Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » Passend Onderwijs: briesje of storm?

Passend Onderwijs: briesje of storm?

Auteur: Heike Sieber, Winnie Lafeber
De term Zorgplicht viel niet overal even goed in ons land. Toch zetten de ontwikkelingen door. Nu onder de noemer Passend Onderwijs: elk kind de paskamer in voor een juiste diagnose en aanpak. Dit heeft verregaande gevolgen voor bestuurlijke en regionale samenwerking en roept de vraag op hoe het schoolspecifieke aanbod voor leerlingen met een handicap vormgegeven moet worden, in relatie tot een dekkend onderwijsaanbod in de regio. Als het onderwijs goed moet passen, zal het kind goed de maat genomen moeten worden. Welke keuzes spelen daarbij een rol?
 

Een nieuwe wind door onderwijsland
Tijdens de Unesco conferentie in 1994 heeft Nederland samen met andere landen de Salamanca Verklaring ondertekend. Hierin staat dat men zich maximaal inspant om leerlingen met Special Educational Needs in het regulier onderwijs een plek te geven. Kinderen die speciale zorg nodig hebben, moeten toegang krijgen tot "regular schools who should accommodate all children, regardless of their physical, intellectual, social, emotional, linguistic or other conditions" (Framework for Action art. 6). Een nobel streven. Om dit doel te bereiken is al het nodige gebeurd de afgelopen jaren. In het primair onderwijs zijn verschillende zorgoperaties uitgevoerd, zoals Weer Samen Naar School (WSNS) en de Leerlinggebonden Financiering (LGF). Deze laatste financiële voorziening stelt ouders in staat om hun kind - dat een indicatie heeft voor het speciaal onderwijs (so) - met een zogenaamd `rugzakje´ aan te melden op een reguliere basisschool, mits deze school akkoord gaat. Passend Onderwijs gaat echter een stap verder: de verschillen in indicatiesystemen, bekostigingsregelingen, toelatingsbepalingen en geschillenregelingen moeten door de `Herijking van Zorgstructuren´ worden weggenomen. De wet- en regelgeving moet vereenvoudigd, decentralisatie staat hoog in het vaandel, de verantwoordelijkheid moet bij het schoolbestuur komen te liggen, de positie van ouders moet worden versterkt en de indicatiestelling herzien. Wat betekent dit voor de realisatie? De hoe-vraag zal elk schoolbestuur zich moeten stellen. Het antwoord op de wanneer-vraag is in het schema weergegeven. Het tijdspad is onder voorbehoud, afhankelijk van de politieke ontwikkelingen in de nabije toekomst.

Spagaat
Het schoolbestuur is in de nabije toekomst verantwoordelijk voor de realisatie van Passend Onderwijs voor iedereen. Op basis van argumenten kunnen scholen een leerling - die ze denken niet adequaat te kunnen helpen - weigeren. Maar scholen moeten dan wel een andere school kunnen aanwijzen, waar de leerling geplaatst kan worden. Schoolleiders komen wellicht in een spagaat terecht: hoe moet het met de plaatsingsplicht en wat zijn de mogelijkheden van mijn personeel? De leerkrachten die dagelijks voor de klas staan - al hulp biedend aan zowel de gemiddelde leerling, de rugzakleerling, de hoogbegaafde leerling als de ongemotiveerde én de emotioneel instabiele leerling - zien je al aankomen. In juni 2006 werden de uitkomsten gepubliceerd van het onderzoeksrapport `Waar wij voor staan´. Dit onderzoek werd afgenomen binnen de sectoren PO, VO, BvE en SO. Bij onderwijspersoneel staat in de top- 10 `Dit past bij mij´ op de achtste plaats `Leerlingen die extra zorg nodig hebben kunnen op mij rekenen´. In de top-10 `Hier ben ik tevreden over´ staat diezelfde stelling op plaats zeven. Echter: werknemers in het PO zijn minder tevreden over dit onderwerp dan in de andere sectoren. In de specifieke top-10 van het PO staat de uitspraak pas op de tiende plaats. Kennelijk is men in het PO zeer kritisch als het gaat om de eigen professionaliteit en de competenties die het vergt om te werken met leerlingen die speciale zorg nodig hebben. Op dit punt valt dus iets te verbeteren. Het rapport `Waar wij voor staan´ noemt zelf al enkele oplossingen:

o De werkvloer neemt zijn verantwoordelijkheid
o Teams ontwikkelen zich tot professionele denktanks
o Schoolleiding inspireert en stimuleert
o Ouders/leerlingen krijgen een duidelijke stem
o Bonden komen op voor belangen van professionals
(Bron: SBL, IVA en Zest Marketing & Consultancy)

Schoolprofiel
Het realiseren van Passend Onderwijs impliceert niet alleen een netjes uitgevoerd herijkingstraject en een paar wetswijzigingen. De werkelijke bezinning vindt op schoolniveau plaats: hoe komen we tot een schoolprofiel, wat staat er straks `op de gevel´, wat kan de school leerlingen met een specifieke beperking (aan)bieden? Vragen die schoolleiders in de nabije toekomst moeten kunnen beantwoorden. Dat kan alleen maar goed door samen met het team het schoolprofiel te bepalen. Bij de plaatsingsvraag zit tussen `ja´ en `nee´ een glijdende schaal. Scholen en hun professionals dienen deze vanaf nu op te sporen, te expliciteren en nader te definiëren. De AVS heeft een methode ontwikkeld om met behulp van een praktijksimulatie beleidsontwikkeling voor adaptief onderwijs vorm te geven. In een gameachtige omgeving simuleert het spel `Kind op de Gang!´© de dagelijkse weerbarstige werkelijkheid. Schoolteams leren tijdens de cursusdag wat adaptief onderwijs betekent voor de eigen school en waar grenzen en (ontwikkel) mogelijkheden liggen. Zo wordt draagvlak voor adaptief onderwijs en integratie gecreëerd en maken scholen een aanzet voor schoolbeleid als het gaat om zorgleerlingen. Het spel `Kind op de gang!´© staat centraal in het AVS maatwerkaanbod `Zorgplichten en het zorgprofiel van de school´

Praktijksimulatie

Elimschool speelt in op Passend Onderwijs
De Elimschool, een sbo-school in Rijssen, was de eerste school die zich opgaf voor het nieuwe, door de AVS ontwikkelde simulatiespel `Kind op de Gang!´©. Directeur Wim Kreuger: "Wij wilden helder en duidelijk de grenzen van onze zorgplicht bepalen: wat kunnen we wel en wat niet? Hoe ver gaan we in ons aannamebeleid wat betreft gedragsproblemen? En gaat dit niet ten koste van de andere kinderen? Ik wilde beter in beeld brengen waar we staan en wat we al kunnen. Daar wilde ik het hele team, ook het onderwijsondersteunend personeel, bij betrekken. Het bestaansrecht van de sbo-school staat tenslotte - ook landelijk - ter discussie." De Elimschool is bezorgd over de consequenties van de invoering van Passend Onderwijs. Vooruitlopend op de toekomst probeert de school daarom in te spelen op de veranderende hulpvraag. Zo is er een pilot gestart van twee `rugzakgroepen´ (onder- en bovenbouw) met wat zwaardere problematiek. Deze groepen krijgen elk een eigen - bijna individueel - leertraject, ondersteund door een onderwijsassistent, ambulant begeleider en een leerkracht. Kreuger: "De ervaringen, na zes weken, zijn nu al positief. De ouders zijn erg enthousiast en in de klassen is er meer rust. Voor de leerkrachten is de draagkracht en -last meer in evenwicht. Andere kinderen krijgen meer aandacht. Dit is onderwijs op maat." Kreuger wil deze ontwikkeling doortrekken naar de toekomst, maar heeft hier dan budget voor nodig. "Ik vind het nog onduidelijk hoe groot dat budget wordt als de ontwikkelingen naar Passend Onderwijs doorgaan. Wij krijgen steeds meer leerlingen met cluster-4 problemen binnen. We willen best uitbreiden, zodat er meer kinderen uit de regio hier terecht kunnen." Hij vervolgt: "We hebben met z´n allen nagedacht over welke richting we als school opwillen. De laatste stap, wat dit betekent voor de professionalisering en het zorgprofiel, is lastig om in één cursusdag helemaal concreet te krijgen. Gaan we ons meer op gedrags- of leer/leesmoeilijkheden richten? Mijn taak is daar beleid op te maken. Wel weten we na het spelen van het spel dat we visueel gehandicapten of kinderen met een zeer laag IQ niet opnemen. Ook hebben we ontdekt dat we al veel kunnen, vooral op gebied van (cognitieve) informatieverwerking, maar we hebben nog wel professionalisering, materialen en personeel nodig.

Een andere opbrengst van de cursusdag is dat de onderbouw anders over het opnemen van kinderen denkt dan de midden- en bovenbouw. In de bovenbouw merk je dat er meer gedragsproblemen zijn, kinderen worden mondiger of laten zich meeslepen door anderen. Het simulatiespel is een goed middel, waarmee we ons beter kunnen profileren in ons samenwerkingsverband." Kreuger vindt dat eigenlijk alle basisscholen zich moeten bezinnen op waar de draagkracht van het team ligt. "Voor Passend Onderwijs moet je kunnen aangeven wat je zorgprofiel is en waar je grenzen liggen. Je moet immers kunnen onderbouwen waarom je wel of niet een kind aanneemt."

Consequenties voor schoolteam
Welke consequenties heeft de nieuwe wet volgens het team van de Elimschool? Paula van der Star, logopedist: "Als de school in principe geen kinderen mag weigeren, dan wordt je werk dus breder. Je moet meer gaan samenwerken met andere disciplines. Je hebt meer kennis nodig van andere problematiek. Als je weet welke kinderen de school toelaat, dan kan je je daarop richten, bijvoorbeeld door aanvullende cursussen." Inge Borghuis, leerkracht middenbouw: "Als de kindpopulatie verandert, wordt er veel gevraagd van zowel de leerlingen als van de leerkrachten. Het toelaten van bijvoorbeeld blinde of dove kinderen heeft veel gevolgen voor de organisatie van het onderwijs binnen de groep en binnen de school. Ieder kind moet die aandacht en zorg kunnen krijgen die het nodig heeft."
 

Simulatiespel Kind op de Gang!©

Doel van het door de AVS ontwikkelde simulatiespel `Kind op de Gang!´© is de bekwaamheden van het schoolpersoneel in kaart te brengen en op basis daarvan het schoolprofiel te bepalen, met het oog op de Zorgplicht (2010). Via kaartjes met casusbeschrijvingen van `zorgkinderen´ bepalen team en directie welke `probleemgevallen´ de school zelf aan kan, welke hulp behoeven en waar andere partijen (partners) nodig zijn. Het spel mondt uit in ontwikkelplannen en een plan van aanpak. Aan het einde staat de actieplanning centraal: welke acties dient de school te nemen op gebied van professionalisering, zorgprofiel en partners (in beleid, organisatie en uitvoering)? De praktijkgerichte speldag bestaat uit individuele, groeps- en plenaire sessies. Inge Borghuis, leerkracht middenbouw Elimschool: "De casussen maken het spel concreet. Je komt met elkaar tot standpunten, we wisselen gedachten uit en stellen meningen bij. Kunnen we voldoen aan de individuele hulpvraag van kinderen?" Paula van der Star, logopedist op de Elimschool: "Het is heel interactief en praktijkgericht. Je bepaalt met elkaar de visie van de school, wat je al kan en waar je hulp nodig hebt. We ontdekken wat voor school we zijn en welke kinderen we wel en niet toelaten."
Gepubliceerd op: 1 december 2006
Let op!
Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Verschenen in

Kader Primair 4 (2006-2007) (Verder in dit nummer)

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Naar andere schooltijden, en dan? (Herziene versie september 2019)