Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » Passend onderwijs: aanmelding, toelating en verwijdering
Passend onderwijs

Passend onderwijs: aanmelding, toelating en verwijdering

Auteur: Jan Stuijver

Er zijn nog veel zaken niet goed geborgd in de uitvoering van Passend onderwijs, concludeert onder andere de onderwijscommissie van de AVS. Zo is er onduidelijkheid over de toepassing van de zorgplicht. De inhoudelijke keuzes zijn lang niet altijd helder. Het verkrijgen van middelen voor leerlingen die meer begeleiding nodig hebben, wordt op verschillende manier geregeld. Voor schooldirecteuren is het nog een diffuus geheel.

Met de invoering van Passend onderwijs mogen scholen kinderen niet weigeren of verwijderen vanwege hun extra ondersteuningsbehoefte, voordat er een plek op een andere school gevonden is. Om de zorgplicht mogelijk te maken, is het proces van aanmelden en toelaten in de wet geregeld (artikel 40. Toelating en verwijdering van leerlingen). Bij de aanmelding kunnen ouders aangeven dat zij vermoeden dat hun kind extra ondersteuning nodig heeft. Bij de eerste aanmelding in het primair onderwijs is die informatie, eventueel aangevuld met die van een kinderdagverblijf of peuterspeelzaal, de belangrijkste basis voor de school van voorkeur om vast te stellen of een kind extra ondersteuning nodig heeft. Bij aanmelding in het voortgezet onderwijs, of bij de verhuizing van een leerling die al eerder onderwijs heeft gevolgd, is de informatie van de vorige school belangrijk. Deze wordt vastgelegd in het onderwijskundig rapport. Als de school de extra ondersteuning – eventueel met behulp van middelen uit het samenwerkingsverband – zelf kan bieden en er geen andere factoren zijn die toelating in de weg staan (zoals denominatieve aspecten, een wachtlijst in verband met het capaciteitsbeleid van de school en het Inrichtingsbesluit WVO), wordt een kind direct toegelaten. Als de school een leerling niet kan toelaten, moet zij ervoor zorgen dat deze elders wordt geplaatst. Uitgangspunt is echter dat een kind zo veel mogelijk wordt geplaatst op de school van de eerste voorkeur van de ouders.

Aanpassingen
Scholen moeten aanpassingen doen om het onderwijs aan een leerling met een beperking vorm te geven. Als dit een onevenredige belasting vormt, is plaatsing op een andere school aan de orde. Scholen moeten er dan na overleg met de ouders voor zorgen dat het kind elders kan worden geplaatst. Dat kan een reguliere school zijn of een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs. In het laatste geval is toestemming vereist van het samenwerkingsverband. Ook voor zittende leerlingen geldt dat bij de constatering van een extra ondersteuningsbehoefte de school deze zelf probeert te bieden, al dan niet met ondersteuning vanuit het samenwerkingsverband. Mocht de school hier niet toe in staat zijn, dan dient zij voor een plek op een andere school te zorgen. Verwijdering vanwege een ondersteuningsbehoefte kan dus niet plaatsvinden voordat er een andere school bereid is gevonden het onderwijs aan een leerling te verzorgen. Ook hierbij vindt overleg met de ouders plaats.

Ontwikkelingsperspectief
Als een leerling tot de school is toegelaten, wordt de eventuele extra ondersteuning opgenomen in het ontwikkelingsperspectief (OPP). Dat wordt na overleg met de ouders vastgesteld. Vervolgens vindt met de ouders periodiek overleg plaats over de vorderingen en de begeleiding. Als er voor het kind of gezin ook opvoed- en opgroeihulp vanuit andere instanties nodig is, kan dit worden opgenomen in het OPP. Daarnaast wordt in het OPP in het voortgezet speciaal onderwijs vermeld hoe de voorbereiding op de arbeidsmarkt plaatsvindt. Zo ontstaat er een zo integraal mogelijke aanpak.

Middelen toekennen
Voor de ondersteuning van leerlingen met een ontwikkelingsperspectief moeten samenwerkingsverbanden middelen toekennen aan scholen, zodat zij de ondersteuning optimaal kunnen uitvoeren. Schooldirecteuren zullen bij hun bestuur of samenwerkingsverband duidelijk moeten krijgen hoe de toekenning van middelen plaatsvindt en volgens welke criteria aan deze middelen worden toegekend. Momenteel is het voor veel schoolleiders nog onduidelijk hoe die toekenning verloopt.

Bezwaar
Als een leerling niet wordt toegelaten tot een school en de ouders het hier niet mee eens zijn, kunnen zij bezwaar aantekenen bij de school. Het bevoegd gezag neemt binnen vier weken een besluit over het bezwaar. Alvorens te beslissen, gaat het bevoegd gezag in gesprek met de ouders. Ouders van zittende leerlingen kunnen, als zij ontevreden zijn over de uitvoering van het onderwijs, terecht bij de klachtencommissie van de school. Ouders kunnen ook terecht bij de Geschillencommissie Passend onderwijs. Die kan een oordeel geven als er een geschil is over:

  • de toelating tot de school van een kind met een extra ondersteuningsbehoefte
  • het ontwikkelingsperspectief
  • de verwijdering van een leerling

Komen ouders er samen met de school en het samenwerkingsverband niet uit, dan kunnen ze kosteloos een onderwijsconsulent inschakelen. Een onafhankelijke deskundige met veel kennis en ervaring op het gebied van onderwijs aan kinderen met een handicap, ziekte of stoornis. Deze kan advies geven over een passend aanbod voor het kind.

Gepubliceerd op: 1 april 2015

Verschenen in

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Zicht op pensioen (Herziene versie maart 2018)