Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » Op zoek naar de kritische massa

Op zoek naar de kritische massa

Auteur: Daniëlla van ‘t Erve

Op survivaltocht in de Ardennen, een streep door de kleuterstage en begeleiding op maat. De initiatieven van opleidingen en scholen om meer mannen te enthousiasmeren en te behouden voor het onderwijs lijken aan te slaan. “De school is het visitekaartje.”

De cijfers spreken voor zich. Slechts één op de vijf leerkrachten in het primair onderwijs is man, en op ruim 11 procent van de basisscholen is helemaal geen meester te bekennen. Er kiezen maar weinig jongens voor de pabo en van die jongens haakt een groot deel af. Het negatieve imago blijkt de grootste boosdoener. Mannen zien leerkracht als een vrouwenberoep zonder veel carrièremogelijkheden. Al jaren probeert men het tij te keren. Want hoewel vrouwen net zo goed lesgeven als mannen, is meer diversiteit beter voor de ontwikkeling van kinderen. Bovendien maakt een divers team volgens het ministerie de school altijd sterker. Recente initiatieven om meer mannen voor de klas te krijgen, lijken opeens aan te slaan. De pabo-opleidingen van Fontys Hogescholen, Noordelijke Hogeschool Leeuwarden en Stenden Hogeschool sloegen bijvoorbeeld de handen ineen en startten vorig jaar de campagne ‘Veel meer meester!’ Het aantal mannelijke studenten ligt inmiddels boven de 30 procent, zo’n 10 procent meer dan het landelijk gemiddelde. “We zijn veel beter gaan kijken naar wat een student nodig heeft”, verklaart Astrid Venes, directeur Fontys Hogeschool Kind en Educatie, waartoe onder meer vijf pabo-opleidingen in Brabant behoren. “Het succes ligt in de combinatie van maatregelen die we hebben genomen om zowel de instroom, doorstroom als uitstroom met diploma van jongens te bevorderen.”

Een groot aantal pabo’s heeft zich inmiddels bij de campagne aangesloten. Het is volgens Venes voor het eerst dat pabo’s elkaar zo vinden en gezamenlijk optrekken (zie ook kader Stap in de trein). Om de instroom te bevorderen richten ze zich in de voorlichting bewuster op jongens: van het eenvoudigweg plaatsen van een foto van een meester op de brochure tot het belichten van thema’s die bij jongens aanslaan, zoals sport, onderzoek en techniek. Om uitval tegen te gaan, is het curriculum aangepast. Zowel het aanbod, de toetsvormen als de begeleiding namen de pabo’s onder de loep. In plaats van reflecteren op papier mogen studenten nu bijvoorbeeld ook in een filmpje laten zien wat ze geleerd hebben. Er is meer aandacht voor het plannen en organiseren, omdat dit voor jongens een struikelblok bleek. “En waar we in het verleden automatisch startten met een stage in de kleutergroepen, laten we studenten nu de keuze. Jongens hebben vaak meer affiniteit met lesgeven aan oudere kinderen en die eerste kennismaking met het beroep is cruciaal”, vertelt Venes. “Bovendien koppelen we ze zoveel mogelijk aan mannelijke mentoren en stagebegeleiders in het veld, zodat ze een goed beeld krijgen van wat het werk voor hen inhoudt. Daarnaast hebben we gekeken hoe we studenten verdieping kunnen bieden. Er is inmiddels meer functiedifferentiatie in het onderwijs mogelijk, waardoor het beroep ook voor mannen aantrekkelijker wordt: van de vakleerkracht tot de gedragsspecialist of degene die innovaties begeleidt. De master Leren & Innoveren is bijvoorbeeld heel populair.”

Kajakken
De pabo van de Christelijke Hogeschool Ede biedt meesters in spe daarnaast een aanvullend programma. ‘100% Meesterproof!’ bestaat uit een mix van sportieve activiteiten, teambuilding, verdieping en ontmoeting. De mannen gaan met elkaar kajakken, film kijken, voetballen of op survival in de Ardennen. “Het grootste probleem is om de mannelijke studenten vast te houden en daar hebben we dus iets op gevonden”, legt Emile van Velsen, directeur van de Academie Educatie, uit. “Het is niet alleen leuk, maar ook nuttig. Er is aandacht voor de ontwikkeling van hun identiteit, voor studiediscipline, ze leren van elkaar en helpen elkaar de studie door.” Volgens Van Velsen gaat het om de kritische massa. “Hoe meer mannen in het onderwijs, hoe minder een jongen het gevoel krijgt een mietje te zijn als hij voor de pabo kiest. Het beeld om als enige in de koffiekamer met de dames de laatste aanbiedingen door te moeten nemen, is niet aantrekkelijk. Maar praten in stereotypen is levensgevaarlijk”, zegt hij vlug. “De helft van de jongens vindt dit programma leuk, maar de andere helft zit er helemaal niet zo op te wachten. En dat geldt net zo goed ook voor de vrouwelijke studenten. Sinds dit jaar is het outdoor-evenement dan ook open voor een groep meiden, die dit ook wel zagen zitten.” En hoe krijg je nu op school meer mannen? Van Velsen: “Het allerbelangrijkst is om het imago van het vak te verstevigen. Een manier om dat te doen is het afleggen van de lerareneed, wat wij als eerste hogeschool vorig jaar hebben ingevoerd.” In navolging van artsen en advocaten spreken studenten ter afsluiting van hun opleiding hardop een eed uit, waarin ze beloven een professionele en integere leerkracht te zullen zijn. Het afleggen van de eed heeft geen juridische betekenis en is ook niet verplicht. Opvallend was dat de mannengroep zelf ook al bezig bleek om zoiets te ontwikkelen. Van Velsen: “Mannen zien het afleggen van de eed als een erkenning van het vak en hun professionaliteit. Tegenwoordig ben je als leerkracht een halve bureaucraat, maar het gaat natuurlijk niet om de regeltjes. Met deze eed laten ze zien waar ze voor staan, hoe belangrijk hun taak is. Als andere scholen ook de eed gaan afnemen, zal dit de status van het vak enorm verhogen.”

Eenzaam
Basisscholen nemen zelf ook initiatief om meer mannen in de scholen te krijgen en te houden. Onder de naam ‘Rotterdam Meestert’, een pilot van Stichting Boor (68 scholen), komen bestaande meesters van alle scholen bijeen om plezier te maken, ervaringen uit te wisselen en plannen te bedenken. “Deze community biedt een klankbord voor de eenzame meester op school, zodat hij niet binnen vijf jaar afhaakt. Draai het maar eens om: hoe zou je het als vrouw vinden om in een omgeving te werken met alleen maar mannen?”, vertelt initiatiefnemer en bovenschools directeur Ellen van den Brand. “De groep begon met vier man, nu zijn het er zo’n twintig. Dat aantal mag nog wat omhoog, maar dat komt goed, gezien de magnetische werking die er nu al vanuit gaat.” “Het gaat niet alleen om de gezelligheid”, benadrukt Van den Brand, “maar ook om het benutten van elkaars expertise.” De mannen bedenken plannen om het onderwijs op hun eigen school te verbeteren en hun werk een boost te geven. Zo kunnen ze het curriculum bijvoorbeeld verbreden met sport, techniek of programmeren. Vakken waar mannen vaak meer affiniteit mee hebben dan vrouwen. “De kracht zit ‘m erin dat het hun eigen plannen zijn, dus niet van bovenaf opgelegd. Daarmee krijgen ze de grip op het beroep weer terug en dat werkt motiverend en inspirerend”, legt Van den Brand uit. Schoolleider Firdevs Durgut van basisschool De Kameleon in Rotterdam juichte het initiatief meteen toe. “Ik ben bang dat we straks helemaal geen meesters meer hebben, terwijl het voor kinderen juist goed is om ook hun aanpak mee te maken. Nu heb ik niets te klagen wat dat betreft. Van de 45 collega’s zijn er negen man. Dat is toeval, toen ik tien jaar geleden begon waren er al drie. Er wordt gezegd dat als je eenmaal meesters in huis hebt, er vanzelf meer komen. Maar ik denk dat een goed klimaat op school daarvoor het belangrijkste is. De sfeer is hier heel ontspannen, nieuwkomers – mannen en vrouwen – voelen zich meteen thuis.”
De eerste bijeenkomst van de mannenclub van Stichting Boor viel wel wat tegen. “Er waren voornamelijk mannen van onze school”, vertelt de schoolleider. “Maar nu de groep groter is, hoor ik enthousiaste geluiden. Dat ze met eigen plannen komen om het onderwijs te verbeteren vind ik alleen maar goed. Als schoolleider moet je dit soort initiatieven niet alleen stimuleren, maar ook faciliteren. Zo mogen de meesters eerder weg of verplaatsen we afspraken zodat ze een bijeenkomst kunnen bijwonen.”

Visitekaartje
Het ultieme doel is een divers team, waarin het aantal mannen en vrouwen gelijk is. Maar zover is het nog niet. Astrid Venes van Fontys: “Veel maatregelen vergen een lange adem en er is nog veel werk aan de winkel. Hierin is ook een rol weggelegd voor de basisscholen zelf. Een goede begeleiding is bijvoorbeeld ontzettend belangrijk om de beginners te behouden voor het onderwijs. Daarnaast kan een schoolleider het imago van het beroep verstevigen door de positieve kanten uit te dragen. De school is het visitekaartje. Als je uitdraagt dat je geniet van je beroep, dat leerkrachten hun vak fantastisch vinden, dan geef je dat door aan de kinderen en daarmee aan een nieuwe generatie die sneller zal kiezen voor het onderwijs.”

Gepubliceerd op: 3 oktober 2015

Verschenen in

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Naar andere schooltijden, en dan? (Herziene versie september 2018)