorstel sociale veiligheid oogst veel kritiek, en niet alleen vanuit het onderwijsveld.

Het kaf moet van het koren worden gescheiden. “Het is belangrijk dat we weten of een programma echt bijdraagt aan het voorkomen en terugdringen van pesten,” zegt Inge Anthonijsz van het Nederlands Jeugdinstituut (NJi), projectleider
van de commissie antipestprogramma’s. Uit onderzoek blijkt dat pesten veelal gebeurt binnen de context van een groep. “Dat betekent dat pesten moet worden aangepakt op individueel niveau, op klassenniveau en op schoolniveau. Dat heeft de commissie allemaal meegewogen. Daarnaast hebben we gekeken of er aandacht is voor LHBTjongeren (lesbisch, homoseksueel, biseksueel, transgender). Wij constateren dat daar nog nauwelijks sprake van is.” 

Pesten komt vaak voor en veroorzaakt veel leed, zegt Vera Bergkamp, D66-Tweede Kamerlid. “Ik vind het daarom goed dat het hoog op de politieke agenda staat. Het wetsvoorstel (zie kader) is een aanwinst; het is eigenlijk een compleet plan van aanpak.” Maar ze vindt niet dat je scholen moet verplichten om een goedgekeurd programma te gebruiken. “Van de dertien voorlopig goedgekeurde methodes is het onduidelijk of ze echt effectief zijn in de praktijk. Er is meer onderzoek nodig om dit vast te kunnen stellen. Er zijn maar weinig methodes die bewezen effectief zijn. Waarom zou je dan nu methodes opleggen?” Anthonijsz is het met Bergkamp eens dat een verplichte lijst misschien geen goed idee is: “Een school die nog geen antipestprogramma gebruikt, kan die lijst mooi gebruiken om meer systematisch te gaan werken. Maar een school die al een programma gebruikt dat is afgekeurd, komt in een ingewikkelde situatie terecht”. 

Hork
Wat moeten scholen doen die naar tevredenheid werken met een methode die nu is afgekeurd? Bergkamp van D66: “Ik ben op zulke scholen geweest. Daar waren leraren, directie en bestuur zo goed bezig: pesten stond hoog op hun agenda en ze wisten echt wat er speelde tussen leerlingen door aanwezig te zijn en goed te kijken. Daar gaat het om. Een methode kan bewezen effectief zijn, maar wat is hij waard in de handen van een hork van een leraar?” Haar advies aan deze scholen: toon aan dat je een veilige (sociale) omgeving hebt. “Je kunt regelmatig de veiligheidsbeleving van je leerlingen peilen. Daar is een landelijke monitor voor, maar wat ons betreft mag een school daarvoor ook een eigen methode hanteren.” Anthonijsz wijst erop dat een afgekeurd programma een tweede kans krijgt. “Er komen meer beoordelingsrondes. We hebben alle programma-eigenaren laten weten hoe ze deze beter kunnen onderbouwen. Het is een dynamische lijst; er kunnen nieuw beoordeelde programma’s bij komen.”

Mentaliteitsprobleem
Bergkamp vindt het jammer dat alle aandacht naar de antipestmethodes gaat. “Laten we liever kijken naar de sociale veiligheid van de schoolomgeving.” Dat is koren op de molen van Zeger Wijnands, voormalig leraar en auteur van het boek ‘Als je wordt buitengesloten. Hoe ouders en leraren een einde kunnen maken aan pesten op school’. “Deze wetgeving gaat helaas helemaal de mist in,” concludeert hij. “Er wordt al dertig jaar gezocht naar een methode die het probleem oplost. Uiteindelijk kun je alleen maar concluderen dat die niet bestaat. Pesten is een mentaliteitsprobleem. Het gaat om bewustzijn en betrokkenheid van ouders en leraren. De onverschilligheid is helaas groot onder deze volwassenen. De school moet zeggen: wij willen dat alle kinderen hier een goede tijd hebben. Wij kunnen dat niet alleen, dus we leggen een deel van de verantwoordelijkheid bij u als ouders. Ouders kunnen af en toe open vragen stellen: met wie speel je, wie is er altijd
alleen in de pauze, wie wordt nooit uitgenodigd op verjaardagsfeestjes? Als ze horen dat het met een ander kind niet goed gaat, kunnen ze naar school bellen. Zodra de zwijgende middengroep merkt dat zowel ouders als leraren stelling
nemen tegen pesten, is het probleem opgelost.” Dat een methode op zich weinig soelaas biedt, bewijst volgens Wijnands een TNO-onderzoek naar de Prima-methode. “Wat blijkt: het pestgedrag loopt met 60 procent terug. Maar uit datzelfde onderzoek blijkt dat de controlescholen ongeveer eenzelfde reductie hadden. De verklaring was dat die scholen ook stelling waren gaan nemen tegen pesten. Het is een dwaalspoor om te denken dat je dit probleem met een methode kunt oplossen. Uit een Noors onderzoek bleek dat het pesten op bepaalde scholen na de invoering van Prima zelfs erger was geworden. Als ouders en leraren er niet achter staan, zien leerlingen dat en wordt het probleem alleen maar erger.”

‘Niet objectief’
Wijnands hecht weinig waarde aan de evaluatie van de antipestmethodes, omdat de betreffende commissie niet objectief zou zijn. “Meerdere commissieleden zijn betrokken geweest bij een bepaalde methode. Professor Orobio de Castro is dat bijvoorbeeld bij de Kanjertraining en heeft daar onderzoek naar gedaan.” Anthonijsz reageert: “Het NJi is een onafhankelijk instituut en de commissieleden zijn heel zorgvuldig aangesteld. Het zijn mensen met inhoudelijke, wetenschappelijke expertise in pesten en het erkennen van interventies. Zij hebben geen inhoudelijk oordeel gegeven over een programma waar zij zelf betrokken bij zijn geweest, en hebben ook niet meegedaan aan discussies hierover.”

Investering
Het kost geld om een antipestcoördinator aan te stellen, een antipestprogramma aan te schaffen en personeel te scholen. Waar moeten scholen het geld vandaan halen? Bergkamp: “Dat is inderdaad een punt. Maar de ene methode kost meer dan de andere, en je kunt ook slimme combinaties maken. Bijvoorbeeld door de antipestcoördinator te combineren met de vertrouwenspersoon. Een investering in een sociaal veilige omgeving is ook wel wat waard.” Komend najaar beslist de Tweede Kamer over het wetsvoorstel. Wat Bergkamp betreft komt er een advieslijst. “Daarmee schep je duidelijkheid en hebben scholen wat te kiezen.” Wijnands’ advies: laat die lijst los en verplicht scholen om een goed veiligheidsbeleid te hebben, dat zich richt op alle relaties tussen leerlingen, leraren, directie en ouders. “Je moet scholen vrij laten in de manier waarop ze pesten willen aanpakken. Maar die aanpak mag niet langer vrijblijvend zijn.” 

Gepubliceerd op: 4 september 2014
Let op!
Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Verschenen in

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

De jaartaak in het primair onderwijs (Nieuwe versie juni 2019)