Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » ‘Opschuiven eindtoets krijgt serieuze impact’

‘Opschuiven eindtoets krijgt serieuze impact’

Bij scholen die voorafgaand aan de eindtoets het schooladvies uitbrengen zijn er grotere verschillen met de toetsresultaten. Hoe hoger het advies, hoe hoger de kinderen in het voortgezet onderwijs blijven. De schooladviezen zijn niet altijd gestoeld op goede procedures en gerichte onderbouwing. Dit zijn bevindingen in het rapport ‘De kwaliteit van het basisschooladvies’ van de onderwijsinspectie. “Het opschuiven en verplicht stellen van de eindtoets gaat serieuze impact hebben”, aldus AVS-voorzitter Petra van Haren.

Schoolleiders hebben een formele eindverantwoordelijkheid bij het uitbrengen van het schooladvies naar het voortgezet onderwijs. Vanuit de aard van hun functie dragen schoolleiders ook over het proces en de richtlijnen die daarbij horen de eindverantwoordelijkheid. De AVS denkt dat professionele schoolleiders deze rol serieus oppakken. AVS-voorzitter Petra van Haren: “Het opschuiven en verplicht stellen van de eindtoets gaat een serieuze impact hebben waarbij schoolleiders met hun team goede afspraken moeten maken over de manier waarop het schooladvies tot stand gaat komen.” De basisscholen geven over het algemeen juiste schooladviezen en gaan hier zorgvuldig mee om, toch is er nog veel te winnen.

Adviezen zijn niet altijd gestoeld op goede procedures en gerichte onderbouwing. Op een derde deel van de scholen is geen procedure vastgelegd. Bij een derde deel van de scholen die wel een adviesprocedure hebben, ontbreken belangrijke onderdelen zoals beslisregels, in de procedure. Gezien de grote impact op de verdere onderwijscarrière van de leerling moet de basisschool zorgdragen voor een goede kwaliteit van het advies en de adviesprocedure, concludeert de inspectie. De AVS pleit ervoor dat schoolleiders de adviesprocedure opnemen in hun schoolbeleid.

Scholen die veel kinderen hebben van ouders met een laag opleidingsniveau geven vaak lagere adviezen dan op grond van de toets de verwachting is. Kinderen van lager opgeleide ouders krijgen – ook al hebben ze een vergelijkbare toetsscore met andere leerlingen – vaker een lager advies. In verstedelijkte gebieden krijgen leerlingen vaker een hoger advies, terwijl in Friesland, Groningen en Limburg minder vaak een hoger advies wordt gegeven. Dit betekent dat de woonplaats van de leerling van invloed is op de onderwijskansen, constateert de inspectie. Dat leerlingkenmerken en regiokenmerken er toe doen bij het advies vindt de inspectie een serieus knelpunt dat permanente aandacht van leerkrachten en schoolleiders vraagt.  “De ambitie of verwachting speelt dus blijkbaar een rol”, zegt Van Haren. “Kinderen moeten gelijke onderwijskansen hebben, waar ze ook wonen of wat hun achtergrond is.”
75 procent van de leerlingen komen in leerjaar 3 van het voortgezet onderwijs terecht op het niveau van het advies zoals dat is uitgebracht door de basisschool. Daarbij spelen meerdere factoren een rol. Er is sprake van een complexe samenhang tussen basisschooladvies, eindtoets en samenstelling van de opnemende vo-school.

64 Procent van de vo-scholen vind het advies van (zeer) hoge kwaliteit. Bij scholen die het advies voorafgaand aan de eindtoets uitbrengen is er vaker verschil met de toetsresultaten, zij adviseerden ook vaker een hoger schoolniveau. Kennis hebben van de eindscore heeft blijkbaar invloed op het opstellen van het advies. De cognitieve prestatie heeft een belangrijke rol gekregen, ook al verzamelt meer dan de helft van de scholen ook informatie uit andere bronnen. Het tot stand komen van de adviezen kan een andere dynamiek krijgen als iedereen het advies vooraf aan de toets moet uitbrengen, voorziet de AVS. Het eigen beeld van de school moet goed gefundeerd worden. Slechts 69 procent van de basisscholen heeft hiervoor op dit moment een procedure. Vooral scholen met minder dan 100 leerlingen beschikken meestal niet over een procedure. Is er wel een procedure, dan ontbreken de beslisregels vaak. Van Haren: “Hoewel we met elkaar willen voorkomen dat bureaucratie de overhand krijgt, zijn procedures soms nodig - in dit geval zeker - om objectiviteit te waarborgen.”

De hoogte van het advies is zeer bepalend voor de verdere doorstroom in het voortgezet onderwijs. Adviseert de basisschool een hoger onderwijsniveau, dan werkt dat vaak in het voordeel van de leerlingen.

Advisering die lager of hoger is dan men zou verwachten op basis van de eindtoets blijft langdurig analoog hieraan doorwerken in de schoolloopbaan. De kwaliteit van het advies is dus belangrijk want het heeft grote impact op het leven van een kind. De leerkracht van groep 8 speelt een belangrijke regierol bij het opstellen van het schooladvies, maar doet dit in samenspraak met anderen zoals collega-leerkrachten, ib’ers en ouders. Op de meeste scholen wordt de beschikbare expertise goed gebundeld. 
Uit het onderzoek blijkt dat 52 procent van de po-scholen druk ervaart van ouders, vaak om hoger te adviseren. Dit speelt vaker op grotere scholen. Ook ervaart 20 procent van de scholen regelmatig druk van het voortgezet onderwijs, met name om lager te adviseren; een professioneel spanningsveld. De rol van de schoolleider is in dit krachtenveld van groot belang. Afstemming en overleg met scholen en ouders vragen om een professioneel gesprek.

Gepubliceerd op: 10 oktober 2014

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Goed onderwijs, goede MR (7e herziene uitgave september 2018)