Foutmelding

  • Warning: array_flip(): Can only flip STRING and INTEGER values! in DrupalDefaultEntityController->load() (regel 175 van /var/www/vhosts/nieuwavs.nl/httpdocs/includes/entity.inc).
  • Warning: array_flip(): Can only flip STRING and INTEGER values! in DrupalDefaultEntityController->cacheGet() (regel 388 van /var/www/vhosts/nieuwavs.nl/httpdocs/includes/entity.inc).
Zie deze pagina Klik hier om meer te weten te komen
Waarom niet hier checken pillen-zonder-voorschrift.com
Home » Vereniging » Helpdesk » Veel gestelde vragen » Levensloopregeling - Vorm


Veel gestelde vragen - Levensloopregeling - Vorm

Auteur: AVS Helpdesk

Hoe ziet de levensloopregeling er voor het voortgezet onderwijs uit?De levensloopregeling maakt onderdeel uit van de CAO VO.De volgende teksten zijn opgenomen in de CAO VO15.2.b. Verlof in het kader van de levensloopregeling1   Het verlof dient tenminste twee maanden van tevoren schriftelijk bij de werkgever kenbaar te worden gemaakt.2     In afwijking van het gestelde in lid 1 geldt voor de verlofsoorten opgenomen incombinatie met (on)betaald ouderschapsverlof en/of zorgverlof wat hierover in de Wet Arbeid en Zorg en in de CAO VO is bepaald.3     De werkgever stemt in met de verlofaanvraag, tenzij een zodanig zwaarwegend instellings- of onderwijsbelang zich tegen het verlof verzet, dat het belang van de werknemer daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken.4     Ingeval de werkgever niet instemt met de verlofaanvraag, deelt de werkgever datschriftelijk en gemotiveerd binnen 2 weken na ontvangst van het verzoek mee. Er wordt dan in overleg met de werknemer naar een alternatief gezocht.5     De periode van verlof duurt tenminste twee maanden en maximaal twaalf maanden.Uitgezonderd op dit lid is verlof als bedoeld onder lid 2 dan wel verlof directvoorafgaand aan de pensioendatum.15.2.c Ziekte tijdens de verlofperiode / bijzondere omstandigheden alsbedoeld in artikel 9.2.b.1   De werknemer heeft in geval sprake is van ziekte, het recht om de opname van hetlevenslooploon tussentijds op te schorten, dan wel in te trekken en op een andertijdstip opnieuw aan te vragen.2   Dit recht ontstaat zodra de ziekte, vanaf de eerste dag waarop de werknemer ditbij de werkgever heeft aangemeld, aansluitend twee weken heeft geduurd. Dewerknemer dient hiertoe een geldige medische verklaring, ondertekend door eenarts, te overleggen. Vanaf het moment dat de verlofovereenkomst wordt opgeschortgelden de afspraken bij de werkgever in het kader van de loondoorbetalingbij ziekte en re-integratie.3     Indien de werknemer ziek wordt voordat het verlof ingaat wordt het verlof eveneensopgeschort zodra de ziekte vanaf de eerste dag waarop de werknemer dit bijde werkgever heeft aangemeld, aaneengesloten twee weken heeft geduurd.4     Voor de duur van het zwangerschaps- en bevallingsverlof wordt het levensloopverlofopgeschort. 15.2.d Pensioenpremie in het kader van levensloopverlofsparenIn het kader van de levensloopregeling geldt dat tijdens de periode dat de werknemerspaart voor zijn levenslooptegoed over zijn gehele brutoloon op de gebruikelijke wijze door de werkgever en werknemer wordt bijgedragen aan de kosten vande pensioenopbouw. 15.4Voorwaarden ten aanzien van het lang buitengewoon verlofVoor het verlof als bedoeld in de artikelen 15.2b, 15.3 en en 15.5 geldt dat:a. het wordt verleend zonder behoud van bezoldiging,b. de pensioenpremie tijdens het verlof geheel voor rekening komt van de  werknemer, tenzij de werkgever anders beslist,c. ten aanzien van aanwezigheid gerelateerde (on)kostenvergoedingen, zoals tegemoetkoming woon-werkverkeer, reiskostenvergoedingen, en incidentele toeslagen worden tijdens de (deeltijd)verlofperiode dezelfde regels toegepast als bij (langdurige) arbeidsongeschiktheid. De betaling zal worden gestopt/aangepast wanneer de (deeltijd) verlofperiode meer dan 30 werkdagen bedraagt,d. over de opgenomen uren verlof geen opbouw van vakantie, vakantie-uitkeringen eindejaarsuitkering plaats heeft,e. over de opgenomen verlofuren geen aanwezigheidsgerelateerde toelagen worden betaald, zoals de toelage in verband met onregelmatige dienst en de waarnemingstoelage,f. de werknemer gedurende de verlofperiode verzekerd is krachtens de werknemersverzekeringen (ZW, WIA, WW), krachtens de Wet onbetaald verlof en sociale verzekeringen,g. de werknemer aanspraak behoudt op de inkomensafhankelijke werkgeversbijdrage in de zorgverzekeringspremie indien hij tijdens het verlof loon (met name levenslooploon) ontvangt via de werkgever,h. afspraken die tussen de werknemer en de werkgever gemaakt worden inzakehet verlof schriftelijk worden vastgelegd voordat het verlof in gaat.Voorbeeldregeling, opgesteld door de VO-raad voor haar leden en toelichting Format voorbeeldregeling LEVENSLOOPREGLEMENT[naam werkgever]Artikel 1 DefinitiesIn deze regeling wordt verstaan onder: CAO: de collectieve arbeidsovereenkomst van [naam CAO]Werkgever: [naam werkgever]Werknemer: Personen die een dienstverband hebben bij [naam werkgever].Deelnemer: de werknemer die aan de levensloopregeling deelneemt.Levensloopregeling: Een door [naam werkgever] gefaciliteerde regeling met alsdoel het treffen van een voorziening in geld uitsluitend voor het opnemen van een periode van onbetaald verlof.Levensloopinstelling: Een door de werknemer gekozen kredietinstelling of verzekeraar als bedoeld in artikel 19g,derde lid van de Wet op de Loonbelasting 1964.Levenslooprekening: Een geblokkeerde rekening op naam van de werknemer bij een      levensloopinstelling waar een levenslooptegoed wordt opgebouwd.Levensloopverzekering: Een verzekering op naam van de werknemer bij een      levensloopinstelling waar een levenslooptegoed wordt opgebouwd.Levenslooptegoed: De in een levensloopregeling opgebouwde voorziening in geld,                      vermeerderd met de daarop gekweekte inkomsten en de daarmee behaalde rendementen, waarover mag worden beschikt ten behoeve van levenslooploon tijdens onbetaald verlof.Levenslooploon: Het loon afkomstig uit het levenslooptegoed dat via de werkgever aan de deelnemer op diens verzoek tijdens onbetaald verlof wordt uitgekeerd.Jaarinkomen Het jaarinkomen dat als norm dient voor het levenslooptegoed, zijnde het maand-/schaalsalaris vermeerderd met de vakantie-uitkering, de structurele eindejaarsuitkering, eventueel de specifieke eindejaarsuitkering voor OOP/personeel en andere in de betreffende cao vastgelegde structurele inkomenscomponenten (uitlooptoeslag, bindingstoelage,etc.). Artikel 2 WerkingssfeerDe levensloopregeling staat per 1 januari 2006 open voor alle werknemers die een dienstverband met [naam werkgever] hebben.Artikel 3 Aanvraag opbouw levenslooptegoedDe werknemer kan éénmaal per jaar een aanvraag indienen.De per kalenderjaar te sparen voorziening in geld bedraagt ten hoogste 12 procent van het jaarinkomen van dat jaar.Het in het tweede lid bedoelde maximumpercentage geldt niet voor de werknemer die is geboren tussen 1 januari 1950 en 1 januari 1955.Artikel 4 Procedurele afspraken omtrent levensloopinleg1.    De in artikel 3 genoemde aanvraag moet elk jaar opnieuw worden ingediend en dient de volgende gegevens te bevatten:    a.     de levensloopinstelling;b.     het nummer van de levenslooprekening of het (polis)nummer van de levensloopverzekering;c.      welke bedrag wordt ingelegd;d.     of vorengenoemd bedrag eenmalig, en in welke maand, dan wel maandelijks moet  worden ingelegd;e.      de begin en einddatum van de inlegperiode indien gekozen is voor de maandelijkse inleg,f.       een verklaring van de deelnemer waaruit blijkt:                                               i.           dat hij bekend is met de inhoud van deze Levensloopregeling;                                             ii.           of hij in een of meer inmiddels beëindigde dienstbetrekkingen een levenslooptegoedheeft opgebouwd en wat de omvang daarvan is op 1 januari van het kalenderjaar van de ondertekening van deze verklaring;                                           iii.           dat hij geen voorziening ingevolge deze regeling opbouwt in het  kalenderjaar waarin hij bij een inhoudingsplichtige loon spaart ingevolge een spaarloonregeling als bedoeld in artikel 32 van de Wet op de loonbelasting 1964;                                           iv.           dat hij ermee instemt dat zijn hele of gedeeltelijke levenslooptegoed aan de werkgever wordt uitgekeerd in situaties als bedoeld in de artikelen 5 lid 7 en 6 lid 3 van deze regeling;                                             v.           dat hij ermee instemt dat de levensloopinstelling aan de werkgever informatie over de omvang van het levenslooptegoed verstrekt.2.  Indien het een eerste aanvraag betreft dan gaat deze vergezeld van een verklaring van de levensloopinstelling waaruit blijkt dat deze instelling:a.     ten aanzien van de levenslooprekening of de levensloopverzekering conform het          gestelde in deze regeling en de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 zal handelen;b.     de levensloopinstelling aan de werkgever aan het begin van elk kalenderjaar een          opgave zal verstrekken van het levenslooptegoed op 1 januari van dat jaar.3. Indien in één of meer inmiddels beëindigde dienstbetrekkingen een levenslooptegoed is opgebouwd: een verklaring van de levensloopinstelling waar dat tegoed is opgebouwd, waarin wordt aangegeven hoeveel kalenderjaren de deelnemer heeft gespaard, in welke kalenderjaren en tot welke bedragen in die jaren een voorziening in geld ten behoeve van levensloopverlof is uitgekeerd, het saldo aan nog op te   nemen levensloopheffingskorting en het saldo aan opgebouwde levenslooptegoed op 1 januari van het lopende kalenderjaar.4. De aanvraag als bedoeld in artikel 3 wordt tenminste twee kalendermaanden voorafgaand aan de maand waarin de eerste levensloopinleg moet plaatsvinden, ingediend. Artikel 5 Specifieke bepalingen omtrent levensloopinleg1.  De werkgever kent op basis van de hem bekende gegevens binnen 30    kalenderdagen na datum van indiening de in artikel 3 bedoelde aanvraag toe, tenzij het levenslooptegoed, vermeerderd met het levenslooptegoed uit een of meer inmiddels beëindigde dienstbetrekkingen op 1 januari gelijk is aan of meer bedraagt dan 2,1 maal het jaarinkomen over het voorafgaande kalenderjaar.2. Voor de toepassing van het eerste lid mag een salarisvermindering buiten beschouwing blijven, voor zover deze het gevolg is van het aanvaarden van een deeltijdfunctie of een lager gekwalificeerde functie in de periode die aanvangt tien jaar direct voorafgaand aan de in het pensioenreglement van de stichting pensioenfonds ABP vastgestelde ingangsdatum van het pensioen, mits de omvang van het dienstverband in geval van het aanvaarden van een deeltijdfunctie niet lager is dan 50% van de omvang van het oorspronkelijke dienstverband.3.a. De deelnemer kan een schriftelijk verzoek doen, met redenen omkleed tot wijziging van de aanvraag als bedoeld in artikel 4 lid 1 onder a t/m f . De werkgever kent dit verzoek toe.b. De deelnemer kan ten allen tijde verzoeken om de inhoudingen en stortingen te beëindigen op de eerstvolgende inlegdatum als bedoeld onder artikel 4 lid 1 onder d die volgt op de datum van zijn verzoek.4. De inleg als bedoeld in artikel 4 lid 1 onder d wordt door de werkgever gestort op de      levensloopregeling dan wel overgemaakt als premie voor de levensloopverzekering5. De inleg als bedoeld in artikel 4 lid 1 onder d wordt door de werkgever gestort op de levenslooprekening dan wel overgemaakt als premie voor de levensloopverzekering, zoveel mogelijk in de maand die door de deelnemer in artikel 4 lid 1 onder d. is aangegeven.6. Het is de deelnemer niet toegestaan gelden rechtstreeks op zijn levenslooprekening of levensloopverzekering te storten of te doen storten.7.  Indien in een kalenderjaar het geld dat gedurende dat kalenderjaar is ingelegd meer          bedraagt dan 12 procent van het jaarinkomen, wordt het bovenmatige gedeelte door de levensloopinstelling aan de werkgever uitgekeerd en vervolgens door de werkgever als salaris aan de deelnemer uitgekeerd. Artikel 6 Het levenslooptegoed1. Over het levenslooptegoed wordt uitsluitend beschikt:a.      ten behoeve van de uitbetaling van levenslooploon,b.     ten behoeve van het levenslooptegoed in een aanspraak als bedoeld in artikel 16.6      van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP, mits na de omzetting de aanspraak nog blijft binnen de in of krachtens hoofdstuk IIB van de Wet op de loonbelasting 1964 gestelde grenzen.2. Het levenslooptegoed mag op geen enkele wijze worden afgekocht, vervreemd,   prijsgegeven dan wel formeel of feitelijk als voorwerp van zekerheid anders dan ten         behoeve van de in artikel 61k van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 bedoelde verpanding worden aangeboden.3. In afwijking van het tweede lid mag het levenslooptegoed wel worden afgekocht bij beëindiging van de dienstbetrekking, voor zover de levensloopregeling die de deelnemer heeftafgesloten bij de levensloopinstelling daar in voorziet.4. In aanvulling op lid 3 geldt dat als de levensloopregeling van de levensloopinstelling         voorziet in de mogelijkheid van afkoop bij beëindiging van de dienstbetrekking, de          deelnemer het afgekochte levenslooptegoed fiscaal neutraal mag overboeken naar een op grond van deze regeling geopende levenslooprekening of levensloopverzekering.Artikel 7 Procedurele afspraken omtrent levensloopopname1. De werkgever stemt in met de verlof aanvraag, tenzij een zodanig zwaarwegend   instellings- of onderwijsbelang zich tegen het verlof verzet, dat het belang van de     werknemer daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken.2. a. Het voornemen om verlof op te nemen dient tenminste twee maanden van tevoren schriftelijk bij de werkgever kenbaar te worden gemaakt;b. in afwijking van het gestelde in lid a geldt voor de verlofsoorten opgenomen in combinatie met (on)betaald ouderschapsverlof en zorgverlof wat hierover van toepassing is in de Wet Arbeid en Zorg en in de CAO VO is bepaald.3. In geval de werkgever niet instemt met de verlofaanvraag, deelt de werkgever dat             schriftelijk en gemotiveerd binnen 2 weken na ontvangst van het verzoek mee. Er wordt dan in onderling overleg naar een alternatief gezocht.4. De periode van verlof duurt tenminste twee maanden en maximaal twaalf maanden.Uitgezonderd op dit lid is verlof als bedoeld onder lid 2b dan wel verlof direct voorafgaand aan de pensioendatum.5. In onderling overleg kunnen werkgever en deelnemer van dit artikel afwijkende     afspraken maken. Artikel 8 Gevolgen volgen voor arbeidsvoorwaarden deelnemer1. Pensioenregelinga. Tijdens de periode dat de deelnemer spaart voor zijn levenslooptegoed wordt over zijn gehele brutoloon op de gebruikelijke wijze door de werkgever en de deelnemer           bijgedragen aan de kosten van de pensioenopbouw.b. De deelnemer blijft het eerste jaar van de voltijd/deeltijd verlofperiode verplicht             deelnemer bij het ABP waarbij de verlofperiode geldt als diensttijd voor de         pensioenopbouw.c. Tijdens de voltijd/deeltijdperiode verlofperiode betaalt de deelnemer zowel het         werkgevers-, als het werknemersdeel van de pensioenpremie.2. Ten aanzien van aanwezigheid gerelateerde (on)kostenvergoedingen, zoals          tegemoetkoming woon-werkverkeer, reiskostenvergoedingen, en incidentele   toeslagen worden tijdens de (deeltijd)verlofperiode dezelfde regels toegepast als bij (langdurige) arbeidsongeschiktheid. Betaling zal worden gestopt/aangepast wanneer de (deeltijd) verlofperiode meer dan 30 werkdagen bedraagt.3. Over de opgenomen uren levensloopverlof heeft geen opbouw van vakantie, vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering plaats.4. Over de opgenomen verlofuren worden geen aanwezigheidsgerelateerde toelagen             betaald, zoals de toelage in verband met onregelmatige dienst en de waarnemingstoelage.5. De deelnemer is gedurende de verlofperiode verzekerd krachtens de        werknemersverzekeringen (ZW, WIA, WW), krachtens de Wet onbetaald verlof en     sociale verzekeringen.6. Gedurende de levensloopverlofperiode behoudt de deelnemer zijn aanspraak op de         inkomensafhankelijke werkgeversbijdrage in de zorgverzekeringspremie.Artikel 9. Ziekte tijdens de verlofperiode/ bijzondere omstandigheden.1.  De werknemer heeft in geval sprake is van ziekte, het recht om de opname van het levenslooploon tussentijds op te schorten, dan wel in te trekken en op een ander tijdstip opnieuw aan te vragen. De werknemer dient hiertoe een geldige medische verklaring, ondertekend door een arts, te overleggen.2. Dit recht ontstaat zodra de ziekte, vanaf de eerste dag waarop de werknemer dit bij de werkgever heeft aangemeld, aansluitend twee weken heeft geduurd. Vanaf het           moment dat de verlofovereenkomst wordt opgeschort gelden de afspraken bij de werkgever in het kader van de loondoorbetaling bij ziekte en re-integratie.3. Indien de werknemer ziek wordt voordat het verlof ingaat wordt het verlof eveneens            opgeschort zodra de ziekte vanaf de eerste dag waarop de werknemer dit bij de   werkgever heeft aangemeld, aaneengesloten twee weken heeft geduurd.4. Voor de duur van het zwangerschaps- en bevallingsverlof wordt het levensloopverlof        opgeschort.5.  De leden 1 tot en met 3 zijn niet van toepassing indien levensloopverlof direct voorafgaand aan het pensioen wordt opgenomen. Toelichting op de artikelen van de voorbeeldregeling van de VO-raad Artikel 2Vanaf 1 januari 2006 is deze regeling mogelijk. Een werknemer mag op elk willekeurig tijdstip beginnen met de levensloopregeling.Artikel 3Er mag door de werknemer 1x per jaar een aanvraag ingediend worden om te sparen. Artikel 4Een werknemer moet elk jaar opnieuw een aanvraag indienen met daarin vermeld de gegevens, die hierin staan vermeld. Wel kan gebruik gemaakt worden van de voorbeeldregeling, zoals deze is opgenomen in bijlage 1. Een aanvraag dient minimaal 2 maanden van tevoren ingediend te worden.Artikel 5De werkgever dient binnen 30 kalenderdagen na datum van indiening de aanvraag toe te kennen.Een werknemer mag wel een verzoek tot wijziging van zijn aanvraag doen of te stoppen met het sparen. Artikel 6Bij beëindiging van de benoeming/aanstelling mag het levenslooptegoed bij de werkgever worden afgekocht of worden overgeboekt naar een andere levensloopregeling/verzekering. Artikel 7Alleen bij een zwaarwegend instellings- of onderwijsbelang mag de werkgever weigeren om verlof op te nemen.De werknemer dient minimaal 2 maanden van tevoren aan te geven bij de werkgever dat hij verlof op wil nemen. De werkgever moet, indien hij niet akkoord gaat, binnen 2 weken na ontvangst van het verzoek een gemotiveerde afwijzing geven.De minimale verlofperiode duurt minstens 2 maanden en maximaal 12 maanden. De periode mag alleen langer zijn bij verlof dat opgenomen wordt voordat de werknemer met pensioen gaat. Werkgevers en werknemers mogen in overleg afwijken van de verlofperiode. Artikel 8Tijdens het sparen voor verlof, betaalt de werknemer en werkgever hun eigen deel van de pensioenpremie.Bij het opnemen van het verlof betaalt de werknemer zowel het werknemersdeel (ca. 6%) als het werkgeversdeel (ca. 15%) van de pensioenpremie in het eerste verlofjaar.  De werknemer dient het eerste jaar deelnemer te blijven bij het ABP. Indien de opname uit het levenslooptegoed tenminste 70% bedraagt van het pensioengevend inkomen voorafgaand aan het verlof wordt de pensioenopbouw gebaseerd op het volledige inkomen voorafgaand aan het verlof. Indien de opname uit het levenslooptegoed minder dan 70% van het inkomen voorafgaand aan het verlof bedraagt, wordt de pensioenopbouw gebaseerd op het feitelijk inkomen uit het levenslooptegoed. Werknemers die voor hun pensioen langer verlof opnemen, kunnen vanaf het tweede jaar kiezen of zij tegen individuele premie verzekerd willen worden (de verwachting is dat deze bij ouderen zeer hoog is) of hiermee willen stoppen. Hoe deze regeling precies in zijn werk gaat is nog onduidelijk. De pensioenregeling is hierop nog niet aangepast.Tegemoetkoming woon-werkverkeer, dienstreizen en andere toeslagen (bijvoorbeeld € 31,-- compensatie zorgverzekeringswet) worden na 30 werkdagen verlof, stopgezet. Artikel 9Bij ziekte tijdens de verlofperiode heeft de werknemer het recht om het verlof op te schorten dan wel in te trekken en op een later tijdstip weer op te nemen. De ziekte moet minimaal 2 weken geduurd hebben en er dient een medische verklaring van de huisarts of arbo-arts te zijn. Werknemers die het levensloopverlof direct voorafgaande aan hun pensionering willen opnemen, hebben geen mogelijkheid om het verlof op te schorten. 

Trefwoorden: Levensloop en FPU

Gepubliceerd op: 10 augustus 2009