Home » Artikelen » Passend onderwijs verdient beter verwachtingsmanagement

Passend onderwijs verdient beter verwachtingsmanagement

Passend onderwijs is niet mislukt, teleurstellingen zijn te wijten aan onrealistische doelen en slecht verwachtingsmanagement van     overheid en politiek. Dat betoogt Eppo Bruins, woordvoerder onderwijs namens de ChristenUnie, in de politieke column van deze maand.

Het vorige kabinet moest flink bezuinigen op de overheidsuitgaven. De bezuinigingen werden doorgevoerd in de vorm van decentralisaties: ‘Meer doen voor minder geld’ heette het in het regeerakkoord uit 2012. Ook het Passend onderwijs, voorheen gefinancierd via ‘rugzakjes’, werd gede- centraliseerd naar regionale samenwerkingsverbanden van scholen. Geen verantwoording meer afleggen aan ‘Den Haag’, maar aan elkaar. Op zich een mooi principe. Toch werden de samenwerkingsverbanden – bedoeld als verbanden van samenwerkende scholen – veelal ingericht als nieuwe instituties met extra managementlagen én papierwinkel.
 
In de politiek is afgelopen jaren meermaals uitgesproken: Passend onderwijs is mislukt. Maar eerlijk gezegd weten we dat helemaal niet. We heb- ben er in ‘Den Haag’ helemaal geen zicht meer op. Als Kamerleden worden we door ouders via email en sociale media wel bestookt met negatieve casuïstiek, maar de bewindspersoon hierop bevragen is de afgelopen jaren niet zinvol gebleken. “Ik ga er niet meer over”, zei Sander Dekker stee- vast in debatten. “We moeten de evaluatie afwachten” is sinds anderhalf jaar het wat meer empathische antwoord van Arie Slob.
 
Toch was de decentralisatie op zich geen slecht idee. Het grootste probleem lijkt te zijn geweest dat het ministerie de systeemwijziging presen- teerde met een aplomb alsof vanaf nu alles anders en beter zou worden. En dat terwijl er niet wezenlijk iets veranderde in het onderwijs. Als je het budget bevriest (bij toenemende maatschappelijke problematiek en gedragsproblematiek) en een extra laag in de budgetverdeling introduceert,   moet je voorzichtig zijn met je beloftes. De slogans van het ministerie logen er desondanks niet om: “Ieder kind heeft recht op Passend onderwijs!” en “Vanaf 2020 zijn er geen thuiszitters meer”. Beleid met onrealistische, campagneachtige doelstellingen leidt altijd tot teleurstelling. En dus kon   je de problemen vooraf uittekenen.
Ik denk dat je niet kunt stellen dat ‘Passend onderwijs is mislukt’. Bij werkbezoeken aan scholen zie ik juist mooie voorbeelden van hoe het wel kan. En als ik mails zou krijgen van ouders die vertellen over hoe fijn hun kind het op school heeft, zou mijn inbox vast tien keer zo vol staan. Maar het belabberde verwachtingsmanagement vanuit politiek en overheid heeft veel teleurstelling gebracht.
 
De beloftes hebben ertoe geleid dat verschillen van inzicht nu vaker lijken te worden gejuridiseerd. Overheid én scholen én ouders beroepen zich   op regels, procedures en verantwoordelijkheden. Leraren en schoolleiders zitten nu tussen twee vuren: overheid en ouders. De tienminutengesprek- ken zijn voor sommige leraren bijkans net zo stressvol als een inspectiebezoek. Wat een machteloos gevoel moet het geven wanneer je als leraar   niet aan verwachtingen kunt voldoen en je je als ouder niet serieus genomen voelt.
 
Het is mijn vurige wens dat de ontmoeting en onderlinge betrokkenheid op elkaar en op het kind centraal mogen blijven staan in de school. Ik ben ervan overtuigd dat leraren en schoolleiders met hart en ziel alles doen om zo goed mogelijk onderwijs te geven. En dat ouders gewoon het beste willen voor hun kind. Als ouders en leraren schouder aan schouder staan, versterken ze elkaar en hebben ze hetzelfde doel. In die zin zou je kunnen zeggen dat de decentralisatie nog niet ver genoeg is gegaan. Pas wanneer leraren en ouders beide het gevoel hebben dat ze zelf regie kunnen nemen over wat goed is voor het kind, is Passend onderwijs geslaagd.
 

Reageren?

Gepubliceerd op: 1 september 2019

Verschenen in

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Jaargids PO (2019-2020) (Met agenda en professionaliseringsaanbod)