Home » Artikelen » Onderwijsbegroting 2012: Grote woorden, niets meer

Onderwijsbegroting 2012: Grote woorden, niets meer

De onderwijsbegroting voor het jaar 2012 lekte dit jaar al op de donderdag voor Prinsjesdag uit, tegelijk met de Miljoenennota. Er staat weinig nieuws in, wel staat de begroting bol van ambities. Bekend was al dat enerzijds een budget voor prestatiebeloning voor leerkrachten wordt ingevoerd en anderzijds een even groot deel bezuinigd wordt op Passend onderwijs. De AVS vindt dat de invoering van prestatiebeloning en het verder vergroten van de professionele kwaliteiten van schoolleiders en leerkrachten betaald moet worden uit de algemene middelen. Nu betalen de kwetsbaarste leerlingen dit in feite.

Download de Onderwijsbegroting 2012

De economische omstandigheden vallen voor alle Nederlanders de komende periode tegen. De salarisontwikkeling in het primair onderwijs staat nu al ruim twee jaar op de nullijn en voor 2012 ziet het er ook niet rooskleurig uit. Daarnaast stijgen de zorgkosten explosief (deze maken inmiddels een vijfde deel uit van het modale inkomen), wordt de kinderbijslag verlaagd en is er grote onzekerheid over de pensioenen.

Beleidsagenda
In de beleidsagenda van de onderwijsbegroting wordt gemeld dat de doelstellingen voor het komende jaar zijn ontleend aan de diverse actieplannen die in het afgelopen half jaar aan de Tweede Kamer zijn verzonden. Trots meldt minister Van Bijsterveldt dat vier van de 17 hervormingen van het kabinet Rutte voor rekening van het onderwijs komen. Een nadere blik leert dat het voor het funderend onderwijs alleen om de invoering van prestatiebeloning voor leerkrachten gaat. Een plan dat al eerder werd opgevoerd en dat op verzet vanuit het onderwijsveld kan rekenen. Net als voorgaande jaren spreekt de beleidsagenda over de onschatbare waarde van onderwijs en wetenschap voor de ontwikkeling van onze samenleving. En over de bijdrage die onderwijs levert aan de toerusting van de samenleving voor de uitdagingen van de 21e eeuw, waar mensen tot hun recht komen en persoonlijk verantwoordelijkheid nemen voor zichzelf en voor elkaar.

Nog mooier wordt het in de passage waarin is te lezen dat onderwijs bij uitstek een sector is waarin hoop en optimisme een grote rol spelen. Het is de vraag of het onderwijsveld dit herkent, omdat de onderwijsbewindslieden weinig meebrengen om deze hoop en dit optimisme te voeden. Wat te denken van opmerkingen dat scholen en leerkrachten zich niet op de overheid of bestuurders moeten richten, maar op hun omgeving? Een beetje meer waardering voor alle initiatieven en ook resultaten die scholen onder leiding van hun schoolleiders wel al hebben bereikt, zou de minister sieren. In de beleidsagenda is voor het onderwijs een aantal doelen geformuleerd:

o prestaties van leerlingen en studenten omhoog;
o scholen en instellingen met een ambitieus leerklimaat;
o goed opgeleide en professionele leerkrachten en schoolleiders;
o scholen en instellingen maken resultaten inzichtelijk en worden aangesproken op hun prestaties, waarvoor door de overheid heldere normen zijn geformuleerd;
o doelmatigheid en focus op het onderwijs zelf.

Prestaties leerlingen omhoog
Beter presteren gaat om het verbeteren van de prestaties in basisvakken met centrale toetsen en door de prestaties bij deze vakken te volgen. Daarnaast moeten scholen maatwerk bieden en excellente leerlingen uitdagen tot betere prestaties, meldt de onderwijsbegroting voor 2012. Het thema `opbrengstgericht werken´ is opnieuw aan de orde, naast een intensieve inzet van de onderwijstijd en de verlaging van het aantal zwakke scholen. De minister meldt dat zij verwacht dat scholen opbrengstgericht werken, waarbij het gebruik van een leerlingvolgsysteem verplicht wordt (2012/2013 in het primair onderwijs, 2014/2015 in het voortgezet onderwijs). Wat opvalt is dat geen gewag wordt gemaakt van de resultaten van de aandacht voor opbrengstgericht werken en opbrengstgericht leiderschap tot nu toe. Op 23 mei 2011 publiceerde de minister het actieplan `Basis voor presteren´. Een van de actielijnen in dit plan heeft als titel `Opbrengstgericht leiderschap en professionalisering´. Hierin wordt bevestigd dat voor een goed functionerend team goed leiderschap binnen de school een voorwaarde is, en dat er specifi eke aandacht nodig is voor opbrengstgericht leiderschap. "Uit kwaliteitstrajecten blijkt telkens weer dat een opbrengstgerichte manier van werken niet tot stand komt zonder een goed gecoördineerde aanpak door alle lagen van de schoolorganisatie. Dit kan niet zonder goed leiderschap van bestuurders en schoolleiders. Daarom moet opbrengstgericht leiderschap binnen de school meer worden gewaardeerd en gestimuleerd", aldus het actieplan.

En dat is nu juist de kern van het project Opbrengstgericht leiderschap (onder de vlag van de PO-Raad uitgevoerd door de AVS) en van de activiteiten waarmee de deelnemers aan het project bezig zijn. In het actieplan wordt wel gerefereerd aan het project: "De eerste resultaten zijn zichtbaar en veelbelovend." Ook de reken- en taalverbetertrajecten van de afgelopen jaren werpen hun vruchten af. Overigens, ook in 2012 en 2013 worden hiervoor extra middelen beschikbaar gesteld, toe te voegen aan de prestatiebox. In het advies van de Onderwijsraad bij `Basis voor presteren´ benadrukt de raad: "Belangrijk is dat de aandacht voor taal en rekenen niet leidt tot een kwaliteitsvermindering van andere vakken of minder aandacht voor de sociaal-emotionele ontwikkeling. De Onderwijsraad pleit voor een integrale visie op leren en ontwikkeling." De AVS onderschrijft de opvattingen van de Onderwijsraad.

Onder intensivering van de onderwijstijd komen verder maatregelen aan bod als uitbreiding van het aantal plekken voor vroeg- en voorschoolse educatie, het stimuleren van schakelklassen en kopklassen en zomerscholen. De middelen die hiervoor worden vrijgemaakt, gaan grotendeels naar de gemeenten. En zoals in het regeerakkoord al was aangekondigd, moeten zeer zwakke scholen binnen een jaar van het predicaat `zeer zwak´ afkomen. De aanpak met betrekking tot zeer zwakke scholen wordt verscherpt. Het hulpaanbod voor zwakke en zeer zwakke scholen wordt in 2012 voortgezet. Daarnaast kunnen zogenaamde `uitblinkende scholen´ worden aangemerkt als `excellent´. Een Michelinster op de gevel dus. Het is de vraag hoe en op welke onderdelen dit wordt gemeten. De AVS is hier geen voorstander van. Middelen om te werken aan hoogbegaafdheid en talentontwikkeling van leerlingen, waarvoor in het Regeerakkoord al geld werd vrijgemaakt, worden toegevoegd aan de prestatiebox. Of hier ook de middelen voor excellente scholen toe behoren, kan niet uit de begroting worden opgemaakt.

Goed opgeleid en professioneel onderwijspersoneel
In de onderwijsbegroting 2012 is te lezen dat het aantal leerkrachten dat op masterniveau is opgeleid, fors omhoog moet. Hoe dat moet gebeuren wordt eind 2011 uitgewerkt. Volgens de onderwijsinspectie hebben leerkrachten moeite met het afstemmen van het onderwijs op verschillende leerlingen in de groep, zowel in het regulier als het speciaal onderwijs. Daarom komt er, zeker ook in verband met de invoering van Passend onderwijs, extra aandacht voor de professionalisering van leerkrachten. Daarbij zal het ook gaan om meer expertise op het gebied van opbrengstgericht werken. Ook hierbij lijkt het erop dat met de ene hand wordt gegeven wat met de andere hand wordt weggenomen. Door de huidige bezuinigingen op de ambulante begeleiding en de bezuinigingen in het kader van de voorgenomen invoering van Passend onderwijs, dreigt juist veel expertise te verdwijnen. Daarnaast meldt de begroting dat in 2012 wordt gestart met interscolaire peer review van leerkrachten en schoolleiders. Scholen en instellingen maken bovendien resultaten inzichtelijk en worden aangesproken op hun prestaties, waarvoor door de overheid heldere normen zijn geformuleerd.

Toetscircus
Vanaf 2013 komt er in het basisonderwijs een centrale eindtoets, het speciaal (basis)onderwijs volgt in 2015. In het vo wordt een verplichte landelijke diagnostische onderbouwtoets voor Nederlands, Engels en rekenen/ wiskunde ingevoerd. Voor de overige onderbouwvakken worden kennisbases ingevoerd. Daarnaast start de minister pilots voor de begintoets primair onderwijs. Het toetscircus kan dus beginnen: centraal oefenen, gelijkschakeling van het leertempo voor alle leerlingen; weg met aandacht voor verschillen. De AVS is fel tegenstander van centraal voorgeschreven toetsen en zal dat verzet niet opgeven, in het belang van de kinderen. De AVS voelt zich gesterkt door het laatste advies van de Onderwijsraad, waarin er nogmaals op wordt gewezen dat toetsen geen verbetering van de onderwijsresultaten garanderen. De gedachte aan een begintoets om daarmee de behaalde leerwinst te berekenen, komt uit de koker van het ministerie van Financiën, dat blijkbaar de opvoeding en groei van kinderen met dezelfde instrumenten meet als economische winst.

Terugdringen bureaucratie
Instellingen moeten zich met zo min mogelijke bureaucratische last kunnen concentreren op het onderwijs, wordt in de onderwijsbegroting gesteld. Daarom wordt de bekostiging vereenvoudigd, evenals de regelgeving. De bekostiging wordt vereenvoudigd door de invoering van de prestatiebox in plaats van het oude subsidiestelsel. Het kabinet moedigt scholen in het primair en voortgezet onderwijs aan om "te bepalen waar regels overbodig zijn". Hoe dat in de praktijk werkt, moet nog duidelijk worden. Het kan niet de bedoeling zijn dat scholen naar willekeur afspraken en regels gaan negeren. Conclusie is dat de Miljoenennota voor onderwijs niets nieuws bevat. Het kabinet blijft van mening dat (met 300 miljoen) bezuinigd kan worden op Passend onderwijs en dat dit geld kan worden ingezet voor de professionalisering van leerkrachten en schoolleiders en de invoering van prestatiebeloning. De AVS is groot voorstander van het vergroten van de professionele kwaliteiten van schoolleiders en leerkrachten, maar vindt wel dat dit betaald moet worden uit de algemene middelen. Zoals het nu is, betalen de kwetsbaarste leerlingen dit. En dat kan toch nooit de bedoeling zijn?

Monitor streefdoelen
De beleidsagenda sluit af met een overzicht van de streefdoelen. Enkele onderdelen daarvan voor het primair en voortgezet onderwijs op een rij:

Primair onderwijs


Gemiddelde score in basisvakken

 

 

 

Gemiddelde score Cito-eindtoets

Van 535,4 in 2010 naar 537 in 2015

 

Gemiddelde taalvaardigheidsscore in groep 8 basisonderwijs

Hoger dan 250

 

Gemiddelde rekenvaardigheidsscore in groep  8 basisonderwijs

Hoger dan 250

Excellente leerlingen en studenten

 

 

 

Grensscore voor de beste 20% van de leerlingen

Van 543/544 in 2010 naar 545 in 2015

Percentage opbrengstgerichte scholen

 

 

 

Primair onderwijs

Van 30% naar 60% in 2015 en 90% in 2018

 

(V)SO

Naar minstens 25% in 2012, minstens 50% in 2015 en minstens 75% in 2018

Onderpresterende scholen

 

 

 

Primair onderwijs

 

 

(V)SO

Verdere reductie van het aantal (zeer) zwakke scholen

Aantal leerkrachten met een master of PhD-graad

 

Kwantitatieve doelen in 2012 bepaald

Bekwame leerkrachten en schoolleiders

 

 

 

 

In 2016 voldoen alle leerkrachten aan de bekwaamheidseisen op de onderdelen afstemmen op verschillen en opbrengstgericht werken

 

 

In 2016 voldoen alle schoolleiders aan de dan geldende bekwaamheidseisen

Geregistreerde leerkrachten

 

In 2014 is 40% van de leerkrachten die voldoen aan de bekwaamheidseisen opgenomen in het register voor leerkrachten. In 2018 is dat 100%

Deelname eindtoets basisonderwijs

 

Vanaf voorjaar 2013 leggen alle leerlingen de verplichte eindtoets af


Voortgezet onderwijs


Gemiddelde score in basisvakken

 

 

 

Gemiddelde PISA-score wiskunde

Van 526 in 2009 naar 536 in 2015 en 541 in 2018

 

Gemiddelde PISA-score lezen

Van 508 in 2009 naar 516 in 2015 en 520 in 2018

 

Gemiddelde PISA-score science

Van 522 in 2009 naar 526 in 2015 en 528 in 2018

Excellente leerlingen en studenten

 

 

 

Gemiddelde eindexamencijfers (CE + SE) van de 20% best presterende VWO-leerlingen

Van 7,6 in 2010 naar 7,8 in 2015

Percentage opbrengstgerichte scholen

 

Naar minstens 50% in 2015 en naar 90% in 2018

Onderpresterende scholen

 

Geen stijging van het aantal (zeer) zwakke scholen

Aantal leerkrachten met een master of PhD-graad

 

Kwantitatieve doelen in 2012 bepaald

Bekwame leerkrachten en schoolleiders

 

 

 

 

In 2016 voldoen alle leerkrachten aan de bekwaamheidseisen op de onderdelen afstemmen op verschillen en opbrengstgericht werken

 

 

In 2016 voldoen alle schoolleiders aan de dan geldende bekwaamheidseisen

Geregistreerde leerkrachten

 

In 2014 is 40% van de leerkrachten die voldoen aan de bekwaamheidseisen opgenomen in het register voor leerkrachten. In 2018 is dat 100%

 

 Onderwijsbegroting 2012

 

Gepubliceerd op: 19 september 2011
Let op!
Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Verschenen in

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Op naar een integrale aanpak (Ontschotting in het sociale domein)