Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » Met een cijfer stopt voor leerlingen het leren
Experimenteren met andere vormen van feedback

Met een cijfer stopt voor leerlingen het leren

Auteur: Astrid van de Weijenberg

De kritiek op de toets- en cijfercultuur in het onderwijs neemt toe. We rekenen leerlingen en scholen af op cijfers, maar hoe betrouwbaar zijn die cijfers? En sporen ze leerlingen aan tot leren of ontmoedigen ze juist? Steeds meer scholen en leraren experimenteren met andere vormen van feedback.

Het boek ‘Cijfers geven werkt niet’ van Dylan Wiliam (2013) is een hit. De Nederlandse equivalent van Dominique Sluijsmans en René Kneyber – ‘Toetsrevolutie: naar een feedbackcultuur in het voortgezet onderwijs’ (2016) – kreeg veel aandacht. De Facebookgroep ‘Actief leren zonder cijfers’ heeft 2.300 leden. OCW organiseerde afgelopen november een bijeenkomst over formatief evalueren en lesgeven zonder cijfers. Er is een beweging gaande in het onderwijs om kritisch te kijken naar hoe we leerprestaties stimuleren en beoordelen. Meer formatief toetsen met rijke feedback die leerlingen verder helpt en minder summatief toetsen waarbij met het cijfer van de toets voor de leerling het leren eindigt.
 
Arbitrair
Cartesius 2, de dit schooljaar geopende Amsterdamse school voor havo en vwo, probeert het zoveel mogelijk zonder cijfers te doen. Directeur Martijn Meerhoff: “Cijfers claimen een accuraatheid die ze niet hebben. Ze zijn tamelijk arbitrair, terwijl er veel van afhangt voor leerlingen. Op onze school gaat daarom de aandacht naar feedback, naar formatieve assessments. Onze lessen duren 2,5 uur en worden door twee docenten gegeven. Binnen iedere les is er een formatief moment waarop leerlingen feedback krijgen, bijvoorbeeld via een online toets. Klassikale classroomassessments zijn natuurlijk het gemakkelijkst om de hele klas van feedback te voorzien, maar het gebeurt ook dat de docent langsloopt en inschat hoe ver een leerling is. Hij laat leerlingen bijvoorbeeld benoemen wat ze moeilijk vinden. We zijn dit jaar begonnen en het gaat steeds beter om te kijken door een formatieve bril. Doordat we met duo’s werken is er ook meer tijd tijdens de les om dat te doen. Bij een traditionele les van bijvoorbeeld zestig minuten is de tijd na opstarten, instructie en verdieping al om. Hoewel ik in Engeland zag dat ook binnen normale lestijd formatieve momenten mogelijk zijn.”
Dat wil niet zeggen dat Cartesius 2 helemaal zonder cijfers werkt. Meerhoff: “Wij werken met onvoldoende, voldoende en goed. En dat is natuurlijk niet echt een groot verschil met cijfers. Aan het eind van een periode komen ook wij met een summatief oordeel over het leerproces. Waar we naar toe willen, is dat we nog meer werken met rubrics (schematisch in rubrieken verduidelijken wat voor welk cijfer gepresteerd moet worden, red.). Zo kunnen we leerlingen laten zien wat we per leerdoel van ze verwachten.”
Formatieve feedback en differentiatie zijn, volgens Meerhoff, twee kanten van dezelfde medaille. “Als je geen gegevens hebt, is er geen zicht op welke vervolgactie er nodig is en dus geen differentiatie. Moeilijkheid daarnaast is dat differentiatie niet alleen nodig is op cognitief niveau, maar ook op gedrag en werkhouding. Daar zijn wij nog mee aan het worstelen.”
 
Alternatief
Dominique Sluijsmans, een van de auteurs van ‘Toetsrevolutie’ is lector Professioneel beoordelen aan de Zuyd Hogeschool in Zuid-Limburg. De tijdgeest is er om beoordelen structureel anders aan te pakken, denkt zij. “Op alle onderwijsniveaus dringt het besef door dat cijfers vaak tamelijk betekenisloos zijn. Maar het alternatief is nog niet heel duidelijk. Iedereen is zoekende. Ook de onderwijsinspectie. Die wordt vaak afgeschilderd als de boeman, maar mijn ervaring is dat ook de inspectie openstaat voor een andere manier van beoordelen. Scholen moeten de autonomie krijgen om te formuleren wat zij kwaliteit vinden en hoe ze dat inzichtelijk gaan maken.”
Ook Sluijsmans is van mening dat cijfers een schijnzekerheid geven. “Neem de gegevens uit leerlingvolgsystemen. We moeten die niet overschatten. Ze lijken harder dan de deskundigheid van de leraar, maar ik ben eigenlijk meer geïnteresseerd in die deskundigheid: wat heeft de leraar gezien van een leerling dat niet was te vangen in een toets? Een leraar heeft kennis en ervaring en observeert. Natuurlijk is dat subjectief, daarom moet je dat gevoel betrouwbaar maken door bronnen, door er over te ­praten met collega’s, door een dossier rijker te maken met een doorlopende lijn van onder- naar bovenbouw. ­
Daarvoor is een mix van methodes nodig en een mix van beoordelaars. De eindtoets hoef je van mij echt niet af te schaffen, maar het moet slechts een van de onderdelen zijn. Ook de dagelijkse observaties moeten op waarde geschat worden: kan een leerling zelfstandig werken, hoe gaat hij om met tegenslagen? Het dossier moet een soort reisverslag zijn, aan de hand waarvan je ook een rijk gesprek met ouders kunt voeren. Ik ben ervoor om de subjectiviteit te omarmen. Beoordelen is ongelooflijk ingewikkeld en het blijft mensenwerk.”
 
Leren voor een cijfer
‘Is dit voor een cijfer?’ Iedere docent ken de vraag. Behalve op Cartesius 2. Directeur Meerhoff heeft de vraag nog niet gehoord. “Leerlingen zijn er heus niet zelf opgekomen dat een cijfer belangrijk is”, bevestigt ook Sluijsmans. “Het onderwijs houdt dat zelf in stand, omdat we denken dat leerlingen anders niet leren. Een voldoende halen voor een toets vinden ze weliswaar belangrijk en het stimuleert, maar een leerling die continu slechte cijfers haalt, haakt af. In plaats van dat hij probeert te achterhalen waarom hij een 2 heeft. Ons systeem geeft weinig ruimte om daar anders mee om te gaan.”
In het boek ‘Toetsrevolutie’ staan de verhalen van diverse leraren die experimenteren met een andere manier van cijfers geven. Zo geeft geschiedenisdocent Arjan Moree nog maar één cijfer per periode. Moree krijgt nu niet meer de vraag ‘Waarom heb ik hier een 5 voor?’, maar vragen die ertoe doen. Zoals: ‘Ik begrijp niet precies waarom het Romeinse rijk ten val kwam, kunt u dat nog eens uitleggen?’
Wiskundedocent Wendy Hesta mag van de schoolleiding cijferloos werken in haar 4-vwo-klas: “Wat ik mijn leerlingen vooral wil bijbrengen is dat falen bij leren hoort. Ik wil ze niet afstraffen met een onvoldoende als ze iets verkeerd doen, ik wil juist dat ze het nog een keer proberen.”
Leraar Duits Matin Ringenaldus heeft de leerdoelen “heel concreet vertaald naar de leerlingen toe. Zij hebben een overzicht met wat ze allemaal moeten kunnen in het Duits: ‘Ik kan mezelf voorstellen’, ‘Ik kan een formulier invullen’, ‘Ik kan mezelf omschrijven’ of ‘Ik kan de tijd vragen.’ Op dat overzicht kan ik twee dingen invullen voor de leerling: ‘Kan ik goed’, of ‘Kan ik bijna’; dat laatste omdat ik naar de leerlingen wil uitstralen dat ze altijd iets geleerd hebben. Komend jaar gaan we de leerdoelen beschrijven in rubrics. We willen de huidige aanpak verbeteren, want we zijn er nog niet tevreden over.”
 
Inzichtelijke leerdoelen
Steeds weer komt in de verhalen terug dat leerlingen inzicht moeten hebben in de beoordelingscriteria, zodat ze weten wat er van ze verwacht wordt en waar ze zich in het leerproces bevinden. Niet alleen in het voortgezet onderwijs, ook in het basisonderwijs experimenteren leraren met deze vorm van zelfsturing.
In het vo is de toetsdruk op veel scholen groter dan in het basisonderwijs, is de mening van Gerdineke van Silfhout, taalexpert en leerplanontwikkelaar bij SLO. Na zes weken vo weten leerlingen niet beter. “Cijfers helemaal afschaffen werkt niet als je daar niet iets tegenover zet”, vindt Van Silfhout. “Het gaat vooral om communicatie, een gesprek met de leerling over het hoe en waarom van leren en evalueren. Wat zijn je leerdoelen? Waar sta je ten opzicht van die leerdoelen? Hoe denk je dat aan te pakken? Op scholen als RSG Slingerbos in Harderwijk en de Nieuwste School in Tilburg gaan docenten over deze vragen in gesprek met hun leerlingen.”
Waarom zijn leerlingen in Nederland zo ongemotiveerd, zoals blijkt uit OESO-onderzoek, vraagt Van Silfhout zich af. “Constant prestatiedruk, constant kunnen falen: wat doet dat met een kind? Ik ben helemaal niet tegen een toetsmoment of een cijfer geven. Maar hoe zinvol is het als ik op een toets geen feedback krijg? Hoe draagt dat bij aan mijn leren?” Het is niet zo eenvoudig om de toetscultuur te veranderen, vindt ze. “Trek je aan toetsen, dan beïnvloedt dat alle onderdelen. Welke stof bied je aan en hoe? Hoe geef je feedback? Wat doe je vervolgens aan het overladen curriculum?” Het zijn vragen die ook aan bod komen in de twee leernetwerken die Van Silfhout vanaf maart begeleidt met de VO-raad en waaraan 23 scholen meedoen. Verminderen van toetsen met enkel een cijfer is geen wondermiddel, maar een startpunt om veel verschillende aspecten van het onderwijs aan te pakken.
 
Meer weten?
Een pdf-versie van het boek ‘Toetsrevolutie: naar een feedbackcultuur in het voortgezet onderwijs’ (2016) is gratis te downloaden via www.toetsrevolutie.nl

Gepubliceerd op: 10 februari 2017

Verschenen in

Kader Primair 6 (2016-2017) (Verder in dit nummer)

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Naar andere schooltijden, en dan? (Herziene versie september 2018)