Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Artikelen » Meer ondersteuning in de school echt nodig
Bespreking Onderwijsbegroting in Tweede Kamer - 31 oktober

Meer ondersteuning in de school echt nodig

De loonkloof tussen basis- en voortgezet onderwijs moet gedicht worden en het lerarentekort opgelost. Meer geld voor zij-instromers en het aanstellen van conciërges. Besturen moeten inzichtelijk maken waar zij geld aan uitgeven. Deze onderwerpen kwamen onder andere aan bod tijdens het debat over de Onderwijsbegroting op 30 oktober in de Tweede Kamer. AVS-voorzitter Petra van Haren: “Er is op heel veel scholen nog altijd geen conciërge of administratieve ondersteuning. Dat kan echt niet en maakt dat hoog opgeleide professionals hun tijd ook moeten besteden aan het opvangen van deze taken.”

Diverse onderwerpen passeerden de revue, zoals het lerarentekort en meer ondersteuning in de school. Het CDA gaf aan structureel meer geld te wilen voor zij-instromers. GroenLinks pleitte voor het inzetten van de ‘stille reserve’, mensen die wel een onderwijsbevoegdheid hebben, maar niet (meer) voor de klas staan. En vraagt zich af wat er gebeurt als de wettelijk verplichte samenwerkingsverbanden afgeschaft worden en scholen zelf kiezen hoe ze willen samenwerken. GroenLinks en PvdA willen dat het kabinet meer geld beschikbaar stelt voor conciërges. We hebben een 'deltaplan met innovatieve ideeën' nodig om te voorkomen dat scholen leerlingen naar huis moeten sturen, geeft de PvdA aan. Op korte termijn denkt Van den Hul aan het dichten van de loonkloof tussen basis- en voortgezet onderwijs en het creëren van meer carrièremogelijkheden voor leraren. CDA en D66 willen dat minister Slob bekijkt of een deel van de 263 miljoen van de prestatiebox vanaf 2020 verantwoord ingezet kan worden om de salarissen van basisschoolleraren te verhogen en zo het verschil met het vo te verkleinen.
Hoewel dit kabinet veel extra geld uittrekt voor onderwijs, signaleert Van Meenen (D66) dat het draagvlak voor onderwijsinvesteringen afneemt doordat onvoldoende inzichtelijk is wat er met het geld gebeurt. Besturen moeten daar transparanter over zijn, aldus de D66-woordvoerder.

Reactie AVS:

Autonomie en lumpsum

In de diverse uitingen rond de onderwijsbegroting laten steeds meer politici een kritische houding zien ten aanzien van de vrijheid van besturen en besteden in de sector. AVS-voorzitter Petra van Haren pleit voor het behoud van de autonomie die hoort bij het financieringsmodel van lumpsum. Zij vindt het daarbij een goede ontwikkeling dat schooldirecteuren in samenspraak met hun team meer invloed krijgen op de bestedingen van middelen en ook dat daarbij diversiteit in scholen kan zijn. Juist de schooldirecteuren zijn het leiderschapsteam met het bestuur en weten dus ook wat bestuurlijk de belangrijke afwegingen zijn. De manier waarop de werkdrukmiddelen worden besteed, zijn een mooi voorbeeld van een dergelijke werkwijze. Tegelijkertijd wil zij waken voor eendimensionale beeldvorming met betrekking tot besturen die geld zouden oppotten. Besturen zijn eindverantwoordelijk voor een kwalitatieve onderwijsorganisatie en een gezonde financiële huishouding. Dit betekent dat er handelingsvrijheid nodig is om dit goed te kunnen inrichten en daarbij ook schooloverstijgende afwegingen te kunnen maken. Het bestuur dekt de risico’s af die de kwaliteit en continuïteit in gevaar kunnen brengen, en daar horen ook gezonde reserves bij.

Positionering schoolleider

Op schoolniveau is de eindverantwoordelijkheid gemandateerd aan de schooldirectie. Het is dus niet de overheid die moet gaan bepalen waar geld aan moet worden uitgegeven, omdat juist de lokale verschillen in wat er nodig is heel groot zijn. Besturen en schoolleiders weten het beste wat er nodig is in hun organisatie. Wel vindt Van Haren het terecht dat er scherp wordt ingestoken op het afleggen van verantwoording. Het mag volstrekt helder zijn waaraan publiek geld wordt besteed. Hierbij wil zij waken voor alleen de financiële maat, maar juist ook schoolkwaliteit afmeten aan optimale ontwikkeling en welbevinden van leerlingen en goed werkgeverschap ten behoeve van onderwijskwaliteit. Knellende, vaak generieke richtlijnen vanuit Den Haag, zullen juist leiden tot verstarring, terwijl er voor goede onderwijsontwikkeling vooral brede kaders nodig zijn met regelluwe insteek op details en uitwerking. Zij pleit dan ook voor vertrouwen in de sector met een scherpe aanspreekcultuur en duidelijk belegde verantwoordelijkheden. Hierbij is een betere positionering van de schoolleider als operationeel werkgever van groot belang.

Voldoende ondersteuning

Verder houdt Van Haren vast aan de claim van de AVS dat er meer erkenning en waardering voor schoolleiders moet zijn. Er moet voldoende ondersteuning in de school zijn en er is ruimte c.q. tijd nodig voor innovatie. Dat vraagt om investeringen. Door de krapte van budgetten is dit nauwelijks in te richten. Er is op heel veel scholen nog altijd geen conciërge of administratieve ondersteuning. Dat kan echt niet en maakt dat hoog opgeleide professionals hun tijd ook moeten besteden aan het opvangen van deze taken. De AVS steunt de oproep van de PO-Raad voor een gedegen onderzoek naar de berekeningen van wat er nodig is aan de bekostigingskant.

De AVS vindt dat bij sectorafspraken de schoolleiders formeel vertegenwoordigd moeten zijn. Deze zienswijze wordt inhoudelijk ondersteund door het recente rapport van de Onderwijsraad ‘Een krachtige rol voor schoolleiders’.

De behandeling van de begroting wordt op 1 november voortgezet.

Downloads en links
Gepubliceerd op: 31 oktober 2018

Doelgroep(en)

Primair onderwijs

 

Deel dit artikel

Zicht op pensioen (Herziene versie maart 2018)