Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » ’Nog te weinig effectieve aandacht voor zorgleerling’

’Nog te weinig effectieve aandacht voor zorgleerling’

De meeste Nederlandse scholen bieden onderwijs van voldoende kwaliteit (91 procent basisonderwijs). Maar niet alle leerlingen profiteren daar in gelijke mate van, concludeert de Inspectie van het Onderwijs in haar jaarlijkse Onderwijsverslag. Ze vraagt speciale aandacht voor zorgleerlingen en voor de basisvaardigheden. Tenminste 150.000 van de leerlingen in het basisonderwijs vragen speciale aandacht (10 procent). Deze zorgleerlingen krijgen niet altijd de passende hulp die ze nodig hebben. Hierdoor ontstaan achterstanden of blijven deze onnodig bestaan. Het lukt scholen wel steeds beter om problemen van leerlingen te signaleren, bijvoorbeeld door het gebruik van leerlingvolgsystemen, maar dit leidt niet altijd tot evaluatie/benutting van die gegevens en daaruit voortvloeiende effectieve acties. Zo stemt de helft van de basisscholen en scholen voor voortgezet onderwijs de lessen onvoldoende af op het niveau van de leerlingen. Veel basisscholen en scholen voor speciaal onderwijs maken geen voldoende uitgediept handelingsplan met concrete doelen en acties, voor leerlingen die extra zorg nodig hebben. Hierdoor kunnen deze niet fungeren als betekenisvolle sturingsdocumenten. Ook kunnen scholen moeilijk duidelijk maken wat de effecten van de zorg voor leerlingen zijn. Twee derde van de basisscholen kan niet goed aantonen hoe leerlingen met een aangepast programma (leerlijn) zich ontwikkelen. Ook in het speciaal onderwijs speelt dit voor leerlingen die specifieke zorg of een eigen leerlijn nodig hebben. Bovendien hamert de inspectie op het feit dat leerkrachten bewust tijd moeten inroosteren voor zorgleerlingen. Als dat niet expliciet gebeurt, is het zeer de vraag of leerkrachten er altijd aan toe komen.BasisvaardighedenUit onderzoek van de inspectie blijkt dat scholen met dezelfde leerling-samenstelling sterk verschillen in de resultaten die ze halen met hun taal- en rekenonderwijs. Het maakt voor kinderen dus veel uit op welke school ze zitten. Op sterke scholen blijken leerkrachten veel duidelijker uit te leggen dan op zwakke scholen. Ook zijn de leerlingenzorg en de kwaliteitszorg er beter geregeld. Directies en besturen zien het niet altijd aankomen dat hun school zeer zwak wordt. Toch hoeft het geen verrassing te zijn: er zijn bijna altijd signalen die aangeven dat een school afglijdt; niet alle scholen ondernemen echter actie als ze deze signalen krijgen. De inspectie pleit dan ook voor een verbetering van het onderwijskundig leiderschap/aansturing vanuit de directie en meer betrokkenheid van het schoolbestuur bij de onderwijskwaliteit, zodat laatstgenoemde ook alert is op afglijdingssignalen. Bovendien stelt de inspectie sinds dit jaar niet alleen zeer zwakke, maar ook zwakke scholen onder geïntensiveerd toezicht om te voorkomen dat de onderwijskwaliteit verder verslechtert en de school zeer zwak wordt. Extra taken die aan scholen opgelegd worden door politiek en samenleving, mogen volgens de inspectie niet ten koste gaan van de kerntaak; het aanleren van basisvaardigheden.De inspectie onderzocht tot slot onder meer ook de naleving van de wet- en regelgeving in het basisonderwijs. Daaruit blijkt dat 8 procent van de scholen niet voldoet aan de norm voor onderwijstijd door bijvoorbeeld te veel vierdaagse schoolweken. De inspectie heeft inmiddels afspraken gemaakt met deze scholen.Tijd voor professionaliseringAVS voorzitter Ton Duif zegt in een reactie op het Onderwijsverslag: “Het feit dat veel leerlingen niet het onderwijs krijgen waarmee ze het beste uit zichzelf kunnen halen, is natuurlijk een belangrijke signalering. Gelukkig onderkent de inspectie ook dat het er vaak door tijdgebrek gewoonweg niet van komt. Dat betekent dus opnieuw dat het belangrijk is de werkdruk in het onderwijs te verlagen. Het is van het grootste belang dat de leerkrachten tijd krijgen om zich te professionaliseren, kennis en ervaringen met elkaar uit te wisselen én al deze kennis te kunnen inzetten in het belang van ‘hun’ kinderen. Een andere belangrijke signalering is dat schoolleiders een belangrijke rol spelen in de kwaliteit van het onderwijs dat het kind krijgt. Maar zoals we weten is er een groeiend tekort aan (goede) schoolleiders. Ook deze constatering van de inspectie onderstreept dus weer het pleidooi sterker in te zetten op professionalisering van zittende schoolleiders, werving van nieuwe schoolleiders en het naar behoren honoreren van deze zware functie, opdat zij ook voor het onderwijs behouden blijven.”Het Onderwijsverslag is te vinden opwww.onderwijsinspectie.nl.In Kader Primair 10 (eind mei)verschijnt een uitgebreid interview met inspecteur-generaalAnnette Roeters naar aanleiding van het Onderwijsverslag. 

Gepubliceerd op: 14 mei 2009
Let op!
Dit artikel is meer dan vijf jaar geleden gepubliceerd en bevat wellicht incorrecte, onvolledige of ongeldige informatie.

Verschenen in

Thema's

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Goed onderwijs, goede MR (8e herziene uitgave september 2019)