Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » Naar een duurzaam schoolgebouw
Vier portretten

Naar een duurzaam schoolgebouw

Auteur: Lisette Blankestijn

Steeds meer scholen ‘doen groen’. Er zijn in Nederland bijna honderd Eco-Schools (het internationale keurmerk voor duurzame scholen). Daarnaast zetten veel andere scholen op hun eigen wijze in op milieubewustzijn. Vier portretten.

Toilet spoelen met regenwater
Het was een interessante rekensom voor de leerlingen van obs De Molenvliet in Stad aan het Haringvliet. ‘Onze school heeft 39 leerlingen. Hoe vaak gaan we per dag naar de wc? Hoeveel water gebruikt de wc als we doortrekken? Dus hoeveel regenwater moet er vallen voor ons nieuwe toiletdoorspoelsysteem?’ Ze deden er proefjes mee, in de aanloop van hun wcproject. Inmiddels worden de toiletten van De Molenvliet doorgespoeld met regenwater, dat in opslagtanks wordt opgevangen via het dak van het schuurtje. Wilma van der Heiden, directeur van De Molenvliet, verwijst vol lof hiervoor naar een inmiddels gepensioneerde dorpsbewoner. “Die zorgde voor voordelige waterbakken, legde contact met de gemeente, met Deltawind en het Edudelta College. In samenwerking met die school werd het plan gerealiseerd.” Inmiddels werkt het systeem, maar de school wil het nog perfectioneren: “We gebruiken nog stroom voor de accu van het pompje dat het water vanuit de opvangtank de school in brengt. Daar komt een milieuvriendelijke oplossing voor, met windenergie.”

Meterstanden
De Molenvliet is een EcoSchool en de eerste school in Nederland die al vijf keer een Groene vlag (voor het verkrijgen van het keurmerk, red.) kreeg uitgereikt. Gevolg: veel aandacht van de pers. Naast idealistische motieven – “We moeten bewust omgaan met onze leefomgeving” – is dat een belangrijke drijfveer achter de duurzame activiteiten van de school, vertelt Van der Heiden: “Onze school is een van de twee scholen in een heel klein dorpje. Iedere leerling telt.” De kosten blijven beperkt, dankzij sponsoring door Deltawind en Shell. “En we sparen kosten uit voor water en energie. De kinderen uit de eco-werkgroep nemen wekelijks de meterstanden op, en vertellen daarover in de klas. Zo zien we direct hoeveel we meer verbruiken in een koude week bijvoorbeeld. Alle kinderen leren afval te scheiden en zuinig te zijn. Dat hoort gewoon zo, voor hen. We lezen ook e-books over het onderwerp en doen het lesprogramma van Droppie Water. Voor het team is duurzaamheid een natuurlijke component geworden. “We doen dit al tien jaar, ze weten niet beter. Het hoort bij hoe wij lesgeven.”

Werken voor de kost
Spitten, onkruid wieden: voor de leerlingen van De Werfklas in Culemborg is het heel gewoon. Wekelijks werken ze op de stadsboerderij. Als ze soep maken of op schoolkamp gaan, eten ze zelfgeteelde biologische groente en fruit. “Zo maken we de kinderen ervan bewust dat je niet kunt eten als er niet eerst gewerkt wordt”, vertelt leerkracht Annemarijke ten Thije, een van de oprichters van De Werfklas. Het is een kleine vernieuwingsschool op antroposofische grondslag. Staatsvrij: ouders betalen naar draagkracht. Het werk op de biologische boerderij dient vooral een pedagogisch doel. Ten Thije: “Op het land werken is niet altijd leuk, soms is het koud en nat en dan moet het toch gebeuren. Dat stimuleert je wil. Het werk is nooit klaar; de volgende keer moet er weer onkruid worden getrokken. Dat geldt ook voor de klusjes die moeten gebeuren, of handwerkjes die af moeten. Gevoel voor schoonheid van de wil is heel belangrijk. We proberen een tegenwicht te bieden aan de wegwerpcultuur, die van ‘Kapot, niet mooi meer? Gooi maar weg. Niet meer leuk? Hou er maar mee op.’ We willen de kinderen laten genieten van wat er is. We vertellen over de natuur, over het samenleven in de bijenkorf, over wat dieren en mensen kunnen.”

Leem
De stadsboerderij staat in dezelfde ecologische wijk als het schoolgebouwtje. De leerkrachten die de school oprichtten wonen er zelf ook. Ten Thije: “In onze school is veel leem verwerkt. We houden het ’s winters warm met een computergestuurde houtverbrander. Er is veel water in de buurt waar de kinderen kunnen zwemmen of vlotvaren. Echt een natuurlijke omgeving. Alle leerlingen krijgen heemkunde. We halen de buitenwereld zoveel mogelijk de school in en maken alle lessen zelf. Zo gaat de stof door ons heen, de leerkrachten bezielen de stof voor de kinderen. Welke investering dit onderwijs vraagt? Het gééft ons juist iets! Bovendien: elk leermiddel kost geld, dus ook werken op de boerderij. Doordat we niet bekostigd worden door de overheid hebben we per leerling minder te besteden. Maar ons onderwijs brengt ons veel energie en geluk. We zijn eigenlijk nooit ziek.”

Pui wordt schoolmeubilair
Montessorischool De Kleine Prins (Rotterdam) is een van de Nederlandse Eco- Schools. Dat zie je echt niet meteen als je de school in loopt, volgens directeur Wilke Vos. “We zetten vooral in op gedragsverandering bij kinderen. Elk jaar richten we met leerlingen uit groep 7 en enkele ouders een Ecoraad op. Zij diepen een duurzaamheidsthema uit voor het komende jaar. Bij het thema ‘afval’ organiseerden ze bijvoorbeeld een kledingruilbeurs, waarbij de leerlingen oude kleding konden inbrengen en iets anders uitkiezen. Ook gingen we naar het repaircafé, waarbij iedereen iets liet repareren. Zo brengen we hen in aanraking met alternatieven voor weggooien. Andere jaarthema’s waren ‘water’ en ‘energie’. De school stimuleert het om de kraan, lichten, computers en digiborden uit te doen als dat kan en doet altijd mee aan warmetruiendag. De leden van de Ecoraad geven als duurzaamheidsambassadeurs ook lesjes in andere groepen. En als ze naar groep 8 gaan, worden ze adviseurs voor de nieuwe Ecoraad. Voorwaarde voor het Eco-Schoolkeurmerk is dat duurzaamheid in je curriculum zit. Dus als we een les over energie doen, dan kiezen we een duurzaam perspectief. Onze drijfveer is dat we kinderen willen meegeven dat we de aarde niet moeten opsouperen. Soms is dat lastig: ík kan duurzaamheid wel belangrijk vinden, maar hoe maak ik dit onderwerp tot prioriteit van onze leerkrachten? Als zij privé in een vervuilende auto rijden of grote stukken vlees op hun bord willen, dan ga ik daar niet over. Het belangrijkst is dat we de kinderen bewust maken, want zij zijn over twintig jaar de beslissers.”

Inkoop
Naast gedragsverandering vindt Vos het belangrijk dat scholen milieubewust inkopen, vertelt hij. Maar: “Dat is nog niet eenvoudig, je belandt toch snel bij de grote leveranciers. We proberen wel om bijvoorbeeld voor sinterklaas iets te kopen dat wat langer meegaat. Ook vind ik een duurzaam schoolgebouw heel belangrijk. Ons schoolbestuur financiert zonnepanelen en laat zo zien dat ze duurzaam en maatschappelijk verantwoord willen werken. En bij een renovatie moesten we twee jaar geleden de puien vervangen. Van het hout dat daarin zat hebben we tafeltjes en bankjes laten maken voor ons leerplein. Zo denken we bij iedere beslissing na: wat kunnen we doen aan duurzaamheid?”

Duurzaam verkopen en adviseren
Obs Brederoschool in Groningen heeft een eigen winkeltje, het Gloeipunt. Leerlingen verkopen er duurzame maïspennen, beschilderde potjes met tuinkers, tasjes van chipszakjes, schaaltjes van oud tijdschriftenpapier en andere producten die ze zelf gemaakt hebben van spullen uit de natuur of die anders weggegooid zouden worden. De winst wordt besteed in de Wereldwinkel of aan honing van de imker. Naast tastbare producten kunnen buurtbewoners in het Gloeipunt terecht voor groene ideeën of advies. Andere leerlingen verzorgen rondleidingen: ze laten het groene dak zien, leggen uit wat flexibele zonnepanelen zijn en hoe je kunt isoleren. Directeur Marike Venema: “Onze school doet een doorlopend project, Bredero 3D Duurzaam. Dat betekent dat we op drie niveaus duurzaam bezig zijn. Het winkeltje en de rondleidingen zorgen voor duurzaamheid op het niveau van uitstraling. De meest zichtbare duurzaamheids-D zit in het gebouw: solar tubes, bewegingssensoren die verspilling van elektriciteit tegengaan, én we hebben een groen demonstratiedak met fijnstofabsorberende dakbedekking.” De derde duurzaamheidscomponent op de Brederoschool zit in het curriculum, vertelt Venema. “Hoe werken duurzame energiebronnen als zonne-energie, windenergie, waterkracht, aardwarmte en biogas? Wat doet de waterbesparende knop van de wc? We besteden in alle leerjaren veel aandacht aan het kweken van een onderzoekende houding. Zo bouwden leerlingen een waterrad om een lamp te laten branden. Omdat we duurzaamheid verweven met projecten en de lessen natuur, wetenschap en techniek, kost het nauwelijks extra tijd.”

Energiezuinig
Ook doet de Brederoschool mee aan de scholenwedstrijd Energy Challenges. Venema (Groenste Groninger in 2012): “We doen dit alles uit idealistische overwegingen: we willen de kinderen leren om zuinig te zijn op onze leefomgeving. Ook spelen we in op wat de maatschappij vraagt. We zijn een kennismaatschappij, en 21st century skills zoals samenwerken, onderzoeken en presenteren horen daarbij. Met onze wetenschappelijke benadering willen we de creatieve denkprocessen aanboren en stimuleren.” Gratis is het allemaal niet, vertelt de directeur. “Alleen al de aanpassingen aan het gebouw kostten 6 ton. Een forse subsidie van gemeente, provincie en bedrijfsleven maakten dit mogelijk. Maar ook zonder financiële middelen is het mogelijk om aandacht te besteden aan duurzaamheidthema’s. Zet de verwarming maar eens een halve graad lager.”

Meer weten?
www.eco-schools.nl
www.energychallenges.nl

Gepubliceerd op: 3 september 2015

Verschenen in

Thema's

Doelgroep(en)

Primair onderwijs, Speciaal onderwijs, Voortgezet onderwijs

 

Deel dit artikel

Op naar een integrale aanpak (Ontschotting in het sociale domein)