Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » Overgang vluchtelingkinderen naar regulier onderwijs laat vaak te wensen over
Heumensoordschool wordt internationale schakelklas

Overgang vluchtelingkinderen naar regulier onderwijs laat vaak te wensen over

Auteur: Richard Hassink

De Heumensoordschool in Nijmegen die de afgelopen maanden honderden vluchtelingkinderen onderwijs bood, krijgt een doorstart. Scholengroep Rijk van Nijmegen (vo) gaat na de zomervakantie in hetzelfde schoolgebouw de internationale schakelklas (ISK) onderbrengen. AVS-voorzitter Petra van Haren wil weten tegen welke problemen de school en het schoolbestuur aanlopen en sprak met ISK-directeur Theus Galesloot en bestuursvoorzitter Yolande Ulenaers. Kader Primair luisterde mee.

De start van de Heumensoordschool in Nijmegen was de tweede week van januari landelijk nieuws. De gemeenten Nijmegen en Heumen, het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) en scholenbesturen Conexus (po) en Scholengroep Rijk van Nijmegen (vo) stampten in korte tijd een school uit de grond voor de 565 vluchtelingkinderen tussen 4 en 18 jaar van noodopvanglocatie Heumensoord. Deze – in Nederland unieke – school heeft inmiddels, ongeveer gelijktijdig met de ontmanteling van Heumensoord, haar deuren weer gesloten. Maar niet voor lang. Met ingang van komend schooljaar wordt de internationale schakelklas (ISK) van Canisius College gehuisvest in het pand aan de Streekweg in Nijmegen. Vanaf dat moment kunnen 600 tot 750 vluchtelingkinderen uit asielzoekerscentra in de omgeving van Nijmegen daar terecht voor het onderwijs dat hen in twee jaar tijd moet voorbereiden op het reguliere onderwijs.

Effectiever
ISK wordt regelmatig omschreven als eerste opvang. Theus Galesloot, sinds november vorig jaar directeur van ISK Canisius College, maakt zich regelmatig kwaad over die typering. “Een ISK is geen opvang, geen crèche waarin we deze leerlingen bezighouden. Het is onderwijs waar je hoge verwachtingen aan moet stellen.” Toch geeft Galesloot toe dat de manier waarop het onderwijs nu vaak georganiseerd is, effectiever kan. “Leerlingen zijn gemiddeld twee jaar bij ons, omdat we ook maximaal twee jaar extra bekostiging kunnen krijgen voor vo-leerlingen. Wat ik nu zie, is dat bij sommige leerlingen die het goed doen in het tweede jaar een stagnatie in de leerontwikkeling optreedt. Soms geven deze leerlingen dat zelf aan. Ze leren te weinig en dat gaat ze opbreken op het moment dat ze naar het reguliere onderwijs gaan.”

Galesloot en Yolande Ulenaers, bestuurder van Scholengroep Rijk van Nijmegen, hebben daarop geen pasklaar antwoord maar wel een trits ideeën. “Je zou het reguliere onderwijs meer moeten betrekken, zodat ISK-leerlingen in het tweede jaar al bepaalde vo-vakken kunnen volgen”, zegt Galesloot. “Daarmee maak je niet alleen de overgang vloeiender, maar creëer je een versnelling in de ontwikkeling van leerlingen.” Ulenaers vindt de tijd rijp voor maatwerk. “Bij de start van de Heumensoordschool zijn we vooral bezig geweest met zaken als financiering, huisvesting, leermiddelen en personeel. Nu moeten we focussen op onderwijs en op de individuele leerling.” Ze komt met een voorbeeld van een 17-jarige Syrisch meisje dat ze laatst sprak. “Dat meisje is slim, gemotiveerd, goed opgeleid en heeft de ambitie om arts te worden. Dan twijfel ik sterk of dat haalbaar is, want het duurt minstens nog twee jaar voor ze de Nederlandse taal onder de knie heeft en dan moet ze nog haar vwo-diploma halen, terwijl in het voortgezet onderwijs steeds hogere eisen worden gesteld aan de kernvakken.” Ulenaers vindt dat er niet gewacht moet worden tot zo’n situatie zich voordoet, maar roept alle betrokkenen nu op om de wet- en regelgeving aan te passen, zodat leerlingen zoals het Syrische meisje zich optimaal kunnen ontwikkelen in onze samenleving. Galesloot sluit zich daarbij van ganser harte aan en pleit ervoor dat bij de intake van leerlingen, waarbij het niveau wordt bepaald, ook meteen het perspectief van de leerling in kaart wordt gebracht. “Dan kun je zo’n leerling een arrangement aanbieden, met specifieke vo- of mbo-vakken, maar ook door de praktijk in het onderwijs te brengen. Daarvoor zou bijvoorbeeld goed samengewerkt kunnen worden met roc’s in de regio.”

Meer beren
De directeur en het bestuurslid van Scholengroep Rijk van Nijmegen zien meer beren op de weg. Zo heeft een grote groep leerlingen in de ISK nog nooit een school van binnen gezien. Galesloot: “Syriërs zijn behoorlijk succesvol, omdat ze over het algemeen redelijk goed onderwijs hebben genoten, maar dat geldt niet voor veel kinderen uit Eritrea. Zij hebben een enorme achterstand die ze moeilijk in kunnen halen.” Ook de kinderen die zonder familie in Nederland verblijven, de zogenoemde alleenstaande minderjarige vreemdelingen, vormen vaak een probleem. “Zij zijn gebaat bij een goede begeleiding door voogdijverenigingen, waardoor ze onder andere een schoolritme krijgen. Maar dat gaat vaak niet goed, omdat die verenigingen onvoldoende gefaciliteerd zijn”, stelt Galesloot. Ulenaers: “Als we nu niet investeren in deze generatie kinderen, dan roepen we de problemen over ons af.” AVS-voorzitter Petra van Haren is het daar helemaal mee eens. “Er gaat zoveel geld naar de arbeidsmarkt. En deze jongeren, die zoveel maatschappelijk en sociaal kapitaal vertegenwoordigen, laten we aan hun lot over. En dan heb ik het nog niet eens over de situatie waarbij kansarme jongeren in de criminaliteit terechtkomen.”
Dan is er nog de groep vluchtelingkinderen die gedragsproblemen en leerstoornissen hebben. Galesloot vertelt dat die nu tussen wal en schip vallen. “Binnen de ISK kunnen we deze kinderen niet helpen, maar ook het speciaal onderwijs staat machteloos omdat deze kinderen nog geen Nederlands spreken. Gevolg is dat deze kinderen niet naar school gaan.” Van Haren vertelt enigszins verontrust dat ze deze groep kinderen in geen enkel rapport is tegengekomen en vraagt Galesloot waar hij deze gevallen meldt. Als Galesloot aangeeft dat hij dat bij de onderwijsinspectie doet, raadt Van Haren hem aan dat in het vervolg ook te doen bij het Steunpunt Passend onderwijs. “Daar wordt het gemonitord. Als ze bij het steunpunt geen meldingen krijgen over deze gevallen, dan bestaat het probleem ook niet.”

De administratie en registratie van ISK-leerlingen laat vaak te wensen over, vertellen Ulenaers en Galesloot. Vaak weten ze van de leerlingen die nu overgeplaatst worden vanuit Nijmegen naar een asielzoekerscentrum elders in Nederland, niet op welke school ze terecht zijn gekomen. “De scholen die die leerlingen opnemen, melden zich ook niet bij ons om gegevens op te vragen”, zegt Galesloot.
Van Haren vraagt Galesloot of hij weleens leerlingen inschrijft zonder dat de administratie op orde is. “Ja,” erkent hij, “soms duurt de inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie zo lang, dat we daar niet op willen wachten. Dat is niet in het belang van het kind, omdat het niet naar school kan.” Van Haren begrijpt dat maar vindt het tegelijk “bizar dat het risico op zo’n moment voor rekening van de school komt.”

Personeel
Naast alle perikelen rond de leerlingen worstelt de scholengroep ook met personele problemen. Personeel is over het algemeen wel te vinden, maar de contractering is een ander verhaal. Ulenaers: “We hebben hier de komende twee jaar nog een piekperiode door de continue stroom vluchtelingkinderen. Daardoor kunnen we zo’n 60 tot 80 fte aannemen. Maar omdat we in een krimpgebied zitten, moeten we die fte’s na twee jaar weer afbouwen. En volgens het sociaal plan moeten we die mensen dan ook nog twee jaar doorbetalen.” De bestuursvoorzitter legt uit dat er in het geval van de Heumensoordschool maatwerkbekostiging was en dat er een garantieregeling met het ministerie was afgesproken. “Nu geeft het ministerie van Sociale Zaken niet thuis en zegt dat we dat in de cao moeten regelen.”

Daarbij is er nog een complicerende factor, en dat heeft met de lesbevoegdheid van ISK-leraren te maken. “We nemen ook mensen aan met een pabo-bevoegdheid, omdat zij op onderdelen van het vak geschikter zijn dan mensen met een tweedegraadsbevoegdheid”, zegt Ulenaers. Dat komt doordat de nadruk in dit onderwijs op Nederlands en rekenen ligt, en omdat sommige leerlingen nog moeten leren lezen en schrijven. “Die zaken zijn bij pabo-afgestudeerden beter ontwikkeld. Maar als we na twee jaar geen plek meer voor hen hebben bij de ISK kunnen we ze binnen onze organisatie eigenlijk niet kwijt, omdat we verder alleen vo-scholen hebben en mensen met een pabo-bevoegdheid maar heel beperkt les mogen geven in het voorgezet onderwijs.” “En als je dan je collega- bestuurder van Conexus vraagt of zij die leerkrachten in dienst kunnen nemen”, oppert AVS-voorzitter Van Haren. Ulenaers kijkt even verbaasd, maar ziet meteen daarna in dat dat een mogelijkheid zou kunnen zijn. Snel maakt ze een aantekening in haar agenda.

Prachtig vak
Galesloot vertelt tot slot dat er veel werk aan de winkel is binnen de ISK. “Naast het onderwijs hebben we voor zorgleerlingen ook een klein expertisecentrum opgetuigd, en bieden we een stukje ambulante begeleiding. Maar dat is allemaal veel te weinig.” Ulenaers vult aan: “Dus daarvoor gaan we aankloppen bij de gemeente, het rijk en gaan we kijken hoe we binnen het samenwerkingsverband hiermee verder kunnen.” Uiteindelijk blijft het onderwijs en het leren van de Nederlandse taal de kerntaak, vindt Galesloot. “Daarom neem ik het liefst mensen in dienst die NT2 een prachtig vak vinden. Helaas krijg ik tijdens sollicitatiegesprekken steeds vaker te horen dat mensen dit werk willen doen omdat ze zo begaan zijn met het lot van de vluchtelingkinderen. Dat is mooi, maar ik werk toch liever met mensen die ook voor het vak gaan.”

Gepubliceerd op: 9 mei 2016

Verschenen in

Kader Primair 9 (2015-2016) (Verder in dit nummer)

Doelgroep(en)

Primair onderwijs, Voortgezet onderwijs

 

Deel dit artikel

Goed onderwijs, goede MR (7e herziene uitgave september 2018)