Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » ‘Op de vacature met leaseauto reageren veel meer mannen’
Lerarentekort aanpakken

‘Op de vacature met leaseauto reageren veel meer mannen’

Auteur: Larissa Pans

‘Meer les, minder stress. Ben jij onze vaste invaller met kans op een eigen vaste plek en leaseauto?’ staat beloftevol in de kop van een vacature voor leraren. Leaseauto’s, premies, woonruimte: secundaire arbeidsvoorwaarden die bepaald geen gemeengoed zijn in onderwijskringen. Helpen ze om het lerarentekort op te lossen? Of zit het zijn van een aantrekkelijke onderwijswerkgever in andere zaken?

De leaseauto. Dit ‘lokkertje’ wordt sinds kort ingezet in onderwijsvacatures op bijvoorbeeld Onderwijstalenten. nl, een bemiddelingsplatform van aangesloten onderwijswerkgevers bij het Landelijk Verband van Gereformeerde Schoolverenigingen en werkzoekenden. “De voorwaarde is wel dat een invaldocent minimaal vier dagen per week beschikbaar is’, vertelt projectleider Ria Havinga-Brand van de site voor (inval)leerkrachten in het basis- en voortgezet onderwijs. “Het is eigenlijk een logisch extraatje: het is enorm handig om een auto te hebben om op verschillende scholen in de regio te kunnen invallen. Wat opvalt is dat op de vacatures met leaseauto veel meer mannen reageren. Het zal te maken hebben met de volledige werkweek, maar zeker ook met de auto.”

Te weinig en onbevoegd
Het lerarentekort is een thema dat steeds nadrukkelijker op de agenda staat. In de zogenoemde groeiregio’s staat gemiddeld 1,8 procent van de vacatures op middelbare scholen open. Op basisscholen wordt zelfs een lerarentekort van 8 procent in 2020 verwacht in de vier grote steden, Haaglanden en Almere, blijkt uit cijfers van onderzoeksinstituut Centerdata. De PO-Raad meldde afgelopen zomer al dat er over tien jaar een tekort van 6.000 tot 8.000 voltijdbanen in het primair onderwijs dreigt te ontstaan. Vanaf 2020 zullen scholen in bijna alle regio’s van het land blijven zitten met vacatures. Scholen in de grote steden merken nu al dat zij problemen hebben om vervangers te vinden. In het noorden, oosten en zuiden van het land daarentegen, kampen scholen juist met krimp en zijn minder veel leraren nodig. In het voortgezet onderwijs speelt het lerarentekort bij vakken als wiskunde, natuurkunde, scheikunde, informatica, Duits en levensbeschouwing. Ook het percentage onbevoegde leraren is inmiddels een politieke hot topic. Staatssecretaris Dekker lanceerde dit jaar een plan van aanpak om het aantal onbevoegde docenten terug te dringen, onder andere door het opzetten van een lerarenregister. In het vo wordt zo’n 10 procent van de lessen door onbevoegde docenten gegeven. Dat cijfer is een landelijk gemiddelde, in Rotterdam bijvoorbeeld is 20 procent van de docenten onbevoegd. In Rotterdam- Zuid loopt dat percentage zelfs op naar 30 procent.

Niet verwonderlijk dus dat Rotterdam besloot om er een tandje bij te zetten. In nauw overleg met betrokkenen uit het lokale onderwijsveld kwam de gemeente begin 2016 met een eigen LerarenCAO: de Rotterdamse Lerarenbeurs, de Rotterdampas, de Erasmus Excellentie Leergang en de Welkomstpremie moeten nieuwe leraren aantrekken en huidige leraren behouden voor de stad. De kosten: 7,7 miljoen euro. De Welkomstpremie is een eenmalige premie van 5.000 euro voor leraren die in Rotterdam komen werken en waar in het onderwijs een groot tekort aan is. Denk hierbij aan leraren met een academische opleiding in het basisonderwijs en bevoegde leraren in tekortvakken als wiskunde en scheikunde op middelbare scholen.

Blijk van waardering
Helpen deze maatregelen om lerarentekorten op te lossen? Om nieuw personeel te werven en te zorgen dat zittend personeel niet wegloopt? De Rotterdamse LerarenCAO is nu een half jaar van kracht, harde cijfers zijn er nog niet. Else- Marike Visser (docent pedagogiek aan de Thomas More Hogeschool, leerkracht bij de Rotterdamse Vereniging Katholiek Onderwijs, Leraar van het Jaar 2013 en ambassadeur Leraren met Lef) en onderwijsbestuurder Rolf van den Berg van Stichting Kind en Onderwijs hebben meegedacht en meeonderhandeld over deze cao. “Ik ben trots dat ik hieraan heb bijgedragen”, zegt Visser. Ze komt net van een cursus af, de Erasmus Excellentie Leergang, onderdeel van de cao. “Heel interessant, over straatcultuur versus schoolcultuur. Ik ben er ook trots op dat ik in Rotterdam werk en dat de gemeente het onderwijs zo stimuleert. Zo’n Rotterdampas (kortingspas voor het culturele, sportieve en historische aanbod van de stad, red.) lijkt klein, maar is een belangrijke blijk van waardering. De extra’s in de cao zijn mooi meegenomen, maar het gaat natuurlijk ook om organisatorische investeringen om beginnende leraren te trekken. Het is van belang om goed zicht te houden op starters. Er moet voldoende tijd zijn voor intervisie, ondersteuning door ervaren collega’s. En rooster die ervaren collega dan ook vrij om dit werk goed te kunnen doen. Veel is tijd, bied dan ook tijd. Gun een startende leraar een inwerkperiode. Pabo’s moeten hun studenten beter voorbereiden op het echte schoolleven: het gaat niet alleen om lesgeven, ze hebben ook een belangrijke opvoedende taak. Ze moeten leren communiceren met de hele wereld om die leerling heen: doe al tijdens de opleiding en stages mee met de oudergesprekken, vergader mee.” Bestuurder Van den Berg ziet de Rotterdamse cao als een co-creatie tussen gemeente en onderwijsbesturen. “Het is in hechte samenwerking opgesteld. Deze cao ademt de geest van professionalisering, de ambitie om beter te willen worden. De spirit van: ik als leraar ga de stad opstuwen in de vaart der volkeren. Dat zie je ook terug in de Erasmus Excellentie Leergang: het is sectoroverstijgend, de deelnemers leren allerlei nieuwe verbanden te trekken, het geeft hen een bredere blik.”

Extra zetje
Vijfduizend euro welkomstpremie geldt in het bedrijfsleven als een zeer bescheiden bonus, maar voor het onderwijs is het een hele stap. Deze premie ziet leraar Visser als “net dat extra zetje dat nodig kan zijn bij de werving. Als een afgestudeerde leraar kan kiezen tussen Doetinchem of Rotterdam, kan dit de doorslag geven.” Van den Berg: “We signaleren het probleem dat pabostudenten in Rotterdam afstuderen, om vervolgens te gaan werken in randgemeenten. Maar Rotterdam is hip, daar moeten we gebruik van maken.” Hij trekt de vergelijking met Londen. “Een Londense buschauffeur krijgt een toeslag op zijn salaris, omdat zijn werk veel intensiever en de leef- en woonkosten veel hoger zijn dan in de provincie. Verhuist de chauffeur naar de provincie, dan verdwijnt de toeslag.” In dat licht moet je extra’s als de welkomstpremie en de Rotterdampas zien, betoogt hij. “Er zou voor onderwijs een dergelijke regeling moeten komen voor de vier grote steden. Erken ook dat het een pittige klus is, lesgeven in een grote stad met grootstedelijke problemen.” Rotterdam heeft een gemêleerd leerlingenbestand, er zijn genoeg ‘moeilijke plekken’ om te werken. Van den Berg weet waar hij het over heeft, hij heeft zelf in diverse steden op achterstandsscholen gewerkt. “Je moet beginnende leraren de uitdaging goed voorhouden. Wees eerlijk tegen hen. Bied ze ook meer rechtszekerheid. Als ze het niet redden op zo’n gecompliceerde school, wil dat niet zeggen dat ze voor het hele onderwijs verloren zijn. Zo’n leraar kan prima tot zijn recht komen in een rustigere setting, plaats zo iemand op een school in een minder lastige wijk.”
En dan de tekortvakken, de strijd om de schaarse, o zo gewilde docenten Duits of scheikunde. Voor het werven van deze docenten ziet Visser het somberder in dan voor de andere leraren. “Daar moeten wel drie schepjes bovenop, om die afgestudeerden te trekken. Ik denk dat de gemeente serieus moet nadenken over het aanbieden van betaalbare woonruimte of meteen een vast contract.” Leaseauto-van-de-zaak? Visser: “Waarom niet? Die voorwaarden zijn er tenslotte ook in het bedrijfsleven en als het dat stukje status geeft dat nodig is om de juiste mensen te trekken, heb ik er geen problemen mee.” Ook Van den Berg noemt het punt van woonruimte. “Waarom stelt de gemeente geen tijdelijke woonruimte beschikbaar voor leraren? Een ‘doorgangshuis’ waar ze een jaar kunnen zitten en in dat jaar zoeken ze rustig naar een andere woning. We hebben te lang genegeerd dat die tekorten er aan kwamen.” Hij werpt nog een plan op: “Waarom maken we niet meer gebruik van digitalisering? Eén goede leraar kan via video conferencing zijn lessen gelijktijdig naar groepen sturen op andere locaties. Alle leerlingen kunnen ook gewoon vragen stellen. Eventueel kan de les ook worden opgenomen, zodat het op een later moment door andere klassen kan worden bekeken. Dan worden die lessen tenminste gegeven.”

Visser hamert er op dat onderwijswerkgevers ook hun zittende personeel niet moeten vergeten. “Waarom mag een goede leraar niet excelleren? Ik snap het taboe op dat woord niet. Leraren moeten van hun werkgever veel mogelijkheden krijgen voor scholing, de kans om ergens in uit te blinken. En als je goed bent en veel voor de school betekent, mag dat ook best beter beloond worden.”

Gepubliceerd op: 27 oktober 2016

Verschenen in

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Goed onderwijs, goede MR (8e herziene uitgave september 2019)