Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » Passende onderwijsarrangementen
Speciaal (basis)onderwijs

Passende onderwijsarrangementen

Auteur: Jos Hagens

Bij het realiseren van Passend onderwijs is zorgplicht een kernbegrip. Een ander kernbegrip is ‘passend onderwijsarrangement’. Het gaat daarbij niet alleen om het vinden van de meest geschikte school voor een leerling, maar het biedt veel verdergaande mogelijkheden. Misschien wel in de eerste plaats het doorbreken van de kloof tussen regulier en speciaal: niet langer ofwel 100 procent regulier ofwel 100 procent speciaal. Er ontstaan kansen op nieuwe en creatieve oplossingen, zoals de aanpak van SBO De Bolster in Wijchen.

Een kind met een rekenprobleem zou bijvoorbeeld rekenonderwijs op een school voor speciaal basisonderwijs kunnen ontvangen, maar voor de rest in het basisonderwijs blijven. Leerlingen vanuit het speciaal onderwijs kunnen stapsgewijs in het reguliere onderwijs – basisonderwijs of speciaal basisonderwijs – integreren. Natuurlijk zien we, gehecht als we zijn aan het veilige bestaande, vooral haken en ogen, bedenkingen en organisatorische problemen, praktische en principiële bezwaren. SBO De Bolster in Wijchen, eerder uitgebreid beschreven in Kader Primair vanwege hun unitstructuur, heeft het lef gehad om samen met Cluster 3 Rivierenland voortvarend te beginnen om de Passend onderwijs-gedachte in de praktijk te brengen. Een groep ZML-leerlingen van REC Rivierenland is opgenomen in een van de units van de school. Ik had het genoegen een ochtend mee te mogen beleven.

Maatwerk
Het eerste wat opvalt is dat het niet opvalt. Er komen 26 kinderen binnen in unit 2 (7-10 jaar) en er moeten een aantal zeer moeilijk lerende kinderen tussen zitten. Maar ik haal ze er niet uit. Pas bij de leesles wordt het duidelijk. Er gaat een groepje leerlingen met de tweede juf, ingezet vanuit het AB Dienstencentrum van REC 3, naar een andere ruimte in de unit voor een instructie en werk op ZML-maat. Daarna komen de kinderen weer terug in de groep voor een gezamenlijke activiteit. Het kringgesprek op maandagmorgen over het weekend vindt plaats in zelfgekozen tweetallen, waar de kinderen elkaar vertellen over hun belevenissen. In de groep melden leerlingen daarna wat de medeleerling in het weekend heeft beleefd. De hele ochtend blijven ze werken in wisselende groepjes, waarbij maatwerk voor elke leerling leidend is en niet de indicatie die een leerling heeft. Dat alles onder de professionele regie van leerkrachten Eva Janssen (sbo) en Jacquelien Engels (so cluster 3), met ondersteuning van onderwijsassistenten.

Zoekend ontwikkelen
Engels legt uit dat ze nu bijna anderhalf jaar zoekend ontwikkelen hoe het onderwijs aan deze doelgroepen binnen een gezamenlijke setting vorm kan krijgen. Het begrip ‘zoekend ontwikkelen’ spreekt me buitengewoon aan, omdat het onmogelijk is om het te bedenken en vervolgens in praktijk te brengen. Het is de drijfveer om het met elkaar te willen en aan te durven om te starten en te leren ontwikkelen. Met stralende ogen vertelt Engels over de verrassende successen. Een zeer moeilijk lerende leerling die maar niet aan het lezen te krijgen is en nog steeds in methodedeel 1 werkt, ziet op een gegeven moment dat klasgenootjes al in deel 3 werken. Na de uitroep ‘dat wil ik ook’ komt er een ontwikkeling op gang. De kracht van intrinsieke motivatie wordt zichtbaar. De organisatie van een dergelijke groep vraagt zelfs in de unitstructuur van De Bolster veel kwaliteit van de professionals. En die is zichtbaar aanwezig. Maar plezier om met elkaar deze complexe groep in hun leren te ondersteunen, zien waar je nodig bent en dat vervolgens ook doen en gedeelde verantwoordelijkheid voelen voor de hele groep, vullen professionaliteit aan tot een unieke sfeer die de kinderen zichtbaar ten goede komt. Passende arrangementen vragen om creatief en kritisch te kijken naar bestaande structuren om ons onderwijs te organiseren. Dan vinden we wellicht ook dat het leerstofjaarklassensysteem voor heel veel leerlingen niet het meest passend is. En ziet het speciaal onderwijs alternatieven voor het volledig plaatsen van een leerling met een ondersteuningsbehoefte op een specifiek terrein. Alleen dan kan Passend onderwijs een kansrijk traject worden.

Bij het realiseren van Passend onderwijs is zorgplicht een kernbegrip. Een ander kernbegrip is ‘passend onderwijsarrangement’. Het gaat daarbij niet alleen om het vinden van de meest geschikte school voor een leerling, maar het biedt veel verdergaande mogelijkheden. Misschien wel in de eerste plaats het doorbreken van de kloof tussen regulier en speciaal: niet langer ofwel 100 procent regulier ofwel 100 procent speciaal. Er ontstaan kansen op nieuwe en creatieve oplossingen, zoals de aanpak van SBO De Bolster in Wijchen.

Een kind met een rekenprobleem zou bijvoorbeeld rekenonderwijs op een school voor speciaal basisonderwijs kunnen ontvangen, maar voor de rest in het basisonderwijs blijven. Leerlingen vanuit het speciaal onderwijs kunnen stapsgewijs in het reguliere onderwijs – basisonderwijs of speciaal basisonderwijs – integreren. Natuurlijk zien we, gehecht als we zijn aan het veilige bestaande, vooral haken en ogen, bedenkingen en organisatorische problemen, praktische en principiële bezwaren. SBO De Bolster in Wijchen, eerder uitgebreid beschreven in Kader Primair vanwege hun unitstructuur, heeft het lef gehad om samen met Cluster 3 Rivierenland voortvarend te beginnen om de Passend onderwijs-gedachte in de praktijk te brengen. Een groep ZML-leerlingen van REC Rivierenland is opgenomen in een van de units van de school. Ik had het genoegen een ochtend mee te mogen beleven.

Maatwerk
Het eerste wat opvalt is dat het niet opvalt. Er komen 26 kinderen binnen in unit 2 (7-10 jaar) en er moeten een aantal zeer moeilijk lerende kinderen tussen zitten. Maar ik haal ze er niet uit. Pas bij de leesles wordt het duidelijk. Er gaat een groepje leerlingen met de tweede juf, ingezet vanuit het AB Dienstencentrum van REC 3, naar een andere ruimte in de unit voor een instructie en werk op ZML-maat. Daarna komen de kinderen weer terug in de groep voor een gezamenlijke activiteit. Het kringgesprek op maandagmorgen over het weekend vindt plaats in zelfgekozen tweetallen, waar de kinderen elkaar vertellen over hun belevenissen. In de groep melden leerlingen daarna wat de medeleerling in het weekend heeft beleefd. De hele ochtend blijven ze werken in wisselende groepjes, waarbij maatwerk voor elke leerling leidend is en niet de indicatie die een leerling heeft. Dat alles onder de professionele regie van leerkrachten Eva Janssen (sbo) en Jacquelien Engels (so cluster 3), met ondersteuning van onderwijsassistenten.

Zoekend ontwikkelen
Engels legt uit dat ze nu bijna anderhalf jaar zoekend ontwikkelen hoe het onderwijs aan deze doelgroepen binnen een gezamenlijke setting vorm kan krijgen. Het begrip ‘zoekend ontwikkelen’ spreekt me buitengewoon aan, omdat het onmogelijk is om het te bedenken en vervolgens in praktijk te brengen. Het is de drijfveer om het met elkaar te willen en aan te durven om te starten en te leren ontwikkelen. Met stralende ogen vertelt Engels over de verrassende successen. Een zeer moeilijk lerende leerling die maar niet aan het lezen te krijgen is en nog steeds in methodedeel 1 werkt, ziet op een gegeven moment dat klasgenootjes al in deel 3 werken. Na de uitroep ‘dat wil ik ook’ komt er een ontwikkeling op gang. De kracht van intrinsieke motivatie wordt zichtbaar. De organisatie van een dergelijke groep vraagt zelfs in de unitstructuur van De Bolster veel kwaliteit van de professionals. En die is zichtbaar aanwezig. Maar plezier om met elkaar deze complexe groep in hun leren te ondersteunen, zien waar je nodig bent en dat vervolgens ook doen en gedeelde verantwoordelijkheid voelen voor de hele groep, vullen professionaliteit aan tot een unieke sfeer die de kinderen zichtbaar ten goede komt. Passende arrangementen vragen om creatief en kritisch te kijken naar bestaande structuren om ons onderwijs te organiseren. Dan vinden we wellicht ook dat het leerstofjaarklassensysteem voor heel veel leerlingen niet het meest passend is. En ziet het speciaal onderwijs alternatieven voor het volledig plaatsen van een leerling met een ondersteuningsbehoefte op een specifiek terrein. Alleen dan kan Passend onderwijs een kansrijk traject worden.

Gepubliceerd op: 14 januari 2014
Let op!
Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Verschenen in

Doelgroep(en)

Primair onderwijs, Speciaal onderwijs

 

Deel dit artikel

Goed onderwijs, goede MR (7e herziene uitgave september 2018)