Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » ‘Onderzoekers SCP moeten huiswerk over doen’

‘Onderzoekers SCP moeten huiswerk over doen’

Auteur: Ton Duif, Tineke Snel

In het omstreden rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau dat begin januari verscheen, concluderen onderzoekers Bob Kuhry en Flip de Kam dat er de afgelopen tien jaar jaarlijks 3,8 procent meer belastinggeld naar het basisonderwijs gaat. Dit aangaande hebben de onderzoekers goed en gedegen werk gedaan, maar de eindconclusie is dat in deze periode de kwaliteit, dus de prestaties van leerlingen, niet of nauwelijks is gestegen. Op de vraag van een journalist bekende Kuhry zelfs, na enig aarzelen, dat de overheid best de kaasschaaf kan hanteren, zonder dat de kwaliteit eronder zou lijden. Op de conclusies van dit SCP-rapport valt veel af te dingen, is de opinie van AVS-voorzitter Ton Duif.

Eerdere reacties op SCP-rapport
Diverse mensen klommen meteen in de pen richting AVS na het uitkomen van het SCP-rapport, vooral over de onjuiste interpretatie van cijfers. Dat de gemiddelde score van de Cito-toets altijd uitkomt op 535 met de door Cito gehanteerde systematiek, meldden verschillende personen: “Ik was stomverbaasd dat het niet veranderen van de gemiddelde Cito-score als een mislukking - en een argument voor bezuinigingen - werd aangemerkt.”  En: De SCP-onderzoeker heeft volgens mij een metriek gebruikt die helemaal niet relevant is. Dat baart me zorgen over de rest van het onderzoek, vooral omdat het koren op de molen van het kabinet is!” “Investeringen in het primair onderwijs van nu en tien jaar geleden vergelijken is als het vergelijken van appels met peren”, schrijft een AVS-lid. “Er zijn zaken buiten beschouwing gelaten in de genoemde cijfers.”

Tekst: Tineke Snel
(8-2-2012)

SCP: Na tien jaar is de gemiddelde Cito-score gelijk gebleven: 535 op een maximum schaal van 550.
Misschien wel de grootste blunder van het ondermaatse rapport. Het SCP geeft aan dat het lastig is om aan de gemiddelde Cito-score vergaande conclusies te verbinden. De uitslagen tussen opeenvolgende jaren zijn niet zonder meer te vergelijken, omdat de populatie die aan de toets deelneemt niet jaarlijks precies hetzelfde is. Dit is juist, maar het SCP gebruikt deze gegevens vervolgens toch. Het is wel mogelijk dat het gemiddelde stijgt, maar door het grote aantal deelnemers is dit uiterst moeilijk te bereiken. Maar los daarvan: nog belangrijker is het dat de Cito-toets maar een beperkt deel van de onderwijsinspanningen in kaart brengt (taal, rekenen en studievaardigheden). Onderwijskwaliteit is natuurlijk veel meer dan dat. Daarom kan beter gekeken worden na het meer omvattende oordeel over de onderwijskwaliteit van de Inspectie van het Onderwijs. En daarover wordt in hetzelfde rapport opgemerkt dat op een aantal (belangrijke) onderdelen zichtbare vooruitgang is geboekt: het percentage scholen in het basisonderwijs dat voldoet aan de eisen van de onderwijsinspectie steeg en de kwaliteit was in 2009 over de hele linie duidelijk hoger dan in 2003. Dit wordt echter in de eindconclusies van het SCP buiten beschouwing gelaten.

 

Kerncijfers onderzochte voorzieningen klein.png

Klik voor een vergroting

Volgens de bevindingen van het SCP komt het basisonderwijs er slecht vanaf als je de kosten afzet tegen de baten (‘productie’). Maar met de manier waarop de opbrengsten zijn gemeten zakt het SCP zwaar door het ijs, vindt de AVS.
 

SCP: Vanaf 1998 zijn de personele kosten met gemiddeld 3,8 procent gestegen, zonder dat daar een merkbare kwaliteitsverbetering tegenover staat.
In de jaren negentig kampte het onderwijs met een enorm personeelsoverschot. Op de onderwijsbegroting drukte een budget van ongeveer drie miljard gulden aan wachtgelden. In die jaren zijn contingenten personeel voortijdig afgevoerd om de jeugdwerkloosheid te bestrijden. De overheid weigerde destijds de lonen in het primair en voortgezet onderwijs op te trekken naar het marktniveau. Logisch, in een arbeidsmarkt met overschotten zijn werkgevers niet bereid betere lonen te betalen. Rond 2000 kantelde de arbeidsmarkt. Er ontstond ineens een groot tekort. De Commissie van Rijn heeft toen geadviseerd de lonen in het onderwijs snel op te trekken, om daardoor de aantrekkelijkheid van het beroep te vergroten en te voorkomen dat het tekort nog groter zou worden. Dat is in een aantal stappen gebeurd vanaf 2003. Gaan mensen in het onderwijs harder werken voor die iets betere salarissen? Dat is niet het geval. Zij werken vaak vanuit hun eigen innerlijke betrokkenheid met kinderen. Onderwijsverbetering krijg je door betere lesmethoden, investeren in professionaliteit van leerkrachten en schoolleiding en een goede werkorganisatie.

SCP: De oudertevredenheid is gedaald van een 7,9 (2003) naar een 7,3 (2010).
Hier wordt het echt interessant. De onderzoekers stellen dat de daling van oudertevredenheid een teken is dat de kwaliteit van het onderwijs achteruit gaat. Maar er is geen literatuur te vinden die deze stelling onderbouwt. Ook internationaal wordt er met ongeloof gereageerd op dit kwaliteitscriterium. Er is geen enkele bewezen relatie tussen die twee. Ouders zijn soms erg tevreden over hun school en hebben weinig verwachtingen van hun kinderen of koesteren juist onrealistische verlangens wat betreft de mogelijkheden van hun kinderen. Oudertevredenheid is – gelukkig maar – geen criterium voor het meten van onderwijskwaliteit.

SCP: In de periode 1997 tot 2003 is de gemiddelde groepsgrootte verkleind. Daar is geen substantiële verbetering van de onderwijsresultaten te meten.
In 1998 was de gemiddelde groepsgrootte 24,1, in 2006 22,4! Een minimale afname van twee leerlingen die, gezien de grootte van de sector (1,5 miljoen leerlingen), toch nog ongeveer 650 miljoen kostte. Tegelijkertijd worden scholen gedwongen meer leerlingen met leerproblemen in de klas te houden door het overheidsbeleid rond Weer Samen Naar School en nu Passend onderwijs. Dit vergrootte in veel klassen de pedagogische en didactische problematiek enorm, wat de licht dalende groepsgrootte teniet deed.

SCP: In de periode 1997 tot 2007 zijn substantieel meer leerlingen doorgestroomd naar hogere vormen van voortgezet onderwijs. Dit ligt niet zozeer aan de inzet van scholen, maar aan een stijgend ambitieniveau van ouders en leerlingen.
Als er duidelijk betere opbrengsten zijn dan ligt het – zonder enige empirische onderbouwing – ineens niet aan het onderwijs? Dat de laatste tien jaar enorm door scholen is geïnvesteerd in een betere verwijzing en dat de verschillende onderwijssoorten beter op elkaar zijn afgestemd, valt niet te lezen. Dat sommige ouders een hoger ambitieniveau nastreven (soms zelfs onrealistische hoog) zal zeker waar zijn, maar om het daarmee te verklaren is wel erg kort door de bocht.

SCP: Nederland daalt licht in internationale vergelijkingen (bedoeld wordt PISA).
De Organisation for Economic Cooperation and Development (OECD) meet elke drie jaar de onderwijsprestaties van 14-jarigen op de gebieden reading, mathematics en science. In de laatste meting (reading) is Nederland één plaats gezakt. Niet vermeld wordt dat twee nieuwe landen (Shanghai en Singapore) erbij zijn gekomen, die met hun door testen gedomineerd onderwijs hoog de ranglijst binnenkwamen. De verschillen in de top 15 van PISA zijn ook minimaal: als een ander land iets beter presteert, kun je zo ‘n plaatsje zakken. Maar daar kun je niet het hele Nederlandse basisonderwijs op afrekenen! Overigens geldt ook hier dat PISA slechts een heel klein deel van de onderwijsprestaties in kaart brengt. Er zijn talloze landen in het PISAbereik waar ik mijn kinderen niet naar school zou willen sturen. De samenleving van 1998 is tot slot niet te vergelijken met die van 2010. We hebben in die periode te maken gekregen met de verantwoordelijkheid voor buitenschoolse opvang, de invloed van sociale media, de invoering van ict en informatica, een enorme verantwoordingsplicht van de overheid, zwalkend beleid van diverse ministers, de invoering van het rugzakje en de invoering van de lumpsum. Deze lijst is gemakkelijk aan te vullen tot ruim 500 extra taken die de Onderwijsraad heeft gedefi nieerd. Als je in complottheorieën gelooft zou je zeggen dat dit rapport een opwarmertje is voor de volgende bezuinigingsronde. Het is gebaseerd op boterzachte argumenten. Kortom: het lijkt ons verstandig dat de onderzoekers hun huiswerk maar eens over doen. En, om belastinggeld te besparen, nu in hun eigen vrije tijd! 

Tekst: Ton Duif (AVS)

 

Downloads en links
Gepubliceerd op: 19 januari 2012
Let op!
Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Verschenen in

Thema's

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

De jaartaak in het primair onderwijs (Nieuwe versie juni 2019)