Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » ‘Nu staat hij af en toe op uit zijn rolstoel’
Inclusief onderwijs in Gorinchem

‘Nu staat hij af en toe op uit zijn rolstoel’

Auteur: Lisette Blankestijn

Passend onderwijs, met voor ieder kind onderwijs op maat. Waarbij ook kinderen met een grotere zorgvraag terecht kunnen op een school in de buurt. In Gorinchem en omgeving werken ze er hard aan. Inclusieve school KBS Mariëngaarde heeft al jaren geen leerling meer doorverwezen.

“Kijk meester, van deze 190 plaatjes van vlaggen kloppen er twee niet!” Piet Vogel, coördinator van Expertisecentrum Rotonde krabde zich even achter de oren. Zoveel als deze hoogbegaafde leerling wist hij bij lange na niet, van vlaggen. Wel wist hij dat de jongen naast zijn hoge IQ ook autisme heeft. Toch draait ook deze jongen gewoon met zijn klasgenoten mee op KBS Mariëngaarde, een op het oog doorsnee buurtschool in een modern gebouw in Gorinchem. Zo’n 460 leerlingen volgen hier regulier (inclusief) basisonderwijs. Soms zit een leerling even onder een tafel of vertoont ander opvallend gedrag. “Ook kinderen die voorheen naar het speciaal onderwijs zouden gaan, zijn welkom”, vertelt Vogel.
Sinds 2005 werkt het samenwerkingsverband in de regio Gorinchem onder zijn leiding hard aan meer inclusie: open staan voor bijna alle leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften en indicaties. Directeur van KBS Mariëngaarde Theo Merkx: “We kijken naar de mogelijkheden. Het is bij ons geen ‘Nee, want’, maar ‘Ja, tenzij’. We accepteren wat een kind niet kan en kijken naar wat er wel mogelijk is.” Hij vertelt erover met een losse vanzelfsprekendheid. “Om dit te kunnen doen, moet je het hart op de goede plaats hebben. Als je je jaren zit af te strepen tot je pensioen, ben je niet geschikt voor onderwijs, en zeker niet voor de inclusieve variant. Ook moet je erin geloven dat inclusief onderwijs echt een meerwaarde heeft, vooral ook voor kinderen zonder een expliciete zorgvraag. Het komt hun sociale gedrag ten goede. Waarom zou je een kind met Down wel in de wijk mogen tegenkomen, maar niet op school? En waarom zouden wij leerlingen met bepaalde gedragsproblemen hier niet kunnen ontvangen?”
 
Van co-teaching naar teamteaching
Het begon allemaal met een pilot, elf jaar geleden. Twee kleuters die normaliter niet naar een reguliere school zouden kunnen: de een had het syndroom van Down, de ander klassiek autisme in combinatie met hoogbegaafdheid. Mariëngaarde plaatste hen in een klas waar al vier andere kinderen met een grotere zorgvraag zaten. Piet Vogel: “Er is niet gekozen voor klassenverkleining, maar voor meer handen in de klas. We hebben twee leerkrachten op die pilotgroep gezet en zijn met een heel duidelijke structuur gaan werken. Daar plukt ieder kind de vruchten van. Al deze leerlingen hebben op Mariëngaarde de eindstreep gehaald.” Ondanks dat succes maakte de school de afgelopen jaren een switch, van co-teaching (met per groep twee fulltime leerkrachten) naar teamteaching. Vogel: “Er worden leerkrachten ingezet op plekken waar dat nodig is.” Theo Merkx haalt een A4 met gekleurde vakjes tevoorschijn: het schoolrooster. Wat opvalt: er zijn ook grotere groepen, tot 32 leerlingen. Bij elke groep staat de naam van een leerkracht. “Meer dan de helft heeft een master Special Educational Needs”, vertelt hij. “Ze werken hard en willen zich voortdurend ontwikkelen en verdiepen in hun leerlingen. Maar voortdurend twee leerkrachten op de groep bleek niet nodig en is financieel onhaalbaar. Daarom werken we veel met onderwijsassistenten en stagiaires. Zij worden ingezet waar ze op dat moment nodig zijn. Een cruciale rol in ons inclusieve traject speelt de intern begeleider. Dat is de spin in het web. Zorg, in de breedste zin van het woord, voor iedere leerling: dat is ons vertrekpunt. Ik ontken niet dat wat wij proberen te doen wel eens lastig is. Als een kind een keer gedragsmatig uit de bocht vliegt, zijn er collega’s om te helpen. De ib’er springt in, of ikzelf, of iemand van de administratie. Maar weet je wat pas echt lastig is? Zo’n stout kind waarvan pa en ma niet willen weten dat het stout is. Dat soort kinderen – of misschien juist hun ouders – bezorgen ons pas echt veel werk.”
Nu de school gewend is aan het differentiëren bij kinderen, doet ze dat ook bij het personeel, legt Vogel uit. “Ze hebben een leerkracht met een visuele beperking en een onderwijsassistente die moeilijk loopt. Zij kon bij andere scholen vanwege haar probleem niet eens een stageplaats vinden!”
 
Grenzen
In Oosten­rijk zag Vogel dat inclusief onderwijs nog verder kan gaan. Een meisje lag op een matje in de klas, met wat gekleurde plastic vormen om haar heen. De andere kinderen waren met reguliere lesstof bezig. Heeft dit zin, vroeg Vogel zich af. “Jawel”, zei haar moeder. “Kijk maar: ze lacht en tilt nu soms haar hoofd op!” Vogel: “Daarom spreek ik liever van Passend ontwikkelen in plaats van Passend onderwijs.
Sommige kinderen zullen cognitief niet veel leren, maar leren bijvoorbeeld zelf te eten. Zo worden ze zelfstandiger, dat is heel waardevol. Er is meer in het onderwijs dan alleen een leerling van vmbo- naar havoniveau zien te krijgen.”
Kinderen zoals het Oostenrijkse meisje op het matje zijn er niet op Mariëngaarde, zegt Merkx. “Leerlingen die heel veel medische verzorging nodig hebben, zoals Mytyl-kinderen, kunnen we nog niet hebben. Maar we hebben wel een leerling met het ontwikkelingsniveau van een 2-jarige, die hier een dag per week komt voor sociale integratie. In het begin zat hij alleen maar in een rolstoel, nu staat hij af en toe op. AVI-9 is niet voor ieder kind de doelstelling.”
KBS Mariëngaarde heeft sinds de pilot geen enkele leerling doorverwezen, aldus Merkx. “Maar ik kan niet alle kinderen ongeacht hun beperking aannemen. Ik moet immers een veilige setting bieden. Een kind dat ieder moment met een schaar zijn klasgenoten te lijf kan gaan, kan en wil ook ik niet plaatsen.”
 
Overgang naar vo
Een andere grens ligt bij de overgang naar het voortgezet onderwijs. Merkx: “Dat kan een probleem zijn. Het is erg afhankelijk van de school. Juist als je groepen leerlingen bedient die qua cognitie dichter bij elkaar zitten, zoals in het vo, zou je meer moeten ­kunnen differentiëren. Wat we inderdaad soms van ouders terug krijgen, is dat ze door ons een beetje ‘verpest’ zijn. Dat er in het vo nog stappen gezet moeten worden is evident, zoals dat ook voor onszelf geldt.” Vogel vult aan: “Momenteel kijken we of we arrangementen kunnen laten doorlopen in het vo. Enkele trajecten lopen al door, maar worden nu nog bekostigd door het po.”
Merkx: “Waar het vo wellicht wat aan zou kunnen hebben, zijn onze ervaringen met de korte lijn die er echt moet zijn tussen school en de ouders van leerlingen met een speciale zorgbehoefte. Inclusief onderwijs heeft alleen kans van slagen als school en ouders samen optrekken.” Expertisecentrum Rotonde maakte een film voor ouders en onderwijsprofessionals in beide sectoren over de overgang van leerlingen met een ondersteuningsvraag naar het vo, met als thema ‘Diversiteit binnen Passend onderwijs’. (zie Meer weten?)
 
Draagkracht
Het succes van het inclusieve concept valt of staat met de drive van de collega’s. Daarnaast helpt samenwerkingsverband De Driegang – waar Expertisecentrum Rotonde onderdeel van is – bij het creëren van mogelijkheden en voorzieningen. Het D.O.G.-project, waarbij een hulphond als co-trainer werkt. Leren met een paard. Lunchcafé. Veldleren in de natuur. “Ik vind dat de lokale en landelijke overheid wel wat meer mag doen. Mijn bestuur doet ook nog niet erg veel”, vindt Merkx. Vogel: “We hebben iedereen nodig. Besturen, directies, ib’ers, leerkrachten, ouders. Ik vind voor het basisonderwijs de klassenvergroting echt een gevaar. 25 leerlingen zou het maximum moeten zijn, waarvan dan 20 procent een speciale ondersteuningsbehoefte kan hebben.” Hij heeft een diversiteitsmeter ontwikkeld, die de draagkracht van een klas in beeld brengt. Want dat moge duidelijk zijn, meent ook Merkx: Mariëngaarde is een gewone buurtschool. “We zijn geen verkapte speciale basisschool. Ik krijg soms telefoontjes van ouders van een kind met een speciale zorgvraag die hier helemaal niet in de buurt wonen; die hebben gehoord dat wij kinderen zoals de hunne wél opnemen.
Maar ik wil dat de school een afspiegeling is van de wijk.” Vogel: “We streven naar thuisnabij Passend onderwijs. Dat vraagt om een dekkend netwerk van inclusieve scholen.”
Hoe die scholen hun onderwijs inrichten, verschilt. “Wij bieden onderwijs op maat en daarom werken we soms jaargroepdoorbrekend. Een slimme jongen is hulprekenmeester in een hogere groep. Maar er zijn scholen in onze regio die daarin veel verder gaan.”
 
Niet verplichten
Ondertussen krimpt het speciale onderwijs in Gorinchem. Vogel: “Er is nog een kleine sbo-school en een so-school voor cluster 3 en 4. Geen probleem, zo lang ze maar goede arrangementen aanbieden en doen wat het reguliere onderwijs niet kan.”
Een verplichtend karakter, waarbij alle reguliere scholen inclusief onderwijs bieden past daar niet bij, vindt Merkx. “Dat werkt contraproductief. Faciliteer als overheid mee, dan komen er ook meer mogelijkheden.” Vogel: “Zou jij je je kind op een school doen waarvan je bij de rechter hebt moeten afdwingen dat het ernaartoe mag? Je moet als school uitzoeken wat nodig is. Soms is dat duurder. Niet alles kan: kinderen kunnen hier niet met dolfijnen zwemmen. Maar knuffelkarpers kan wel.”
 
Meer weten?
•  Filmpje ‘Samen naar school, ja het kan!’ op http://in1school.nl/in-de-praktijk/item/film-samen-naar-school-ja-het-kan
•  Op 23 september 2016 gaat een andere film in ­première specifiek over de overgang van po naar vo in ­Passend onderwijs. De twee leerlingen die centraal staan hebben een bepaalde ondersteuningsvraag. Trailer: https://youtu.be/9uzsCbAXRLw
    Aanmelden: e.leijh@ec-rotonde.nl

Gepubliceerd op: 1 juni 2016

Verschenen in

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

De jaartaak in het primair onderwijs (Nieuwe versie februari 2018)