Home » Artikelen » Onderwijsdebat ‘Vijf jaar na Dijsselbloem’
Wat en hoe in het onderwijs

Onderwijsdebat ‘Vijf jaar na Dijsselbloem’

Auteur: Susan de Boer

Tijdens de Onderwijspoort ‘Vijf jaar na Dijsselbloem’ debatteerden de politiek en het onderwijsveld kritisch soms fel over de rol van de overheid en van ‘het veld’ zelf. De overheid bepaalt het Wat in het onderwijs en het veld gaat over het Hoe. Maar zijn de referentieniveaus nu Wat of Hoe?
 
Tijdens de Onderwijspoort gaan politici en onderwijsmensen onder leiding van Boris van der Ham met elkaar in discussie over actuele onderwijsthema’s. Op 13 november stond het onlangs uitgekomen rapport van de Onderwijsraad ‘Onderwijspolitiek na de commissie Dijsselbloem’ centraal, een onderzoek naar wat er is gebeurd met de aanbevelingen uitTijd voor Onderwijs’, het eindrapport van de commissie Dijsselbloem. Debatleider Van der Ham schreef zelf destijds mee aan dit rapport, dat stevige kritiek bevat op de rol van de overheid. Er is niet wezenlijk iets veranderd, concludeert de Onderwijsraad vijf jaar later. De politiek bemoeit zich te veel op detailniveau met het onderwijs. De overheid zou krachtiger moeten sturen op hoofdlijnen en niet terugdeinzen voor een stelselwijziging als dat nuttig is.  
 
Wat en Hoe
Als aftrap bespreekt wetenschappelijk directeur Guuske Ledoux van Instituut SCO Kohnstamm – de feitelijke uitvoerder van het onderzoek van de Onderwijsraad – de hoofdlijnen van het rapport. De kernboodschap van de commissie Dijsselbloem in 2008 was: de overheid gaat over het Wat , de scholen over het Hoe. Grootschalige onderwijsvernieuwingen willen we niet meer, de overheid moet beter luisteren naar het veld en terughoudend zijn in het opleggen van allerlei maatschappelijke taken. Daarvan is niet veel terechtgekomen. Ledoux: “Er is op veel terreinen beleid gemaakt, maar er is geen overkoepelende visie op onderwijs. Politici willen bovendien eigenlijk niet afblijven van het Hoe. Het onderscheid tussen Wat en Hoe is ook niet altijd helder. Zijn referentieniveaus Wat of Hoe?”
Wie in ieder geval niet wordt betrokken bij onderwijsbeleid, is de schoolleider. De AVS heeft een peiling uitgevoerd onder haar leden over de impact van ‘Dijssselbloem’. AVS-voorzitter Petra van Haren: “De overheid schrijft nog steeds te veel voor op detailniveau. Daar hebben schoolleiders last van. Bovendien richt de politiek zich op bestuurders en op leraren, nauwelijks op schoolleiders. Terwijl zij een belangrijke factor zijn bij veranderingen in het onderwijs.”
De bestuurders en schoolleiders in het voortgezet onderwijs herkennen zich in de conclusies van de Onderwijsraad. “Het beleid zwalkt. Neem de maatschappelijke stage. Dat was een maatschappelijke opdracht, we hebben geïnvesteerd in de invoering en nu wordt het afgeschaft“, zegt Hein van Asseldonk, vice-voorzitter van de VO-Raad. Simone Walvisch, vice-voorzitter van de PO-Raad, gaat in op het geconstateerde gebrek aan visie. “We hebben behoefte aan een stelselwijziging. Wie kindcentra wil inrichten, stuit op schotten die de overheid in het stelsel heeft neergelegd. Ook wil ik de politiek oproepen consistenter  te zijn. Nu klagen politici over de afrekencultuur in het onderwijs, vijf jaar geleden ging het erover dat de taal- en rekenresultaten niet goed genoeg waren.”

In de klem
Arnoud de Kleijn, leerkracht van groep 8 van de Koos Meindertsschool in Den Haag: “We krijgen te veel voorgeschreven hoe we het moeten doen, zoals met het pestprotocol.” Jasmijn Kester, directeur Onderwijs Stad & Esch in Meppel, vindt dat de overheid en de scholen elkaar in de klem houden. “Wij hebben heus wel een pestbeleid, al noemen we het niet zo. Maar dan is er een incident en dan moeten we allemaal een pestprotocol.” Rianne Zweers, directeur Montessorischool De Keizer in Deventer, voegt toe: “Of neem gym. Het  lijkt net of scholen er geen aandacht aan besteden, maar er is tijd nodig om bewegingsonderwijs te organiseren.” Jeroen Gommers, bestuurder samenwerkende vrije scholen Zuid-Holland (po) vindt dat de overheid de verkeerde vragen stelt. “De overheid wil advies wil hebben van de sector, maar vraagt niet: wat kunnen wij als politiek doen om te zorgen voor beter muziekonderwijs en meer excellentie?” Van der  Ham vraagt of het taboe op stelselwijzigingen moet worden doorbroken. Na een korte stilte zegt Gommers: “De overheid moet een integrale visie hebben op het stelsel als geheel en op de opbrengsten van het onderwijs. Daarnaast moet er ruimte zijn bij scholen om zelf invulling te geven aan het curriculum.“ Zweers ziet een knelpunt: “Bij het Montessorionderwijs willen we een concentrisch curriculum. Maar de manier van toetsen vraagt om een lineair curriculum.”
 
Initiatiefwet
Roelof Bisschop (SGP), Paul van Meenen (D66) en Michel Rog (CDA) dienden vorige week een initiatiefwet in waarin scholen meer ruimte krijgen voor een eigen invulling van het Hoe. Bisschop: “Scholen moeten de mogelijkheid hebben om hun ideeën uit de voeren zonder dat de inspectie ze meteen afrekent op de onderwijsuren.” Van Meenen: “Toenemende regelgeving heeft niet geleid tot minder incidenten. Wel tot georganiseerd wantrouwen. We stellen vast dat er verschil is tussen wat de overheid als kwaliteit ziet, en hoe de leraar ‘kwaliteit’ definieert. Nu heeft de inspectie een dubbelrol: soms als beoordelaar en soms als critical friend. Met deze wet willen wij helder maken wanneer het gaat om wettelijke voorschriften en wanneer om reflectie.”

Simone Walvisch ergert zich aan de ‘toon’ in de Tweede Kamer. “Het credo is: ‘geef onderwijs terug aan het onderwijs’. Maar in het recente Kamerdebat over de onderwijsbegroting wordt gevraagd wat er is gebeurd met het geld voor extra leraren. Op een suggestieve toon, alsof de besturen daar wel andere dingen van zullen hebben gedaan. Geldt ’meer ruimte voor onderwijs’ soms alleen voor leerkrachten en niet voor besturen?” Michel Rog: “Het is onze taak als Kamerlid om bewindspersonen kritisch te bevragen. Als er 150 miljoen euro wordt uitgetrokken om 3.000 extra leraren aan te nemen, dan verwacht je dat de klassen kleiner worden. Waar het om gaat is dat dit geld is dat er nú is. Over twee jaar niet meer.” Een bestuurder in de zaal wil weten wie van de Kamerleden voor het duurzaamheidsbeleid heeft gestemd. “Wanneer nemen jullie nu eens afstand. Laat ons over de details gaan.” Van Meenen: “Dit is waar onderwijs over gaat. Dit is het Wat. Wij vinden duurzaamheid belangrijk.”
 
Integraal
AVS-voorzitter Van Haren geeft aan dat de druk van ouders een belangrijk punt is. “De dag na een landelijk incident of na een beleidsvoornemen staan er ouders op de stoep bij de schooldirecteur. Zij spreken de school dan aan, willen acties of stellen vragen over zaken die niets met het onderwijsleerproces van de school te maken hebben.”
Schoolleiders willen een verbinding zien tussen het beleid en de praktijk.” Hein van Asseldonk voegt toe: “Maak niet van ieder incident een symptoom. Ontwikkel een langetermijnvisie.” “Michel Rog heeft gelijk als hij om verantwoording vraagt”, zegt Walvisch. “Maar vraag om integrale verantwoording, niet om verantwoording op onderdelen.”
 

Foto’s: Jan de Groen

Gepubliceerd op: 20 november 2014
Let op!
Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Verschenen in

Thema's

Doelgroep(en)

Primair onderwijs, Voortgezet onderwijs

 

Deel dit artikel

De jaartaak in het primair onderwijs (Nieuwe versie juni 2019)