Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » ‘Meer wijkverbinding als speerpunt’
Gelijke kansen begint met zicht op schoolpopulatie

‘Meer wijkverbinding als speerpunt’

Auteur: Lisette Blankestijn

Kinderen met dezelfde talenten krijgen niet altijd dezelfde kansen in het onderwijs. Afgelopen najaar presenteerde OCW een actieplan: een pakket maatregelen om kansen­ongelijkheid tegen te gaan. De AVS pleit onder andere voor een aanpak die niet te veel van bovenaf is opgelegd maar ruimte biedt voor eigen initiatieven van scholen. ‘Laat het geen tanker zijn maar 7.000 speedbootjes’. Er varen al diverse speedbootjes rond.

Het is het eerste wat je ziet als je binnenloopt bij basisschool Don Sarto in Tilburg (impulswijk Groenewoud): de Taaltuin. Het ruikt er naar kerst. Een klein lokaal vol met alledaagse voorwerpen en vooral: veel taal. In letters op de voorwerpen geplakt (gieter, kerstbal). En aan de muur op bordjes. Lachen. In de lach schieten. Leerlingen uit groep 4 die extra ondersteuning nodig hebben komen hier twee dagdelen per week taal leren, proeven, ruiken. Samen pepernoten bakken, maar eerst een boodschappenlijstje maken, naar de winkel, het recept lezen. Voor oudere leerlingen is er een verlengd dagarrangement met iPads: het Taalpadtraject. En zo biedt de school tal van activiteiten om leerlingen met een achterstand extra te helpen. “Veel van onze kinderen krijgen thuis te weinig educatieve ondersteuning. We financieren dit alles met impulsgelden en een vergoeding uit de Lokale Educatieve Agenda (LEA)”, vertelt directeur Ludy Meister.
 
Wijkpopulatie in kaart
Meister weet vrij precies wat zijn leerlingen nodig hebben: een locatieplan brengt de schoolpopulatie in kaart. Verschillende partijen leverden daarvoor input, van consultatiebureaus tot sociaal-maatschappelijk werk. Daardoor heeft hij een goed beeld van de wijk, de locatie en de leerlingen. “Er is heel veel informatie beschikbaar, en die is nu gebundeld. De GGD weet bijvoorbeeld dat 23 procent van onze leerlingen overgewicht heeft, en ook dat 96 procent van de ouders vindt dat zij hun kinderen goed opvoeden. Daardoor realiseer ik me dat we de ouders erbij moet betrekken als we iets aan de gezondheid van de kinderen willen doen.” Het belang van inzicht in de eigen schoolpopulatie wordt ook genoemd in een AVS-brief aan de Kamer met een aantal extra perspectieven ter aanvulling op het actieplan van OCW. Meister vertelt dat het locatieplan hem onder andere leert dat veel van zijn leerlingen opgroeien in een taalarme omgeving en onvoldoende structuur en begeleiding krijgen. En dat door verkeersonveiligheid veel kinderen niet zelf naar school kunnen fietsen of lopen, of vrij kunnen buitenspelen. Uit de contacten met de wijkpartners volgden zeventien ambities. Die vertaalde de school naar drie speerpunten: lezen, taal en sociale vaardigheden. “Ik kan nu zelf kijken: wat hebben de kinderen van onze school nodig? Voorheen bepaalde de gemeente voor ons wat belangrijk was.”
 
Scholen in de lead
‘Meer wijkverbinding’ is inderdaad een van de nieuwe speerpunten in Tilburg, vertelt Pieter Jansen. Hij is directeur van onderwijscoöperatie T-Primair, koepel van de Tilburgse schoolbesturen. “Alle scholen stellen zo’n locatieplan op. De locatiedirecteuren van de scholen en kinderopvang hebben de regie. Behalve dat scholen zich meer bewust zijn van hun omgeving, versterken we ook de samenwerking tussen po en voor- en naschoolse opvang, zetten we in op brede talentontwikkeling en een betere overgang tussen po en vo. De LEA-gelden gaan voortaan als lumpsum naar ons, T-Primair. De besturen bepalen met de directeuren hoe die verdeeld worden. Samen met de kinderopvang bepaalt de school welke thema’s prioriteit verdienen, gebaseerd op informatie uit het locatieplan. Scholen vinden het fijn dat ze nu in de lead zijn vanuit een wezenlijke externe gerichtheid. Daardoor kunnen ze hun omgeving beter benutten. Bijvoorbeeld met groene leerroutes, waarbij kinderen rekenen en taal oefenen door buiten te zijn. In de brede scholen kunnen ouders ’s ochtends eerst hun kleinste kroost wegbrengen, om daarna met hun wat oudere kinderen naar de klas te gaan. Zo blijven ze betrokken.”
 
Leersfeer thuis
Het actieplan gelijke kansen van OCW gaat uitvoerig in op de verantwoordelijkheid en rol van ouders waar het gaat om het studiesucces van hun kinderen. Ouders wie het ontbreekt aan vaardigheden of middelen om die taak goed te kunnen vervullen, moeten ondersteuning krijgen. In Apeldoorn-Zuid gaat Stichting XYZ als externe partij met leerlingen, scholen én ouders aan de slag. Voorzitter Mehmet Okuducu: “We geven kinderen van ouders met een laag opleidingsniveau een duwtje in de rug. We maken hun ouders bewust van het belang van een rustige studieplek, een leersfeer thuis en betrokkenheid bij het leerproces van hun kind. We helpen hen bij het bekijken van de cijfers in Magister en het lezen van een rapport, maar leren hen ook interactief voorlezen.”
XYZ benadert daarnaast via de ouders de school over de begeleidingsbehoefte van het kind. Okuducu: “Basisschoolleerlingen ondersteunen we op het gebied van taal, rekenen en sociale vaardigheden. Voor leerlingen die extra uitdaging kunnen gebruiken is er een apart programma. Vo-leerplingen kunnen bij ons huiswerk maken en we volgen hun thuissituatie. We houden de lijntjes kort. ‘Hé, waarom had je een onvoldoende voor dat vak? Had je niet goed geleerd of snap je het niet?’ Zo voorkomen we dat leerlingen doubleren of afstromen. We krijgen financiële steun van een aantal fondsen en ook de gemeente erkent ons inmiddels.”
 
Grotere wereld
De AVS vraagt in haar brief aan de Tweede Kamer ook aandacht voor breed vormende activiteiten. Op obs Het Galjoen in Den Haag is men daar al druk mee bezig. Toen Isolde van Liefland anderhalf jaar geleden directeur werd, besteedde de school voornamelijk aandacht aan taal en rekenen. Van Liefland: “Ik wilde meer kijken naar de totale ontwikkeling van de kinderen. Die vraag kwam ook vanuit sommige ouders: konden we niet wat meer bieden? Daarom proberen we de wereld van onze leerlingen wat groter te maken. Leerlingen volgen schaaklessen, in groep 5 leren ze een klassiek muziekinstrument spelen en we verzorgen theaterlessen. We werken veel samen met het buurthuis. Voor de bovenbouwleerlingen willen we met buddy’s gaan werken: hogeropgeleide jongeren uit de wijk die als rolmodel kunnen dienen. Want over sommige leerlingen maak ik me wel zorgen: als die geen steun krijgen is de kans groot dat ze later uitvallen op school en verkeerde dingen gaan doen.” Vier op de tien moeders heeft alleen de basisschool gedaan, soms niet eens afgemaakt.
 
Transvaal Universiteit
Naast al deze activiteiten biedt Het Galjoen de Transvaal Universiteit (in navolging van de Schilderswijk en Escamp University in Haagse achterstandswijken, red.). Elke zaterdagmorgen krijgt een klas leergierige kinderen les over onderwerpen als media, rechtspraak, kunst en cultuur, vertelt Van Liefland. “We leren hen ook hoe je je in de wereld beweegt. Zo hadden we een bijeenkomst met de wethouder. Hoe gedraag je je dan? Wat zeg je en wat doe je als er een schaal hapjes langskomt? Als ze dat soort dingen niet leren, lopen ze daar later op vast. De leerlingen zijn geselecteerd op basis van motivatie. Ik zou makkelijk drie extra groepen kunnen vullen, maar dat lukt niet van het huidige gemeentebudget. Zo’n groep kost 10.000 euro per jaar.” _

Meer weten?
www.gelijke-kansen.nl
www.palet013.nl/locatieplannen (vrij beschikbaar voor heel Nederland)
www.stichtingxyz.nl
Facebook > Transvaal Universiteit
www.avs.nl/artikelen/ocwpresenteertactieplanenalliantievoorgelijkekansen

De AVS schreef naar aanleiding van het actieplan gelijke kansen een brief naar de Tweede Kamer. Ze benadrukt daarin onder meer het prioriteren van taalvaardigheid en schetst meerdere ingangen voor het stimuleren van kansengelijkheid (zie ook pagina 39).

Actieplan gelijke kansen & gelijke kansen alliantie
Minister Bussemaker en staatssecretaris Dekker presenteerden eind oktober 2016 het actieplan Gelijke kansen. Dit plan benoemt maatregelen als het verbeteren van overgangen tussen schoolsoorten en tussen po en vo, het beter toerusten van ouders en bewustwording bij alle betrokkenen. Ook biedt het plan ruimte om te experimenteren, met een investering van 87 miljoen euro de komende drie jaar. Het plan werd gelanceerd bij de aftrap van de Gelijke ­Kansen Alliantie, een samenwerkingsverband van leraren, ouders, scholen, werkgevers en maatschappelijke organisaties. De AVS onderschrijft het actieplan en is betrokken bij de verdere aanpak.
 
Ludy Meister, schoolleider Don Sarto: “Vooral bij de start van het vo hebben kinderen extra begeleiding nodig, zoals een huiswerkklas. Wie gaat dat betalen? Ook is het voor onze populatie belangrijk dat het minder kostbaar wordt om naar het mbo te gaan. Ik vind het actieplan te veel ingestoken op het voortgezet onderwijs.”
 
Pieter Jansen, directeur T-Primair: “De middelen zijn uitgesmeerd over jeugd van 0 tot 24 jaar. Als we echt willen experimenteren is er meer financiële ruimte nodig. Zeker in het basisonderwijs, dat al weinig vlees op het bot heeft. Bovendien: het eigenaarschap voor verbetering en ontwikkeling moet in de school en de wijk liggen, niet alleen bij de landelijke overheid. Daarbij hebben we ook mensen met een welzijnsachtergrond nodig. Want als de thuissituatie niet op orde is, hebben interventies op school weinig effect.”
 
Mehmet Okuducu, voorzitter stichting XYZ: “Het is goed dat er aandacht is voor de begeleiding van laagopgeleide ouders.
Voor de meeste scholen is het lastig om allochtone ouders en ouders met een lage sociaaleconomische status te bereiken. Ik denk wel dat er meer ingezet moet worden op gepersonaliseerd leren en flexibilisering.”
 
Isolde van Liefland, schoolleider Het Galjoen: “Het actieplan besteedt terecht aandacht aan de onderwijskwaliteit door een impuls te geven aan de voor- en vroegschoolse educatie. Vooral effectieve taalstimuleringsprogramma’s, de verbetering van scholing voor medewerkers en leraren en lerende gemeenschappen zullen de kansen voor onze kinderen vergroten. Ik verwacht dat het een groot verschil maakt als ik leerkrachten meer kan vrijroosteren om lesaanbod te ontwerpen dat afgestemd is op de leerbehoefte van onze leerlingen.”

Gepubliceerd op: 9 januari 2017

Verschenen in

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Integrale Kindcentra, handboek voor directeuren en bestuurders